Samenstelling

Atorvastatine (als Ca-zout-3-water) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
10 mg, 20 mg, 40 mg, 80 mg

Lipitor (als Ca-zout-3-water) Pfizer bv

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
10 mg, 20 mg, 40 mg
Toedieningsvorm
Kauwtablet
Sterkte
10 mg, 20 mg

De kauwtabletten bevatten resp. 1,25 mg en 2,5 mg aspartaam, overeenkomend met 0,7 mg en 1,4 mg fenylalanine.

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Bij de medicamenteuze verlaging van het cholesterolgehalte ter vermindering van het tienjaarsrisico van morbiditeit en mortaliteit door hart- en vaatziekten, verdient simvastatine de voorkeur, vanwege de gunstige balans tussen (kosten)effectiviteit en bijwerkingen. Bij onvoldoende effect kan overgestapt worden op atorvastatine of eventueel rosuvastatine.

Aan de vergoeding van atorvastatine zijn voorwaarden verbonden, zie Regeling zorgverzekering, bijlage 2.

Indicaties

  • Aanvulling op dieet bij volwassenen en kinderen ≥ 10 jaar met primaire hypercholesterolemie, waaronder familiaire hypercholesterolemie (heterozygote variant) of gecombineerde (gemengde) hyperlipidemie, indien dieet en andere maatregelen alléén niet voldoende zijn ter verlaging van verhoogd totaal cholesterol, LDL-cholesterol, apolipoproteïne B en triglyceriden.
  • Bij volwassenen met homozygote familiaire hypercholesterolemie als aanvulling op andere lipidenverlagende behandelingen (zoals LDL-aferese) of indien dergelijke behandelingen niet beschikbaar zijn ter verlaging van totaal- en LDL-cholesterol.
  • Preventie van hart- en vaataandoeningen bij volwassen patiënten met veel kans op een cardiovasculaire gebeurtenis, als aanvulling op correctie van andere risicofactoren.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Primaire hypercholesterolemie en gecombineerde hyperlipidemie:

Volwassenen:

Begindosering 10 mg 1×/dag, zo nodig verhogen met tussenpozen van ten minste 4 weken; max. 80 mg 1×/dag. De meerderheid wordt gereguleerd met 10 mg 1×/dag.

Heterozygote familiaire hypercholesterolemie:

Volwassenen:

Begindosering 10 mg 1×/dag, zo nodig iedere 4 weken aan te passen tot 40 mg 1×/ dag; daarna kan zo nodig worden verhoogd tot maximaal 80 mg 1×/dag òf kan 40 mg worden gecombineerd met een galzuurbindend middel.

Kinderen > 10 jaar:

Begindosering 10 mg 1×/dag, op basis van respons en verdraagzaamheid zo nodig met tussenpozen van ten minste 4 weken verhogen tot maximaal 80 mg 1×/dag. Ervaring met doseringen > 0,5 mg/kg is beperkt.

Homozygote familiaire hypercholesterolemie:

Volwassenen:

10–80 mg 1×/dag, in combinatie met andere lipidenverlagende behandelingen (LDL–aferese) of als dergelijke behandelingen niet beschikbaar zijn.

Preventie van hart- en vaataandoeningen:

Volwassenen:

In het algemeen 10 mg 1×/dag, evt. te verhogen tot 80 mg 1×/dag.

Bij combinatie met ciclosporine of tipranavir/ritonavir is de maximale dosis atorvastatine 10 mg/dag. Bij combinatie met boceprevir is de maximale dosis atorvastatine 20 mg/dag. Bij combinatie met andere middelen die de plasmaspiegel van atorvastatine kunnen verhogen, kan eveneens een lagere atorvastatinedosering of extra controle nodig zijn; zie hiervoor rubriek Interacties.

De dagelijkse dosis in één dosering op een willekeurig moment van de dag innemen. De kauwtablet kan worden gekauwd of geheel doorgeslikt met wat water (niet met grapefruitsap).

Bijwerkingen

Vaak (1-10%): Misselijkheid, obstipatie, flatulentie, diarree, dyspepsie. Hoofdpijn. Hyperglykemie. Allergische reacties. Nasofaryngitis, faryngolaryngeale pijn, neusbloedingen. Pijn in extremiteiten, rug, spieren en gewrichten, spierspasmen, zwelling in gewrichten.

Soms (0,1-1%): nachtmerries, slapeloosheid. Duizeligheid, paresthesie, hypesthesie, amnesie, smaakstoornissen, tinnitus, visusstoornissen. Alopecia, huiduitslag, jeuk, urticaria. Hepatitis, pancreatitis, buikpijn, braken, oprispingen. Vermoeide spieren, spierzwakte. Malaise, pijn in de borstkas, perifeer oedeem, vermoeidheid, koorts. Hypoglykemie, gewichtstoename, anorexie.

Zelden (0,01-0,1%): trombocytopenie. Perifere neuropathie. Cholestase. Angioneurotisch oedeem, bulleuze dermatitis (waaronder erythema multiforme, Stevens-Johnsonsyndroom en toxische epidermale necrolyse). Myopathie, myositis, rabdomyolyse, peesaandoening (soms met ruptuur).

Zeer zelden (< 0,01%): anafylaxie, gehoorverlies, leverfalen, gynaecomastie.

Verder zijn gemeld: immuun-gemedieerde necrotiserende myopathie (tijdens of na behandeling met statinen). Gestoorde leverfunctie, meestal mild en voorbijgaand; bij 0,8% een reversibele stijging van serumtransaminasen groter dan driemaal de bovengrens van normaalwaarde (ULN). Toename creatinekinase in serum (bij 2,5% > 3×ULN, bij 0,4% > 10×ULN).

Bij een aantal statinen zijn nog gemeld: spierscheuring, seksuele disfunctie, depressie, diabetes mellitus (met name bij aanwezigheid van risicofactoren voor diabetes mellitus) en uitzonderlijke gevallen van interstitiële longziekte (dyspneu, niet–productieve hoest, achteruitgang van de algehele gezondheid).

Interacties

Atorvastatine is een substraat voor CYP3A4 en voor transporteiwitten zoals OATP1B1. De kans op myopathie is groter bij gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen die CYP3A4 matig (erytromycine, diltiazem, amiodaron, verapamil, fluconazol) tot krachtig (ciclosporine, stiripentol, itraconazol, ketoconazol, voriconazol, posaconazol, HIV-proteaseremmers (o.a. ritonavir, lopinavir, atazanavir, indinavir, darunavir, tipranavir, saquinavir, fosamprenavir, boceprevir), claritromycine) remmen en de plasmaconcentratie verhogen; in zeldzame gevallen heeft dit geleid tot rabdomyolyse en nierfalen; combinatie vermijden of een lagere dosering atorvastatine overwegen onder adequate klinische controle van de patiënt.

Bij combinatie met sterke CYP3A4–inductoren rekening houden met een verlaagde atorvastatinespiegel.

Gebruik van grapefruitsap vermijden.

Bij comedicatie met rifampicine beide middelen exact tegelijkertijd innemen vanwege CYP3A4–inductie èn remming van het transporteiwit OATP1B1 door rifampicine; nauwkeurige controle van de werkzaamheid van atorvastatine is aangewezen.

Bij combinatie met systemisch fusidinezuur, de atorvastatine–behandeling bij voorkeur tijdelijk stopzetten gedurende de fusidinezuurbehandeling; 7 dagen na de laatste dosis van fusidinezidinezuur atorvastatine herstarten. Vanwege melding van (fatale) rabdomyolyse bij deze combinatie slechts in uitzonderlijke gevallen wel de combinatie met oraal fusidinezuur, onder strikt medisch toezicht, toepassen.

De kans op myopathie neemt eveneens toe bij gelijktijdig gebruik van fibraten, ezetimib of colchicine.

Bij gelijktijdig gebruik van middelen die transporteiwitten remmen, zoals ciclosporine, kan de atorvastatinespiegel toenemen met meer kans op myopathie.

Indien tevens digoxine wordt gebruikt, goed controleren aangezien de steady-state-concentratie van digoxine licht toeneemt bij gebruik van 10 mg atorvastatine per dag.

Bij gelijktijdig gebruik met een oraal anticonceptivum is een toename van de concentratie van norethisteron en ethinylestradiol opgetreden.

Bij het begin van de behandeling met atorvastatine en bij dosisverandering INR extra controleren bij combinatie met een vitamine K antagonist.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Er is in zeldzame gevallen melding gemaakt van aangeboren afwijkingen na intra–uteriene blootstelling aan statinen. Bij dieren in hoge doseringen schadelijk gebleken.
Farmacologisch effect: Op grond van de farmacologische werking is schade mogelijk omdat cholesterol belangrijk is voor de embryonale en foetale ontwikkeling.
Advies: Gebruik is gecontra–indiceerd.
Overige: Een vruchtbare vrouw dient adequate anticonceptieve maatregelen te treffen gedurende de therapie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Ja, bij dieren.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding is gecontra–indiceerd.

Contra-indicaties

  • Leverfunctiestoornis (acute leverziekten of onverklaarde aanhoudende verhoging van de serumtransaminasen > 3× ULN).

Zie voor meer contra-indicaties de rubrieken Zwangerschap en Lactatie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Wees voorzichtig bij grote alcoholinname en/of een leveraandoening in de anamnese, vanwege meer kans op myopathie. Myopathie ontstaan door gebruik van HMG-coA-reductaseremmers kan in enkele gevallen overgaan in rabdomyolyse en nierfalen, in zeer zeldzame gevallen met fatale afloop. Bepaal de creatinekinase(CK)-waarden vóór start van de statine alleen bij een erfelijke spierafwijking in de (familie)anamnese of bij spiertoxiciteit bij eerder gebruik van statine of fibraat. Bepaling van de levertransaminasewaarden voorafgaand aan de therapie kan zinvol zijn bij alcoholmisbruik of bekende leverfunctiestoornis. Bepaal de CK- en transaminasewaarden tijdens de behandeling alleen in geval van verdenking van toxiciteit (bv. door langdurige interacties) of leverfalen en bij ernstige spierklachten (vooral indien gepaard met koorts en malaise). Verder de CK–spiegel bepalen bij genetische subpopulaties (genetisch polymorfisme in het gen dat het transporteiwit OATP1B1 codeert) en eventueel bij leeftijd > 70 jaar. Bij myopathie (CK > 10× ULN) of verdenking van myotoxiciteit de behandeling staken. Spierpijn kan ook voorkomen zonder verhoogde CK-waarden; de anamnese is belangrijker dan de bepaling. Adviseer iedere patiënt om bij onverklaarde spierpijn, -gevoeligheid of -zwakte onmiddellijk een arts te waarschuwen. Bij milde spierklachten zonder toxiciteit de statine (tijdelijk) staken of de dosering verlagen en na enkele weken de klachten evalueren; indien een relatie bestaat met de statinetherapie, een lagere dosering of eventueel een andere statine (fluvastatine ≤ 40 mg/dag, pravastatine ≤ 80 mg/dag of rosuvastatine ≤ 40 mg/dag) geven. Bij stijging van de levertransaminasewaarden > 3× ULN de behandeling staken en na normalisatie eventueel hervatten in een lagere dosering of overstappen op een ander statine. Onderbreek direct de behandeling bij optreden van ernstige leverschade, hyperbilirubinemie en/of geelzucht. Als geen andere oorzaak voor de leverschade gevonden wordt, de behandeling niet herstarten.

Er zijn aanwijzingen dat statinen het bloedglucosegehalte kunnen verhogen. Hierdoor kan, bij bepaalde risicofactoren (zoals glucose nuchter van 5,6–6,9 mmol/l) een mate van hyperglykemie optreden waardoor behandeling zoals bij diabetes mellitus nodig is. Dit is echter geen reden om de statine–behandeling te staken.

Gebruik door kinderen dient uitsluitend door specialisten te worden begeleid. In een 3 jaar durend onderzoek naar de effecten van atorvastatine in de leeftijd van 10–17 jaar werd geen klinisch effect op de lichamelijke en seksuele ontwikkeling aangetoond; gebruik langer dan 3 jaar in de leeftijd van 10–17 jaar is niet onderzocht. Gegevens met betrekking tot kinderen van 6–10 jaar zijn beperkt; atorvastatine is niet geïndiceerd bij kinderen jonger dan 10 jaar.

Er was een hogere incidentie van hersenbloedingen bij patiënten die een beroerte of een TIA hadden doorgemaakt, maar geen coronaire hartziekten hadden, bij een behandeling met 80 mg atorvastatine ter preventie van een recidief beroerte.

Overdosering

Zie voor symptomen en behandeling het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Statine (cholesterolsyntheseremmer). Het is een specifieke competitieve remmer van HMG-CoA-reductase, een enzym dat een essentiële rol speelt bij de biosynthese van cholesterol. Remming van deze synthese heeft onder andere toename van het aantal LDL-receptoren in de lever tot gevolg; dit resulteert in verlaging van de LDL-cholesterolplasmaspiegel. Het verlaagt daarnaast apolipoproteïne B en triglyceriden en verhoogt in wisselende mate het HDL-cholesterol en apolipoproteïne A. Circa 70% van de activiteit wordt toegeschreven aan actieve metabolieten. Werking: binnen 2 weken, max. binnen 4 weken.

Kinetische gegevens

Resorptiesnel.
F12% door presystemische klaring in de gastro-intestinale mucosa en/of door first-pass-effect in de lever.
T max1–2 uur.
Eiwitbinding≥ 98%.
V dca. 5,4 l/kg.
OverigDe plasmaconcentraties van atorvastatine en actieve metabolieten zijn bij chronische alcoholische leverziekten aanzienlijk verhoogd.
Metaboliseringdoor CYP3A4 tot actieve ortho- en paragehydroxyleerde metabolieten en tot diverse β-oxidatiemetabolieten.
Eliminatievnl. via de lever.
T 1/2elca. 14 uur (atorvastatine), langer (actieve metabolieten).

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

atorvastatine hoort bij de groep statinen.

atorvastatine vergelijken met een ander geneesmiddel

Zie ook