insuline lispro/​insuline lispro protamine

Samenstelling

Humalog Mix Eli Lilly Nederland

Toedieningsvorm
Suspensie voor injectie '25/75' (Mix 25)
Sterkte
100 E/ml
Verpakkingsvorm
patroon 3 ml, pen 'Kwikpen' 3 ml

Bevat: insuline lispro 25 E/ml en insuline lispro protamine 75 E/ml. Conserveermiddelen: m-cresol en fenol. Bevat tevens: protaminesulfaat en zinkoxide.

Toedieningsvorm
Suspensie voor injectie '50/50' (Mix 50)
Sterkte
100 E/ml
Verpakkingsvorm
pen 'Kwikpen' 3 ml

Bevat: insuline lispro 50 E/ml en insuline lispro protamine 50 E/ml. Conserveermiddelen: m-cresol en fenol. Bevat tevens: protaminesulfaat en zinkoxide.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

insuline lispro/​insuline lispro protamine vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

De keuze van het insulinepreparaat en de toedieningsvorm wordt voornamelijk individueel bepaald door de behoeften en mogelijkheden van de patiënt.

Bij diabetes mellitus type 1 gaat de voorkeur uit naar een basaal-bolusregime waarbij een injectie met kortwerkende insuline voor of bij elke maaltijd gegeven wordt, en voor de basale insulinebehoefte een of twee injecties per dag van een verlengd werkend insulinepreparaat. Als een basaal-bolus schema minder geschikt of te belastend is, is een dosering tweemaal per dag van mix-insulinen een alternatieve optie.

Bij de behandeling van diabetes mellitus type 2 komen orale bloedglucoseverlagende middelen in aanmerking indien geen goede bloedglucoseregulatie wordt bereikt met voorlichting, aanpassing van de voeding, en stimulering van lichaamsbeweging. Metformine is eerste keus bij de medicamenteuze behandeling. Bij onvoldoende resultaat hiermee, kan een kortwerkend sulfonylureumderivaat (voorkeur gliclazide) worden toegevoegd. De volgende stap conform de NHG-Standaard is (toevoeging van) insulinetherapie, of als alternatief een DPP4-remmer of GLP1-agonist. De overige bloedglucoseverlagende middelen komen in aanmerking indien met bovenstaande voorkeursmiddelen niet wordt uitgekomen.

Indicaties

  • Diabetes mellitus.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Diabetes mellitus:

Volwassenen en kinderen:

Individueel doseren op geleide van de bloedglucosespiegel.

Dosisaanpassing kan nodig zijn bij verandering van de fysieke activiteit of van dieet of bij overzetten op een ander type of merk insuline. De insulinebehoefte kan afnemen bij nierfunctiestoornis, en toenemen bij ziekte of emotionele stoornis. Bij leverfunctiestoornis kan de insulinebehoefte toe- of afnemen.

Toedienen: kort vóór het eten (0–15 min), of zo nodig direct na het eten.

Subcutaan toedienen via een injectie (in bovenarm, dij, bil of buikwand). De injectieplaats afwisselen om de kans op lipodystrofie te verminderen. De werkingsduur is afhankelijk van de dosis, injectiegebied, bloeddoorstroming, temperatuur en fysieke inspanning.

Insulinesuspensies mogen nooit i.v. worden toegediend en zijn niet geschikt voor gebruik in infuuspompjes.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): hypoglykemie.

Vaak (1-10%): lokale overgevoeligheidsreacties, zoals roodheid, jeuk en zwelling (meestal voorbijgaand na enkele dagen tot weken), ook door hulpstoffen zoals zink en conserveermiddelen.

Soms (0,1-1%): lokale lipodystrofie, vooral bij herhaalde injectie op dezelfde plaats.

Zelden (0,1-0,01%): gegeneraliseerde allergische reacties, variërend van urticaria, erupties of gastro-intestinale klachten tot levensbedreigende anafylactische shock met o.a. bronchospasme, larynxoedeem en circulatoire collaps.

Verder is gemeld: oedeem, in het bijzonder als voorafgaande slechte metabole controle is verbeterd door intensieve insulinetherapie.

Interacties

De insulinebehoefte kan veranderen door andere stoffen:

Verlaging van de insulinebehoefte door: androgene en anabole steroïden, orale bloedglucoseverlagende middelen, disopyramide, ACE-remmers, angiotensine–II receptor antagonisten, fibraten, fluoxetine, MAO-remmers, pentoxifylline, niet-selectieve β-blokkers, sulfonamiden, hoge doses (> 2 g) salicylaten en alcohol.

Verhoging van de insulinebehoefte door: orale anticonceptiva, glucocorticoïden, HIV-proteaseremmers, danazol, thiazide- en lisdiuretica, sympathicomimetica, fenothiazine-derivaten, schildklierhormonen, groeihormonen en atypische antipsychotica (bv. olanzapine en clozapine).

Somatostatine analogen (octreotide, lanreotide) kunnen de insulinebehoefte zowel verlagen als verhogen.

Niet-selectieve β-blokkers kunnen de adrenerge symptomen van hypoglykemie maskeren en het herstel van de glucosespiegel na hypoglykemie vertragen. Tevens kan tijdens de hypoglykemie ernstige hypertensie optreden.

Voorzichtig gebruiken in combinatie met pioglitazon bij risicofactoren voor hartfalen en bij ouderen vanwege de toegenomen kans op hartfalen.

Zwangerschap

Teratogenese: Ruime ervaring met insuline lispro en insuline lispro protamine tijdens de zwangerschap wijst niet op schadelijke effecten op de zwangerschap of het kind.
Advies: Kan volgens voorschrift worden gebruikt. Vrouwen met diabetes mellitus type I en II moeten bij voorkeur al vóór de zwangerschap goed worden ingesteld op insuline.
Overig: Een goede regulatie van de bloedglucosespiegel vermindert de kans op aangeboren afwijkingen. Tijdens zwangerschap kan de insulinebehoefte veranderen; nauwgezette controle is dan ook noodzakelijk.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Insuline wordt bij orale inname (van de moedermelk) geïnactiveerd.
Advies: Kan volgens voorschrift worden gebruikt.
Overig: Mogelijk is aanpassing van de dosering en/of het dieet vereist.

Contra-indicaties

  • hypoglykemie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Bij ouderen en bij nier- of leverinsufficiëntie de bloedglucosespiegel vaker controleren.

Verandering van insulinebehoefte treedt op bij verandering van het maaltijdschema, (onverwachte) zware fysieke inspanning, het ontstaan van stress–situaties zoals ziekten (bv. griep) en emotionele gebeurtenissen, en verder bij bijkomende aandoeningen die de werking van nieren, lever, bijnier, hypofyse of de schildklier beïnvloeden.

Hypoglykemie treedt mogelijk eerder op bij snelwerkende insulineanalogen dan bij oplosbare humane insuline.

Bij een sterke verbetering van de bloedglucose-instelling door een intensieve insulinetherapie, bij overschakeling op een ander type insuline, bij een lange historie van diabetes of een diabetische zenuwaandoening en bij ouderen kunnen de vroege waarschuwingssignalen van hypoglykemie anders worden waargenomen of zelfs verdwijnen.

Een abrupte verbetering van de bloedglucose-instelling (door intensieve insulinetherapie) kan gepaard gaan met tijdelijke verergering van diabetische retinopathie.

Bij inadequate dosering of onderbreken van de behandeling kan vooral bij type 1-diabeten hyperglykemie optreden, met als symptomen dorst, frequente mictie, misselijkheid, braken, sufheid, een rode, droge huid, droge mond en anorexie. Onbehandelde hyperglykemie kan bij type 1-diabetes tot diabetische ketoacidose leiden (adem ruikt naar aceton).

Bij kinderen < 12 jaar alleen toepassen indien er een te verwachten voordeel is in vergelijking met oplosbare insuline (zoals het tijdstip van injecteren in relatie tot de maaltijd).

Overdosering

Symptomen
Hypoglykemie, zich uitend in honger, zwakte, trillen, transpireren, snelle en sterke hartslag, hoofdpijn, duizeligheid en/of cognitieve symptomen zoals concentratieverlies en verwardheid (symptomen veroorzaakt door adrenaline en cortisol). De hypoglykemie kan optreden door relatieve overdosering tijdens o.a. inspanning of door onvoldoende voedseltoevoer of door absolute overdosering.

Zie voor meer informatie over symptomen en behandeling de monografie insulinen op vergiftigingen.info.

Eigenschappen

Combinatie van kort– en middellang werkend humaan insuline–analogon. Insuline verlaagt de bloedglucose, door de opname van glucose door de cellen te verhogen en de afgifte van glucose door de lever te verlagen; het bevordert de glycogeenvorming en vermindert de gluconeogenese. Daarnaast bevordert insuline de eiwitsynthese en remt het de lipolyse (regulering van de mobilisatie van vet uit depots).

Werking: s.c. na ca. 15 min, werkingsduur: 11–24 uur.

Kinetische gegevens

Resorptiesnelle resorptie (insuline lispro); vertraagd (insuline lispro protamine).
T maxs.c. ca. 30–70 min (insuline lispro); s.c. 2–18 uur (insuline lispro protamine).
Metaboliseringvnl. in de lever en in mindere mate in de nieren en het spierweefsel, tot inactieve metabolieten.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

insuline lispro/insuline lispro protamine hoort bij de groep insulinen.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links