Samenstelling

Abacavir Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
300 mg

Ziagen (als sulfaat) ViiV Healthcare bv.

Toedieningsvorm
Drank
Sterkte
20 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 240 ml

Conserveermiddelen: methyl- en propylparahydroxybenzoaat en propyleenglycol (20 mg/ml). Bevat tevens: sorbitol 340 mg/ml.

Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
300 mg

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

De keuze voor een combinatie van antiretrovirale middelen is afhankelijk van diverse factoren en dient te worden gemaakt op geleide van het resistentieprofiel. Zie voor meer informatie de richtlijn HIV op NVHB.nl.

Aan de vergoeding van abacavir zijn voorwaarden verbonden, zie Regeling zorgverzekering, bijlage 2.

Indicaties

  • Behandeling van een HIV-infectie in combinatie met andere anti-retrovirale middelen.

Dosering

Bij alle patiënten voor aanvang van de behandeling screenen op het HLA-B*5701 allel, zie ook de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen.

Bij dit geneesmiddel wordt (tevens) gedoseerd op geleide van de bloedspiegel; zie voor meer informatie hiervoor op HIV-middelen van tdm-monografie.org.

De tablet bevat een breukgleuf, zodat kan worden gedoseerd per 150 mg. Er zijn géén verschillen in de blootstelling tussen de tablet en de drank. Bij kinderen met een lichaamsgewicht < 25 kg is er desalniettemin een verschillend doseervoorschrift voor de drank en de tabletten.

Klap alles open Klap alles dicht

HIV-infectie:

Volwassenen, adolescenten en kinderen met een lichaamsgewicht ≥ 25 kg:

300 mg 2×/dag óf 600 mg 1×/dag. Indien noodzakelijk kan eventueel gebruik worden gemaakt van de drank (300 mg = 15 ml drank).

Kinderen met een lichaamsgewicht < 25 kg en ≥ 14 kg:

Tabletten: bij een lichaamsgewicht ≥ 20 tot < 25 kg: 150 mg in de ochtend en 300 mg in de avond, of als 450 mg 1×/dag. Bij een lichaamsgewicht 14 tot 20 kg: 150 mg 2×/dag of 300 mg 1×/dag.

Drank: Kinderen vanaf 1 jaar oud en met een lichaamsgewicht < 25 kg: 8 mg/kg 2×/dag of 16 mg/kg 1×/dag, max. 600 mg (= 30 ml)/dag.

Drank: Kinderen vanaf 3 maanden tot 1 jaar oud: 8 mg/kg 2×/dag. Als tweemaal per dag niet haalbaar is, overweeg dan eenmaal per dag; er zijn relatief weinig gegevens van een dergelijk regime bij deze patiëntengroep.

De klinische ervaring bij kinderen < 3 maanden is beperkt en onvoldoende om specifieke doseringsaanbevelingen te doen; bij toepassing is een strenge controle op de veiligheid noodzakelijk. De, relatief weinig, gegevens laten zien dat een dosis drank van 2 mg/kg bij neonaten < 30 dagen een gelijke of hogere blootstelling oplevert, dan de dosis 8 mg/kg drank toegediend aan oudere kinderen.

Verminderde nierfunctie: er is geen dosisaanpassing nodig, bij een terminale nierinsufficiëntie wordt het gebruik echter afgeraden.

Verminderde leverfunctie: bij een lichte leverinsufficiëntie (Child-Pughscore 5–6) is geen dosisaanbeveling beschikbaar, bij toepassing is nauwkeurige controle vereist en waar mogelijk meting van de plasmaconcentratie van abacavir (deze kan substantieel toenemen); bij matige of ernstige leverinsufficiëntie (Child-Pughscore ≥ 7): gebruik wordt niet aanbevolen.

Bij overstappen van een dosering 2×/dag naar 1×/dag moet ca. 12 uur zitten; vervolgens de aanbevolen dagelijkse dosis op dat tijdstip innemen. Bij het weer teruggaan naar tweemaal daags, de eerste dosis van de tweemaaldaagse dosering ca. 24 uur na de laatste eenmaaldaagse dosis innemen.

Toedieningsinformatie: De hele of halve tablet, bij voorkeur zonder kauwen innemen. In uitzonderingsgevallen kan de tablet ook worden fijngemaakt en met een kleine hoeveelheid halfvast voedsel of vloeistof worden vermengd; in dat geval het gehele mengsel onmiddellijk na klaarmaken innemen.

Bijwerkingen

Vaak (1-10%): misselijkheid, braken, diarree, anorexie. Lethargie, vermoeidheid, koorts. Hoofdpijn. Huiduitslag zonder systemische symptomen. Overgevoeligheidsreacties (ca. 5%), vooral bij dragers van het HLA-B*5701-allel (48–61%) en vooral in de eerste zes weken. Sommige zijn levensbedreigend. Bij bijna alle overgevoeligheidsreacties is sprake van koorts en/of (gewoonlijk maculopapuleuze of urticariële) huiduitslag (81% bij kinderen en 67% bij volwassenen). Andere frequent (> 10%) waargenomen symptomen zijn: maag-darmstoornissen (70% bij kinderen, 54% bij volwassenen, zoals misselijkheid, braken, diarree of buikpijn), dyspneu, hoesten, lethargie of malaise, myalgie, artralgie. Andere symptomen (< 10%) die kunnen optreden bij overgevoeligheidsreacties zijn onder andere respiratoire symptomen (respiratoire insufficiëntie, abnormale radiologische bevindingen van de thorax, voornamelijk lokaliseerbare infiltraten, maar ook ARDS), hypotensie, oedeem, anafylaxie, nierfalen, hoofdpijn, keelpijn, paresthesieën, hepatitis, leverfalen, lymfadenopathie, conjunctivitis, zweren in de mond. Ook kan overgevoeligheid voor abacavir leiden tot afwijkende laboratoriumwaarden zoals lymfopenie, verhoging van de leverfunctiewaarden, creatinekinase en creatinine. De diagnose overgevoeligheidsreactie zorgvuldig overwegen, gezien het voortzetten of hervatten van de behandeling kan leiden tot ernstigere reacties of overlijden, zie ook rubriek Waarschuwingen en voorzorgen.

Zelden (0,1-0,01%): pancreatitis.

Zeer zelden (< 0,01%): erythema multiforme, Stevens-Johnsonsyndroom (SJS), toxische epidermale necrolyse (TEN): staak bij optreden van deze bijwerkingen definitief de behandeling met abacavir.

Bij gebruik van NRTI's (m.n. didanosine, stavudine, zidovudine) kan lactaatacidose optreden, gewoonlijk samengaand met hepatische steatose. Lactaatacidose treedt over het algemeen enkele maanden na de start van de behandeling op en kan geassocieerd zijn met pancreatitis, leverfalen of nierfalen.

Anti-retrovirale combinatietherapie (cART) is in verband gebracht met gewichtstoename, metabole stoornissen (zoals hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, insulineresistentie, hyperglykemie, het ontstaan van of verergering van bestaande diabetes mellitus) en het immuunreconstitutiesyndroom met bv. reactivering van herpesinfecties of auto-immuunziekten (zoals M. Graves of auto-immuunhepatitis). Ook osteonecrose kan voorkomen, vooral bij gevorderde HIV-infectie of langdurige blootstelling aan combinatietherapie; wees hierop bedacht bij het optreden van pijnlijke en/of het stijf worden van gewrichten.

Interacties

Zie voor meer informatie over de interacties van abacavir, en eventuele dosisaanpassingen, de pagina HIV-interacties van de UCSF (University of California, San Francisco).

Zwangerschap

Abacavir en/of de metabolieten passeren de placenta.
Teratogenese: Bij de mens op basis van > 800 uitkomsten bij blootstelling in het 1e trimester en > 1000 uitkomsten bij blootstelling in de 2e en 3e trimesters lijkt er niet meer kans op malformaties of foetale/neonatale toxiciteit te zijn door abacavir. Bij dieren schadelijk gebleken (skeletafwijkingen en –misvormingen, intra–uteriene sterfte).
Farmacologisch effect: Mitochondriale disfunctie is gemeld bij HIV-negatieve kinderen die in utero en/of postnataal zijn blootgesteld aan nucleoside-analoga, met als gevolg meestal voorbijgaande hematologische (anemie, neutropenie) en metabole (hyperlipasemie en zeldzaam hyperlactatemie) stoornissen, en daarnaast laat intredende neurologische stoornissen (hypertonie, convulsies, abnormaal gedrag) waarvan nog niet is bekend of deze tijdelijk of blijvend van aard zijn.
Advies: Het gebruik afwegen, waarbij meegenomen kan worden dat volgens de Amerikaanse HIV-richtlijn abacavir (voor zover bekend zonder gevaar voor teratogene afwijkingen) volgens voorschrift kan worden gebruikt.
Overig: Het kind dat in utero is blootgesteld aan NRTI's en relevante symptomen vertoont, klinisch en middels laboratoriumtesten controleren op mitochondriale disfunctie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja.
Advies: Borstvoeding door vrouwen met een HIV-infectie wordt ontraden om het overdragen van HIV te voorkomen. Bovendien zijn er geen gegevens over de veiligheid van abacavir bij baby's jonger dan 3 maanden.

Contra-indicaties

  • dragerschap van het HLA-B*5701-allel, ongeacht het ras;
  • (mogelijke) overgevoeligheidsreacties na eerder gebruik van abacavir.

Waarschuwingen en voorzorgen

Overgevoeligheidsreacties (zoals koorts, huiduitslag, gastro-intestinale en respiratoire reacties en lethargie of malaise): Niet gebruiken bij patiënten die drager zijn van het HLA-B*5701-allel omdat die meer kans lopen op ernstige, mogelijk levensbedreigende overgevoeligheidsreacties. Documenteer daarom vóór het beginnen van de behandeling bij alle patiënten de HLA-B*5701-status. Echter ook bij patiënten die géén drager van het HLA-B*5701-allel zijn en bij patiënten die bij eerder gebruik geen allergische rectie vertoonden kan een overgevoeligheidsreactie optreden. Laat de patiënt bij het optreden van een mogelijke overgevoeligheidsreactie (ongeacht HLA-B*5701-status) dit direct melden en staak de behandeling met abacavir permanent wanneer een overgevoeligheidsreactie niet uit te sluiten is. Na het staken nooit meer opnieuw een abacavir-bevattende therapie (cave combinatiepreparaten) beginnen, vanwege de kans op sneloptredende en levensbedreigende overgevoeligheidsreacties. Controleer nauwkeurig op overgevoeligheidsverschijnselen, vooral gedurende de eerste twee maanden van de behandeling. Het onderbreken van de behandeling vermeerdert de kans op het ontstaan van overgevoeligheidsreacties; consequente inname van abacavir is alleen al hierom dan ook zeer belangrijk.

Resistentieontwikkeling is beschreven; zie voor meer informatie hierover de officiële productinformatie CBG/EMA (rubriek 5.1).

Wees voorzichtig bij ernstige immuundeficiëntie in verband met meer kans op een ontstekingsreactie op asymptomatische of nog aanwezige opportunistische pathogenen die tot ernstige klinische ziektebeelden (waaronder cytomegalovirus retinitis, focale en/of gegeneraliseerde mycobacteriële en Pneumocystis jiroveci-pneumonie) kunnen leiden. In dit kader kunnen ook auto-immuunreacties (zoals M. Graves of auto-immuunhepatitis) optreden, vaak pas vele maanden na aanvang van de behandeling.

Lactaatacidose (in afwezigheid van hypoxemie) – meestal in verband gebracht met ernstige hepatomegalie, hepatische stenose, pancreatitis, lever- en nierfalen – is gerapporteerd tijdens gebruik van nucleoside-analoga, in het algemeen na enkele maanden behandeling. Wees voorzichtig met het voorschrijven bij elke patiënt (in het bijzonder bij obese vrouwen) met hepatomegalie, hepatitis of andere bekende risicofactoren voor leverziekte en hepatische steatose (incl. het gebruik van bepaalde geneesmiddelen en alcohol). Behandeling met nucleoside-analoga onderbreken bij symptomatische hyperlactatemie, metabole/lactaatacidose, progressieve hepatomegalie of snel toenemende aminotransferasespiegels. In het algemeen is er bij een reeds bestaande leverziekte, incl. chronische actieve hepatitis, een hogere frequentie van afwijkingen van de leverfunctie gedurende anti-retrovirale combinatietherapie (cART); controleer zorgvuldig (waar mogelijk ook de plasmaconcentratie van abacavir) en overweeg tijdelijk of definitief staken van de behandeling bij een duidelijke verergering. Bij patiënten met een chronische hepatitis B of C is er sprake van meer kans op ernstige (en mogelijk fatale) leverbijwerkingen als gevolg van cART.

Gewicht, serumlipiden en bloedglucosespiegels kunnen toenemen tijdens de behandeling met cART.

Osteonecrose: Bij het ontstaan van pijnlijke en/of stijve gewrichten controleren op osteonecrose.

Myocardinfarct: Er is onduidelijkheid of het gebruik van abacavir meer kans geeft op een myocardinfarct; aangeraden wordt om risicofactoren voor een myocardinfarct (bv. roken, hypertensie, hyperlipidemie) te minimaliseren.

De hulpstof propyleenglycol kan bij langdurig gebruik en/of gebruik van hoge doses, ernstige bijwerkingen geven, vooral bij een verlaagd metabolisme ervan, zoals bij jonge kinderen. Er gelden doseringslimieten; zie de informatie van de EMA: Questions and answers on propylene glycol (pdf 0,2 MB) hierover.

Onderzoeksgegevens: De veiligheid en werkzaamheid zijn niet vastgesteld bij:

  • een matige tot ernstige leverfunctiestoornis, de toepassing wordt afgeraden tenzij noodzakelijk;
  • terminale nierinsufficiëntie;
  • kinderen < 3 maanden;
  • volwassenen > 65 jaar.

Overdosering

Neem voor informatie over een vergiftiging met abacavir contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Nucleoside reverse-transcriptaseremmer (NRTI), een nucleoside-analogon van guanine. Het werkingsspectrum van abacavir is beperkt tot retrovirussen zoals het HIV-type 1 en 2. Abacavir is pas werkzaam als het intracellulair door fosforylering is omgezet tot de actieve metaboliet carbovirtrifosfaat (carbovirTP); deze remt het HIV-reverse-transcriptase enzym en blokkeert daardoor voortijdig de virale replicatiecyclus. De antivirale activiteit van abacavir werd in celculturen niet geantagoneerd door combinatie met didanosine, emtricitabine, lamivudine, stavudine, tenofovir, zidovudine, nevirapine of (fos)amprenavir.

Kinetische gegevens

Resorptiesnel en goed.
Fca. 83%.
T max1½ uur (tablet); 1 uur (drank).
V d0,8 l/kg.
Overigpenetreert goed in cerebrospinale vloeistof, de concentratie hierin bedraagt ca. 30–44% van die in het plasma.
Metaboliseringin grote mate door de lever via alcoholdehydrogenase en via glucuronidering.
Eliminatie83% met de urine, ca. 2% als onveranderde stof, de rest met de feces. Het is niet bekend of abacavir kan worden verwijderd door (hemo- of peritoneale) dialyse.
T 1/2elca. 1½ uur, verlengd bij een licht verminderde leverfunctie. De intracellulaire halfwaardetijd van carbovirTP is ca. 21 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

abacavir hoort bij de groep HIV nucleoside reverse-transcriptaseremmers.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook