zanamivir

Samenstelling

Zie voor hulpstoffen de productinformatie van CBG/EMA of raadpleeg een apotheker.

Dectova XGVS Aanvullende monitoring GlaxoSmithKline bv

Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
10 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 20 ml

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

zanamivir vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Influenza is bij gezonde personen over het algemeen een onschuldige aandoening, waarbij symptomatische behandeling meestal voldoende is. Bij patiënten die behoren tot een risicogroep kunnen ten gevolge van influenza belangrijke complicaties optreden. Vaccinatie is bij deze patiënten aangewezen. Verder zijn er voor de profylaxe en behandeling van influenza antivirale middelen beschikbaar, met als belangrijkste de neuraminidaseremmer oseltamivir. De toepassing van deze antivirale middelen is echter beperkt tot zeer specifieke situaties en met voorbehoud van beperkte evidence.

Voor de infusievloeistof van zanamivir is geen advies vastgesteld over de plaats in de behandeling van influenza.

Indicaties

  • Behandeling van gecompliceerde en mogelijk levensbedreigende influenza A- of B-virusinfectie bij volwassenen en kinderen ≥ 6 maanden wanneer:
    • bekend is of vermoed wordt dat het influenzavirus bij de patiënt resistent is tegen andere geneesmiddelen tegen influenza ;
    • andere antivirale geneesmiddelen voor de behandeling van influenza niet geschikt zijn voor de individuele patiënt.

Zanamivir is geen vervangingsmiddel voor vaccinatie.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Behandeling van gecompliceerde en mogelijk levensbedreigende influenza

Algemeen

Start de behandeling zo snel mogelijk, doorgaans binnen 6 dagen na aanvang van de influenzasymptomen.

Volwassenen

Als i.v.-infusie: 600 mg 2×/dag, gedurende 5-10 dagen.

Verminderde nierfunctie: zie voor de specifieke doseringsadviezen bij een creatinineklaring óf klaring door middel van continue nierfunctievervangende therapie van < 80 ml/min, de officiële productinformatie via de website van het CBG, rubriek 4.2 tabel 2.

Kinderen ≥ 6 jaar

Als i.v.-infusie: 12 mg/kg lichaamsgewicht 2×/dag, tot max. dosis 600 mg 2×/dag, gedurende 5-10 dagen.

Verminderde nierfunctie: zie voor de specifieke doseringsadviezen bij een creatinineklaring óf klaring door middel van continue nierfunctievervangende therapie van < 80 ml/min, de officiële productinformatie via de website van het CBG, rubriek 4.2 tabel 2 en 3.

Kinderen 6 mnd.– 6 jaar

Als i.v.-infusie: 14 mg/kg lichaamsgewicht 2×/dag, gedurende 5-10 dagen.

Verminderde nierfunctie: zie voor de specifieke doseringsadviezen bij een creatinineklaring óf klaring door middel van continue nierfunctievervangende therapie van < 80 ml/min, de officiële productinformatie via de website van het CBG, rubriek 4.2 tabel 4 en 5.

Ouderen: er is geen dosisaanpassing nodig op basis van leeftijd.

Verminderde leverfunctie: geen dosisaanpassing nodig, omdat zanamivir niet wordt gemetaboliseerd.

Verminderde nierfunctie: bij toepassing van de infusie en een creatinineklaring < 80 ml/min zie de officiële productinformatie via de website van het CBG, rubriek 4.2 tabellen 2, 3, 4 en 5.

Toediening

  • Toedienen via i.v.-infusie gedurende 30 minuten. Toedienen kan onverdund óf verdund in natriumchloride-oplossing 0,9% (tot een concentratie hoger of gelijk aan 0,2 mg/ml).

Bijwerkingen

Vaak (1-10%): diarree. Huiduitslag. Verhoogde waarde ASAT en/of ALAT, hepatocellulair letsel.

Soms (0,1-1%): urticaria. Verhoogde waarde alkalische fosfatase.

Verder zijn gemeld: anafylactische/anafylactoïde reacties, orofaryngeaal oedeem, gezichtsoedeem. Convulsies, verminderd bewustzijn. Abnormaal gedrag, hallucinaties, delier. Erythema multiforme, SJS, TEN.

Interacties

Er zijn van dit middel geen klinisch significante geneesmiddelinteracties bekend.

Zwangerschap

Zanamivir passeert de placenta (bij dieren).

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens (< 300 zwangerschapsuitkomsten na blootstelling aan zanamivir in het 1e trimester). De beschikbare gegevens geven geen aanwijzigingen voor een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen, vroeggeboorte of een laag geboortegewicht. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.

Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Ja, bij dieren (in kleine hoeveelheden). Een risico voor de zuigeling kan niet worden uitgesloten.

Farmacologisch effect: Onbekend. De mate van absorptie door de zuigeling is laag.

Advies: Weeg het risico van het gebruik in combinatie met het geven van borstvoeding af.

Contra-indicaties

Er zijn van dit middel geen klinisch relevante contra-indicaties bekend.

Waarschuwingen en voorzorgen

Zanamivir verzwakt de beschermende immuunrespons op een (influenza)vaccinatie niet.

Nierfunctie: Controleer bij alle patiënten voorafgaand aan en regelmatig tijdens de behandeling de nierfunctie. Reduceer de dosis bij een verminderde nierfunctie, zie rubriek Dosering.

Ernstige overgevoeligheidsreactie: anafylactische reacties en ernstige huidreacties zijn gemeld, wanneer deze optreden tijdens de infusie de behandeling direct staken en een passende behandeling instellen.

Risico op bacteriële complicaties: niet aangetoond is of het risico op deze complicaties, die gepaard gaan met een influenza-infectie, afneemt.

Resistentie bij immuungecompromitteerden: resistentie-ontwikkeling door de behandeling komt zelden voor (zie Eigenschappen). Bij immuungecompromitteerden is de kans op selectie van influenzavirussen die resistent zijn tegen zanamivir groter na behandeling met antivirale geneesmiddelen (incl. zanamivir). Controleer daarom op resistentie en stap zo nodig over op behandeling met een ander geneesmiddel.

Neuropsychiatrische reacties zijn gemeld bij behandeling met zanamivir bij patiënten met influenza, vooral bij kinderen. Influenza zelf kan ook gepaard gaan met uiteenlopende neurologische en gedragssymptomen. Controleer patiënten op gedragsveranderingen en beoordeel het voortzetten van de behandeling bij optreden hiervan.

Onvoldoende onderzocht: De werkzaamheid en veiligheid zijn niet onderzocht bij kinderen < 6 maanden of bij patiënten met nierfalen (eindstadium nierziekte; 'ESRD'). Er zijn relatief weinig gegevens beschikbaar over de blootstelling aan zanamivir tijdens continue nierfunctievervangende therapie en dialyse.

Hulpstoffen: Wees voorzichtig met natrium, in de infusievloeistof, bij een natriumarm dieet.

Overdosering

Symptomen

Beschreven van eenmalige toediening van 1000 mg zijn enkel klachten als misselijkheid en braken.

Zie voor meer informatie over symptomen en de behandeling de monografie op vergiftigingen.info

Eigenschappen

Zanamivir is een selectieve remmer van neuraminidase (= sialidase), een enzymatisch actieve oppervlakteglycoproteïne die essentieel is voor de replicatie van zowel het influenza A- als B-virus. Viraal neuraminidase bevordert de afgifte van nieuwgevormde virusdeeltjes vanaf het plasmamembraan van geïnfecteerde cellen; bovendien kan het de virale penetratie in epitheelcellen van de luchtwegen bevorderen. De werking van zanamivir is extracellulair en berust op een verminderde vermenigvuldiging van influenza A- en B-virussen, door remming van de afgifte van infectieuze influenzavirionen die in de epitheelcellen van de luchtwegen worden geproduceerd.

Resistentieselectie tijdens de behandeling met zanamivir is zeldzaam. Een verminderde gevoeligheid voor zanamivir gaat gepaard met mutaties in het virale neuraminidase of hemagglutinine of beide. Kruisresistentie tussen zanamivir en oseltamivir is waargenomen.

Kinetische gegevens

V d 0,23 l/kg.
Overig De concentratie in het epitheelbedekkende vloeistoflaagje in de longen bedraagt 60-65% van de serumconcentratie (12 uur na toediening).
Metabolisering niet.
Eliminatie door glomerulaire filtratie in de nieren, onveranderd met de urine. Gezien het lage molecuulgewicht, de lage eiwitbinding (< 10%) en het kleine distributievolume, wordt eliminatie door hemodialyse waarschijnlijk geacht.
T 1/2el 2–3 uur, toenemend tot 12-20 uur bij een ernstig verminderde nierfunctie (creatinineklaring < 30 ml/min).

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

zanamivir hoort bij de groep neuraminidaseremmers.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links