naproxen/​esomeprazol

Samenstelling

Vimovo Bijlage 2 AstraZeneca bv

Toedieningsvorm
Tablet met gereguleerde afgifte

Bevat per tablet: naproxen 500 mg, esomeprazol (als magnesiumtrihydraat) 20 mg. Bevat tevens: methyl- en propylparahydroxybenzoaat in niet-conserverende hoeveelheden (resp. 0,02 en 0,01 mg).

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

naproxen/​esomeprazol vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Algemeen: naproxen heeft van de klassieke NSAID's het laagste cardiovasculaire en hoogste gastro-intestinale risico.

Volg bij pijnbehandeling een stapsgewijze aanpak en ga bij onvoldoende pijnstilling, contra-indicaties of een specifieke indicatie over naar de volgende stap.

Begin met paracetamol. De volgende stap is een NSAID (diclofenac, ibuprofen of naproxen) eventueel in combinatie met paracetamol. De daaropvolgende stap is tramadol, bij voorkeur in combinatie met paracetamol of een NSAID. De volgende stap is een sterkwerkend opioïd, oraal (morfine) of transdermaal fentanylpleister), bij voorkeur in combinatie met paracetamol of een NSAID. De laatste medicamenteuze stap is subcutane of intraveneuze toediening van een sterkwerkend opioïd (morfine).

Bij pijn met een oncologische oorzaak wordt meestal gelijk met sterkwerkende opioïden gestart, bij voorkeur gecombineerd met paracetamol en/of een NSAID. Zorg bij doorbraakpijn dat, naast een effectieve onderhoudsbehandeling, ook snelwerkende pijnstilling als rescue-medicatie beschikbaar is (wees bedacht op het sterk verslavende effect). Neem eventueel contact op met het palliatieteam.

De behandeling van artrose bestaat vooral uit niet-medicamenteuze adviezen. Oefentherapie en gewichtsverlies bij overgewicht zijn de belangrijkste adviezen. Geef in perioden met ernstige pijn pijnstilling in opeenvolgende stappen. Begin bij acute en chronische (gewrichts)pijn met paracetamol en/of een lokaal NSAID (minder bijwerkingen dan orale NSAID’s). Geef bij onvoldoende effect een systemisch NSAID, bij voorkeur een klassiek NSAID (naproxen, ibuprofen, diclofenac) in combinatie met paracetamol en bij risicogroepen een maagbeschermer. Door de combinatie met paracetamol volstaat een lagere dosering NSAID met bijgevolg minder risico op bijwerkingen. Intra-articulaire injecties met corticosteroïden en/of hyaluronzuur kunnen bij verergering van klachten worden overwogen, hoewel klinisch relevante effectiviteit en het effect op lange termijn onvoldoende is aangetoond.

Start een NSAID ter vermindering van pijn- en stijfheidsklachten en verwijs een patiënt met een vermoeden van reumatoïde artritis zo snel mogelijk naar de reumatoloog; snel starten met antirheumatica geeft veel gezondheidswinst en verbetert de prognose aanzienlijk. Behandel in de tweedelijnszorg direct volgens de ‘step-up’- of ‘step-down’-strategie, met methotrexaat in beide gevallen als basis. Intensieve monitoring is van belang zodat tijdige aanpassing van de strategie kan plaatsvinden. Voeg een conventionele DMARD (sulfasalazine, leflunomide) en evt. een glucocorticoïde toe of bouw deze middelen af. Schakel bij onvoldoende effect of intolerantie over op methotrexaat i.c.m. een biological DMARD (TNF-a-blokker, tocilizumab, abatacept, rituximab). Overweeg als laatste keus, bij refractaire reumatoïde artritis, methotrexaat i.c.m. een alternatieve conventionele DMARD, zoals ciclosporine, anakinra, azathioprine, cyclofosfamide of aurothiomalaat.

Aan de vergoeding van naproxen/esomeprazol zijn voorwaarden verbonden, zie Regeling zorgverzekering, bijlage 2.

Indicaties

  • Symptomatische behandeling van reumatoïde artritis, artrose, en spondylitis ankylopoetica, bij volwassenen met een risico van NSAID-geassocieerde maag-darmulcera en waar behandeling met lagere doseringen van naproxen of van een andere NSAID, niet voldoende wordt geacht.

Gerelateerde informatie

Dosering

De kortst mogelijke behandelduur toepassen. Bij een eerste behandeling met een prostaglandinesynthetaseremmer een lagere dosering overwegen.

Klap alles open Klap alles dicht

reumatoïde artritis, artrose, en spondylitis ankylopoetica:

Volwassenen:

2×/dag 1 tablet.

Indien een dagdosis van 1000 mg naproxen niet geschikt is (bv. bij hoge leeftijd of een lever- of nierinsufficiëntie), een andere behandeling kiezen.

Heel doorslikken met water, bij voorkeur ten minste 30 minuten voor de inname van voedsel.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): dyspepsie.

Vaak (1-10%): buikpijn, misselijkheid, braken, obstipatie, diarree, oesofagitis, flatulentie, gastrische of duodenale ulcera met name bij ouderen, gastritis. Duizeligheid, hoofdpijn, smaakstoornis. Hypertensie. Huiduitslag. Artralgie. Oedeem.

Soms (0,1-1%): maag-darmbloeding, stomatitis, oprispingen, droge mond. Dermatitis, hyperhidrose, jeuk, urticaria. Myalgie, asthenie, moeheid, koorts, infectie, eetluststoornis Angst, depressie, slapeloosheid. Paresthesie, syncope. Tinnitus, vertigo. Aritmieën, hartkloppingen. Astma, bronchospasmen, dyspneu. Abnormale leverfunctietesten, verhoogd serumcreatinine.

Zelden (0,01-0,1%): diverticulitis. Eosinofilie, leukopenie. Overgevoeligheidsreacties. Verwarring, abnormale dromen, slaperigheid. tremor. Myocardinfarct, tachycardie. Glossitis, Hematemese, rectale bloeding. Alopecia, blauwe plekken. Vochtretentie, hyperkaliëmie, hyperurikemie, proteïnurie, nierfalen. Menstruatiestoornis.

Zie ook de preparaatteksten van naproxen en esomeprazol.

Interacties

Gelijktijdige toediening met atazanavir is gecontra-indiceerd, omdat esomeprazol de plasmaspiegels hiervan aanzienlijk verlaagt.

Bij gelijktijdig gebruik van orale anticoagulantia neemt de kans op bloedingen toe. Combinatie met lage dosis acetylsalicylzuur is mogelijk.

Bij gelijktijdig gebruik van SSRI's, antitrombotica en corticosteroïden neemt de kans op gastro-intestinale complicaties toe (m.n. ouderen zijn hiervoor gevoelig); gelijktijdig gebruik met andere prostaglandinesynthetaseremmers incl. COX-2 selectieve remmers vermijden.

Prostaglandinesynthetaseremmers kunnen het effect van bloeddrukverlagende middelen, en bij hartfalen het effect van lisdiuretica, verminderen. Bij een gestoorde nierfunctie, volumedepletie en ouderen kan door de combinatie met een RAAS-remmer de nierfunctie verder achteruit gaan.

Prostaglandinesynthetaseremmers kunnen de nefrotoxiciteit van ciclosporine en tacrolimus versterken.

De plasmaspiegel van digoxine en lithium kan toenemen. De plasmaspiegel van methotrexaat kan toenemen, waardoor toxische verschijnselen kunnen ontstaan; bij hoge dosering methotrexaat eventueel naproxen/esomeprazol tijdelijk staken.

Esomeprazol is een CYP2C19-remmer.

Gelijktijdig gebruik met clopidogrel vermijden tenzij dit absoluut noodzakelijk is, vanwege een mogelijk verminderde werkzaamheid van clopidogrel.

Esomeprazol kan de pH-afhankelijke resorptie van geneesmiddelen zoals ketoconazol en itraconazol verlagen; gelijktijdig gebruik met posaconazol en erlotinib vermijden. Esomeprazol kan de absorptie van vitamine B12 verminderen.

Zwangerschap

Naproxen passeert de placenta.
Teratogenese: Epidemiologisch onderzoek suggereert dat gebruik van NSAID's in de vroege fase van de zwangerschap kan leiden tot meer kans op miskramen, cardiale malformaties en gastroschisis. Bij dieren is een verhoogd pre- en post-implantatie verlies, embryo-foetale letaliteit en een verhoogde incidentie van malformaties gezien.
Farmacologisch effect: Bij gebruik tijdens het 3e trimester zijn weeënremming en bij de foetus voortijdige sluiting van de ductus arteriosus Botalli, pulmonale hypertensie, bloedstollingsstoornis met als gevolg bloeding, nierfunctiestoornissen of nierinsufficiëntie met oligohydramnie mogelijk.
Advies: Tijdens de eerste twee trimesters uitsluitend gebruiken op strikte indicatie in een zo laag mogelijke dosering en zo kort mogelijk. Gebruik is gecontra-indiceerd tijdens het 3e trimester; Lareb hanteert de tweede helft van de zwangerschap als termijn waarin geen NSAID's gebruikt mogen worden.
Vruchtbaarheid: Het gebruik van een NSAID kan de vruchtbaarheid nadelig beïnvloeden en wordt ontraden bij vrouwen die zwanger willen worden.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: In geringe mate (naproxen), onbekend (esomeprazol).
Advies: Het gebruik van dit preparaat of het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

  • actief ulcus pepticum, gastritis;
  • maag-darmbloedingen, cerebrovasculaire of andere bloedingen;
  • actieve colitis ulcerosa of M Crohn;
  • optreden van astma-aanval, urticaria, angio-oedeem, neuspoliepen of rinitis na gebruik van acetylsalicylzuur of andere NSAID's;
  • ernstige leverinsufficiëntie (Child-Pughscore ≥ 10);
  • ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 30 ml/min);
  • ernstig hartfalen.

Waarschuwingen en voorzorgen

Bij ouderen is er meer kans op gastro-intestinale complicaties, met name op bloedingen en (mogelijk fatale) perforaties.

Esomeprazol kan de symptomen van maagcarcinoom maskeren.

Wees voorzichtig bij astma, stollingsstoornissen, inflammatoire darmziekten (in remissie), porfyrie, systemische lupus erythematosus of andere collageenziekten, milde tot matige lever- en nierfunctiestoornissen, hypertensie, hartfalen, ischemische hartziekte, perifeer arterieel vaatlijden, cerebrovasculaire ziekte en bij risicofactoren voor cardiovasculaire ziekte (o.a. diabetes mellitus, hyperlipidemie, roken).

Sommige prostaglandinesynthetaseremmers zijn geassocieerd met iets meer kans op arteriële trombose; naproxen (1000 mg/dag) is geassocieerd met iets minder kans, maar enig risico kan niet worden uitgesloten.

Bij ouderen, verminderde nierdoorbloeding, levercirrose, hartfalen, natriumrestrictie en een reeds bestaande nieraandoening de nierfunctie voor en tijdens de therapie controleren. Bij visusklachten is oogheelkundig onderzoek aanbevolen. Bij langere therapieduur regelmatig bloedbeeld, lever- en nierfunctie controleren; wees daarnaast bedacht op hypomagnesiëmie door esomeprazol.

Bij optreden van een ernstige nierfunctiestoornis, een significante bloeding of bij gastro-intestinale ulceratie de behandeling staken. Ook bij de eerste tekenen van huiduitslag, mucosale laesies of andere tekenen van overgevoeligheid de behandeling staken, aangezien ernstige en soms fatale huidreacties met prostaglandinesynthetaseremmers zijn gemeld.

Door esomeprazol is er iets meer kans op gastro-intestinale bacteriële infecties zoals Salmonella en Campylobacter en bij gehospitaliseerde patiënten mogelijk ook Clostridium difficile.

Behandeling met een protonpompremmer stoppen ten minste 5 dagen voor een CgA-meting. Als na 5 dagen gastrine- en CgA-spiegels niet genormaliseerd zijn, metingen 14 dagen na stopzetting van esomeprazol herhalen.

De werkzaamheid en veiligheid bij kinderen tot 18 jaar zijn niet vastgesteld.

Eigenschappen

Naproxen is een NSAID met analgetische, antiflogistische en antipyretische werking, remt tevens de trombocytenaggregatie. Esomeprazol, de S-isomeer van omeprazol, is een protonpompremmer die de maagzuursecretie verlaagt. De tablet heeft een sequentiële afgifte, waarbij esomeprazol direct wordt afgegeven in de maag. Daarna komt naproxen met vertraagde afgifte vrij in de dunne darm.

Kinetische gegevens

Resorptienaproxen wordt oraal snel en voor 95% geresorbeerd, voedselinname vertraagt de resorptie. De esomeprazol in dit preparaat wordt snel geresorbeerd, maar ontleedt reeds voor een deel in de maag. Indien 2× per dag gedoseerd is de beschikbaarheid vergelijkbaar met die van een maagsapresistente tablet esomeprazol 20 mg 1× per dag.
T maxnaproxen 3–5 uur (na voedselinname ca. 8 uur), esomeprazol ca. ½ uur.
V d naproxen 0,16 l/kg, esomeprazol 0,22 l/kg.
Eiwitbindingnaproxen > 99%, esomeprazol 97%.
Metaboliseringnaproxen 30% in de lever door vnl. CYP2C9, esomeprazol volledig in de lever door vnl. CYP2C19.
Eliminatienaproxen ca. 95% met de urine vnl. als metabolieten, esomeprazol ca. 80% met de urine als metabolieten.
T 1/2naproxen 9 uur na de ochtenddosis en 15 uur na de avonddosis, esomeprazol 1–1½ uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

naproxen/esomeprazol hoort bij de groep NSAID's met maagbeschermer.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links