zidovudine

Samenstelling

Retrovir oraal Bijlage 2 ViiV Healthcare bv.

Toedieningsvorm
Capsule, hard
Sterkte
100 mg
Toedieningsvorm
Drank
Sterkte
10 mg/ml
Verpakkingsvorm
200 ml met doseerspuit

Conserveermiddel: benzoëzuur. Bevat tevens: maltitol (0,64 g/ml)

Retrovir parenteraal XGVSBijlage 2 ViiV Healthcare bv.

Toedieningsvorm
Concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
10 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 20 ml

De beschermdop van de naald is gemaakt van natuurlijk rubber (een derivaat van latex).

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

zidovudine vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Eerste keus in de behandeling van therapie-naïeve volwassen patiënten met een HIV-1-infectie is tripletherapie bestaande uit een integraseremmer (INSTI) met twee nucleoside reverse-transcriptaseremmers (NRTI’s). De keuze voor een combinatie van antiretrovirale middelen is afhankelijk van diverse factoren. Het dient te worden gemaakt op geleide van het resistentieprofiel. Zie voor meer informatie de richtlijn HIV op NVHB.nl.

Zidovudine is een NRTI. Gezien het grotere risico van (ernstige) bijwerkingen vergeleken met andere NRTI’s wordt zidovudine afgeraden als onderdeel van de initiële therapie bij therapie-naïeve volwassenen met HIV-1.

Aan de vergoeding van zidovudine zijn voorwaarden verbonden, zie Regeling zorgverzekering, bijlage 2.

Indicaties

  • Behandeling van een HIV-infectie in combinatie met andere anti-retrovirale middelen bij volwassenen en kinderen;
  • Als monotherapie bij HIV-positieve zwangere vrouwen met een zwangerschapsduur > 14 weken voor preventie van de overdracht van het HIV op de foetus;
  • Primaire profylaxe van HIV-infectie bij pasgeborenen.

Gerelateerde informatie

Dosering

Bij dit geneesmiddel wordt (tevens) gedoseerd op geleide van de bloedspiegel; zie voor meer informatie hierover op HIV-middelen van tdm-monografie.org.

Klap alles open Klap alles dicht

HIV-infectie:

Volwassenen en kinderen van ≥ 12 jaar én een lichaamsgewicht ≥ 30 kg:

In combinatie met andere anti-retrovirale geneesmiddelen: oraal: aanbevolen dosering 250–300 mg 2×/per dag.

I.v.: 1 of 2 mg/kg lichaamsgewicht elke 4 uur (de blootstelling komt overeen met oraal 600 of 1200 mg/dag voor een patiënt van 70 kg).

Verminderde nierfunctie: creatinineklaring < 10 ml/min: oraal: 100 mg 3–4×/dag (incl. hemodialyse of peritoneale dialyse). I.v.: 1 mg/kg lichaamsgewicht 3–4×/dag, bij toepassing van hemodialyse of peritoneale dialyse echter 100 mg 3–4×/dag). Eventueel dosering aanpassen op basis van hematologische parameters en klinische respons.

Kinderen met een lichaamsgewicht van 9-30 kg:

In combinatie met andere anti-retrovirale geneesmiddelen: oraal: drank: 9–30 kg 9 mg/kg lichaamsgewicht 2×/dag, max. 300 mg 2×/dag. Capsules: 9–13 kg 100 mg 2×/dag, 14–21 kg 's ochtends 100 mg en 's avonds 200 mg, 22–30 kg 200 mg 2×/dag.

I.v.: doseringen tussen 80–160 mg/m² lichaamsoppervlak elke 6 uur zijn toegepast.

Kinderen met een lichaamsgewicht van 4-9 kg:

In combinatie met andere anti-retrovirale geneesmiddelen: oraal: drank: 12 mg/kg lichaamsgewicht 2×/dag. Capsules bij een lichaamsgewicht van 8-9 kg: 100 mg 2×/dag.

I.v.: doseringen tussen 80–160 mg/m² lichaamsoppervlak elke 6 uur zijn toegepast.

Preventie van maternale-foetale overdracht:

Zwangere vrouwen (zwangerschapsduur > 14 weken):

Oraal: 100 mg 5×/dag totdat de weeën beginnen.

Tijdens weeën en partus: i.v.: 2 mg/kg lichaamsgewicht gedurende 1 uur, gevolgd door continue infusie van 1 mg/kg per uur tot moment van afbinden van de navelstreng. Indien de weeën niet doorzetten weer overgaan op orale toediening. Bij een voorgenomen keizersnede het infuus 4 uur vóór de ingreep beginnen.

Primaire profylaxe van HIV-infectie bij pasgeborenen:

Pasgeborenen:

Oraal, drank: 2 mg/kg lichaamsgewicht elke 6 uur gedurende de eerste 6 weken, te beginnen 12 uur na de geboorte.

Indien orale inname niet mogelijk is: i.v. 1,5 mg/kg elke 6 uur via i.v. infuus gedurende 30 min.

Leverfunctiestoornis: Bij een milde leverfunctiestoornis (Child-Pughscore 5-6) is geen dosisaanpassing nodig. Bij een matig-ernstige tot ernstige leverfunctiestoornis (Child-Pughscore 7–15) kan geen dosisaanbeveling worden gedaan vanwege grote variabiliteit in de blootstelling; daarom wordt gebruik bij deze patiënten ontraden.

Toedieningsinformatie: De benodigde dosis voor i.v.-infusie toevoegen aan glucose-oplossing 50 g/l, zodat een zidovudineconcentratie van 2 of 4 mg/ml wordt verkregen, en toedienen via langzame i.v.-infusie gedurende 1 uur, tenzij anders vermeld. Er zijn relatief weinig gegevens over i.v.-toediening gedurende meer dan 2 weken.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): hoofdpijn, misselijkheid.

Vaak (1-10%): anemie, neutropenie, leukopenie. Braken, buikpijn, diarree. Duizeligheid. Spierpijn, malaise. Stijging van leverenzym- en bilirubinewaarden.

Soms (0,1-1%): dyspneu. Trombocytopenie, pancytopenie (met beenmerghypoplasie). Flatulentie. Huiduitslag, jeuk. Myopathie. Koorts, gegeneraliseerde pijn, asthenie.

Zelden (0,01-0,1%): lactaatacidose (zonder hypoxemie, soms met fatale afloop) geassocieerd met ernstige hepatomegalie en leversteatose, pancreatitis en nierfalen zijn in zeldzame gevallen gemeld. Vroege symptomen van lactaatacidose omvatten misselijkheid, braken, buikpijn, malaise, verlies van eetlust, gewichtsverlies, respiratoire (snelle en/of zware ademhaling) of neurologische symptomen. Aplasie van de rode bloedcellen. Anorexie. Slapeloosheid, slaperigheid, paresthesie, convulsies, verlies van geestelijke scherpte. Angst, depressie. Cardiomyopathie. Hoesten. Aantasting van de smaak, pigmentatie van de mucosa in de mond, dyspepsie, pancreatitis. Leverstoornissen zoals ernstige hepatomegalie met steatose. Urticaria, transpireren, nagel- en huidpigmentatie. Verandering mictiepatroon. Gynaecomastie. Koude rillingen, pijn op de borst, griepachtig syndroom.

Zeer zelden (< 0,01%): aplastische anemie.

Verder is gemeld: lipoatrofie (meest duidelijk in het gezicht, op de ledematen en de billen). Toename van gewicht en serumglucose- en -lipidenspiegels.

Anti-retrovirale combinatietherapie (cART) is in verband gebracht met gewichtstoename en metabole stoornissen (zoals hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, insulineresistentie, hyperglykemie, het nieuw ontstaan van of verergering van bestaande diabetes mellitus) en het immuunreconstitutie-inflammatoir-syndroom (IRIS) met bv. reactivering van herpesinfecties of auto-immuunziekten (zoals de ziekte van Graves of auto-immuunhepatitis). Ook osteonecrose kan voorkomen, vooral bij gevorderde HIV-infectie of langdurige blootstelling aan combinatietherapie.

Interacties

Zie voor de interacties van zidovudine de pagina HIV-interacties van de UCSF (University of California, San Francisco).

Zwangerschap

Zidovudine passeert de placenta.
Teratogenese: Bij de mens, geen aanwijzingen voor misvormingen (gebaseerd op > 3000 zwangerschappen in het 1e trimester en > 3000 zwangerschappen in het 2e en 3e trimester). Bij toediening aan HIV-positieve zwangeren (zonder klinische indicatie voor behandeling met zidovudine) na de 14e week bleek de perinatale overdracht aanzienlijk (± 70%) te worden verminderd.
Farmacologisch effect: Mitochondriale disfunctie is gemeld bij HIV-negatieve kinderen die in utero en/of postnataal zijn blootgesteld aan nucleoside-analoga, met als gevolg meestal voorbijgaande hematologische (anemie, neutropenie) en metabole (hyperlipasemie en hyperlactatemie) stoornissen en daarnaast, in zeldzame gevallen, laat intredende neurologische stoornissen (hypertonie, convulsies, abnormaal gedrag) waarvan nog niet is bekend of deze tijdelijk of blijvend van aard zijn.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.
Overig: Het kind (ook HIV-negatieve kinderen) dat in utero is blootgesteld aan zidovudine klinisch en middels laboratoriumtesten controleren op tekenen van mitochondriale disfunctie. Indien het kind relevante signalen en symptomen vertoont, volledig onderzoeken op mitochondriale disfunctie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja.
Advies: Het geven van borstvoeding door vrouwen met een HIV-infectie wordt ontraden om het overdragen van HIV te voorkomen.

Contra-indicaties

  • < 0,75 × 109 neutrofielen/l of een Hb-gehalte < 4,7 mmol/l;
  • pasgeborene met hyperbilirubinemie die behandeling anders dan lichttherapie behoeft;
  • pasgeborene met verhoogde transaminasewaarden van > 5× ULN.

Zie de link binnen de rubriek Interacties voor de contra-indicaties m.b.t. gelijktijdig gebruikte geneesmiddelen.

Waarschuwingen en voorzorgen

Hematologische bijwerkingen treden vaker op bij een slechte beenmergstatus bij de start van de behandeling, zoals bij een gevorderd stadium van de HIV-ziekte en bij hoge doseringen (1200–1500 mg/dag). Het verdient aanbeveling bij HIV-ziekte in een gevorderd stadium gedurende de eerste drie maanden van behandeling ten minste elke twee weken het bloedbeeld te controleren en vervolgens ten minste eenmaal per maand. Bij patiënten in een vroeg stadium van de ziekte volstaat in het algemeen, afhankelijk van de conditie, een bloedonderzoek eens per 1–3 maanden. Bij toediening van zidovudine-infuus elke week het bloedbeeld controleren. Bij optreden van ernstige anemie (gewoonlijk niet voor 6 weken behandeling) of beenmergsuppressie de dosering aanpassen: bij daling van Hb-gehalte tot 4,7–5,6 mmol/l of aantal neutrofielen tot 0,75–1,0 × 109/l: de dagelijkse dosering verlagen totdat er tekenen zijn van herstel van het beenmerg. Als alternatief kan het herstel bevorderd worden door een korte (2–4 weken) onderbreking van de therapie. Herstel treedt gewoonlijk op binnen twee weken, hierna de behandeling hervatten met een lagere dosering. Een bloedtransfusie kan echter nodig zijn.

Wees voorzichtig bij ernstige immuundeficiëntie omdat er meer kans is op een ontstekingsreactie op asymptomatische of nog aanwezige opportunistische pathogenen die tot ernstige klinische ziektebeelden (zoals CMV-retinitis, focale en/of gegeneraliseerde mycobacteriële infecties of een Pneumocystis jiroveci-pneumonie) kunnen leiden. In dit kader kunnen ook auto-immuunreacties (zoals de ziekte van Graves of auto-immuunhepatitis) optreden, vaak pas vele maanden na aanvang van de behandeling.

Leveraandoeningen: Vanwege grote variaties in de blootstelling aan zidovudine bij leverfunctiestoornissen wordt gebruik bij een matig ernstige tot ernstige leverfunctiestoornis (Child-Pughscore 7–15) ontraden. Bij toepassing van anti-retrovirale combinatietherapie bij patiënten met chronische hepatitis B of C is er meer kans op ernstige, potentieel fatale leverbijwerkingen. Bij bestaande leverfunctiestoornis, de leverfunctie regelmatig controleren; bij bewezen verslechtering de behandeling tijdelijk óf definitief staken.

Bij gebruik van zidovudine kan lactaatacidose optreden, gewoonlijk geassocieerd met ernstige hepatomegalie en hepatische steatose. Lactaatacidose treedt over het algemeen enkele maanden na de start van de behandeling op en kan geassocieerd zijn met pancreatitis, leverfalen of nierfalen. De behandeling met zidovudine onderbreken bij symptomen van hyperlactatemie, metabole/lactaatacidose, progressieve hepatomegalie of snel toenemende aminotransferasespiegels. Wees extra voorzichtig bij (met name obese vrouwen) met hepatomegalie, hepatitis of andere risicofactoren voor leverziekte en hepatische steatose (incl. bepaalde geneesmiddelen en alcohol).

Bij gebruik van zidovudine is aangetoond dat lipoatrofie kan optreden op basis van mitochondriale toxiciteit, dit veroorzaakt een verlies van subcutaan vet, het meest zichtbaar in het gelaat, op de ledematen en billen (vaak irreversibel). Bij symptomen van lipoatrofie, overgaan op een alternatieve behandeling.

Gewicht, serumlipiden en bloedglucosespiegels kunnen toenemen tijdens de behandeling met cART.

Wees bedacht op de mogelijkheid van osteonecrose bij het optreden van pijnlijke en/of het stijf worden van gewrichten.

Onderzoeksgegevens: zidovudine is niet onderzocht bij een leeftijd > 65 jaar.

Overdosering

Symptomen
vermoeidheid, hoofdpijn, braken, verstoring van de (bloed)homeostase.

Neem voor meer informatie over een vergiftiging met zidovudine contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Zidovudine is een nucleoside reverse-transcriptaseremmer (NRTI). Het is een nucleoside-analogon van thymidine (azidothymidine, AZT). Het werkingsspectrum van zidovudine is beperkt tot retrovirussen zoals het HIV-type 1 en 2. Zidovudine is pas werkzaam als het intracellulair door fosforylering is omgezet tot de actieve metaboliet zidovudinetrifosfaat; deze remt het HIV-reverse-transcriptase enzym en blokkeert daardoor voortijdig de virale DNA-ketenverlenging.

Kinetische gegevens

Resorptiegoed.
F60–70%.
T max½–1 uur.
V dca. 1,6 l/kg.
Overigpenetratie in liquor: ca. 50% van plasma, bij kinderen ligt de verhouding tussen concentraties in cerebrospinale vloeistof en in plasma tussen 0,52–0,87.
Metaboliseringin de lever, vnl. door glucuronidering tot een inactieve metaboliet.
Eliminatievia de nieren (vnl. tubulaire excretie), ca. 29% onveranderd, ca. 45% als metaboliet. Hemo- en peritoneaaldialyse hebben geen significante invloed op de uitscheiding van onveranderd zidovudine, wel is er een bevorderend effect op de eliminatie van de glucuronide metaboliet.
T 1/2ca. 1,1 uur, langer bij zuigelingen jonger dan 14 dagen.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

zidovudine hoort bij de groep HIV nucleoside reverse-transcriptaseremmers.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links