Samenstelling

Pred Forte (acetaat) Allergan bv

Toedieningsvorm
Oogdruppels (suspensie) (1%)
Sterkte
10 mg/ml
Verpakkingsvorm
5 ml

Conserveermiddel: benzalkoniumchloride. Bevat tevens: boorzuur.

Prednisolon Minims (di-Na-fosfaat) Bausch & Lomb

Toedieningsvorm
Oogdruppels (0,5%)
Sterkte
5 mg/ml
Verpakkingsvorm
0,5 ml

Conserveermiddel: geen. Bevat tevens: fosfaat.

Ultracortenol (pivalaat) Agepha GmbH

Toedieningsvorm
Oogzalf (0,5%)
Sterkte
5 mg/g
Verpakkingsvorm
5 g

Bevat wolvet.

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Volgens de richtlijn Uveïtis op oogheelkunde.org dient uveïtis anterior bij aanvang zo snel mogelijk behandeld te worden met hoogfrequent gedoseerde, sterk werkzame corticosteroïd-oogdruppels. De keuze wordt daarbij bepaald door de ernst van de ontsteking en eventuele eerdere reactie op therapie. Prednisolon(acetaat) 1% oogdruppels zijn het sterkst werkzaam, gevolgd door dexamethason en vervolgens prednisolon 0,5%.

Bij allergische conjunctivitis kan volgens de NHG-standaard Het rode oog (2017) bij hevige klachten en onvoldoende effect van antihistaminica oogdruppels prednisolon 0,5% oogdruppels voor maximaal drie dagen worden toegevoegd.

Bij conjunctivitis door contactallergie kan volgens de NHG-standaard Het rode oog prednisolon 0,5% oogdruppels voor maximaal drie dagen worden gegeven bij hevige klachten.

Indicaties

  • Allergische conjunctivitis.
  • Inflammatoire, niet-infectieuze oogaandoeningen: verschillende vormen van keratitis, episcleritis en uveïtis.
  • Postoperatieve prikkelingsverschijnselen van het voorste oogsegment.

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Allergische conjunctivitis:

Volwassenen:

Oogdruppels 0,5%: 1–2 druppels iedere 1–2 uur in de conjunctivaalzak; bij verbetering dosering verlagen tot 1–2 druppels 3–4×/per dag. Oogdruppels 1%: 1 druppel 2–4×/per dag. Oogzalf 0,5%: 3–4×/dag ca. 1 cm zalf in de conjunctivaalzak; zo nodig de eerste 24 uur elke 2 uur aanbrengen; meestal wordt de oogzalf echter alleen 's avonds gebruikt naast de oogdruppels voor overdag.

Volgens de NHG-standaard Het rode oog: bij allergische conjunctivitis: oogdruppels 0,5%: 1 druppel 3–4×/dag gedurende maximaal 3 dagen toevoegen aan antihistaminica oogdruppels indien deze onvoldoende effectief zijn.

Volgens de NHG-standaard Het rode oog: bij conjunctivitis door contactallergie: oogdruppels 0,5%: bij hevige klachten 1 druppel 3–4×/dag gedurende maximaal 3 dagen.

Kinderen > 12 jaar:

Oogzalf 0,5%: 3–4×/dag ca. 1 cm zalf in de conjunctivaalzak; zo nodig de eerste 24 uur elke 2 uur aanbrengen; meestal wordt de oogzalf echter alleen 's avonds gebruikt naast de oogdruppels voor overdag.

Kinderen:

Oogdruppels 0,5%: 1–2 druppels iedere 1–2 uur in de conjunctivaalzak; bij verbetering dosering verlagen tot 1–2 druppels 3–4×/per dag. Gebruiken onder strikte controle vanwege de kans op bijnierschorsinsufficiëntie.

Volgens het Kinderformularium van het NKFK: oogdruppels 0,5%: 1 druppel 4–6×/dag in de conjunctivaalzak. Oogdruppels 1%: 1 druppel 4×/dag in de conjunctivaalzak.

Volgens de NHG-standaard Het rode oog: bij allergische conjunctivitis: oogdruppels 0,5%: 1 druppel 3–4×/dag gedurende maximaal 3 dagen toevoegen aan antihistaminica oogdruppels indien deze onvoldoende effectief zijn.

Volgens de NHG-standaard Het rode oog: bij conjunctivitis door contactallergie: oogdruppels 0,5%: bij hevige klachten 1 druppel 3–4×/dag gedurende maximaal 3 dagen.

Verschillende vormen van keratitis, episcleritis en uveïtis:

Volwassenen:

Oogdruppels 0,5%: 1–2 druppels iedere 1–2 uur in de conjunctivaalzak; bij verbetering dosering verlagen tot 1–2 druppels 3–4×/per dag. Oogdruppels 1%: 1 druppel 2–4×/per dag. Oogzalf 0,5%: 3–4×/dag ca. 1 cm zalf in de conjunctivaalzak; zo nodig de eerste 24 uur elke 2 uur aanbrengen; meestal wordt de oogzalf echter alleen 's avonds gebruikt naast de oogdruppels voor overdag.

Volgens de NHG-standaard Het rode oog bij episcleritis: oogdruppels 0,5%: 1 druppel 3–4×/dag gedurende maximaal 3 dagen. Controleren na 2-3 dagen.

Kinderen > 12 jaar:

Oogzalf 0,5%: 3–4×/dag ca. 1 cm zalf in de conjunctivaalzak; zo nodig de eerste 24 uur elke 2 uur aanbrengen; meestal wordt de oogzalf echter alleen 's avonds gebruikt naast de oogdruppels voor overdag.

Kinderen:

Oogdruppels 0,5%: 1–2 druppels iedere 1–2 uur in de conjunctivaalzak; bij verbetering dosering verlagen tot 1–2 druppels 3–4×/per dag. Gebruiken onder strikte controle vanwege de kans op bijnierschorsinsufficiëntie.

Volgens het Kinderformularium van het NKFK: oogdruppels 0,5%: 1 druppel 4–6×/dag in de conjunctivaalzak. Oogdruppels 1%: 1 druppel 4×/dag in de conjunctivaalzak. Bij zeer ernstige uveïtis overwegen behandeling te starten met 1 druppel ieder uur op dag 1-3: vervolgens 1 druppel ieder 2 uur gedurende 4 dagen; daarna 1 druppel 5×/dag. Onderhoudsdosering: max. 3 druppels/dag. Oogzalf 0,5%: bij uveïtis voor de nacht aanbrengen in de conjunctivaalzak en afbouwen op geleide van klinisch beeld.

Volgens de NHG-standaard Het rode oog bij episcleritis: oogdruppels 0,5%: 1 druppel 3–4×/dag gedurende maximaal 3 dagen. Controleren na 2-3 dagen.

Postoperatieve prikkelingsverschijnselen van het voorste oogsegment:

Volwassenen:

Oogdruppels 1%: 1 druppel 2–4×/dag in de conjunctivaalzak.

Kinderen:

Volgens het Kinderformularium van het NKFK: oogdruppels 0,5%: 1 druppel 4–6×/dag in de conjunctivaalzak. Oogdruppels 1%: 1 druppel 4×/dag in de conjunctivaalzak.

Maximale behandelduur volgens de fabrikant: oogdruppels 0,5% korter dan 1 maand gebruiken. Oogdruppels 1% maximaal 10 dagen gebruiken; langer gebruik is alleen toegestaan indien onder zorgvuldig toezicht van een oogarts en regelmatige controle van de oogdruk. Indien een langere tijd is behandeld de toedieningsfrequentie geleidelijk verlagen bij staken van de behandeling.

Druk de traanbuis 1–3 minuten dicht tijdens en direct na toediening; dit voorkomt dat de oogdruppel afvloeit naar de neus- en keelholte wat systemische reacties tot gevolg kan hebben.

Bij gebruik van meerdere soorten oogpreparaten deze toedienen met een interval van ten minste vijf minuten. De oogdruppels die de minste irritatie geven als eerste en viskeuze druppels of oogzalven als laatste toedienen.

Prednisolon 'Minims' bevatten geen conserveermiddel en zijn bestemd voor eenmalig gebruik.

De suspensie goed schudden voor gebruik.

Bijwerkingen

Lokaal: Gemeld zijn: m.b.t. de huid rond de ogen: huidatrofie, striae en teleangiëctasieën. Oogklachten (zoals wazig zien, een prikkend of brandend gevoel, corpus–alienum–gevoel), hyperemie, secundaire ooginfecties, uveïtis, papiloedeem (pseudo–tumor cerebri), mydriase, petechiën op palpebrale conjunctiva, malacie van de sclera, vertraagde wondgenezing, ptosis.

Bij langdurig gebruik: (subcapsulair) cataract, verhoogde intra–oculaire druk, glaucoom, verdunde cornea, perforatie van de cornea of sclera.

Systemisch: Gemeld zijn: overgevoeligheid, urticaria, jeuk, huiduitslag. Hoofdpijn. Dysgeusie.

Bij langdurig gebruik: onderdrukking van de bijnierschorsfunctie (vooral bij kinderen).

Interacties

Gelijktijdig gebruik van parasympathicolytica en mydriatica zoals atropine vermeerderen de kans op een toename van de oogboldruk.

Gelijktijdig gebruik met lokale NSAID’s vermeerdert de kans op ongewenste effecten op de cornea zoals ulceratieve keratitis, keratitis punctata, cornea-oedeem, corneale epitheelafwijkingen en het dunner worden van de cornea.

Zwangerschap

Corticosteroïden passeren de placenta.
Teratogenese: Bij de mens geen aanwijzingen voor schadelijkheid bij systemisch gebruik van prednisolon.
Farmacologisch effect: Gezien de lage systemische belasting bij het gebruik van de oogdruppels en ruime ervaring met systemisch gebruik van prednisolon worden geen nadelige effecten bij de foetus verwacht.
Advies: Kan volgens voorschrift worden gebruikt.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: In geringe mate.
Farmacologisch effect: Door de lage systemische blootstelling na oculair gebruik bij de moeder, zijn geen ongewenste effecten te verwachten bij de zuigeling.
Advies: Kan volgens voorschrift gedurende 1 tot 2 weken worden gebruikt.

Contra-indicaties

  • glaucoom;
  • ooginfecties veroorzaakt door een bacterie, virus, schimmel, gist of parasiet;
  • dun hoornvlies, hoornvliesbeschadigingen inclusief cornea ulcera;
  • overgevoeligheid voor (andere) corticosteroïden.

Waarschuwingen en voorzorgen

Niet gebruiken bij epitheliale herpes simplex keratitis. Wees zeer voorzichtig bij gebruik van oculaire corticosteroïden bij de behandeling van diepe herpes simplex keratitis (aantasting diepere cornealagen); een gecombineerde efficiënte antivirale behandeling en regelmatig onderzoek met een spleetlamp zijn noodzakelijk. Wees zeer voorzichtig bij gebruik van oculaire corticosteroïden bij een herpes simplex infectie in de voorgeschiedenis; regelmatig onderzoek met een spleetlamp wordt aanbevolen om recidief vroegtijdig te ontdekken.

Secundaire ooginfecties: oogpreparaten met corticosteroïden vermeerderen de kans op secundaire ooginfecties en kunnen een ooginfectie maskeren, activeren of verergeren. Indien geen verbetering optreedt na 7-8 dagen, de mogelijkheid van een infectie overwegen. Bij een ooginfectie alleen lokale corticosteroïden geven als de infectie onder controle is door een efficiënte anti-infectieuze behandeling. Schimmelinfecties van de cornea treden vooral op tijdens langdurig gebruik van corticosteroïden. Wees bedacht op een schimmelinfectie bij persisterende ulceratie van de cornea. Indien schimmelinfecties optreden de behandeling met corticosteroïden staken.

Glaucoom en cataract: langdurige behandeling kan leiden tot cataract en een verhoogde intra-oculaire druk met mogelijke ontwikkeling van glaucoom. Adequate controle is aangewezen, vooral bij diabetes mellitus, bij familiair glaucoom, ouderen en kinderen.

Het gebruik van oogpreparaten met corticosteroïden direct na een staaroperatie kan het herstel vertragen en de kans op blaarvorming vergroten.

Perforaties van cornea en sclera: lokale corticosteroïden kunnen bij aandoeningen die gepaard gaan met een verdunning van cornea en sclera, perforaties veroorzaken.

Geen contactlenzen dragen tijdens een behandeling met prednisolon oogdruppels of oogzalf.

Bij droge ogen of een beschadigde cornea is nauwlettend toezicht vereist bij gebruik van Pred Forte oogdruppels, omdat het conserveermiddel benzalkoniumchloride bij langdurig gebruik keratitis punctata en/of toxische ulceratieve keratopathie kan veroorzaken.

Corneacalcificaties: bij een aanmerkelijk beschadigde cornea kan het gebruik van de fosfaathoudende oogdruppels (Minims) leiden tot corneacalcificaties.

Onderzoeksgegevens: de werkzaamheid en veiligheid van de oogdruppels 10 mg/ml bij kinderen is niet onderzocht, voor de oogzalf 5 mg/g niet bij kinderen < 12 jaar.

Overdosering

Bij accidentele orale inname door (kleine) kinderen kunnen systemische effecten optreden, zie vergiftigingen.info.

Eigenschappen

Zwakwerkend corticosteroïd. Corticosteroïden hebben een anti-inflammatoire en vasoconstrictieve werking. Zij onderdrukken de ontstekingsreactie zonder de onderliggende aandoening te genezen. De werkzaamheid van oculaire corticosteroïden wordt naast de anti-inflammatoire sterkte mede bepaald door het doordringend vermogen in het oog. Prednisolonacetaat penetreert vanwege zijn lipofiele eigenschappen beter en vollediger door het cornea-epitheel dan prednisolonnatriumfosfaat.

Kinetische gegevens

Resorptiesnel en volledig via cornea-epitheel.
T maxca. 2 uur (in kamerwater; Pred Forte).
Metaboliseringsnel tot actieve metabolieten.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

prednisolon (in de oogheelkunde) hoort bij de groep corticosteroïden, oculair.

Zie ook