patiromeer

Samenstelling

Veltassa (als sorbitex calcium) Aanvullende monitoring Vifor Nederland bv

Toedieningsvorm
Poeder voor orale suspensie
Sterkte
in sachet à 8,4 g, in sachet à 16,8 g

Bevat tevens: ca. 4 g sorbitol per 8,4 g patiromeer.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

patiromeer vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Chronische nierschade: Calciumpolystyreensulfonaat (CPS) heeft bij de behandeling van hyperkaliëmie, bij patiënten met acute en chronische nierinsufficiëntie, inclusief patiënten die dialysetherapie ondergaan de voorkeur boven natriumpolystyreensulfonaat (SPS) bij hypertensie, hartfalen of oligurische nierbeschadiging. Patiromeer is net als SPS en CPS toepasbaar bij volwassenen met chronische nierschade stadium 3 of 4 met chronische hyperkaliëmie die zijn aangewezen op een behandeling met RAAS-remmers.

Voor (andere aspecten van) de behandeling van hyperkaliëmie zie ook de richtlijn uit 2012: Elektrolytstoornissen (pdf 1,3 MB) op internisten.nl. Voor dit geneesmiddel is in deze richtlijn geen advies vastgesteld over de plaats in de medicamenteuze behandeling, omdat het nog niet op de markt was bij de vaststelling ervan.

Indicaties

  • Behandeling van (niet-levensbedreigende) hyperkaliëmie bij volwassenen.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Hyperkaliëmie:

Volwassenen (incl. ouderen ≥ 65 jaar):

Aanbevolen startdosering: oraal 8,4 g 1×/dag. Zo nodig na intervallen van een week of langer, de dagelijkse dosis verhogen of verlagen met 8,4 g om het gewenste streefbereik van de serumkaliumwaarde te bereiken, met een maximale dosis van 25,2 g/dag. In klinisch onderzoek is patiromeer tot een duur van één jaar toegepast. In klinisch onderzoek werd bij patiënten met een serumkaliumwaarde van 5,1–5,5 mmol/l 8,4 g patiromeer/dag gegeven, bij een waarde van 5,5–6,5 mmol/l was de aanvangsdosis 16,8 g/dag.

Dialysepatiënten: er zijn weinig gegevens beschikbaar over toepassing bij deze populatie, in de klinische onderzoeken waren geen speciale dosis- en toedieningsrichtlijnen van kracht voor deze populatie.

Een gemiste dosis zo snel mogelijk innemen op dezelfde dag. De overgeslagen dosis niet met de volgende dosis innemen.

Toedieningsinformatie: patiromeer 3 uur voor óf na andere geneesmiddelen innemen. Hiertoe de volledige dosis in een glas met ca. 40 ml water gieten en roeren, hier nogmaals 40 ml water aan toevoegen en opnieuw roeren. Let op, het poeder lost niet op. Zo nodig extra water toevoegen voor de gewenste consistentie. Het mengsel binnen één uur na bereiding opdrinken. Als er nog poeder in het glas achterblijft opnieuw water toevoegen, roeren en het restant direct innemen. In plaats van water kan ook appel- of cranberrysap gebruikt worden, andere dranken vermijden omdat deze grote hoeveelheden kalium kunnen bevatten. Patiromeer kan met of zonder voedsel worden ingenomen, het mag echter niet opgewarmd worden of toegevoegd worden aan warm voedsel of hete dranken. Niet in droge vorm innemen.

Bijwerkingen

Vaak (1-10%): diarree, obstipatie, buikpijn, flatulentie. Hypomagnesiëmie (doorgaans mild tot matig-ernstig, zie ook de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen).

Soms (0,1-1%): misselijkheid, braken.

Interacties

Patiromeer wordt niet door het lichaam geabsorbeerd of gemetaboliseerd, waardoor er geen effecten van andere geneesmiddelen op de werking ervan zijn te verwachten

Patiromeer kan in het maag-darmkanaal mogelijk binden aan enkele gelijktijdig toegediende orale geneesmiddelen (o.a. ciprofloxacine, levothyroxine, metformine en mogelijk kinidine), met als gevolg een afname van hun absorptie. Van een aantal middelen is wel vastgesteld dat de biologische beschikbaarheid niet beïnvloed wordt, dit betreft: metoprolol, amlodipine, verapamil, furosemide, clopidogrel, lithium, cinacalcet, trimethoprim, Als voorzorg patiromeer ten minste 3 uur vóór óf na andere orale geneesmiddelen toedienen.

Kaliumsparende diuretica (zoals triamtereen), aldosteronantagonisten (zoals spironolacton), kaliumsupplementen en andere plasmakalium-verhogende geneesmiddelen (bv. ACE-remmers, ARB's, amfotericine B, ciclosporine, tacrolimus, heparine, trimethoprim) kunnen het effect van patiromeer op het serumkaliumgehalte beperken.

Thiazide- en lisdiuretica kunnen de serum kaliumspiegel verlagen en zo de werking van patiromeer versterken.

Wees vanwege mogelijke schommelingen in de serumkaliumspiegel extra voorzichtig met digoxine.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Farmacologisch effect: Van patiromeer wordt niet verwacht omdat de systemische blootstelling bij de moeder verwaarloosbaar is. Mogelijk kan er wel een effect zijn van eventuele hypomagnesiëmie (of hypercalciëmie) bij de moeder. Bij de uitwisseling van calcium en kalium in het maag-darmkanaal komt een hoeveelheid calcium vrij voor resorptie bij de moeder, mogelijk is deze hoeveelheid hoger dan de aanbevolen hoeveelheid calcium bij zwangeren.
Advies: Uit voorzorg wordt het gebruik ontraden.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend, maar onwaarschijnlijk omdat patiromeer niet systemisch wordt geresorbeerd en de blootstelling aan patiromeer bij de moeder verwaarloosbaar is.
Advies: Desondanks adviseert de fabrikant het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding te ontraden.

Contra-indicaties

Er zijn van dit geneesmiddel geen contra-indicaties bekend.

Waarschuwingen en voorzorgen

Maag-darmstelsel: gastro-intestinale ischemie, necrose en/of perforatie zijn opgetreden bij andere kaliumbinders, mogelijk kunnen deze aandoeningen ook optreden bij gebruik van patiromeer. Patiënten met een voorgeschiedenis van darmobstructie, ingrijpende gastro-intestinale ingrepen of ernstige gastro-intestinale aandoeningen of slikstoornissen waren niet geïncludeerd in het klinisch onderzoek. Weeg de voordelen en risico's af bij patiënten met een maag-darmaandoening in het heden of verleden.

Controleer de serumkaliumspiegel tijdens de instelfase en daarna op klinische indicatie, bv. na wijziging van het gebruik van geneesmiddelen met een invloed op de kaliumconcentratie (bv. RAAS-remmers of diuretica), en ook na dosistitratie van patiromeer bij (dreigende) hypokaliëmie. De frequentie van de monitoring is verder afhankelijk van bijvoorbeeld de progressie van chronische nierinsufficiëntie en de kaliuminname met de voeding. Bij ernstige hypokaliëmie het gebruik staken en de patiënt evalueren.

Controleer de serummagnesiumspiegel gedurende ten minste 1 maand na aanvang van de therapie en overweeg suppletie bij een verlaagde waarde. In klinisch onderzoek deed zich een magnesiumwaarde van < 0,58 mmol/l (1,4 mg/dl) voor bij ca. 9% van de patiënten, de gemiddelde afname van de spiegel bedroeg 0,07 mmol/l (0,17 mg/dl) of minder. Doorgaans blijft de waarde ≥ 0,4 mmol/l.

Vrijgave van calcium: patiromeer bevat calcium als tegenion (in het calcium-sorbitolcomplex), waarvan een gedeelte wordt vrijgegeven dat geresorbeerd kan worden; weeg de voor- en nadelen af bij patiënten met een toegenomen kans op hypercalciëmie.

Na staken van patiromeer kan de serumkaliumwaarde stijgen, vooral indien een behandeling met een RAAS-remmer wordt voortgezet. Instrueer de patiënt de behandeling niet te staken zonder overleg met de arts. Een verhoging van de serumkaliumwaarde kan al 2 dagen na de laatste dosis patiromeer optreden.

Onderzoeksgegevens en ervaring: er zijn relatief weinig gegevens over toepassing bij een eGFR < 15 ml/min/1,73m², bij toepassing van dialyse of bij ernstige hyperkaliëmie (K > 6,5 mmol/l). De werkzaamheid en veiligheid bij kinderen (< 18 jaar) zijn niet vastgesteld.

Eigenschappen

Patiromeer is een kationenwisselend polymeer dat niet vanuit het maag-darmkanaal wordt geresorbeerd. Het bevat een calcium-sorbitolcomplex als tegenion, waarbij kalium uitgewisseld wordt tegen een gedeelte van het calcium. Het verhoogt de fecale excretie van kalium door dit te binden in het lumen van het gastro-intestinale stelsel. Dit resulteert in een verminderde concentratie vrij kalium in het gastro-intestinale lumen, waardoor ook de serumkaliumwaarde daalt. Tijd tot intreden van de werking (met klinisch significante daling van de serumkaliumwaarde) is ca. 7 uur na inname van de eerste dosis, het effect houdt ca. 24 uur aan.

Kinetische gegevens

Resorptiegeen.
Eliminatiemet de feces, ca. 24–48 uur na inname.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

patiromeer hoort bij de groep kationenwisselaars.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links