perindopril/​indapamide

Samenstelling

Coversyl Plus Servier Nederland Farma bv

Toedieningsvorm
Tablet 'arg', omhuld

Bevat per tablet: perindopril (arginine) 5 mg (= 3,4 mg perindopril), indapamide 1,25 mg.

Toedieningsvorm
Tablet 'arg', omhuld

Bevat per tablet: perindopril (arginine) 10 mg (= 6,8 mg perindopril), indapamide 2,5 mg.

Perindopril/indapamide Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Tablet '2/0,625'

Bevat per tablet: perindopril (tert-butylamine) 2 mg (= 1,7 mg perindopril), indapamide 0,625 mg.

Toedieningsvorm
Tablet '4/1,25'

Bevat per tablet: perindopril (tert-butylamine) 4 mg (= 3,3 mg perindopril), indapamide 1,25 mg.

Toedieningsvorm
Tablet '8/2,5'

Bevat per tablet: perindopril (tert-butylamine) 8 mg (= 6,7 mg perindopril), indapamide 2,5 mg.

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld '5/1,25'

Bevat per tablet: perindopril (tosilaat) 5 mg (= 3,4 mg perindopril), indapamide 1,25 mg.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

perindopril/​indapamide vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Bij hypertensie verlagen diuretica, β-blokkers, calciumantagonisten (dihydropyridinen), angiotensine I converterend enzym (ACE)-remmers en angiotensinereceptorblokkers (ARB’s) de bloeddruk effectief en verminderen het tienjaarsrisico op cardiovasculaire mortaliteit en morbiditeit. Comorbiditeit en specifieke patiëntenkenmerken bepalen welke groepen en welke middelen als eerste in aanmerking komen. De voorkeur gaat uit naar middelen met een 24-uurs-werkzaamheid. Als één middel onvoldoende effectief is, is het toevoegen van een middel uit een andere groep effectiever dan het verhogen van de dosis; tevens beperkt het de bijwerkingen als gevolg van een dosisverhoging. De vaste combinatie in de juiste dosisverhouding heeft om reden van therapietrouw de voorkeur.

Indicaties

  • Essentiële hypertensie die onvoldoende heeft gereageerd op behandeling met perindopril als monotherapie bij volwassenen.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Essentiële hypertensie:

Volwassenen:

'Coversyl Plus' of generiek preparaat 'tosilaat': 1 tablet 5/1,25 mg per dag, bij voorkeur voor het ontbijt. Bij onvoldoende effect eventueel verhogen tot 10/2,5 mg 1× dag.

Bij matig ernstig gestoorde nierfunctie (creatinineklaring 30–60 ml/min) starten met een lagere dosering van de afzonderlijke stoffen. Maximale dosering: 1 tablet 5/1,25 mg per dag.

Essentiële hypertensie:

Volwassenen:

Generiek preparaat tert-butylamine: 2 mg/0,625 mg 1×/dag of 4 mg/1,25 mg 1×/dag, bij voorkeur voor het ontbijt. Zo nodig na 1 maand verdubbelen tot max. 8 mg/2,5 mg 1×/dag.

Bij een matig gestoorde nierfunctie (creatinineklaring 30–60 ml/min) starten met beide afzonderlijke stoffen.

Bij ouderen starten met de dosering 2 mg/0,625 mg 1×/dag; zo nodig aanpassen op geleide van respons en nierfunctie.

Bij insulineafhankelijke diabetes de behandeling onder medisch toezicht starten met een zo laag mogelijke dosering.

Bij een matig-ernstige leverfunctiestoornis is een aanpassing van de dosis niet noodzakelijk, Bij een ernstige leverfunctiestoornis is gebruik van perindopril/indapamide gecontra-indiceerd.

Bijwerkingen

Vaak (1-10%): (orthostatische) hypotensie. Droge hoest, dyspneu. Hoofdpijn, (draai)duizeligheid, asthenie, paresthesie, oorsuizen, visusstoornissen. Spierkrampen. Misselijkheid, braken, dyspepsie, buikpijn, diarree, obstipatie, smaakstoornis. Jeuk, huiduitslag, maculopapuleuze erupties. Dermatologische hypersensitiviteitsreacties (met name bij aanleg voor allergie en astmatische reacties). Hypokaliëmie (2–6%, dosisafhankelijk).

Soms (0,1-1%): bronchospasmen. Nierinsufficiëntie. Stemmings- of slaapstoornissen, slaperigheid, syncope. Urticaria, angio-oedeem (gezicht, ledematen, slijmvliezen, glottis en/of larynx), purpura, fotosensibilisatie, pemfigoïd. Overmatig zweten. Droge mond. Spier-en gewrichtspijn. Pijn op de borst, hartkloppingen, tachycardie. Vasculitis. Malaise, perifeer oedeem, koorts. Impotentie. Eosinofilie. Hyperkaliëmie, hyponatriëmie met hypovolemie, hypoglykemie, Reversibele stijging ureumwaarde in het bloed en plasmacreatininespiegel.

Zelden (0,01-0,1%): verergering van psoriasis. Vermoeidheid. Stijging leverenzymconcentraties, bloedbilirubine.

Zeer zelden (< 0,01%): hartaritmieën (bradycardie, ventriculaire tachycardie, atriumfibrilleren), angina pectoris, myocardinfarct of beroerte (mogelijk secundair aan excessieve bloeddrukdaling bij risicopatiënten). Eosinofiele pneumonie, rinitis. Acuut nierfalen. Verwardheid. Hepatitis, pancreatitis, abnormale leverfunctie, intestinaal angio-oedeem. Erythema multiforme, toxische epidermale necrolyse, Stevens-Johnsonsyndroom. Trombocytopenie, leukopenie/neutropenie, agranulocytose, (aplastische of een hemolytische) anemie, pancytopenie. Hypercalciëmie. Afname hemoglobine, hematocriet.

Verder zijn gemeld: mogelijk fatale 'torsade de pointes', verlengd QT-interval. Hepatische encefalopathie door leverfalen. Toename bestaande acute lupus erythematodes. Kaliumdepletie (met ernstige verlaging bij risicogroepen), stijging bloedglucose-en urinezuurconcentratie. Myopie, wazig zien.

Meer informatie:

Interacties

Gelijktijdige behandeling met sacubitril is gecontra-indiceerd vanwege meer kans op angio-oedeem bij gelijktijdige remming van neprilysine en ACE; sacubitril/valsartan minimaal 36 uur ná inname van de laatste dosis van een ACE-remmer starten. Dit geldt ook andersom; na staken van de behandeling met sacubitril/valsartan, niet eerder dan 36 uur na de laatste dosering starten met een ACE-remmer.

Gelijktijdige behandeling met een ACE–remmer en een ARB vermeerdert de kans op hypotensie, syncope, hyperkaliëmie en achteruitgang van de nierfunctie; een dubbele blokkade alleen toepassen onder supervisie van een gespecialiseerd arts bij afzonderlijk gedefinieerde patiënten (zonder diabetische nefropathie) bij wie de nierfunctie, bloeddruk en het elektrolytengehalte regelmatig worden gecontroleerd. Bij diabetespatiënten of een verminderde nierfunctie (GFR < 60 ml/min/1,73 m²) is het gebruik van perindopril/indapamide in combinatie met aliskiren gecontra–indiceerd. Bij andere patiënten wordt de combinatie ontraden; indien de combinatie toch toegepast dient te worden, is periodieke bepaling van de nierfunctie, bloeddruk en serumelektrolyten aanbevolen.

Het door het diureticum veroorzaakte kaliumverlies wordt gewoonlijk door het kaliumsparend effect van perindopril tegengegaan; wees voorzichtig bij toediening van kaliumzouten, kaliumsparende diuretica, heparine en andere plasmakalium-verhogende geneesmiddelen (bv. cotrimoxazol, tacrolimus, ciclosporine) vanwege de kans op hyperkaliëmie, met name bij bestaande gestoorde nierfunctie. Bij combinatie met de kaliumsparende diuretica eplerenon of spironolacton voor het begin van de behandeling hyperkaliëmie en nierinsufficiëntie uitsluiten; gedurende de eerste maand wekelijks de kalium- en creatininespiegel controleren, daarna maandelijks. Ook kan bij een dergelijke combinatie nog steeds zowel hypo- als hyperkaliëmie optreden, controleer bij nierfalen of diabetes ook het ECG. Bij combinatie met kaliumverlagende middelen, zoals amfotericine B (parenteraal), corticosteroïden, ACTH of stimulerende laxantia is er meer kans op een hypokaliëmie.

Hypokaliëmie (intra- en extracellulair) of hypomagnesiëmie versterkt de toxiciteit van digoxine (cave ECG) en van geneesmiddelen die het QT-interval verlengen.

Wees voorzichtig bij combinatie met geneesmiddelen die 'Torsade de pointes' kunnen veroorzaken, zoals klasse IA en III anti-aritmica, haloperidol en droperidol, andere antipsychotica, erytromycine, moxifloxacine, methadon en anderen, voorkom en corrigeer hierbij een hypokaliëmie en controleer het QT-interval met een ECG.

Comedicatie met NSAID's (incl. COX-2-remmers) doet het antihypertensief effect verminderen, de nierfunctie verslechteren (incl. acuut nierfalen, vaak reversibel) en het serumkaliumgehalte toenemen; wees extra voorzichtig bij ouderen en patiënten met een bestaande gestoorde nierfunctie.

Combinatie met baclofen, tricyclische antidepressiva, antipsychotica, bepaalde anesthetica, vasodilatatoren en andere antihypertensiva kunnen het antihypertensief effect versterken.

Patiënten met meer kans op radiocontrast-nefropathie dienen voor blootstelling aan radiocontrast intraveneuze (re)hydratie te ontvangen.

De renale lithiumklaring neemt af door toegenomen terugresorptie in de tubulus; indien combinatie toch noodzakelijk is, de lithiumspiegel zorgvuldig controleren.

Thiaziden verminderen de calciumuitscheiding en kunnen zo hypercalciëmie veroorzaken, wees daarom voorzichtig bij combinatie met calciumzouten.

De werking van insuline en orale bloedglucoseverlagende middelen kan enerzijds door het diureticum worden geantagoneerd, terwijl anderzijds door de ACE-remmer het bloedglucoseverlagend effect kan toenemen. Combinatie met metformine voorzichtig toepassen vanwege meer kans op lactaatacidose, omdat indapamide nierfalen kan veroorzaken; geen metformine geven bij plasmacreatinine > 135 micromol/l (15 mg/l) bij mannen of > 110 micromol/l (12 mg/l) bij vrouwen.

Bij combinatie met estramustine, een mTOR-remmer (everolimus, (tem)sirolimus) of een DPP4-remmer (linagliptine, saxagliptine, sitagliptine, vildagliptine) is er meer kans op angio-oedeem.

Er is meer kans op hematologische reacties (m.n. neutropenie) bij combinatie met geneesmiddelen die een negatieve invloed hebben op het bloedbeeld (bv. allopurinol, cytostatica, immunosuppressiva waaronder corticosteroïden).

Er is meer kans op een nitritoïde reactie, als gevolg van intraveneuze toediening van aurothiomalaat bij gelijktijdige inname van ACE-remmers. Nitritoïde reacties, welke vrij ernstig kunnen zijn, worden gekenmerkt door roodheid in het gezicht, misselijkheid, duizeligheid en hypotensie.

Zwangerschap

Teratogenese: perindopril: Gebruik van ACE-remmers tijdens het 2e en 3e trimester is schadelijk, zich uitend in neonatale longhypoplasie, intra-uteriene groeivertraging, persisterende ductus arteriosus en schedelhypoplasie. Indapamide: Zowel bij de mens als bij dieren, onvoldoende gegevens.
Farmacologisch effect: Gebruik van ACE-remmers tijdens het 2e en 3e trimester kan leiden tot foetale en/of neonatale toxiciteit zoals hypotensie, gestoorde nierfunctie, nierfalen, oligohydramnion en hyperkaliëmie. Bij gebruik van indapamide rekening houden met een verminderde doorbloeding van de placenta en de vrucht, waardoor groeivertraging kan optreden. In het verleden werd toepassing van thiaziden en verwante verbindingen in het 3e trimester geassocieerd met problemen bij de neonaat (trombocytopenie, hypoglykemie en stoornissen in de elektrolytenbalans).
Advies: Gebruik tijdens het 1e trimester wordt niet aanbevolen; gebruik tijdens het 2e en 3e trimester is gecontra-indiceerd.
Overige: Bij kinderwens en zwangerschap instellen op een alternatieve therapie; aangeraden wordt de patiënte bij het begin van de behandeling al hierop te wijzen. Als blootstelling vanaf het 2e trimester heeft plaatsgevonden van de foetus een echoscopie verrichten van de nieren en schedel. Pasgeborenen nauwkeurig controleren op hypotensie, oligurie en hyperkaliëmie.

Lactatie

Overgang in moedermelk: Bij de mens, onbekend (perindopril), ja (indapamide).
Farmacologisch effect: Thiazideverbindingen kunnen hypokaliëmie, overgevoeligheid voor een sulfonamide en kernicterus geven met toename van vrij bilirubine.
Overige: Thiazideverbindingen kunnen de melksecretie remmen.
Advies: Gebruik is gecontra-indiceerd.

Contra-indicaties

  • ernstige nierinsufficiëntie (klaring < 30 ml/min), dialyse;
  • significante bilaterale arteria renalis stenose of stenose van de arteria renalis van één enkele functionerende nier;
  • extracorporale behandelingen die leiden tot contact van bloed met negatief geladen oppervlakken (bv. dialyse met 'high flux'-membranen en bij LDL-aferese via dextransulfaatabsorptie);
  • ernstig gestoorde leverfunctie, hepatische encefalopathie;
  • onbehandeld gedecompenseerd hartfalen;
  • hypokaliëmie;
  • angio-oedeem in de voorgeschiedenis (erfelijk, idiopathisch of al dan niet in verband met een ACE-remmer);
  • overgevoeligheid voor ACE–remmers of sulfonamiden.

Zie voor meer contra-indicaties de rubrieken Zwangerschap, Lactatie en Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

Symptomatische hypotensie kan soms na een eerste dosis optreden; hierop is meer kans bij ouderen, volume/natriumdepletie (bv. streng natriumbeperkt dieet of langdurige behandeling met diuretica), bij ernstige vormen van hartfalen en bij cirrose met oedeem en ascites. Wees bij deze en andere risicopatiënten (o.a. bij ischemische hartziekten en cerebrovasculaire) patiënten voorzichtig. Hypotensie van voorbijgaande aard is geen contra-indicatie voor voortzetting van de behandeling, na herstel van bloeddruk/volume kan de therapie doorgaans worden hervat met een lagere dosis of één van beide bestandsdelen. Hypotensie die tijdens anesthesie/operatie optreedt als gevolg van geblokkeerde angiotensine II-vorming, kan worden gecorrigeerd door volumevergroting; indien mogelijk één dag voor de operatie de ACE-remmer staken.

Periodieke controle van creatinine en kalium is aangewezen; twee weken na begin behandeling en iedere twee maanden indien de therapeutische instelling stabiel is. Controleer vóór aanvang van en regelmatig tijdens de behandeling ook het natriumgehalte, met name vaker bij ouderen en patiënten met levercirrose. Extra voorzichtigheid en controle van de nierfunctie en kaliumspiegel wordt aangeraden bij nierinsufficiëntie en renovasculaire hypertensie; stel deze patiënten klinisch in.

Controleer het bloedbeeld (m.n. het aantal leukocyten), vooral bij verminderde nierfunctie en in het bijzonder indien deze gepaard gaat met collageenziekten of behandeling met immunosuppressiva, vanwege de toegenomen kans op neutropenie. Sommige van deze patiënten ontwikkelen, met name bij gebruik van immunosuppressiva, ernstige infecties welke in enkele gevallen niet reageerden op intensieve antibiotische behandeling. Instrueer de patiënt zich te melden bij elk teken van infectie.

De kans op hyperkaliëmie neemt o.a. toe bij een leeftijd > 70 jaar, een bestaande nierfunctiestoornis, hypoaldosteronisme, ongecontroleerde diabetes mellitus en ten tijde van dehydratie, cardiale decompensatie en bij het bestaan van een metabole acidose. Stel patiënten met ernstig hartfalen (NYHA-klasse IV) en bij insuline-afhankelijke diabetes mellitus klinisch in vanwege de kans op hyperkaliëmie. Er is meer kans op hypokaliëmie bij patiënten met cirrose met oedeem en ascites, coronaire aandoeningen, hartfalen en bij ouderen. Bestaande verlenging van het QT-interval, hypokaliëmie en bradycardie zijn predisponerende factoren voor het ontstaan van (mogelijk fatale) 'torsade de pointes'. Controleer ook op hypomagnesiëmie en hypochloremische alkalose.

De bloedglucosewaarde nauwkeurig controleren bij gebruik van medicatie voor diabetes, met name in de eerste maand van de therapie. Bij insulineafhankelijke diabetes (spontane neiging tot verhoogde kaliumspiegels) de behandeling onder medisch toezicht starten met een lagere dosering.

Voorzichtig bij gestoorde leverfunctie omdat verschuivingen in vloeistof- en elektrolytenevenwicht coma hepaticum kunnen veroorzaken. Bij ontwikkeling van icterus of significante stijging van leverenzymwaarden de behandeling staken.

Indien angio-oedeem optreedt, het gebruik staken; indien de zwelling de tong, glottis of larynx betreft is er kans op luchtwegobstructie; dien zo snel mogelijk 0,3–0,5 mg adrenaline i.m. toe en/of neem maatregelen om de luchtweg open te houden. Ook bij alleen een zwelling van de tong (zonder ademnood), de patiënt langdurig observeren omdat de behandeling met antihistaminica en corticosteroïden niet altijd afdoende is. Bij abdominale pijn rekening houden met een mogelijk intestinaal angio–oedeem.

Bij een acute daling in de gezichtsscherpte of acute oogpijn (binnen enkele uren tot weken na start van de behandeling) de behandeling onmiddellijk stopzetten. Indien de oogdruk verhoogd is, deze proberen te verminderen, vanwege de kans op acuut gesloten-kamerhoekglaucoom na gebruik van gebruik van sulfonamide(derivaten).

Tijdens desensibilisatiebehandeling met dierlijke gifstoffen zijn anafylactische reacties beschreven; wees voorzichtig met ACE-remmers. Bij dialyse met 'high flux'-membranen en bij LDL-aferese via dextransulfaatabsorptie gelijktijdig gebruik van ACE-remmers vermijden vanwege de kans op anafylactoïde reacties.

Er is melding gemaakt van fotosensibilisatie bij gebruik van thiaziden; bij optreden overwegen de behandeling te staken. Indien de behandeling toch noodzakelijk is; bescherm de blootgestelde huid tegen zon- of UVA-licht.

Thiaziden verminderen de calciumuitscheiding en kunnen zo hypercalciëmie veroorzaken; wees voorzichtig bij maligne aandoeningen of hyperparathyreoïdie.

Vanwege onvoldoende ervaring dit preparaat niet gebruiken bij kinderen, dialysepatiënten en bij onbehandeld hartfalen. Bij een bilaterale stenose of een unilaterale stenose bij slechts één functionerende nier, zoals na niertransplantatie, wordt het gebruik van dit preparaat niet aanbevolen.

Indapamide kan een positieve uitslag geven in een dopingtest.

Perindopril niet gebruiken bij primair hyperaldosteronisme vanwege onvoldoende werkzaamheid.

ACE-remmers zijn minder effectief tegen hypertensie bij negroïde dan bij niet-negroïde mensen.

Overdosering

Symptomen
Hypotensie, soms met misselijkheid, braken, krampen, duizeligheid, slaperigheid, verwardheid, oligurie die zich kan ontwikkelen tot anurie. Verstoorde water-elektrolytenbalans (hyponatriëmie, hypokaliëmie).

Therapie
Perindoprilaat is dialyseerbaar.

Zie voor meer symptomen en behandeling vergiftigingen.info.

Eigenschappen

Combinatie van een 'angiotensine converting enzyme'-(ACE)-remmer en een diureticum van het sulfonamide type farmacologisch verwant aan thiazideverbindingen. Werkingsduur: ca. 24 uur.

Meer informatie:

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

perindopril/indapamide hoort bij de groep ACE-remmer met diureticum.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links