Samenstelling

Mitoxantron (als hydrochloride) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
2 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 5 ml, 10 ml, 12,5 ml, 15 ml

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Zie voor de behandeling van de betreffende indicaties de geldende behandelrichtlijnen.

Indicaties

Gemetastaseerd mammacarcinoom. Non-hodgkinlymfoom. Acute niet-lymfatische leukemie bij volwassenen. Pijn door gevorderde hormoon-refractaire prostaatkanker, in combinatie met lage dosis corticosteroïden, wanneer standaardbehandeling met analgetica ontoereikend of ongeschikt is.

Dosering

Mitoxantron niet toedienen indien aantal neutrofielen < 1,5 × 109/l of aantal trombocyten < 25 × 109/l.

Klap alles open Klap alles dicht

Gemetastaseerd mammacarcinoom, non-Hodgkinlymfoom:

Monotherapie: begindosering 14 mg/m² lichaamsoppervlak als een enkele i.v. dosis; de toediening met tussenpozen van 21 dagen of langer herhalen, afhankelijk van hematologisch herstel. Bij combinatietherapie met een ander myelosuppressief middel of bij onvoldoende beenmergreserve de begindosering met 2–4 mg/m² verminderen. De hoogte van vervolgdoseringen is afhankelijk van de hematologische nadir (doorgaans 10 dagen na toediening).

Dosisaanpassing op basis van hematologische nadir: bij nadir leukocytenaantal < 1,5 × 109/l óf nadir trombocytenaantal < 50 × 109/l, de dosering met 2 mg/m² verminderen na herstel. Bij nadir leukocytenaantal < 1,0 × 109/l óf nadir trombocytenaantal < 25 × 109/l, de dosering met 4 mg/m² verminderen na herstel.

Acute niet-lymfatische leukemie:

Volwassenen:

Monotherapie (bij recidief): i.v.: 12 mg/m² lichaamsoppervlak/dag gedurende 5 dagen.

Combinatietherapie met cytarabine (inductie): i.v.: 10–12 mg/m²/dag gedurende 3 dagen in combinatie met cytarabine 100 mg/m²/dag gedurende 7 dagen. Op basis van klinisch beeld een tweede cyclus geven, waarbij mitoxantron gedurende 2 dagen en cytarabine gedurende 5 dagen wordt toegediend.

Pijnverlichting bij hormoonrefractair prostaatcarcinoom:

12 mg/m² lichaamsoppervlak als een kortdurend i.v. infuus iedere 21 dagen. Bij een leukocytenaantal < 3 × 109/l, trombocytenaantal < 150 × 109/l óf granulocytenaantal < 1,5 × 109/l voorafgaand aan de toediening, de kuur uitstellen met intervallen van 1 week tot aan herstel. Voor iedere toediening 10 mg prednison oraal geven.

Dosisaanpassing op basis van hematologische nadir: bij nadir trombocytenaantal < 50 × 109/l óf nadir granulocytenaantal < 0,5 × 109/l, de dosering tijdens de volgende kuur verlagen met 2 mg/m². Bij minimale niet-hematologische toxiciteit en een nadir trombocytenaantal > 100 × 109/l én nadir granulocytenaantal > 1,0 × 109/l, de dosis tijdens de volgende kuur verhogen met 2 mg/m².

Toediening in ten minste 3 min via infuuslijn van een vrij lopend i.v. infuus.

Bijwerkingen

Beenmergdepressie is de belangrijkste dosisbeperkende bijwerking.

Zeer vaak (> 10%): (mogelijk ernstige) leukopenie, neutropenie, anemie, granulocytopenie. Infecties (o.a. bovenste luchtwegen, urinewegen). Voorbijgaande ECG-afwijkingen (na langdurige behandeling), aritmieën. Bloedingen. Lichte misselijkheid en braken, mucositis, stomatitis, smaakstoornissen, buikpijn, obstipatie, diarree. Alopecia (graad 1–2 bij ca. 50%). Verhoogde ureumconcentratie. Koorts.

Vaak (1–10%): trombocytopenie. Pneumonie, sepsis, rinitis. Verlies van eetlust. Duizeligheid, slaperigheid, convulsies, neuritis, lichte paresthesieën, hoofdpijn. Asymptomatische verminderde linkerventrikel ejectiefractie, pijn op de borst, congestief hartfalen (na langdurige behandeling), sinus bradycardie, hypotensie. Hepatotoxiciteit, stijging van ALAT. Blauw-groene verkleuring van de urine binnen 24 uur na toediening (en soms ook van de sclera), nefrotoxiciteit, verhoogd serumcreatinine, verhoogd stikstofgehalte in plasma. Amenorroe. Vermoeidheid, oedeem.

Soms (0,1-1%): angst, verwarring. Dyspneu. Gastro-intestinale bloedingen. Huiduitslag, erytheem. Allergische reacties.

Zelden (0,01–0,1%): voorbijgaande blauwkleuring van de nagels en huid.

Zeer zelden (< 0,01%): verandering in lichaamsgewicht.

Verder zijn gemeld: acute leukemie, anafylactische shock, hyperurikemie, conjunctivitis, cardiomyopathie, myocardinfarct, pancreatitis, nagelafwijkingen (bv. onycholyse), flebitis, blauwe plekken, zwakte, tumorlysissyndroom.

Bij leukemie zijn de frequentie en ernst van de bijwerkingen meer uitgesproken, vooral van stomatitis en mucositis.

Interacties

Gelijktijdig gebruik met andere myelosuppressieve middelen kan de myelotoxiciteit versterken. De plasmaspiegel kan worden verhoogd door hoge doses ciclosporine. Vaccinatie tijdens de behandeling is mogelijk niet effectief. Vaccinatie met levend virus wordt afgeraden.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren schadelijk gebleken.
Advies: Gebruik ontraden, vooral tijdens het eerste trimester.
Vruchtbaarheid: Overweeg vóór aanvang van de behandeling cryopreservatie van sperma.
Overige: Een vruchtbare vrouw of man dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen tijdens én tot ten minste zes maanden na de behandeling.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in significante hoeveelheden, tot een maand na de laatste toediening.
Advies: Het geven van borstvoeding is gecontra-indiceerd.

Contra-indicaties

Reeds bestaande ernstige myelosuppressie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Tijdens de behandeling regelmatig een volledige bloedceltelling uitvoeren, in verband met beenmergdepressie; op grond hiervan kunnen dosisaanpassingen noodzakelijk zijn (zie Doseringen). Beenmergdepressie kan ernstiger en langduriger zijn bij verzwakte patiënten, bij voorafgaande chemo- of radiotherapie en bij leverfunctiestoornissen. Vóór aanvang van de behandeling eventuele aanwezige infecties behandelen. Hartfunctiestoornissen treden met name op bij een reeds bestaande hartaandoening, voorafgaande behandeling met antracyclinen of voorafgaande radiotherapie van mediastinum of thorax. Bij aanwezigheid van een dergelijke risicofactor of bij behandeling met een cumulatieve dosis vanaf 160 mg/m², regelmatig cardiologisch onderzoek uitvoeren. Patiënten met ernstige leverinsufficiëntie, oedeem, ascites of pleurale effusie nauwlettend controleren. Topo-isomerase II-remmers, zoals mitoxantron, zijn in combinatie met andere anti-neoplastische stoffen en/of radiotherapie, geassocieerd met het optreden van acute myeloïde leukemie of myelodysplastisch syndroom. Bij leukemiebehandeling is er kans op het tumorlysissyndroom. Bij extravasatie kan ernstige lokale weefselschade ontstaan (waarbij débridement en huidtransplantatie nodig zijn). Bij extravasatie of een vermoeden ervan de toediening direct stoppen en het gebied rondom de injectieplaats gedurende ten minste één uur koelen met ijs. In verband met meldingen van lokale/regionale neuropathie (waarvan enkele irreversibel) niet toepassen als intra-arteriële injectie. Voor mannen in de vruchtbare jaren: zie Zwangerschap.

Eigenschappen

Synthetisch antraceendion, dat farmacologisch overeenkomt met de antracyclinen. Het bindt zich aan DNA en veroorzaakt "crosslinking" en breuken in DNA-strengen. Het verstoort ook RNA en is een remmer van topo-isomerase II.

Kinetische gegevens

OverigPasseert bloed-hersenbarrière nauwelijks.
Eiwitbindingca. 78%.
Eliminatie6–11% binnen de eerste 5 dagen met de urine waarvan 65% onveranderd, 35% als inactieve metabolieten; 13–25% binnen 5 dagen met de feces.
T 1/212 dagen (5–18 dagen).

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

mitoxantron hoort bij de groep antracyclinederivaten.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook