Samenstelling

Adartrel (als hydrochloride) GlaxoSmithKline bv

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Verpakkingsvorm
startverpakking

Bevat per verpakking: 12 tabletten van 0,25 mg.

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
0,5 mg, 2 mg

Requip (als hydrochloride) GlaxoSmithKline bv

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
0,25 mg, 1 mg, 2 mg, 5 mg
Toedieningsvorm
Tablet met verlengde werking 'Modutab'
Sterkte
2 mg, 4 mg, 8 mg

Ropinirol Tabletten (als hydrochloride) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
0,25 mg, 0,5 mg, 1 mg, 2 mg, 5 mg
Toedieningsvorm
Tablet met gereguleerde afgifte 'retard'
Sterkte
2 mg, 4 mg, 8 mg

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Bij de ziekte van Parkinson is de keuze van de medicamenteuze therapie sterk afhankelijk van het ziektebeeld, de leeftijd en de sociale omstandigheden van de patiënt. Indien een direct effect niet noodzakelijk is en de patiënt het instelschema kan volgen, komt een dopamine-agonist in aanmerking, bijvoorbeeld in een vroeger stadium van de ziekte bij patiënten jonger dan 65–70 jaar. Daarnaast kan een dopamine-agonist worden toegevoegd aan de behandeling met levodopa als in een later stadium motorische complicaties ontstaan. Binnen de orale dopamine-agonisten gaat de voorkeur uit naar de non-ergot preparaten pramipexol of ropinirol.

Bij rustelozebenen-syndroom vindt behandeling met geneesmiddelen alleen plaats als de klachten, ondanks niet-medicamenteuze maatregelen, ernstig zijn. Dopamine-agonisten, bij voorkeur pramipexol of ropinirol, komen dan in aanmerking, waarbij de dosering langzaam wordt opgebouwd.

Indicaties

Behandeling vande ziekte van Parkinson onder de voorwaarden:

  • beginbehandeling als monotherapie teneinde toepassing van levodopa uit te stellen;
  • in combinatie met levodopa, tijdens het verloop van de ziekte als het effect van levodopa vermindert of inconsistent wordt en fluctuaties in het therapeutisch effect optreden ('end-of-dose' of 'on-off' type fluctuaties).

Matig tot ernstig idiopatisch rustelozebenen-syndroom ('restless legs syndrome').

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Ziekte van Parkinson:

Volwassenen:

Aanbevolen doseerschema: tablet: week 1: 0,25 mg 3×/dag; week 2: 0,5 mg 3×/dag; week 3: 0,75 mg 3×/dag; week 4: 1 mg 3×/dag. Vervolgens, indien nodig, wekelijks de driemaal daagse dosis in stappen van 0,5–1 mg verhogen tot max. 24 mg per dag. Aanbevolen doseerschema: tablet met verlengde werking: week 1: 2 mg 1×/dag; week 2: 4 mg 1×/dag; indien nodig de dosering wekelijks (of langere intervalperiode) ophogen met 2 mg per week tot 8 mg 1×/dag. Vervolgens indien nodig de dosering per veertien dagen (of een langere interval) ophogen met 2–4 mg tot max. 24 mg per dag. Indien een startbehandeling met 2 mg tabletten met verlengde werking niet wordt verdragen, kan men overgaan op het doseerschema voor de tablet 3×/dag.

Bij matig gestoorde nierfunctie (creatinineklaring 30–50 ml/min) is geen dosisaanpassing nodig. Bij patiënten die hemodialyse ondergaan: begindosering: 0,25 mg 3×/dag (tablet zonder verlengde werking) of 2 mg 1×/dag (tablet met verlengde werking) , vervolgens aanpassen op geleide van het verdragen ervan en de werkzaamheid, max. dosis 18 mg/dag.

Bij ouderen is de klaring met circa 15% verminderd; de dosering individueel titreren en bewaken of de patiënt het kan verdragen. Bij een zeer hoge leeftijd kan een langere titratieperiode nodig zijn.

Wanneer ropinirol wordt gebruikt als toevoeging bij levodopa, kan de dosering levodopa geleidelijk worden teruggebracht met ca. 20%. Dyskinesieën die optreden kunnen verminderen door verlaging van de dosering levodopa. Bij stoppen van de behandeling, gedurende een week geleidelijk afbouwen.

De tabletten innemen tijdens de maaltijden. De tabletten met verlengde werking kunnen met of zonder voedsel ingenomen worden; deze tabletten heel doorslikken.

Als de behandeling gedurende een dag of langer wordt onderbroken, een herstart met een dosistitratie overwegen. Patiënten kunnen van de ene op de andere dag overgaan van de tablet op tablet met verlengde werking. De dosering baseren op de totale dagdosis.

Rustelozebenen-syndroom:

Volwassenen:

Aanbevolen geregistreerd doseerschema: op geleide van de werkzaamheid en het kunnen verdragen, gewone tablet: week 1; 0,25 mg 1×/dag gedurende 2 dagen, daarna verhogen tot 0,5 mg 1×/dag; week 2: verhogen tot 1 mg 1×/dag; in de volgende 2 weken met 0,5 mg per week verhogen tot 2 mg 1×/dag; indien nodig bij sommige patiënten met 0,5 mg per week verhogen tot max. 4 mg 1×/dag. De NHG standaard Slaapproblemen en slaapmiddelen (2014) adviseert om de dosering langzamer op te bouwen: starten met 0,25 mg/dag, 1–2 uur voor het slapen gaan, indien nodig elke 7 dagen verhogen in stappen van 0,25 mg tot max. 1,5 mg /dag. De respons en voortzetting van de behandeling resp. na 3 maanden (vlg. registratie) of 6 weken (vlg. NHG) evalueren. Als de behandeling langer dan een paar dagen is onderbroken, opnieuw beginnen met titratie.

Bij ouderen de dosering geleidelijk verhogen en titreren.

Bij matig gestoorde nierfunctie (creatinineklaring 30–50 ml/min) is geen dosisaanpassing nodig; bij patiënten die hemodialyse ondergaan: begindosering: 0,25 mg 1×/dag, vervolgens aanpassen op geleide van het verdragen ervan en de werkzaamheid, max. dosis 3 mg/dag. Gebruik bij ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 30 ml/min) zonder regelmatige hemodialyse is niet onderzocht.

De werkzaamheid van een behandeling langer dan 12 weken is niet aangetoond.

De tablet vlak voor het slapen gaan innemen tot maximaal 3 uur voor het slapen. Eventueel innemen met de maaltijd om de gastro-intestinale verdraagzaamheid te vergroten.

Bijwerkingen

Ziekte van Parkinson: Zeer vaak (> 10%): misselijkheid, slaperigheid, syncope. In combinatie met levodopa tevens: zeer vaak (> 10%): dyskinesie.

Vaak (1-10%): hallucinaties, verwarring, duizeligheid, constipatie, buikpijn, braken, zuurbranden, perifeer oedeem, perifeer oedeem (incl. oedeem in de benen).

Soms (0,1-1%): overmatige slaperigheid overdag en plotselinge slaapaanvallen, orthostatische hypotensie, psychotische reacties (delirium, waanbeelden, paranoia).

Verder is gemeld: overgevoeligheidsreacties (urticaria, angio-oedeem, huiduitslag, jeuk), agressie, dopaminedisregulatie-syndroom, afwijkingen in de controle om impulsen te onderdrukken (ziekelijke neiging tot gokken, toegenomen libido, hyperseksualiteit, eetaanval, dwangmatig winkelen), stijging van leverenzymwaarden, .

Rustelozebenen-syndroom: Zeer vaak (> 10%): braken, misselijkheid.

Vaak (1-10%): nervositeit, syncope, slaperigheid, duizeligheid, buikpijn, vermoeidheid, een paradoxale verergering van de klachten of klachten in de vroege ochtend ('rebound'-effect).

Soms (0,1-1%): verwarring, (orthostatische) hypotensie, hallucinaties.

Verder zijn de overige bijwerkingen bij de ziekte van Parkinson hier veelal in een lagere frequentie gemeld.

Interacties

Ropinirol wordt voornamelijk gemetaboliseerd door CYP1A2. Dosisaanpassing kan nodig zijn bij gelijktijdig gebruik van CYP1A2-remmers en bij starten of stoppen met roken.

De ropinirol-plasmaconcentratie kan verhoogd zijn bij gelijktijdige behandeling met hoge doses oestrogenen. Bij staken of starten van een dergelijke behandeling tijdens behandeling met ropinirol kan dosisaanpassing van ropinirol nodig zijn.

In een farmacokinetisch onderzoek is een verhoging van de ropinirol-plasmaconcentratie waargenomen bij gelijktijdig gebruik met ciprofloxacine.

Dopamine-antagonisten (bv. antipsychotica, metoclopramide) kunnen het effect tegengegaan.

Het effect van antihypertensiva kan worden versterkt.

Alcohol en andere sederende stoffen vermeerderen de kans op plotselinge slaapaanvallen.

Bij gelijktijdig gebruik van vitamine K-antagonisten de INR verscherpt controleren.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens onvoldoende gegevens, bij dieren aanwijzingen voor schadelijkheid bij doseringen die toxisch waren voor het moederdier.
Advies: Gebruik ontraden.

Lactatie

Overgang in moedermelk: Onbekend.
Overig: Ropinirol kan de lactatie remmen.
Advies: Gebruik ontraden.

Contra-indicaties

  • ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 30 ml/min) zonder regelmatige hemodialyse;
  • leverinsufficiëntie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Onder andere vanwege het risico van slaperigheid en plotselinge slaapaanvallen is voorzichtigheid geboden met het besturen van voertuigen of bij gevaarlijke activiteiten. Bij last van slaperigheid of plotselinge slaapaanvallen de dosering verminderen en afzien van autorijden en het bedienen van machines totdat de slaapaanvallen en de slaperigheid zijn verdwenen.

Patiënten regelmatig controleren op de ontwikkeling van stoornissen in de impulsbeheersing en manie en delirium. Bij gedragssymptomen van stoornissen in de impulsbeheersing (pathologisch gokgedrag, toegenomen libido, hyperseksualiteit, eetaanval, dwangmatig winkelen) overwegen de dosis te verminderen/af te bouwen.

Terughoudendheid is geboden bij ernstige cardiovasculaire aandoeningen (m.n. coronair).

Bij de ziekte van Parkinson de bloeddruk controleren, vooral bij aanvang van de therapie en cardiovasculaire aandoeningen (risico orthostatische hypotensie).

Bij psychiatrische of psychotische aandoening (in de anamnese), vóór behandeling met dopamine-agonisten de potentiële voordelen afwegen tegen de risico's.

Indien bij rustelozebenen-syndroom een paradoxale verergering van de klachten optreedt of er klachten in de vroege ochtend zijn (ochtend rebound), overwegen de dosering aan te passen of de behandeling te staken.

Na abrupt staken zijn symptomen van het neuroleptisch maligne syndroom gemeld; daarom de behandeling geleidelijk afbouwen.

Niet gebruiken bij kinderen onder 18 jaar omdat gegevens over de veiligheid en werkzaamheid ontbreken.

Overdosering

Symptomen
dyskinesie, misselijkheid, braken, orthostatische hypotensie, verwardheid en hallucinaties.

Therapie
ondersteunende maatregelen: maaglediging, ECG, zo nodig metoclopramide of antipsychotica.

Zie verder voor symptomen en behandeling de monografie op vergiftigingen.info

Eigenschappen

Non-ergoline D2-dopamine-agonist met een preferentie voor het D3-receptorsubtype. De werking berust op stimulatie van dopaminereceptoren in het corpus striatum.

Kinetische gegevens

Resorptiesnel.
Fca. 50%.
T max1½ uur; met vetrijk voedsel is deze circa 2,6 uur (tablet); 6–10 uur (tablet met verlengde werking).
V dca. 7 l/kg.
Lipofiliteitsterk lipofiel.
Metaboliseringvnl. via CYP1A2.
Eliminatie vnl. met de urine, als (minder werkzame) metabolieten.
T 1/2el6 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

ropinirol hoort bij de groep dopamine-agonisten, overige.

ropinirol vergelijken met een ander geneesmiddel

Zie ook