Samenstelling

Scopoderm TTS GlaxoSmithKline Consumer Healthcare bv

Toedieningsvorm
Pleister met gereguleerde afgifte
Sterkte
1,5 mg

Contactoppervlak 2,5 cm². Afgifte: ca. 1 mg scopolamine in 72 uur.

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Bij de behandeling van misselijkheid en braken bij reisziekte hebben antihistaminica uit de anti-emeticagroep (zoals cyclizine, cinnarizine of meclozine) de voorkeur.

Bij reisziekte kan in het algemeen worden uitgekomen met deze middelen. Scopolamine komt pas in aanmerking als met deze antihistaminica onvoldoende resultaat wordt bereikt en een langdurige werking wordt verlangd.

Indicaties

Preventie van de symptomen van reisziekte zoals misselijkheid, braken en vertigo.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Reisziekte:

Volwassenen:

De pleister 6–15 uur vóór het begin van een reis op een onbehaarde, droge plek achter het oor vastkleven. Zo nodig kan na 3 dagen opnieuw een pleister achter het andere oor worden aangebracht. Men dient de zilveren kleeflaag zo weinig mogelijk aan te raken. Na het vastkleven de pleister niet meer aanraken; druk kan lekkage van scopolamine veroorzaken. Indien een pleister loslaat, een nieuwe pleister achter hetzelfde of achter het andere oor aanbrengen. Na het aanbrengen en na het verwijderen van de pleister de handen grondig wassen; dit geldt ook voor de plaats achter het oor, als de pleister is verwijderd.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10 %): slaperigheid, duizeligheid, accommodatiestoornissen.

Vaak (1-10%): irritatie van de oogleden, huidirritatie.

Zelden (0,01-0,1%): desoriëntatie, verwardheid, hallucinaties, geheugen- en concentratiestoornissen, rusteloosheid, urineretentie.

Zeer zelden (< 0,01%): toename van de aanvalsfrequentie bij epileptische patiënten, acuut nauwe kamerhoekglaucoom, gegeneraliseerde huiduitslag.

Verder is gemeld: reacties op de toedieningsplaats, zoals erytheem, huiduitslag, jeuk, brandend gevoel.

Na het staken van de behandeling zijn gemeld: misselijkheid, braken, hoofdpijn, evenwichtsstoornissen.

Interacties

Wees voorzichtig bij combinatie met middelen die op het centrale zenuwstelsel werken, inclusief alcohol. Dit geldt vooral voor gelijktijdig gebruik van tricyclische antidepressiva, kinidine, amantadine, sommige antihistaminica en andere stoffen met parasympathicolytische werking.

Zwangerschap

Passeert de placenta.
Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in geringe mate.
Advies: Kan volgens voorschrift worden gebruikt.
Overig: De zuigeling controleren op anticholinerge symptomen, zoals sufheid en droge mond.

Contra-indicaties

Glaucoom, met name nauwe-kamerhoekglaucoom.

Waarschuwingen en voorzorgen

Nooit meer dan één pleister tegelijk gebruiken. Idiosyncratische reacties kunnen optreden.

Indien verwardheid en/of hallucinaties optreden, moet de pleister direct worden verwijderd. Als toch ernstige symptomen blijven bestaan, dienen geschikte maatregelen genomen te worden, bv. toediening van fysostigmine 1–4 mg (kinderen 0,5 mg) langzaam i.v.; zo nodig herhalen.

Dit middel kan door pupilverwijding de oogdruk verhogen en een aanval van acuut glaucoom veroorzaken. Bij verschijnselen in de voorgeschiedenis die kunnen wijzen op een verhoogde intraoculaire druk alleen toepassen na oogheelkundig onderzoek. Meer frequente aanvallen bij epilepsiepatiënten zijn gemeld.

Wees voorzichtig bij pylorusstenose, obstructie van de urinewegen (bv. bij prostaathyperplasie) of van de darm, ouderen, lever- en nierfunctiestoornissen en bij stofwisselingsstoornissen. Ouderen, vooral met een milde cognitieve stoornis, zijn gevoeliger voor de centrale anticholinerge effecten, zoals verwarring.

Gecontra-indiceerd bij kinderen < 18 jaar, de veiligheid en werkzaamheid zijn niet vastgesteld.

Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden.

Overdosering

Symptomen
Atropine-achtige centrale effecten. Eerst: rusteloosheid, excitatie, verwardheid, concentratiestoornissen. Eventueel ook: droge mond, warme huid, mydriasis, tachycardie, urineretentie, hyperthermie. Bij hogere dosis: delirium, hallucinaties, convulsies. Bij zeer hoge dosis: coma en ademhalingsdepressie.

Therapie
pleister verwijderen. Fysostigmine langzaam i.v.; afhankelijk van de ernst 1–4 mg, zo nodig na 5 min nog eens 1–2 mg; kinderen 30 microg/kg lichaamsgewicht, max. 2 mg. Indien na 1–2 uur opnieuw coma intreedt, kan herhaalde fysostigminetoediening noodzakelijk zijn. Bij excitatie en convulsies eventueel een lage dosis diazepam. Hyperthermie behandelen met koude baden etc, niet met salicylaten.

Eigenschappen

Parasympathicolyticum dat competitief het effect van acetylcholine op de muscarinereceptoren antagoneert. Werkingsduur: 3 dagen.

Kinetische gegevens

OverigScopolamine wordt uit de pleister gelijkmatig afgegeven en komt door de intacte huid heen in de bloedsomloop terecht. Na circa 6 uur wordt een evenwicht bereikt tussen absorptie en uitscheiding. Eén pleister geeft gedurende max. 3 dagen een therapeutische spiegel, waarbij in totaal 1 mg scopolamine wordt afgegeven. Nadat de pleister is verwijderd, daalt de plasmaspiegel langzaam doordat nog resorptie vanuit de huid blijft plaatsvinden.
Metaboliseringwaarschijnlijk in de lever.
Eliminatie24 uur na verwijdering van de pleister is de spiegel gedaald tot een derde. Scopolamine wordt uitgescheiden met de urine.
T 1/2circa 9,5 uur (vrij scopolamine).

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

scopolamine hoort bij de groep parasympathicolytica, overige.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook