Geneesmiddelenoverzicht vitamine k antagonisten

Deze hoofdrubriek bevat 4 rubrieken:

vitamine k antagonisten

Werking

Werkingsmechanisme

Vitamine K-antagonisten, ook wel cumarinederivaten genoemd:

  • remmen het enzym vitamine K-epoxide-reductase waardoor de vitamine K-cyclus onderbroken wordt. Dit leidt tot een onvoldoende toevoer van vitamine K voor de productie van vitamine K-afhankelijke stollingsfactoren (II, VII, IX en X) en proteïne-C en –S in de lever.
  • vitamine K-antagonisten hebben geen invloed op de reeds gevormde stollingsfactoren II, VII, IX en X. Daarom duurt het na starten van de behandeling 2–3 dagen voordat het niveau van de stollingsfactoren voldoende is gedaald om het gewenste antistollingsniveau te bereiken.

De twee beschikbare vitamine K-antagonisten verschillen onderling in snelheid en duur van werking. De werking van acenocoumarol houdt enkele dagen aan, de werking van fenprocoumon tot twee weken.

Effect

  • Indirecte remming van de bloedstolling.

Typerende bijwerkingen

Relatief frequent

  • bloedingen.

Minder frequent

  • hemorragische huidnecrose;
  • calciphylaxis.

Meer informatie

De belangrijkste bijwerkingen van orale anticoagulantia zijn bloedingen (meestal in huid, spieren, maag-darmstelsel, tractus urogenitalis, hersenen, baarmoeder, lever, galblaas of oog). De kans op en de ernst van bloedingscomplicaties neemt toe met de leeftijd, bij een hogere dosering of langere duur van de behandeling, bij onderliggende ziekte (o.a. hypertensie, nierinsufficiëntie, cerebrovasculaire ziekte, leverziekte, maligniteiten), bij gebruik van andere medicamenten die interfereren met de hemostase en bij een reeds aanwezige potentiële bloedingsbron [1]. De meeste bloedingen zijn klinisch niet relevant, zoals kleine hematomen, kortdurende neusbloedingen en geringe hematurie. Vitamine K1 (fytomenadion) is het natuurlijk antidotum. Het effect van vitamine K1 is vertraagd; herstel van de protrombinetijd duurt circa 8–10 uur. Bij levensbedreigende bloedingen worden stollingsfactoren in de vorm van plasmaconcentraat (protrombinecomplex) toegediend [2].

Huidnecrose komt in zeer zeldzame gevallen voor, als gevolg van trombos in de huidvaten. De huidlaesies ontstaan binnen 3–10 dagen na aanvang van de therapie en bevinden zich voornamelijk op de extremiteiten. Maar ook het vetweefsel, de penis en de borsten van de vrouw kunnen zijn aangedaan. De laesies kunnen zich snel verspreiden en worden soms necrotisch [1]. De vermoedelijke oorzaak van coumarine-gerelateerde huidnecrose is een relatief tekort aan proteïne C, kort na start van de therapie. Tijdens deze initiële fase van de behandeling vindt er, door de aanzienlijk kortere halfwaardetijd van proteïne C, een snellere daling plaats van de plasmaconcentratie van de stollingsremmende factor proteïne C in vergelijking met de plasmaconcentraties van de stollingsfactoren II, IX en X. Hierdoor ontstaat er aanvankelijk een disbalans richting een verhoogde stollingsneiging, totdat een evenwicht is bereikt. Huidnecrose wordt meestal gezien in relatie tot een deficiëntie van proteine C of S [2].

Calciphylaxis is gemeld bij gebruik van vitamine K-antagonisten, hoofdzakelijk bij dialysepatiënten in het eindstadium van de nierziekte of bij risicofactoren, zoals proteïne C-of S-deficiëntie, hyperfosfatemie, hypercalciëmie of hypoalbuminemie. Bij vaststellen van calciphylaxis een passende behandeling instellen en overwegen de behandeling te staken.

Literatuur

  1. Aronson JK, et al. Meyler's side effects of drugs. 16th edition. Amsterdam: Elsevier, 2016.
  2. Bunton LL, et al. Goodman & Gilman's The pharmacological basis of therapeutics. 13th ed. New York: McGraw-Hill, 2017.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Indicaties

Vergelijken

vitamine k antagonisten vergelijken met een andere geneesmiddelgroep.