Samenstelling

Zie voor hulpstoffen de productinformatie van CBG/EMA of raadpleeg een apotheker.

Catapresan (hydrochloride) Glenwood GmbH

Toedieningsvorm
Injectievloeistof
Sterkte
0,15 mg/ml
Verpakkingsvorm
ampul 1 ml

Clonidine (hydrochloride) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
0,15 mg
Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
0,025 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Overweeg, bij hinderlijke vasomotorische klachten tijdens de overgang, hormoontherapie; evalueer na drie maanden. Maak in samenspraak met de vrouw de keuze tussen oraal of transdermaal estradiol. Geef vrouwen met een uterus, naast het oestrogeen, een (oraal) progestageen: cyclisch in de perimenopauze, continu in de postmenopauze. Geef vrouwen zonder uterus alleen oestrogeen. Overweeg bij klachten door urogenitale atrofie, behandeling met een vaginaal oestrogeen en/of een indifferent middel.

Overweeg clonidine alleen bij een contra-indicatie voor hormoontherapie. Het effect op vasomotorische klachten is beperkt en er is onzekerheid over het optreden van cardiovasculaire bijwerkingen.

Bij hypertensie verlagen angiotensine I converterend enzym (ACE)-remmers, angiotensine receptor-blokkers (ARB’s), calciumantagonisten (dihydropyridinen), thiazidediuretica en β-blokkers de bloeddruk effectief en verminderen het tienjaarsrisico op cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit. Comorbiditeit en specifieke patiëntkarakteristieken bepalen welke groepen en welke middelen als eerste in aanmerking komen. Als één middel onvoldoende effectief is bij de aanbevolen dosering, is het toevoegen van een middel uit een andere groep effectiever dan het ophogen van de dosering; het risico op het optreden van dosisafhankelijke bijwerkingen wordt daarmee beperkt. Een vaste combinatie in de juiste dosisverhouding heeft om reden van therapietrouw de voorkeur.

Van het centraal aangrijpend antihypertensivum clonidine zijn gegevens op harde eindpunten niet beschikbaar. Tevens is er meer kans op bijwerkingen (o.a. orthostatische hypotensie). Daarom komt dit middel alleen in aanmerking als de voorkeursmiddelen onvoldoende effect sorteren bij een patiënt.

Voor clonidine is nog geen advies vastgesteld voor de indicatie onthoudingsverschijnselen na het staken van opiaten, over de plaats in de medicamenteuze behandeling.

Indicaties

Oraal

  • Menopauzale opvliegers;
  • Hypertensie;
  • Als adjuvans bij de behandeling van onthoudingsverschijnselen na het staken van opiaten.

Parenteraal

  • Zeer ernstige vormen van hypertensie, waar orale therapie onmogelijk of ontoereikend is.

Gerelateerde informatie

Doseringen

Klap alles open Klap alles dicht

Opvliegers

Volwassenen

Oraal: 0,05–0,075 mg 2×/dag, bij voorkeur met een interval van 12 uur. Bij onvoldoende effect na 3–4 weken, de behandeling staken.

Lichte tot matige hypertensie

Volwassenen

Oraal: begindosering 0,075 mg 3×/dag.

Zo nodig geleidelijk verhogen of verlagen, al naar gelang het therapeutisch effect en de tolerantie, tot 0,15 mg 3×/dag. Bij therapieresistente hypertensie 0,3 mg per keer, max. 0,9 mg per dag, in uitzonderlijke gevallen max. 1,5–1,8 mg/dag klinisch.

Ernstige hypertensie

Volwassenen

Parenteraal: s.c., i.m. of zeer langzaam i.v. (in 10 minuten en verdund met ten minste 10 ml fysiologische zoutoplossing): 0,15 mg 2–3×/dag, max. 4×/dag. Alleen toedienen aan een liggende patiënt.

Onthoudingsverschijnselen

Volwassenen

Oraal: 0,2–0,5 mg per dag in 2–4 doses, vervolgens de dagdosis met 0,1–0,3 mg per dag verhogen op geleide van onthoudingsverschijnselen en bloeddruk, max. 1,2 mg per dag. Als laatste dagdosis eventueel een 0,1 mg hogere dosis geven dan de gebruikelijke deeldosis, omdat de sederende eigenschappen van clonidine kunnen helpen bij slapeloosheid. Na ca. 7 dagen in 2–3 dagen uitsluipen door elke dag de dagdosis te halveren.

Bij verminderde nierfunctie: starten met een lagere dosering (oraal en parenteraal) en dosering langzamer verhogen; bij ernstige nierinsufficiëntie kan soms met een dosering 1×/dag worden volstaan. Bij hemodialyse hoeft geen aanvullende dosis gegeven te worden.

Bij ernstige cerebrale vaatveranderingen starten met een lage dosering en de dosering onder verscherpte controle ophogen.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): duizeligheid, sedatie. Orthostatische hypotensie. Droge mond.

Vaak (1–10%): depressie, slaapstoornissen. Hoofdpijn. Misselijkheid, braken, obstipatie, pijn in de speekselklieren. Erectiele disfunctie. Vermoeidheid.

Soms (0,1–1%): waarnemingsstoornissen, hallucinaties, nachtmerries. Paresthesie. Sinusbradycardie. Ziekte van Raynaud. Huiduitslag, urticaria, jeuk. Malaise.

Zelden (0,01–0,1%): gynaecomastie. Verminderde traanvochtproductie. AV–blok. Droge neus. Pseudo–obstructie van het colon. Haaruitval. Toegenomen bloedglucosespiegel.

Verder zijn gemeld: bradyaritmie, verwardheid, verminderd libido, accommodatiestoornissen.

Interacties

De werking van antihypertensiva, antipsychotica, hypnotica, anxiolytica en alcohol wordt door clonidine versterkt.

Comedicatie met middelen met een negatief chronotroop of dromotroop effect, zoals β-blokkers of digoxine, kunnen bradyaritmieën of AV-geleidingsstoornissen veroorzaken of verergeren.

Bij combinatie met een β-blokker is de kans op rebound-hypertensie bij staken van de clonidinetoediening vergroot, daarom eerst de β-blokker uitsluipen.

Comedicatie met tricyclische antidepressiva of middelen met α–receptor blokkerende eigenschappen (bv. fentolamine) kan de antihypertensieve werking van clonidine verminderen en orthostatische regulatiestoornissen veroorzaken of verergeren.

Zwangerschap

Clonidine passeert de placenta.

Teratogenese: Bij de mens, geen gegevens over gebruik tijdens de eerste helft van de zwangerschap; over gebruik tijdens de tweede helft van de zwangerschap zijn weinig gegevens beschikbaar. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.

Farmacologisch effect: Foetale bradycardie. Na de geboorte kan bij de pasgeborene een tijdelijke hypertensie optreden.

Advies: Orale toedieningsvormen met clonidine alleen op strikte indicatie gebruiken; parenterale toediening van clonidine vermijden.

Lactatie

Overgang in moedermelk: Ja. Clonidine is in hoge concentraties teruggevonden in het bloed van kinderen waarvan de moeder tijdens borstvoeding clonidine gebruikte.

Farmacologisch effect: Clonidine kan mogelijk nadelige effecten hebben bij de zuigeling en kan de hoeveelheid moedermelk verminderen.

Advies: Gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

  • ernstige bradyaritmieën (sick-sinussyndroom, tweede- of derdegraads AV-blok);
  • bij de behandeling van onthoudingsverschijnselen tevens: nierinsufficiëntie, hypotensie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Vanwege de kans op een rebound-effect de medicatie bij hoge dosering niet abrupt staken, maar geleidelijk – binnen 2-4 dagen – de dosering verminderen. Een rebound effect uit zich in een plotselinge stijging van de bloeddruk, die gepaard gaat met opwinding, slapeloosheid, tremor, misselijkheid, hoofdpijn en hartkloppingen. Een buitengewone toename van de bloeddruk na staken kan tegengegaan worden door opnieuw instellen van oraal clonidine of met i.v. fentolamine.

Voorzichtig zijn bij polyneuropathie, milde tot matige bradyaritmieën zoals sinusbradycardie, cerebrale of perifere doorbloedingsstoornissen, ernstig coronair vaatlijden, hartfalen, obstipatie of depressie in de anamnese.

Bij autonome neuropathie, zoals bij diabetes mellitus, kan clonidine een paradoxale toename van de bloeddruk geven.

Controleer bij een verminderde nierfunctie regelmatig de nierfunctie.

Mogelijk worden contactlenzen minder goed verdragen, omdat clonidine een afname in de traanvochtproductie kan veroorzaken.

Bij een hoge bloeddruk die wordt veroorzaakt door een feochromocytoom heeft clonidine geen therapeutisch effect.

Dit middel kan invloed hebben op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen. Raadpleeg ‘Rij Veilig met Medicijnen’ van het IVM.

Overdosering

Symptomen

verminderde sympatische activiteit, zich uitend in o.a.: hypotensie, bradycardie, pupilverkleining, hypothermie, coma, apneu. Paradoxale hypertensie door stimulering van perifere α1-receptoren.

Therapie

met name bij kinderen met ernstige ademhalingsdepressie en verminderd bewustzijn: naloxon.

Zie voor meer symptomen de behandeling vergiftigingen.info.

Eigenschappen

Centraal aangrijpend antihypertensivum. Het is een gemengde centraal aangrijpende imidazoline (I1-) en α2-agonist. Naast het centraal remmende effect op de noradrenerge neurotransmissie bezit het een perifere α2-gestimuleerde werking. Werking: max. bloeddrukverlaging, oraal na 2–4 uur, i.m. of s.c. na 2 uur, i.v. na ½–1 uur. Werkingsduur: 8–12 uur (oraal, bloeddrukverlaging).

Kinetische gegevens

F ca. 90%.
T max 1–3 uur (oraal).
V d ca. 2,1 l/kg.
Overig passeert bloed-hersenbarrière.
Metabolisering 50% in de lever. De belangrijkste metaboliet p–hydroxyclonidine is inactief.
Eliminatie 70% met de urine, onveranderd (40–60%) en als metabolieten; ca. 20% met de feces. Slechts een klein deel wordt verwijderd door hemodialyse.
T 1/2el 15 (5–25) uur, bij ernstig verminderde nierfunctie tot ca. 41 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd