saquinavir

Samenstelling

Invirase (als mesilaat) Bijlage 2 Roche Nederland bv

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
500 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

saquinavir vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Eerste keus in de behandeling van therapie-naïeve volwassen patiënten met een HIV-1-infectie is tripletherapie bestaande uit een integraseremmer (INSTI) met twee nucleoside reverse-transcriptaseremmers (NRTI’s). De keuze voor een combinatie van antiretrovirale middelen is afhankelijk van diverse factoren. Het dient te worden gemaakt op geleide van het resistentieprofiel. Zie voor meer informatie de richtlijn HIV op NVHB.nl.

Saquinavir is een HIV-proteaseremmer. Niet-geboost saquinavir is virologisch minder effectief dan andere HIV-proteaseremmers. Door ritonavir gebooste saquinavir geeft meer kans op QT- en PR-verlenging, en hierbij ervaren patiënten meer last van de inname van de grote hoeveelheid pillen (hoge ‘pill burden’). Saquinavir heeft daarom geen plaats in de behandeling van therapie-naïeve volwassenen met HIV-1.

Aan de vergoeding van saquinavir zijn voorwaarden verbonden, zie Regeling zorgverzekering, bijlage 2.

Indicaties

  • Behandeling van een HIV-1-infectie bij volwassenen, in combinatie met ritonavir en andere anti-retrovirale geneesmiddelen.

Gerelateerde informatie

Dosering

Bij dit geneesmiddel wordt (tevens) gedoseerd op geleide van de bloedspiegel; zie voor meer informatie hierover op HIV-middelen van tdm-monografie.org.

Klap alles open Klap alles dicht

HIV-1-infectie:

Volwassenen:

Saquinavir 1000 mg 2×/dag + ritonavir 100 mg 2×/dag in combinatie met andere retrovirale middelen. Indien de patiënt niet eerder behandeld is, de eerste 7 dagen saquinavir 500 mg 2×/dag + ritonavir 100 mg 2×/dag in combinatie met andere retrovirale middelen. Patiënten die onmiddellijk wisselen van behandeling met een andere HIV-proteaseremmer samen met ritonavir óf een behandeling op basis van een non-nucleoside reverse transcriptaseremmer, rilpivirine uitgezonderd*, zonder een 'washout'-periode moeten beginnen met de standaarddosering van 1000 mg 2×/dag + ritonavir 100 mg 2×/dag en dit continueren. *De combinatie met rilpivirine is gecontra-indiceerd, zie rubriek Interacties.

Toedieningsinformatie: Saquinavir en ritonavir tegelijk innemen tijdens of vlak na de maaltijd. De tabletten heel doorslikken.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): misselijkheid, diarree. Verlaagd aantal trombocyten, verhoogde waarden ASAT/ALAT, LDL, bloedcholesterol, triglyceriden.

Vaak (1-10%): overgevoeligheidsreactie. Dyspneu. Droge lippen/mond, oprispingen, dyspepsie, braken, opgezette buik, flatulentie, obstipatie, veranderde eetlust, buikpijn. Hoofdpijn, paresthesieën, duizeligheid, perifere neuropathie. Lipoatrofie, toename hoeveelheid vetweefsel, alopecia, droge huid, eczeem, jeuk, huiduitslag. Spierspasmen. Asthenie, vermoeidheid, malaise. Verminderd libido, slaapstoornis. Hyperglykemie of (verergering van) diabetes mellitus. Anemie, verlaagd aantal lymfocyten en/of leukocyten. Verhoogde waarden bilirubine, amylase en/of creatinine in het bloed.

Soms (0,1-1%): pancreatitis. Geelzucht, hepatitis. Nieraandoening. Slaperigheid, convulsies. Verminderde visus. Stevens-Johnsonsyndroom (SJS), bulleuze dermatitis. Mucosale ulceratie. Neutropenie.

Verder zijn gemeld: verhoogde waarden creatinekinase, myalgie, myositis en zelden rabdomyolyse bij HIV-proteaseremmers, voornamelijk in combinatie met nucleoside-analoga. Gewichtstoename en stijging van lipiden- en glucosespiegels. Het immuunreconstitutie-inflammatoir-syndroom (IRIS) met bijvoorbeeld reactivering van herpesinfecties of auto-immuunziekten (zoals de ziekte van Graves of auto-immuunhepatitis). Osteonecrose, vooral bij gevorderde HIV-infectie of langdurige blootstelling aan combinatietherapie.

Interacties

Saquinavir is substraat voor CYP3A4, in vitro blijkt het ook substraat voor en remmer van P-glycoproteïne te zijn.

Volgens de fabrikant: is vanwege levensbedreigende hartritmestoornissen gelijktijdig gebruik gecontra-indiceerd met: atazanavir, lopinavir/ritonavir, rilpivirine, alfuzosine, amiodaron, disopyramide, flecaïnide, ibutilide, kinidine, kinine, propafenon, sotalol en systemisch toegediend lidocaïne; dapson, fentanyl, alfentanil, methadon, TCA's (amitriptyline, imipramine, clomipramine), claritromycine, erytromycine, PDE-5-remmers (sildenafil, tadalafil, vardenafil), maprotiline, mizolastine, antipsychotica (clozapine, haloperidol, chloorpromazine, pimozide, sertindol), pentamidine, tacrolimus, trazodon, alle tyrosinekinaseremmers met een risico van QT-verlenging (bv. dasatinib, sunitinib). Combinatie met rifampicine is gecontra-indiceerd vanwege ernstige hepatocellulaire toxiciteit. Combinatie met oraal toegediend midazolam is gecontra-indiceerd vanwege ademhalingsdepressie en/of verlengde sedatie; combinatie met parenteraal midazolam alleen gebruiken op een intensive-care of gelijkwaardige afdeling met continue monitoring. Comedicatie met simvastatine is gecontra-indiceerd vanwege optreden van rabdomyolyse. Comedicatie met ergot-alkaloïden (zoals ergotamine) vermeerdert de kans op ergottoxiciteit. Combinatie met lurasidon kan de toxiciteit hiervan versterken.

Zie voor meer informatie over de interacties en eventuele benodigde dosisaanpassingen van saquinavir en gelijktijdig gebruikte geneesmiddelen de pagina HIV-interacties van de UCSF (University of California, San Francisco).

Zwangerschap

Geringe passage via de placenta.
Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Zelden zijn (in combinatie met andere antiretrovirale middelen) congenitale misvormingen en andere (geboorte)afwijkingen gemeld. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.
Overig: De werkzaamheid van OAC's gebaseerd op oestrogenen kan mogelijk afnemen door verlaging van de ethinylestradiolconcentratie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: Borstvoeding door vrouwen met een HIV-infectie wordt ontraden om het overdragen van HIV te voorkomen.

Contra-indicaties

  • een gedecompenseerde leveraandoening;
  • hartfalen met verminderde LVEF;
  • klinisch relevante bradycardie;
  • symptomatische aritmie in de voorgeschiedenis;
  • aangeboren of verworven verlengde QT-tijd;
  • elektrolytstoornissen, met name een hypokaliëmie.

Zie de link binnen de rubriek Interacties voor de contra-indicaties m.b.t. gelijktijdig gebruikte geneesmiddelen.

Waarschuwingen en voorzorgen

Er is een aantal mutaties bekend die leiden tot afname van de virologische respons, voor meer informatie zie (rubriek 5.1 van) de productinformatie van de fabrikant (CBG/EMA).

Leveraandoeningen: Controleer extra op veiligheid (cardiale aritmieën) en effectiviteit (virologische respons) bij patiënten met een matige leverfunctiestoornis; hoewel bij deze populatie geen dosisaanpassing noodzakelijk is, is de variabiliteit van de blootstelling wel groter. Bij toepassing van antiretrovirale combinatietherapie bij patiënten met chronische hepatitis B of C is er meer kans op ernstige, potentieel fatale leverbijwerkingen, waaronder portale hypertensie. Bij bestaande leverfunctiestoornis de leverfunctie regelmatig controleren; bij verslechtering de behandeling tijdelijk stopzetten of definitief staken.

Wees voorzichtig bij ernstig verminderde nierfunctie.

Verlenging van het QT- en/of PQ-interval zijn gemeld, vrouwen en ouderen kunnen hiervoor extra gevoelig zijn. Beoordeel daarom vóór beginnen van de behandeling het ECG (begin de behandeling niet bij een QT-tijd van > 450 ms) en herhaal deze zo nodig en in elk geval bij optreden van een hartritmestoornis of bij het starten van medicatie die de blootstelling aan saquinavir kan verhogen. Bij een QT-interval < 450 ms het ECG opnieuw beoordelen na 10 dagen van behandelen. Indien het QT-interval > 480 ms is, of als er een verlenging van > 20 ms aanwezig is, de behandeling of eventuele comedicatie, staken. Staak de behandeling tevens bij een aangetoonde hartritmestoornis; zeg de patiënt ieder verdacht symptoom als hartkloppingen, syncope of bewusteloosheid te melden. Informeer naar plots overlijden van familieleden op jonge leeftijd, omdat dit een indicatie kan zijn van een aangeboren verlengde QT-tijd.

Bij een aantal hemofiliepatiënten die HIV-proteaseremmers gebruikten, zijn spontane of toegenomen bloedingen (subcutane of musculaire hematomen, hemartrosen) opgetreden.

Wees voorzichtig bij ernstige immuundeficiëntie omdat er meer kans is op een ontstekingsreactie op asymptomatische of nog aanwezige opportunistische pathogenen die tot ernstige klinische ziektebeelden (zoals CMV-retinitis, focale en/of gegeneraliseerde mycobacteriële infecties en Pneumocystis jiroveci-pneumonie) kunnen leiden. In dit kader kunnen ook auto-immuunreacties (zoals de ziekte van Graves of auto-immuunhepatitis) optreden, vaak pas vele maanden na aanvang van de behandeling.

Gewichtstoename en stijging van lipiden- en glucosespiegels kunnen optreden.

Osteonecrose: Controleer bij het ontstaan van pijnlijke en/of stijve gewrichten op osteonecrose.

Onderzoeksgegevens: Wees voorzichtig bij een ernstige nierfunctiestoornis, vanwege onvoldoende gegevens. De veiligheid en de werkzaamheid bij kinderen < 2 jaar zijn niet vastgesteld. Bij kinderen ≥ 2 jaar kan geen dosering worden vastgesteld waarbij de balans werkzaamheid/veiligheid (QT- en PQ-verlenging) aanvaardbaar is. Ook bij volwassenen > 60 jaar zijn veiligheid en de werkzaamheid niet vastgesteld.

Eigenschappen

HIV–proteaseremmer. Het werkingsspectrum van saquinavir is beperkt tot HIV-type 1 en, zij het in mindere mate, HIV-type 2. Het is een selectieve, competitieve, reversibele remmer van HIV-protease, een essentieel viraal enzym in de replicatiecyclus van het HIV en bij de vorming van infectieus virus. Tijdens de replicatiefase splitst HIV-protease virale polypeptideproducten, waardoor essentiële eiwitten en enzymen zoals protease worden gevormd. Door interferentie met dit proces blokkeert saquinavir de rijping van het HIV, waardoor niet-functionele, onrijpe, niet-infectieuze virussen worden gevormd.

Kinetische gegevens

F4%, bij inname op lege maag aanzienlijk lager. F is hoger bij comedicatie met ritonavir. Uitgebreid first–pass metabolisme.
T max3–4 uur.
V dca. 10 l/kg.
Eiwitbindingca. 97%.
OverigUitgebreide verdeling over de weefsels. Penetratie in liquor: minimaal. Lage doses ritonavir worden gelijktijdig toegediend als 'farmacokinetische versterker' ter verhoging van de plasmaconcentratie van saquinavir.
Metaboliseringuitgebreid in de lever, > 90% door CYP3A4.
Eliminatievnl. met de feces, ca. 85%.
T 1/2elca. 13 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

saquinavir hoort bij de groep HIV proteaseremmers.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links