Samenstelling

Steglatro (als L-pyroglutaminezuur) Merck Sharp & Dohme bv

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
5 mg, 15 mg

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Behandeling van diabetes mellitus type 2 met orale bloedglucoseverlagende middelen komt pas in aanmerking indien geen goede bloedglucoseregulatie wordt bereikt met voorlichting, educatie, aanpassing van de voeding en stimulering van lichaamsbeweging. Metformine is eerste keus bij de medicamenteuze behandeling. Bij onvoldoende resultaat hiermee, kan een kortwerkend sulfonylureumderivaat (voorkeur gliclazide) worden toegevoegd. De volgende stap is (toevoeging van) insulinetherapie. De overige bloedglucoseverlagende middelen komen pas in aanmerking indien gebruik van bovenstaande voorkeursmiddelen op bezwaren stuit.

Er is geen bewijs voor effectiviteit van SGLT2-remmers op (diabetesgerelateerde) mortaliteit en morbiditeit. Bij patiënten die hun HbA1c streefwaarde niet halen ondanks behandeling met een optimaal ingesteld basaal-bolus insuline regime heeft de toevoeging van een SGLT2-remmer geen bewezen meerwaarde.

Indicaties

Diabetes mellitus type 2 bij volwassenen, als aanvulling op dieet en lichaamsbeweging, ter verbetering van de bloedglucoseregulatie:

  • als monotherapie, wanneer het gebruik van metformine niet geschikt is vanwege intolerantie of contra-indicaties;
  • als aanvulling op andere geneesmiddelen voor de behandeling van diabetes.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Diabetes mellitus type 2:

Volwassenen:

Begindosering 5 mg 1×/dag 's ochtends. Indien deze dosering wordt verdragen, verhoog zo nodig naar 15 mg 1×/dag 's ochtends.

Bij gebruik in combinatie met insuline of een middel dat de insuline-afgifte bevordert (zoals een sulfonylureumderivaat), een lagere dosis van de insuline of het insuline-afgiftebevorderend middel overwegen om de kans op hypoglykemie te verminderen.

Nierfunctiestoornis: De behandeling niet beginnen bij een creatinineklaring < 60 ml/min. Staak de behandeling indien de creatinineklaring aanhoudend lager is dan 45 ml/min vanwege een verminderde werkzaamheid.

Leverfunctiestoornis: Bij een lichte of matige leverfunctiestoornis is dosisaanpassing niet nodig. Gebruik bij ernstige leverfunctiestoornis wordt niet aanbevolen wegens ontbreken van gegevens.

Een vergeten dosis innemen zodra hieraan wordt gedacht; geen twee doses op dezelfde dag innemen.

De tablet met of zonder voedsel in de ochtend innemen. In geval van slikproblemen kan de tablet worden gebroken of fijngemalen.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): genitale schimmelinfecties bij vrouwen waaronder vulvovaginale schimmelinfectie.

Vaak (1-10%): genitale schimmelinfecties bij mannen waaronder Candida-balanitis. Hypoglykemie. Volumedepletie (vooral bij ouderen, een verminderde nierfunctie of diureticagebruik). Polyurie, pollakisurie, mictie-aandrang, nycturie. Vulvovaginale jeuk. Polydipsie, dorst. Verandering serumlipiden, stijging hemoglobine, stijging bloed-ureum-stikstof (BUN).

Soms (0,1-1%): dysurie, stijging creatininespiegel in bloed en daling van de glomerulaire filtratiesnelheid.

Zelden (0,01-0,1%): diabetische ketoacidose (waaronder levensbedreigende en fatale gevallen); in een aantal gevallen presenteerde deze aandoening zich atypisch met alleen matig verhoogde bloedglucosewaarden.

Interacties

Het diuretisch effect van diuretica kan toenemen en daarmee de kans op dehydratie en hypotensie.

De kans op hypoglykemie door gebruik van insuline of een middel dat de insuline-afgifte bevordert (zoals een sulfonylureumderivaat), kan toenemen.

Bij gebruik van een SGLT2-remmer worden metingen van 1,5-anhydroglucitol (1,5-AG) onbetrouwbaar; gebruik van een 1,5-AG assay voor het bepalen van de bloedglucoseregulatie wordt niet aanbevolen.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren in supratherapeutische doses schadelijk gebleken (zoals toxisch effect op de ontwikkeling en rijping van de nieren).
Advies: Gebruik ontraden.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend (bij de mens), ja (bij dieren).
Farmacologisch effect: Farmacologisch-gemedieerde effecten bij de zuigeling zijn niet uit te sluiten.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

Er zijn van dit middel geen contra-indicaties bekend.

Waarschuwingen en voorzorgen

De werkzaamheid is afhankelijk van de nierfunctie. Controleer de nierfunctie voorafgaand aan en periodiek tijdens de behandeling (ten minste jaarlijks), bij een verminderde nierfunctie vaker (ten minste 2–4× per jaar). Begin de behandeling niet bij een creatinineklaring < 60 ml/min. Staak de behandeling indien de creatinineklaring aanhoudend lager is dan 45 ml/min vanwege een verminderde werkzaamheid.

In verband met de diuretische werking van ertugliflozine kan na aanvang van de behandeling, symptomatische hypotensie optreden, met name bij personen met een verminderde nierfunctie, leeftijd ≥ 65 jaar, diureticagebruik of een voorgeschiedenis van hypotensie. Corrigeer zo nodig vóór begin van de behandeling de volumestatus, en controleer daarna regelmatig op tekenen van volumedepletie. In geval van omstandigheden die kunnen leiden tot vochtverlies (zoals maag-darmziekte en vooral bij ouderen, warm weer), de volumestatus en elektrolytenbalans zorgvuldig monitoren. Overweeg tijdelijke onderbreking van de behandeling totdat het vochtverlies is gecorrigeerd.

Er zijn meldingen van diabetische ketoacidose bij behandeling met SGLT2-remmers, soms bij alleen matig verhoogde bloedglucosewaarden. Wees voorzichtig bij risicofactoren voor diabetische ketoacidose, zoals een lage bètacelfunctiereserve, aandoeningen die leiden tot beperkte inname van voedsel of ernstige uitdroging, dosisverlaging van insuline en een verhoogde insulinebehoefte als gevolg van acute ziekte, operatie of alcoholmisbruik. Onderzoek de patiënt direct op ketoacidose bij het optreden van symptomen hiervan, ongeacht de bloedglucosespiegel (o.a. misselijkheid, braken, anorexie, buikpijn, extreme dorst, ademhalingsproblemen, verwardheid, ongewone vermoeidheid en slaperigheid). Bij verdenking op een diabetische ketoacidose de behandeling met ertugliflozine direct staken, en niet meer herstarten indien geen andere duidelijke oorzaak van de diabetische ketoacidose is gevonden. Onderbreek de behandeling bij ziekenhuisopname voor een grote operatieve ingreep of ernstige acute ziekte, totdat de toestand van de patiënt is gestabiliseerd.

SGLT2-remmers veroorzaken glucosurie en dit kan in verband worden gebracht met urineweginfecties. Overweeg tijdelijke onderbreking van de behandeling bij het behandelen van pyelonefritis of urosepsis.

De ervaring bij hartfalen NYHA-klasse I–II is beperkt en ontbreekt bij NYHA-klasse III–IV. Gebruik bij ernstige leverfunctiestoornis wordt niet aanbevolen wegens ontbreken van gegevens. Er is weinig ervaring bij ouderen ≥ 75 jaar. De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen tot 18 jaar zijn niet vastgesteld.

Overdosering

Neem voor informatie over een vergiftiging met ertugliflozine contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Oraal bloedglucoseverlagend middel. Remt reversibel en selectief de natrium/glucose-cotransporter 2 (SGLT2) in de nier. Vermindert de renale glucosereabsorptie, zodat glucose wordt uitgescheiden met de urine en de glucoseplasmaspiegel afneemt. Gebruik leidt tot osmotische diurese en toename van het urinevolume.

Kinetische gegevens

Overig'Steady-state' wordt na 4-6 dagen bereikt.
Fca. 100%.
T maxca. 1 uur, na een vetrijke maaltijd ca. 2 uur.
V dca. 1,2 l/kg.
Eiwitbindingca. 93,6%.
Metaboliseringvnl. via UGT1A9- en UGT2B7-gemedieerde O-glucuronidering tot twee inactieve metabolieten. Het CYP-gemedieerde (oxidatief) metabolisme is minimaal (12%).
Eliminatiemet de feces ca. 41% (waarvan ca. 34% onveranderd), met de urine ca. 50% (waarvan ca. 1,5% onveranderd).
T 1/2elca. 17 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

ertugliflozine hoort bij de groep SGLT2-remmers.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links