noradrenaline

Samenstelling

Noradrenaline (als waterstoftartraat) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
1 mg/ml
Verpakkingsvorm
ampul 1 ml, 5 ml

Bevat tevens: natriummetabisulfiet.

Sinora (als waterstoftartraat) XGVS EU-Pharma bv

Toedieningsvorm
Concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
1 mg/ml
Verpakkingsvorm
ampul 1 ml, ampul 4 ml, ampul 10 ml

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

noradrenaline vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

De toepassing van noradrenaline per infusie komt in aanmerking bij hypotensie ten gevolge van shock en als noodmaatregel bij het acute hypotensie en is beperkt tot de kliniek.

Indicaties

  • Als adjuvans bij acute hypotensie ten gevolge van shock (Noradrenaline CF).
  • Als noodmaatregel bij volwassenen voor het herstellen van de bloeddruk bij acute hypotensie (Sinora).

Dosering

Noradrenaline niet i.m. of s.c. toedienen.

Klap alles open Klap alles dicht

Als adjuvans bij acute hypotensie ten gevolge van shock:

Volwassenen:

Noradrenaline CF: I.v. als infusie: begindosering 8–12 microg/min (480–720 microg/uur), toedienen als 4 mg/l (oplosmiddel glucose 5%). Onderhoudsdosering 2–4 microg/min (120–240 microg/uur). De concentratie van de oplossing zo nodig aanpassen op geleide van de vochtbalans.

Als noodmaatregel bij het herstellen van de bloeddruk bij acute hypotensie:

Volwassenen (incl. ouderen):

Sinora: I.v. als infusie: begindosering 0,2–0,8 mg/uur, vervolgens verhogen op geleide van effect met stappen van 0,05–0,1 microg/kg lichaamsgewicht per minuut. Voor toediening verdunnen met glucose-oplossing 5%, natriumchloride-oplossing 0,9% of natriumchloride 0,9% met glucose-oplossing 5% tot een uiteindelijke concentratie van 40 mg/l noradrenalinebase (= 2 mg noradrenalinebase in een spuit van 50 ml). Andere concentraties mogen ook worden gebruikt. Zie voor meer gegevens over de verdunning van noradrenaline de officiële productinformatie van de fabrikant CBG/EMA (zie link op deze pagina; rubrieken 4.2 en 6.6). Toedienen als verdunde oplossing via een canule in een voldoende grote ader of via een centraal veneuze toegang.

Bij optreden van hartritmestoornissen overwegen de dosering te verlagen.

Bij staken de infusie geleidelijk verminderen om een plotselinge sterke bloeddrukdaling te voorkomen.

Bijwerkingen

Hoofdpijn, duizeligheid, tremor. Ademhalingsmoeilijkheden, dyspneu, apneu. Rusteloosheid, verwarring, psychotische toestand, angst, slapeloosheid, zwakheid. Anafylactische shock, bronchospasmen, vooral bij astmapatiënten of bij overgevoeligheid voor sulfiet. Precordiale pijn, palpitaties, bradycardie, tachycardie, (fatale) hartritmestoornissen, stresscardiomyopathie, kransslagaderspasme, myocardinfarct, acuut hartfalen. Misselijkheid, braken. Urineretentie. Acuut glaucoom (zeer vaak bij patiënten met anatomische predispositie voor sluiting van de iridocorneale hoek). Zwelling van de schildklier. Arteriële hypertensie en weefselhypoxie, ischemische beschadiging kan leiden tot koudheid en bleekheid van ledematen en gezicht. Bij langdurig gebruik bij ernstige shock fatale myocarditis, bloedingen, oedeem, necrose van het maag-darmstelsel, nieren of lever. Weefselnecrose of irritatie op de injectieplaats.

Interacties

Noradrenaline is gecontra-indiceerd bij algemene anesthesie met cyclopropaan of halothaan. Wees voorzichtig bij algemene anesthesie met gehalogeneerde koolwaterstoffen (bv. sevofluraan) vanwege de kans op ernstige aritmieën (o.a. ventriculaire aritmie).

Combinatie met tricyclische antidepressiva wordt vanwege het risico op hypertensie met aritmieën afgeraden.

MAO-remmers en linezolid versterken het bloeddrukverhogend effect van noradrenaline; uitsluitend toepassen onder nauwgezet medisch toezicht.

Voorzichtig toepassen in combinatie met β-blokkers vanwege de kans op ernstige hypertensie.

Het vasopressor-effect van noradrenaline wordt door α-sympathicolytica verminderd, maar niet opgeheven.

Wees terughoudend bij combinatie met digoxine, omdat deze combinatie verlengde AV-geleidingstijd en bradycardie kan veroorzaken.

Wees voorzichtig bij combinatie met schildklierhormonen of anti-aritmica vanwege de verhoogde effecten op het hart,

Ergot-alkaloïden of oxytocine kunnen de vasopressieve en vasoconstrictieve effecten van noradrenaline versterken.

Zwangerschap

Noradrenaline passeert de placenta.
Teratogenese: Onvoldoende gegevens.
Farmacologisch effect: Door een verminderde doorbloeding van de placenta kunnen foetale hypoxie en sterke uteruscontractie optreden. Foetale bradycardie kan optreden. Ernstige hypotensie kan echter ook een verminderde doorbloeding van de placenta veroorzaken.
Advies: Volgens Lareb kan noradrenaline in geval van een vitale indicatie er toe, gebruikt worden.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Farmacologisch effect: Onwaarschijnlijk vanwege korte halfwaardetijd én omdat noradrenaline niet oraal opgenomen wordt.
Advies: Kan waarschijnlijk veilig worden gebruikt na de neonatale periode bij een gezonde zuigeling.

Contra-indicaties

  • hypotensie veroorzaakt door hypovolemie; het kan echter wel kortdurend als noodmaatregel worden gebruikt ter ondersteuning van de bloedtoevoer naar de coronaire en cerebrale arteriën;
  • overgevoeligheid voor sulfiet (noradrenaline CF).

Zie voor meer contra-indicaties de rubrieken Zwangerschap en Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

De bloeddruk en hartfrequentie continu controleren; de bloeddruk niet verder verhogen dan normotensie.

Noradrenaline uitsluitend toedienen bij hypovolemie in combinatie met gepaste bloedvolumevervanging.

Langdurige toediening van een krachtige vasopressor kan leiden tot plasmavolumedepletie die voortdurend aangepast moet worden door geschikte vocht- en elektrolytenvervangingstherapie. Als het plasmavolume niet aangepast wordt kan de hypotensie terugkeren na het staken van de infusie.

Vasoconstrictie: Wees bedacht op het optreden van ernstige perifere en viscerale vasoconstrictie, met afname van de bloeddoorstroming en weefselperfusie tot gevolg (bv. in de nieren, lever, huid en glad spierweefsel); hierdoor kan weefselhypoxie en lactaatacidose en mogelijk ischemische beschadiging optreden.

Controle infusieplaats: De infusieplaats regelmatig controleren op vrije doorstroming omdat extravasatie kan leiden tot necrose van het weefsel rond de ader waarin geïnfundeerd wordt. Toediening via de beenvenen vermijden, in het bijzonder bij ouderen, bij aandoeningen van het perifere vaatstelsel van de onderste extremiteiten, diabetes mellitus en bij de ziekte van Buerger vanwege de kans op extravasatie. Na extravasatie zo snel mogelijk 5–10 mg fentolamine in 10–15 ml van een 0,9% NaCl-oplossing in het gebied infiltreren. Vanwege de vasoconstrictie van de aderwand en een toegenomen permeabiliteit kan er noradrenaline weglekken in de weefsels rond de ader waarin het infuus wordt gegeven, wat verbleking van het weefsel kan veroorzaken die niet het gevolg is van uitgesproken extravasatie. Overweeg indien verbleking optreedt van infusieplaats te veranderen om de effecten van de lokale vasoconstrictie te doen afnemen. Bij toediening via de venen van de fossa antecubitalis bestaat er kans op flebitis.

Voorzichtig toepassen bij hyperthyroïdie, diabetes mellitus, hypertensie, hart- en vaatziekten (zoals acute hypotensie door ernstige linkerventrikeldisfunctie, hypotensie na een myocardinfarct of Prinzmetal-angina-pectoris en bij coronaire, mesenterische of perifere vasculaire trombose). Bij trombotische aandoeningen kan noradrenaline de ischemie doen toenemen en kan het infarctgebied uitbreiden.

Wees voorzichtig bij ouderen omdat zij extra gevoelig kunnen zijn voor de effecten van noradrenaline.

Onderzoeksgegevens: Er zijn geen gegevens betreffende werkzaamheid en veiligheid bij een verminderde nier- of leverfunctie.

Overdosering

Symptomen
Fotofobie, bleekheid, hyperhidrose, braken, retrosternale of faryngeale pijn, ernstige hypertensie (met als gevolg hevige hoofdpijn), cerebrale bloeding, convulsies.

Neem voor meer informatie over een vergiftiging met noradrenaline contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Overwegend α-sympathicomimetisch effect met tevens werking op β1-receptoren en nauwelijks effect op β2-receptoren. Noradrenaline is een krachtige vasoconstrictor, waardoor zowel de diastolische als de systolische bloeddruk stijgt. De hartfrequentie wordt relatief weinig beïnvloed: de positief-inotrope en positief-chronotrope effecten worden gecompenseerd door de reflexbradycardie die optreedt als gevolg van de sterke bloeddrukstijging.

Bloeddrukverhogende werking: i.v. snel. Werkingsduur: tot 1–2 min na einde infuus.

Kinetische gegevens

Metaboliseringdoor catechol-O-methyltransferase (COMT) en mono-amine-oxidase (MAO) tot inactieve metabolieten, waaronder in 4-hydroxy-3-methoxy-amandelzuur.
Overigdoor cellulaire heropname en metabolisme wordt noradrenaline snel verwijderd uit het plasma.
Eliminatiemet de urine, vnl. als metabolieten.
T 1/2el1–2 min,

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

noradrenaline hoort bij de groep antihypotensiva.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links