rosuvastatine

Samenstelling

Zie voor hulpstoffen de productinformatie van CBG/EMA of raadpleeg een apotheker.

Crestor (als calciumzout) AstraZeneca bv

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
5 mg, 10 mg, 20 mg, 40 mg

Rosuvastatine (als calciumzout) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
5 mg, 10 mg, 20 mg, 40 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

rosuvastatine vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Bij hypercholesterolemie is een statine de eerste keus ter verlaging van het LDL-cholesterol; atorvastatine, rosuvastatine of simvastatine heeft de voorkeur. Intensiveer de lipidenverlagende therapie wanneer de streefwaarde niet bereikt wordt door het ophogen van de dosis als de maximumdosering nog niet bereikt is of door te switchen naar een potentere statine. Bij onvoldoende effect van een statine in de maximale (te verdragen) dosering kan bij een patiënt ≤ 70 jaar of bij niet-kwetsbare ouderen met hart- en vaatziekten (HVZ), ezetimib worden toegevoegd.

Indicaties

  • Aanvulling op dieet bij volwassenen en kinderen > 6 jaar met primaire hypercholesterolemie, waaronder familiaire hypercholesterolemie (incl. de heterozygote variant), gecombineerde hyperlipidemie, indien dieet en andere maatregelen alléén niet voldoende zijn.
  • Bij volwassenen en kinderen > 6 jaar met homozygote familiaire hypercholesterolemie als aanvulling bij andere lipidenverlagende behandelingen (bv. LDL-aferese) of alleen als andere lipidenverlagende behandelingen niet zijn aangewezen.
  • Preventie van ernstige cardiovasculaire aandoeningen bij veel kans op een eerste cardiovasculaire aandoening, als aanvulling op de correctie van andere risicofactoren.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Hypercholesterolemie

Volwassenen

Begindosering 5–10 mg 1×/dag, zo nodig na 4 weken verdubbelen. Een dosering van 40 mg alleen toepassen bij ernstige hypercholesterolemie met een vergroot cardiovasculair risico (met name bij familiaire hypercholesterolemie) bij onvoldoende effect van 20 mg. Indien met 40 mg begonnen wordt, wordt controle door een gespecialiseerde arts geadviseerd.

Bij ouderen > 70 jaar, patiënten met matige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 60 ml/min), Aziatische patiënten en bij patiënten met predisponerende factoren voor myopathie is de startdosering 5 mg, waarna de dosering indien nodig na 4 weken kan worden aangepast. Bij Aziatische patiënten, matig gestoorde nierfunctie en sommige patiënten met een predispositie voor myopathie is de maximale dosering 20 mg 1×/dag.

Kinderen

Heterozygote familiaire hypercholesterolemie: Bij kinderen van 6–9 jaar: begindosering 5 mg 1×/dag. Zo nodig verhogen tot maximaal 10 mg 1×/dag. Bij kinderen van 10–17 jaar: begindosering 5 mg 1×/dag. Zo nodig verhogen tot maximaal 20 mg 1×/dag.

Homozygote familiaire hypercholesterolemie: Bij kinderen van 6–17 jaar begindosering 5-10 mg 1×/dag afhankelijk van gewicht, leeftijd en eerder gebruik van statinen. Zo nodig verhogen tot maximaal 20 mg 1×/dag.

Preventie van cardiovasculaire aandoeningen

Volwassenen

20 mg 1×/dag.

Bij genetische afwijkingen van de transporteiwitten OATP1B1 of BCRP of bij combinatie met geneesmiddelen die deze transporteiwitten remmen (ciclosporine, bepaalde proteaseremmers zoals atazanavir, ritonavir, lopinavir, darunavir) is er meer kans op myopathie vanwege een verhoogde plasmaspiegel van rosuvastatine; een lagere dosering overwegen, zie ook de rubriek Interacties.

Bijwerkingen

Toon bijwerkingen per frequentieToon bijwerkingen per tractus.

Vaak

Algemeen en toedieningsplaats

  • Gevoel van zwakte

Maagdarmstelsel

  • Buikpijn
  • Nausea
  • Obstipatie

Skeletspieren en bindweefsel

  • Spierpijn

Stofwisseling en voeding

  • Diabetes mellitus

Zenuwstelsel

  • Duizeligheid
  • Hoofdpijn

Soms

Huid en onderhuid

  • Huiduitslag
  • Jeuk
  • Urticaria

Zelden

Bloed en lymfestelsel

  • Trombocytopenie

Huid en onderhuid

  • Angio-oedeem

Immuunsysteem

  • Overgevoeligheidsreactie

Maagdarmstelsel

  • Pancreatitis

Nieren en urinewegen

  • Acuut nierfalen

Onderzoeken

  • Transaminasen verhoogd

Skeletspieren en bindweefsel

  • Myopathie
  • Rabdomyolyse

Zeer zelden

Lever en galwegen

  • Geelzucht
  • Hepatitis

Nieren en urinewegen

  • Hematurie

Skeletspieren en bindweefsel

  • Artralgie

Voortplantingsstelsel en borst

  • Gynaecomastie

Zenuwstelsel

  • Geheugenverlies
  • Polyneuropathie

Beschreven, met onbekende frequentie

Ademhalingsstelsel, borstkas en mediastinum

  • Dyspneu
  • Hoesten

Algemeen en toedieningsplaats

  • Oedeem

Huid en onderhuid

  • Stevens-Johnson-syndroom

Letsels, intoxicaties en complicaties

  • Peesruptuur

Maagdarmstelsel

  • Diarree

Nieren en urinewegen

  • Proteïnurie

Onderzoeken

  • Creatinekinase verhoogd

Psyche

  • Depressie
  • Nachtmerries
  • Slaapstoornis
  • Slapeloosheid

Skeletspieren en bindweefsel

  • Immuungemedieerde necrotiserende myopathie
  • Spierzwakte
  • Tendinopathie

Zenuwstelsel

  • Perifere neuropathie

Ademhalingsstelsel, borstkas en mediastinum (Beschreven, met onbekende frequentie)

Beschreven, met onbekende frequentie
Dyspneu
Hoesten

Algemeen en toedieningsplaats (Tussen de 1% en 10% van de gevallen)

Gevoel van zwakte Vaak
Beschreven, met onbekende frequentie
Oedeem

Bloed en lymfestelsel (Tussen de 0,01% en 0,1% van de gevallen)

Trombocytopenie Zelden

Huid en onderhuid (Tussen de 0,1% en 1% van de gevallen)

Huiduitslag Soms
Jeuk
Urticaria
Angio-oedeem Zelden
Beschreven, met onbekende frequentie
Stevens-Johnson-syndroom

Immuunsysteem (Tussen de 0,01% en 0,1% van de gevallen)

Overgevoeligheidsreactie Zelden

Letsels, intoxicaties en complicaties (Beschreven, met onbekende frequentie)

Beschreven, met onbekende frequentie
Peesruptuur

Lever en galwegen (In minder dan 0,01% van de gevallen)

Geelzucht Zeer zelden
Hepatitis

Maagdarmstelsel (Tussen de 1% en 10% van de gevallen)

Buikpijn Vaak
Nausea
Obstipatie
Pancreatitis Zelden
Beschreven, met onbekende frequentie
Diarree

Nieren en urinewegen (Tussen de 0,01% en 0,1% van de gevallen)

Acuut nierfalen Zelden
Hematurie Zeer zelden
Beschreven, met onbekende frequentie
Proteïnurie

Onderzoeken (Tussen de 0,01% en 0,1% van de gevallen)

Transaminasen verhoogd Zelden
Beschreven, met onbekende frequentie
Creatinekinase verhoogd

Psyche (Beschreven, met onbekende frequentie)

Beschreven, met onbekende frequentie
Depressie
Nachtmerries
Slaapstoornis
Slapeloosheid

Skeletspieren en bindweefsel (Tussen de 1% en 10% van de gevallen)

Spierpijn Vaak
Myopathie Zelden
Rabdomyolyse
Artralgie Zeer zelden
Beschreven, met onbekende frequentie
Immuungemedieerde necrotiserende myopathie
Spierzwakte
Tendinopathie

Stofwisseling en voeding (Tussen de 1% en 10% van de gevallen)

Diabetes mellitus Vaak

Voortplantingsstelsel en borst (In minder dan 0,01% van de gevallen)

Gynaecomastie Zeer zelden

Zenuwstelsel (Tussen de 1% en 10% van de gevallen)

Duizeligheid Vaak
Hoofdpijn
Geheugenverlies Zeer zelden
Polyneuropathie
Beschreven, met onbekende frequentie
Perifere neuropathie

Toelichting

  • Diabetes mellitus: bij aanwezigheid van risicofactoren voor diabetes.
  • Rabdomyolyse: met en zonder acuut nierfalen.
  • Proteïnurie: meestal voorbijgaand.
  • Immuun–gemedieerde necrotiserende myopathie: gedurende of na de behandeling, zich uitend in persisterende proximale spierzwakte en een verhoogde creatinekinasewaarde in serum.

Bij het gebruik van sommige andere statinen zijn nog gemeld: spierscheuring, seksuele disfunctie en uitzonderlijke gevallen van interstitiële longziekte (dyspneu, niet-productieve hoest, achteruitgang van de algehele gezondheid).

Interacties

Gelijktijdig gebruik met ciclosporine kan leiden tot zevenmaal hogere AUC's van rosuvastatine; deze combinatie is gecontra-indiceerd.

Co–medicatie met gemfibrozil, andere fibraten of ezetimib vermeerderen de kans op myopathie; fibraten zijn gecontra–indiceerd bij de dosering van 40 mg rosuvastatine.

Combinatie met sofosbuvir/velpatasvir/voxilaprevir is gecontra-indiceerd vanwege een mogelijk 7-voudige verhoging van de AUC van rosuvastatine.

Combinatie met velpatasvir kan eveneens leiden tot driemaal hogere AUC's van rosuvastatine.

Rosuvastatine wordt getransporteerd door OATP1B1 en BCRP; combinatie met middelen die deze transporteiwitten remmen, kan resulteren in een verhoogde rosuvastatinespiegel en meer kans op myopathie. Zo kan combinatie met regorafenib, een BCRP-remmer, leiden tot een viermaal hogere blootstelling (AUC) aan rosuvastatine

Gelijktijdige toediening met HIV-proteaseremmers (o.a. geneesmiddelen met atazanavir, darunavir, glecaprevir, grazoprevir, lopinavir, paritaprevir, en/of ritonavir) kan de blootstelling aan rosuvastatine aanzienlijk verhogen; gelijktijdige toediening met dergelijke proteaseremmers wordt afgeraden.

Combinatie met clopidogrel kan de AUC van rosuvastatine verdubbelen.

Combinatie met itraconazol of eltrombopag kan de plasmaspiegel van rosuvastatine verhogen. Wees voorzichtig met een begindosering > 20 mg.

De plasmaconcentratie wordt ca. 50% verlaagd door antacida die aluminiumhydroxide en magnesiumhydroxide bevatten; het antacidum 2 uur na rosuvastatine toedienen.

Een mogelijke versterking van het antistollingseffect kan optreden bij gelijktijdig gebruik met vitamine K-antagonisten; bij starten of staken met rosuvastatine of bij dosisverandering de INR frequenter controleren.

Bij combinatie met een oraal anticonceptivum of met hormoonsubstitutietherapie rekening houden met verhoogde hormoonspiegels.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren, in doseringen toxisch voor het moederdier, aanwijzingen voor schadelijkheid.

Farmacologisch effect: Op grond van de farmacologische werkzaamheid is schadelijkheid mogelijk. Er zijn enkele gevallen van aangeboren afwijkingen gemeld bij gebruik van statinen tijdens zwangerschap.

Advies: Gebruik is gecontra-indiceerd.

Overige: Een vruchtbare vrouw dient adequate anticonceptieve maatregelen te treffen gedurende de therapie.

Lactatie

Overgang in moedermelk: Onbekend. Ja, bij dieren.

Advies: Gebruik is gecontra-indiceerd.

Contra-indicaties

  • actieve leverziekte, incl. onverklaarbare, persisterende verhoging van serumtransaminasen;
  • elke verhoging van serumtransaminasen hoger dan driemaal de ULN;
  • myopathie;
  • ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 30 ml/min);
  • De 40 mg dosering is tevens gecontra-indiceerd bij predisponerende factoren voor myopathie of rabdomyolyse, zoals:
    • matig gestoorde nierfunctie (creatinineklaring < 60 ml/min);
    • hypothyroïdie;
    • erfelijke spierziekten in de persoonlijke of familiaire anamnese;
    • musculaire toxiciteit door geneesmiddelen in de anamnese;
    • alcoholmisbruik;
    • Aziatische afkomst.

Zie voor meer contra-indicaties de rubrieken Zwangerschap, Lactatie en Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

Spierklachten: Wees voorzichtig bij grote alcoholinname en/of een leveraandoening in de anamnese, vanwege meer kans op myopathie. Myopathie ontstaan door gebruik van statinen, kan in enkele gevallen overgaan in rabdomyolyse en nierfalen, in zeer zeldzame gevallen met fatale afloop. Bepaal de creatinekinase-waarden (CK) vóór start van de statine alléén bij een erfelijke spierafwijking in de (familie)anamnese óf bij spiertoxiciteit bij eerder gebruik van een statine of fibraat. Bepaling van de levertransaminasewaarden voorafgaand aan de therapie kan zinvol zijn bij alcoholmisbruik of een bekende leverfunctiestoornis. Bepaal de CK- en transaminasewaarden tijdens de behandeling alléén in geval van verdenking van toxiciteit (bv. door langdurige interacties) of leverfalen en bij ernstige spierklachten (vooral indien gepaard met koorts en malaise). Bij myopathie (CK > 10× ULN) of verdenking van myotoxiciteit de behandeling staken. Spierpijn kan ook voorkomen zonder verhoogde CK-waarden; de anamnese is belangrijker dan de bepaling. Adviseer iedere patiënt om bij onverklaarde spierpijn, -gevoeligheid of -zwakte onmiddellijk een arts te waarschuwen. Bij milde spierklachten zonder toxiciteit de statine (tijdelijk) staken of de dosering verlagen en na enkele weken de klachten evalueren; indien een relatie bestaat met de statinetherapie, een lagere dosering of eventueel een andere statine (fluvastatine ≤ 40 mg/dag of pravastatine ≤ 80 mg/dag) geven. Bij stijging van de levertransaminasewaarden > 3× ULN de behandeling onderbreken en na normalisatie eventueel hervatten in een lagere dosering of overstappen op een ander statine.

Levertoxiciteit: Onderbreek direct de behandeling bij optreden van ernstige leverschade, hyperbilirubinemie en/of geelzucht. Als geen andere oorzaak voor de leverschade gevonden wordt, de behandeling niet herstarten.

Bij secundaire hypercholesterolemie, veroorzaakt door hypothyroïdie of nefrotisch syndroom, eerst de onderliggende aandoening behandelen alvorens met rosuvastatine te starten.

Bij Aziatische patiënten is een tweevoudige toename van de mediane AUC waargenomen in vergelijking met westerse Kaukasiërs.

Bij genetische afwijkingen van het transporteiwit OATP1B1 of BCRP is er meer kans op myopathie; een lagere dosering overwegen.

Bij vermoeden van ontwikkeling van een interstitiële longziekte, de behandeling met een statine staken.

Er zijn aanwijzingen dat statinen het bloedglucosegehalte kunnen verhogen. Hierdoor kan, bij bepaalde risicofactoren (zoals glucose nuchter van 5,6–6,9 mmol/l, BMI > 30 kg/m²) een mate van hyperglykemie optreden waardoor behandeling zoals bij diabetes mellitus nodig is. Dit is echter geen reden om de statine–behandeling te staken.

Onderzoeksgegevens: Omdat gegevens over de veiligheid en de effectiviteit bij een leeftijd < 6 jaar ontbreken, wordt geadviseerd rosuvastatine niet toe te passen bij kinderen < 6 jaar. De effecten van rosuvastatine op de lichamelijke en seksuele ontwikkeling bij kinderen en adolescenten bij een gebruik langer dan 2 jaar zijn onbekend. De behandeling bij kinderen (6–17 jaar; puberale status jongens: Tanner-stadium ≥ 2, meisjes: ≥1 jaar postmenarche) dient ingesteld te worden door een gespecialiseerde arts.

Overdosering

Zie voor symptomen en behandeling de stofmonografie op vergiftigingen.info.

Eigenschappen

Statine (cholesterolsyntheseremmer). Rosuvastatine is een specifieke competitieve remmer van hydroxymethylglutarylco-enzym A-(HMG-CoA-)reductase, een enzym dat een essentiële rol speelt bij de biosynthese van cholesterol. Remming van deze synthese heeft onder andere toename van het aantal LDL-receptoren in de lever tot gevolg, dit resulteert in verlaging van de LDL-cholesterolplasmaspiegel. Het verlaagt daarnaast tevens apolipoproteïne B en triglyceriden en verhoogt het HDL-cholesterol en apolipoproteïne A. Werking: binnen twee weken wordt gewoonlijk 90% van de maximale respons bereikt; maximaal binnen vier weken.

Kinetische gegevens

F 20% door groot 'first pass'-effect in de lever.
T max ca. 5 uur.
V d 1,9 l/kg. Rosuvastatine wordt vooral door het leverweefsel opgenomen via het membraantransporteiwit OATP–C.
Overig De plasmaconcentratie kan bij ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 30 ml/min) tot driemaal toenemen, bij ernstige leverinsufficiëntie minstens tweemaal.
Eiwitbinding ca. 90%.
Metabolisering ca. 10% wordt gemetaboliseerd (o.a. door CYP2C9), vooral tot de N-desmethylmetaboliet, die ca. 50% minder actief is dan rosuvastatine, en de inactieve lactonmetaboliet.
Eliminatie ca. 90% onveranderd met de feces en de rest met de urine.
T 1/2el ca. 19 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

rosuvastatine hoort bij de groep statinen.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links