paricalcitol

Samenstelling

Paricalcitol XGVS Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Injectievloeistof
Sterkte
5 microg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 1 ml

Conserveermiddel: propyleenglycol (310,8 mg/ml). Bevat tevens: ethanol 276 mg/ml.

Zemplar XGVS Abbvie bv

Toedieningsvorm
Capsule, zacht
Sterkte
1 microg

Bevat tevens: ethanol 0,71 mg per capsule.

Toedieningsvorm
Injectievloeistof
Sterkte
5 microg/ml
Verpakkingsvorm
ampul 1 ml

Conserveermiddel: propyleenglycol (312 mg/ml). Bevat tevens: ethanol 160 mg/ml.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

paricalcitol vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Behandel, indien mogelijk, de oorzaak van chronische nierschade. Start daarnaast behandeling om het grotere risico van (vnl. cardiovasculaire) morbiditeit te verminderen en progressie van nierschade te voorkomen of beperken. Behandel de complicaties van nierschade en start eventueel niervervangende therapie (dialyse).

Vitamine D-preparaten worden toegepast bij aan chronische nierinsufficiëntie gerelateerde verstoringen in de parathyroïdhormoon- en calciumhuishouding. Paricalcitol heeft hierbij geen voordelen boven de andere vitamine D-preparaten alfacalcidol of calcitriol. Let verder op het kostenaspect.

Indicaties

  • Preventie en behandeling van secundaire hyperparathyreoïdie bij volwassen patiënten met chronische nierinsufficiëntie (stadium 5) die hemo- of peritoneaaldialyse ondergaan;
  • De capsules tevens voor preventie en behandeling van secundaire hyperparathyreoïdie bij volwassenen en kinderen 10–16 j. met chronische nierinsufficiëntie (stadium 3 en 4).

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Secundaire hyperparathyreoïdie bij chronische nierinsufficiëntie stadium 3 en 4:

Volwassenen:

Oraal: Toedienen dagelijks óf 3×/week (niet vaker dan elke twee dagen). Begindosis: titreren op basis van de intacte parathyroïdhormoon-spiegel ook wel iPTH-spiegel: ≤ 500 pg/ml (56 pmol/l): 1 microg per dag óf 2 microg 3×/week; iPTH-spiegel > 500 pg/ml: 2 microg per dag óf 4 microg 3×/week.

Titratiedosis: vervolgens de dosering aanpassen met een interval van 2–4 weken op basis van de iPTH-spiegels onder controle van de serumcalcium en -fosfaatspiegels. Aanbevolen doseringsrichtlijn: indien de iPTH-spiegel t.o.v. de uitgangswaarde gelijk blijft of toeneemt, óf met < 30% afneemt: de dosering verhogen met 1 microg/dag óf 2 microg 3×/week; indien de spiegel afneemt met ≥ 30% en ≤ 60%: geen dosisaanpassing; indien de spiegel afneemt met > 60% óf iPTH < 60 pg/ml (7 pmol/l): de dosering verlagen met 1 microg/dag óf 2 microg 3×/week. Indien de patiënt al de laagste dosis van het betreffende schema krijgt en een dosisverlaging is noodzakelijk, dan de toedieningsfrequentie verminderen. Bij hypercalciëmie of indien Ca × P langdurig > 4,4 mmol²/l² (55 mg²/dl²), de dosering van op calcium gebaseerde fosfaatbinders verlagen of stoppen. Als alternatief de dosering paricalcitol verlagen of tijdelijk onderbreken (herstart met lagere dosis).

Het gebruik bij post-niertransplantatiepatiënten is onvoldoende onderzocht, maar op basis van de gepubliceerde literatuur wordt dezelfde dosering aanbevolen.

Kinderen 10-16 jaar:

Oraal: begindosering 1 microg. 3×/week; niet vaker dan om de dag. Vervolgdosering individueel, gebaseerd op iPTH, serumcalcium en -fosforgehaltes, om de iPTH tussen 35-69 pg/ml (stadium 3) of 70-110 pg/ml (stadium 4) te houden. Verhogen mag in stappen van 1 microg om de 4 weken, in een toediening van 3×/week. Verlagen mag op elk moment, met 1 microg. Max. dosis in onderzoek: 7 microg/dosis.

Secundaire hyperparathyreoïdie bij dialysepatiënten:

Volwassenen:

Oraal: Toedienen 3×/week (niet vaker dan elke twee dagen). Begindosis (in microg) = uitgangswaarde iPTH-spiegel in pg/ml (of pmol/l) gedeeld door 60 (of 7). Maximum begindosis: 32 microg.

Titratiedosis: vervolgens de dosering aanpassen op basis van de iPTH, serumcalcium en -fosfaatspiegels op basis van de volgende formule: titratiedosis (in microg) = meest recente iPTH-spiegel in pg/ml (of pmol/l) gedeeld door 60 (of 7). Bij hypercalciëmie of verhoogd Ca × P de dosering van op calcium gebaseerde fosfaatbinders, indien in gebruik, verlagen of stoppen. Indien het serumcalcium > 2,8 mmol/l (11,0 mg/dl) of Ca × P > 5,6 mmol²/l² (70 mg²/dl²) of iPTH ≤ 150 pg/ml, de dosering paricalcitol verlagen met 2–4 microg ten opzichte van de berekening volgens bovenstaande formule. Indien verdere aanpassing is vereist, de dosis verlagen of stoppen totdat normalisatie van deze parameters is opgetreden.

Intraveneus: Toedienen tijdens de dialyse (niet vaker dan elke twee dagen). Begindosis (in microg) = uitgangswaarde iPTH-spiegel in pg/ml (of pmol/l) gedeeld door 80 (of 8). Maximum begindosis in klinisch onderzoek was 40 microg.

Titratiedosis: dosisaanpassing elke 2–4 weken. Aanbevolen doseringsrichtlijn: indien de iPTH-spiegel t.o.v. de uitgangswaarde gelijk blijft of toeneemt óf afneemt met < 30%: de dosering met 2–4 microg verhogen; indien de spiegel afneemt met ≥ 30%, ≤ 60%: geen dosisaanpassing; indien de spiegel afneemt met > 60% óf iPTH-spiegel < 15,9 pmol/l (150 pg/ml): dosering met 2–4 microg verlagen. Bij hypercalciëmie of verhoogd Ca × P de dosering van op calcium gebaseerde fosfaatbinders, indien in gebruik, verlagen of stoppen. Bij hypercalciëmie of indien Ca × P langdurig > 5,2 mmol²/l² (65 mg²/dl²), de dosering paricalcitol verlagen of stoppen totdat normalisatie van deze parameters is opgetreden. Vervolgens de behandeling met een lagere dosis hervatten.

Aanvaard streefbereik voor iPTH-spiegels bij dialysepatiënten: < 1½–3× de niet-uremische bovengrens van normaal (15,9–31,8 pmol/l [150–300 pg/ml]). Terwijl de iPTH het beoogde bereik nadert, kunnen kleine, individuele dosesaanpassingen nodig zijn om een stabiele iPTH te verkrijgen.

Bij leverinsufficiëntie: bij lichte tot matige leverinsufficiëntie zijn de ongebonden concentraties paricalcitol vergelijkbaar bij gezonde proefpersonen; in dergelijke gevallen van leverinsufficiëntie is geen dosisaanpassing nodig. Er is geen ervaring bij patiënten met een ernstige leverinsufficiëntie.

Toedieningsinformatie: De injectievloeistof toedienen via een hemodialysetoegang als i.v.-bolus. De capsules heel innemen.

Bijwerkingen

Vaak (1-10%): duizeligheid, smaakstoornis. Maagongemak, gastro-oesofageale reflux, verminderde eetlust, diarree. Huiduitslag, jeuk, acne. Hypoparathyreoïdie, hypercalciëmie, hyperfosfatemie, stijging van het calciumfosfaat–product (Ca × P). Gevoelige borsten.

Soms (0,1-1%): hypo- of hypertensie, aritmie, atriumflutter, palpitaties, hartstilstand. Overgevoeligheid. Infectie, sepsis. Neusbloeding, hoesten, dyspneu, astma, pneumonie, longoedeem. Coma, CVA, voorbijgaand ischemisch infarct, syncope, myoclonus, hypo-esthesie, paresthesie, ataxie. Verwardheid, delirium, depersonalisatie, agitatie, slapeloosheid, nervositeit, hoofdpijn. Glaucoom, conjunctivitis. Ooraandoening. Droge mond, dysfagie, misselijkheid, braken, braken, dyspepsie, buikpijn, obstipatie, gastritis, colitis, rectale bloeding. Urticaria, vesiculobulleuze dermatitis, alopecia, hirsutisme, overmatig zweten. Lymfadenopathie. Gewrichtspijn, gewrichtsstijfheid, rugpijn, spiertrekkingen, spierpijn. (Perifeer) oedeem, pijn op de injectieplaats, pijn op de borst, koorts, krachteloosheid, malaise, dorst. Borstkanker. Impotentie. Gewichtsafname, verminderde eetlust. Anemie, leukopenie. Verlengde bloedingstijd, abnormale leverenzymwaarden. Hyperparathyreoïdie, hyperkaliëmie, hypocalciëmie. Bij pre-dialysepatiënten: stijging serumcreatinine.

Verder zijn gemeld: larynxoedeem, angio-oedeem. Maag-darmbloeding.

Interacties

Niet combineren met fosfaat of vitamine D-gerelateerde geneesmiddelen, vanwege toenemende kans op hypercalciëmie en verhoging van het (Ca × P)-product. Hoge doses calciumbevattende preparaten of thiazide-diuretica vermeerderen de kans op hypercalciëmie eveneens.

Bij gelijktijdig gebruik van magnesiumbevattende preparaten (bv. antacida) kan hypermagnesiëmie optreden.

Bij gelijktijdig gebruik van aluminiumbevattende preparaten (bv. antacida, fosfaatbinders) kan de concentratie van aluminium stijgen.

Bij combinatie met de sterke CYP3A4-remmer ketoconazol treedt bijna een verdubbeling op van de gemiddelde halfwaardetijd van paricalcitol; controleer het serumcalcium en -fosfaat extra.

Een eventuele hypercalciëmie kan predisponeren voor een digoxinevergiftiging.

Alleen bij gebruik van de capsules: colestyramine kan de resorptie van paricalcitol belemmeren.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren verhoogt het in hoge doseringen de peri- en postnatale sterfte.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.
Overig: Let op, de injectievloeistof bevat ethanol. De fabrikant beveelt paricalcitol injecties niet aan bij vruchtbare vrouwen die geen anticonceptie gebruiken.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in kleine hoeveelheden (bij dieren). Een nadelig effect bij de zuigeling kan niet worden uitgesloten.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

  • vitamine D-toxiciteit;
  • hypercalciëmie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Oversuppressie van parathyroïdhormoon kan resulteren in een verhoogde calciumconcentratie wat kan leiden tot metabole botziekte. Chronische hypercalciëmie kan ook in verband worden gebracht met gegeneraliseerde vasculaire verkalking en andere weke delen verkalking. Indien de dosering is vastgesteld, het serumcalcium en –fosfaat elke maand meten, de intacte PTH (iPTH) in het serum elke drie maanden. Bij dosisaanpassingen kan het nodig zijn vaker laboratoriumonderzoek uit te voeren.

In pre-dialysepatiënten kan paricalcitol het serumcreatinine verhogen (en daardoor de geschatte GFR verminderen) zonder de echte glomerulaire filtratiesnelheid (GFR) te veranderen.

De veiligheid en werkzaamheid van de injectie bij kinderen (< 18 jaar) zijn niet vastgesteld, voor de capsule geldt dit voor kinderen < 10 jaar en voor kinderen in stadium 5 van de nierziekte. Er is geen ervaring bij ernstige leverinsufficiëntie.

Een dosis van de injectievloeistof kan tot 2,2 g ethanol bevatten. Dit kan schadelijk zijn voor een patiënt die aan alcohol verslaafd is; wees tevens voorzichtig bij zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven en patiënten met leverziekte of epilepsie.

De hulpstof propyleenglycol kan bij langdurig gebruik en/of gebruik van hoge doses, ernstige bijwerkingen geven, vooral bij een verlaagd metabolisme ervan, zoals bij jonge kinderen. Er gelden doseringslimieten; zie de informatie van de EMA: Questions and answers on propylene glycol (pdf 0,2 MB) hierover.

Overdosering

Symptomen
hypercalciëmie, hypercalciurie, hyperfosfatemie, oversuppressie van parathyroïdhormoon.

Therapie
bij significante hypercalciëmie onmiddellijke dosisverlaging of staken, calciumarm dieet, staken van calciumsupplementen, aandacht voor en behandeling van afwijkingen in vocht- en elektrolytbalans, ECG-afwijkingen (cruciaal bij digoxine-gebruik). Hemodialyse of peritonale dialyse tegen een calciumvrij dialysaat.

Neem voor informatie over een vergiftiging met paricalcitol contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Synthetisch vitamine D-analoog van calcitriol met modificaties aan de zijketen (D2) en de A-(19-nor-)ring die selectieve vitamine D-receptor (VDR)-activatie mogelijk maakt. Het verhoogt selectief de VDR-expressie in de bijschildklier zonder de VDR-expressie in de darmen te verhogen en is minder actief op botresorptie. Het verhoogt ook de calcium-sensing receptor (CaSR) in de bijschildklier. Door remming van de proliferatie van de bijschildklier reduceert het de parathyroïdhormoon (PTH)-concentratie, met minimaal effect op de calcium- en fosfaatconcentratie. Daarnaast acteert het direct op botcellen, waardoor de botdichtheid behouden blijft en mineralisatie-oppervlakten verbeteren.

Kinetische gegevens

Fca. 79% bij hemodialysepatiënten, ca. 86% bij peritoneaaldialysepatiënten.
T maxoraal ca. 3 uur.
V dca. 0,5 l/kg.
Eiwitbinding> 99,9%.
Metaboliseringhepatisch en extrahepatisch: o.a. via mitochondriaal CYP24, alsook CYP3A4 en UGT1A4.
Eliminatievnl. als metabolieten; ca. 70–74% via de gal met de feces, 16–18% met de urine. Paricalcitol wordt nauwelijks verwijderd door dialyse.
T 1/2elca. 5–7 uur bij gezonde personen, ca. 15 uur bij hemodialysepatiënten. Bij kinderen met CNI stadium 3 of 4: ca 14 (9-19) uur .

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

paricalcitol hoort bij de groep vitamine d en analoga.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links