budesonide (maag-darmkanaal)

Samenstelling

Budenofalk Dr. Falk Pharma Benelux bv

Toedieningsvorm
Capsule, maagsapresistent
Sterkte
3 mg
Toedieningsvorm
Granulaat, maagsapresistent
Sterkte
9 mg
Verpakkingsvorm
in sachet

Bevat tevens: sorbitol. Citroensmaak.

Toedieningsvorm
Schuim voor rectaal gebruik
Sterkte
2 mg/dosis
Verpakkingsvorm
14 doses

Bevat tevens: propyleenglycol.

Cortiment Ferring bv

Toedieningsvorm
Tablet met gereguleerde afgifte
Sterkte
9 mg

Bevat tevens: sojaolie.

Entocort AstraZeneca bv

Toedieningsvorm
Capsule met gereguleerde afgifte
Sterkte
3 mg
Toedieningsvorm
Tablet voor klysma
Sterkte
2,3 mg
Verpakkingsvorm
met solvens

Na reconstitutie met de 115 ml oplossing voor klysma: 2 mg/100 ml. Conserveermiddelen: methyl– en propylparahydroxybenzoaat.

Jorveza Dr. Falk Pharma Benelux bv

Toedieningsvorm
Tablet, orodispergeerbaar
Sterkte
1 mg

Bevat tevens: natrium 26 mg per tablet.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

budesonide (maag-darmkanaal) vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Bij de behandeling van de ziekte van Crohn is de keuze van het geneesmiddel afhankelijk van de locatie, uitgebreidheid en ernst van de ontsteking, het verwachte beloop en de respons op eerdere medicatie. Corticosteroïden worden toegepast voor remissie-inductie en immunosuppressiva als onderhoudsbehandeling. TNF-α-blokkers kunnen in beide fasen van de behandeling worden gebruikt.

Systemischwerkende corticosteroïden, bv. betamethason en predniso(lo)n, zijn effectiever dan het lokaalwerkende budesonide, maar veroorzaken meer bijwerkingen. Als bij milde tot matige ziekteactiviteit na twee tot vier weken lokale behandeling geen meetbare verbetering optreedt, wordt de behandeling veelal omgezet naar een systemische.

Bij de behandeling van colitis ulcerosa is de keuze van het geneesmiddel afhankelijk van de locatie, uitgebreidheid en ernst van de ontsteking, het verwachte beloop en de respons op eerdere medicatie. Corticosteroïden worden toegepast voor remissie-inductie en immunosuppressiva als onderhoudsbehandeling. Aminosalicylaten en TNF-α-blokkers kunnen in beide fasen van de behandeling worden gebruikt.

Systemischwerkende corticosteroïden zijn effectiever dan lokaalwerkende corticosteroïden, maar veroorzaken meer bijwerkingen.

De Commissie wijst op de prijsverschillen tussen deze preparaten; zie medicijnkosten.nl.

Indicaties

Oraal

capsule en granulaat:

  • Lichte tot matige vorm van de ziekte van Crohn, waarbij het ileum en/of colon ascendens is aangedaan.
  • Inductie van remissie bij patiënten met actieve collagene colitis.
  • Inductie van remissie bij patiënten met lichte tot matig-ernstige actieve colitis ulcerosa, als behandeling met 5-ASA onvoldoende resultaat heeft.

tablet:

  • Auto-immuunhepatitis indien corticosteroïden geïndiceerd zijn.

orodispergeerbare tablet

  • eosinofiele oesofagitis bij volwassenen

Rectaal

schuim:

  • Distale colitis ulcerosa, waarbij het rectum en/of sigmoïd is aangedaan.

klysma:

  • Distale colitis ulcerosa, waarbij het rectum, sigmoïd en/of colon descendens.

Gerelateerde informatie

Dosering

Bij staken de dosering uitsluipen, bijvoorbeeld door om de dag 1 dosering te nemen gedurende 2 weken; daarna kan de behandeling gestaakt worden.

Klap alles open Klap alles dicht

Ziekte van Crohn:

Volwassenen:

Entocort capsule/Budenofalk granulaat: in de actieve fase 's morgens voor het ontbijt 9 mg gedurende 8 weken; daarna 's morgens 6 mg (capsule) of 9 mg om de dag gedurende 2 weken (granulaat). Daarna de dosis eventueel aanpassen naar de laagste nog effectieve (capsule) of de behandeling staken (granulaat). De dosering ter vervanging van prednisolon bij steroïd–afhankelijke patiënten is 's morgens voor het ontbijt 6 mg; de behandeling met prednisolon uitsluipen als de behandeling met Entocort is begonnen. Ter preventie van recidief na een operatieve ingreep bij patiënten met hoge ziekte activiteit: 6 mg 's morgens.

Budenofalk capsule: 9 mg 's morgens een half uur vóór het ontbijt óf 3 mg 3×/dag een half uur vóór de maaltijd (als dat gemakkelijker is voor de patiënt). Toepassen in de acute fase van de ziekte, gedurende maximaal 8 weken.

Kinderen ≥ 8 jaar en een lichaamsgewicht van ≥ 25 kg:

Entocort capsule: bij milde tot matige ziekte activiteit 's morgens voor het ontbijt 9 mg gedurende 8 weken; als de ziekte is gestabiliseerd, titreren naar de laagst effectieve dosis.

Actieve collagene colitis:

Volwassenen:

Budenofalk capsule of granulaat, Entocort capsule: 9 mg, voor het ontbijt. Toepassen gedurende maximaal 8 weken.

Auto-immuunhepatitis:

Volwassenen:

Budenofalk capsule: startdosering: 3 mg 3×/dag een half uur vóór de maaltijd, voor inductie van remissie (normalisatie van leverfunctieparameters). Onderhoudsdosering: 3 mg 2×/dag na bereiken van remissie, indien ALAT en/of ASAT stijgen tijdens de onderhoudsdosering, dosering verhogen naar 3 mg 3×/dag. Toepassen gedurende minimaal 24 maanden. Behandeling combineren met azathioprine, indien dit verdragen wordt.

Colitis ulcerosa

Volwassenen:

Cortiment tablet: 1×/dag 1 tablet van 9 mg 's morgens gedurende maximaal 8 weken. Bij staken geleidelijk uitsluipen.

Distale colitis ulcerosa:

Volwassenen:

Budenofalk schuim: voor de nacht met de applicator één dosis inbrengen gedurende 6–8 weken.

Entocort klysma: 's avonds 1 klysma voor de nacht liggend op de linkerzij toedienen gedurende 4 weken; indien dan nog geen remissie is bereikt, kan de behandeling met maximaal 4 weken worden voortgezet. Optimaal effect wordt verkregen indien de toegediende dosis zo lang mogelijk, bij voorkeur de hele nacht, in het lichaam blijft. Na toediening ca. 5 minuten plat op de buik liggen.

Eosinofiele oesofagitis:

Volwassenen:

1 mg 2×/dag ('s ochtends en 's avonds). Gebruikelijke duur van de behandeling is 6 weken, tot max. 12 weken te verlengen bij onvoldoende effect.

Nierfunctiestoornis: Bij lichte tot matige nierfunctiestoornis is een dosisaanpassing niet nodig. Bij een ernstige nierfunctiestoornis is gebruik niet aanbevolen, wegens ontbreken van gegevens.

Bij Leverfunctiestoornis niet toepassen, vanwege onvoldoende gegevens.

Toedieningsinformatie: De tablet of capsule heel innemen met voldoende water. De Entocort capsule kan eventueel worden opengemaakt, waarna de inhoud gemengd kan worden met bijvoorbeeld een lepel appelmoes. De inhoud van de capsules niet kauwen of fijnmaken. Het granulaat op de tong leggen en zonder kauwen doorslikken met veel water. De spuitbus met schuim gedurende 15 seconden schudden. Bij toedienen van één dosis dient de dop van de spuitbus volledig te worden ingedrukt en langzaam weer losgelaten. De applicator hierna nog 10–15 seconden in positie houden. Het klysma vlak voor gebruik bereiden door de tablet in de flacon met oplossing voor klysma te doen en daarna de flacon gedurende 10 seconden goed te schudden tot de tablet volledig opgelost is.

De orodispergeerbare tablet na de maaltijd op de punt van de tong leggen en tegen het gehemelte drukken tot de tablet in ca. 2 minuten is opgelost. De opgeloste substantie in etappes doorslikken, voor optimale blootstelling aan het slokdarmslijmvlies. Niet kauwen of onopgelost doorslikken. Tot 30 minuten ná inname niet eten, drinken of tanden poetsen. Dranken, sprays en kauwtabletten niet innemen 30 minuten vóór of ná inname van de orodispergeerbare tablet.

Bijwerkingen

Bij darmontsteking:

Oraal: De frequentie van corticosteroïd-gerelateerde bijwerkingen is ongeveer gehalveerd ten opzichte van een equivalente orale dosering prednisolon.

Zeer vaak: (≥ 10%): oesofageale candidiasis (bij jorveza).

Vaak (1-10%): Cushing(-achtig)-syndroom (bv. vollemaansgezicht, romp-obesitas, rode striae, verminderde glucosetolerantie, diabetes mellitus, natriumretentie met oedeemvorming, verhoogde kaliumuitscheiding, bijniersuppressie, verstoorde afscheiding van geslachtshormonen). Hypertensie. Hoofdpijn. Nervositeit, slapeloosheid, depressie, prikkelbaarheid, euforie. Wazig zien. Palpitaties. Dyspepsie, misselijkheid, (boven)buikpijn, droge mond. Urticaria, exantheem, acne. Allergisch exantheem, petechiën, ecchymose, vertraagde wondgenezing, contacteczeem. Spier– en gewrichtspijn, spierzwakte, spierkrampen, osteoporose. Menstruatiestoornis. Infecties. Hypokaliëmie. Bij Jorveza ook: orale en orofaryngeale candidiasis, lip-oedeem, orale paresthesie, gastro-oesofageale refluxziekte.

Soms (0,1-1%): tremor, psychomotorische hyperactiviteit. Angst. Flatulentie. Gastroduodenaal ulcus. Duizeligheid. Perifeer oedeem. Rugpijn. Leukocytose.

Zelden (0,01-0,1%): glaucoom, (subcapsulair) cataract. Agressie. Pancreatitis. Osteonecrose.

Zeer zelden (< 0,01%): pseudotumor cerebri incl. papiloedeem bij adolescenten. Meervoudige psychiatrische effecten zoals gedragsstoornis. Trombose, vasculitis. Vermoeidheid, malaise. Obstipatie. Anafylactische reacties. Groeivertraging bij kinderen.

Rectaal: Er is minder kans op bijwerkingen dan bij orale toediening.

Vaak (1-10%): gastro-intestinale stoornissen zoals flatulentie, misselijkheid en diarree. Pijn en brandend gevoel in het rectum. Depressie. Exantheem, urticaria.

Soms (0,1-1%): agitatie, angst, slapeloosheid. Psychomotorische hyperactiviteit. Buikpijn. Afteuze stomatitis, abdominale paresthesie, anale fissuren, rectale bloeding. Duizeligheid. Reukstoornis. Toegenomen transpiratie. Asthenie. Verhoogde eetlust, toename gewicht. Stijging van leverenzymwaarden. Toename erytrocytenbezinkingssnelheid. Leukocytose.

Zelden (0,01-0,1%): bijnierinsufficiëntie. Glaucoom, (subcapsulair) cataract, wazig zien. Ecchymose. Agressie.

Zeer zelden (≤ 0,01%): anafylactische reacties.

Interacties

Geen levende vaccins toedienen tijdens een chronische therapie met glucocorticoïden. De antilichaamrespons op andere vaccins kan verminderd zijn.

Budesonide wordt voornamelijk gemetaboliseerd door CYP3A4. Matige tot sterke remmers van CYP3A4 zoals macrolide antibiotica, imidazool-antimycotica, fluoxetine, HIV-proteaseremmers en grapefruitsap remmen de afbraak van geresorbeerd budesonide, waardoor de kans op systemische bijwerkingen toeneemt. Combinatie met sterke CYP3A4-remmers (zoals ketoconazol, itraconazol, HIV-proteaseremmers, claritromycine, cobicistat) vermijden, of, als dit niet mogelijk is, de tijd tussen de behandelingen zo lang mogelijk maken en eventueel de budesonide dosering verlagen.

CYP3A4 inductoren zoals carbamazepine en rifampicine kunnen de beschikbaarheid van budesonide doen afnemen.

Oestrogenen kunnen het effect van corticosteroïden versterken. Laag gedoseerde orale anticonceptiva hadden echter geen significante invloed op oraal toegediend budesonide.

De kaliumuitscheiding kan toenemen waardoor het effect van digoxine versterkt wordt. Vanwege de invloed op de kaliumspiegel is ook voorzichtigheid geboden in combinatie met diuretica.

Bij de combinatie met colestyramine of antacida een periode van twee uur tussen de innamen aanhouden.

Lactatie

Overgang in moedermelk: Ja, in geringe mate.
Farmacologisch effect: Onwaarschijnlijk vanwege een lage biologische beschikbaarheid bij gebruik van oraal en rectaal budesonide bij de moeder en geringe overgang in de moedermelk.
Advies: Kan (voor zover bekend zonder gevaar) volgens voorschrift worden gebruikt.

Contra-indicaties

Bij darmontsteking:

  • overgevoeligheid voor corticosteroïden;
  • levercirrose en aanwijzingen van portale hypertensie (zoals vergevorderde primaire biliaire cirrose);
  • systemische of lokale bacteriële, virale of schimmelinfecties.

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren zijn hoge doses corticosteroïden schadelijk gebleken. Farmacologisch effect: Onwaarschijnlijk omdat de biologische beschikbaarheid van oraal en rectaal budesonide laag is. Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.

Waarschuwingen en voorzorgen

Toepassing bij de ziekte van Crohn is niet geschikt indien het bovenste deel van het maag-darmkanaal is aangedaan. Aangezien de werking vooral gebaseerd is op een lokaal effect in de darmen zijn er geen gunstige effecten te verwachten voor symptomen op andere plekken dan het maag-darmkanaal (zoals ogen, huid, gewrichten).

Overschakelen van systemische corticosteroïdtherapie op lokale behandeling met budesonide kan allergieën (zoals eczeem, rinitis) ontmaskeren of symptomen veroorzaken gerelateerd aan een verminderd algeheel steroïdeffect. Uitsluipen van het systemische corticosteroïd kan nodig zijn; bij staken van de behandeling kan malaise optreden met spier- en gewrichtspijnen. Indien zich ook moeheid, hoofdpijn, misselijkheid en braken voordoet kan een tijdelijke verhoging van de dosis systemische corticosteroïden aangewezen zijn.

Comorbiditeit: Wees voorzichtig bij aandoeningen waarbij glucocorticoïden ongewenste effecten kunnen hebben zoals bij hypertensie, diabetes mellitus, tuberculose, osteoporose, ulcus pepticum, glaucoom of cataract.

Stress: In verband met een eventuele verstoring van de hypothalamus/hypofysefuncties bij stress wordt suppletie met orale corticosteroïden aanbevolen bij fysiek belastende omstandigheden zoals operatief ingrijpen of in andere stress-situaties.

Onderdrukking van de inflammatoire respons en immuunfunctie vermeerdert de kans op infecties; ernstige infecties zoals sepsis en tuberculose kunnen worden gemaskeerd waardoor ze pas laat worden herkend.

Waterpokken en mazelen kunnen een ernstiger verloop hebben dan gebruikelijk en het kan nodig zijn passende maatregelen te nemen (varicella–zostervirus-immunoglobuline, i.v. immunoglobuline, antivirale middelen).

Psychiatrische ziekten: Wees voorzichtig bij patiënten met (familieleden in de eerste graad met) bestaande of eerdere ernstige depressie of eerdere psychose door steroïden.

Bij leverfunctiestoornis kunnen systemische bijwerkingen vaker optreden vanwege een langere eliminatiehalfwaardetijd.

Overweeg verwijzing naar een oogarts bij ontwikkeling van visusstoornissen. Glaucoom, cataract en zeldzame ziekten als centrale sereuze chorioretinopathie zijn gemeld na systemisch en lokaal gebruik van corticosteroïden.

Bij behandeling van auto-immuunhepatitis de serumwaarden van transaminasen regelmatig controleren: de eerste maand elke twee weken, daarna ten minste iedere 3 maanden.

Toedieningsinformatie: Met de tablet, capsules en schuim voor rectaal gebruik bestaat weinig ervaring bij ouderen. Bij langdurig gebruik bij kinderen de lengtegroei controleren. De tablet met gereguleerde afgifte, de orodispergeerbare tablet, het granulaat en het schuim voor rectaal gebruik niet toepassen bij kinderen < 18 jaar wegens onvoldoende ervaring. Budenofalk capsule niet toepassen bij kinderen < 12 jaar wegens onvoldoende ervaring.

Overdosering

Zie voor symptomen en behandeling de monografie corticosteroïden op vergiftigingen.info.

Eigenschappen

Glucocorticosteroïd met een lokaal ontstekingsremmend effect.

Bij darmontsteking:

Budesonide wordt afgegeven vanuit de capsule ter hoogte van het ileum en het colon ascendens, vanuit de tablet in het colon. Werking: maximaal na 2–4 weken.

Bij eosinofiele oesofagitis:

Budesonide (Jorveza) remt de door antigenen gestimuleerde secretie van veel pro-inflammatoire signaalmoleculen, zoals stromaal lymfopoëtine uit de thymus, interleukine 13 en eotaxine-3 in het oesofagusepitheel. Dit leidt tot een afname van het oesofageale eosinofiele inflammatoire infiltraat.

Kinetische gegevens

Resorptieoraal: snel en volledig, ca. 70%.
Foraal en rectaal 10–15% door zeer groot 'first pass'-effect.
T maxBudenofalk schuim ca. 2–3 uur; Entocort klysma 1,5 uur; Entocort capsule: 3–5 uur, Budenofalk capsule: 5-7 uur, Budenofalk granulaat: ca. 6 uur door speciale coating van het granulaat, langer wanneer ingenomen met voedsel. Budenofalk tablet 13–14 uur. Jorveza tablet: 0,7-2,0 uur.
V dBij darmontsteking: ca. 3-4 l/kg. Bij oesofagitis: 18-65 l/kg
Overigde maximaal bereikte bloedspiegels zijn voor Jorveza tablet 0,3-0,8, Entocort capsule 5–10 nanog/ml, Cortiment tablet 1,3–1,8 nanog/ml, Budenofalk capsule 1–4 nanog/ml en Budenofalk schuim 0,8 nanog/ml.
Eiwitbindingca. 85–90%.
Metaboliseringin de lever door vnl. CYP3A4 tot nauwelijks actieve metabolieten.
Eliminatievoornamelijk als metabolieten.
T 1/2el3–5 uur, bij ernstig gestoorde leverfunctie langer.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

budesonide (maag-darmkanaal) hoort bij de groep corticosteroïden, maag-darmkanaal.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links