Samenstelling

Zie voor hulpstoffen de productinformatie van CBG/EMA of raadpleeg een apotheker.

Angeliq Bayer bv

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld

Bevat per tablet: drospirenon 2 mg, estradiol 1 mg.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Ernstige climacterische klachten (zoals door de vrouw ervaren) kunnen worden behandeld met hormoonsuppletie, waarbij na 3 maanden evaluatie plaatsvindt. Vrouwen zonder uterus worden alleen behandeld met een oestrogeen (estradiol). Kies voor estradiol transdermaal bij vrouwen met meer kans op veneuze trombo-embolie (zoals BMI > 30 kg/m²). Vrouwen met een uterus worden behandeld met een combinatie van een oestrogeen en een progestageen. In de perimenopauze wordt een progestageen cyclisch toegevoegd. In de postmenopauze wordt een continu combinatiepreparaat geadviseerd. De combinatie van oestrogenen met derdegeneratieprogestagenen heeft geen voorkeur in verband met mogelijk meer kans op veneuze trombo-embolieën. Bij urogenitale atrofie bij postmenopauzale vrouwen kan een lokaal oestrogeen worden gebruikt.

Er is geen plaats meer voor oestrogenen bij de preventie van postmenopauzale osteoporose vanwege de ernstige langetermijncomplicaties. Voor de keuze van de juiste standaardbehandeling, zie Osteoporose.

Indicaties

  • Bij vrouwen met intacte uterus, die minstens 1 jaar geleden hun laatste menstruatie hebben gehad: hormoonsuppletietherapie (HST) bij symptomen van oestrogeendeficiëntie.
  • Preventie van postmenopauzale osteoporose bij veel kans op fracturen, terwijl andere middelen ter preventie van osteoporose zijn gecontra-indiceerd of niet worden verdragen.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Symptomen van oestrogeendeficiëntie en ter preventie van postmenopauzale osteoporose

Volwassenen

1 tablet per dag, er is geen tabletvrije periode.

Wanneer beginnen: Bij geen voorafgaande hormoonsuppletietherapie (HST) of bij overschakeling van een ander continu gecombineerd HST-product, de behandeling starten op een willekeurige dag. Bij overstappen van een sequentiële HST de behandeling starten op de dag direct na afronding van de voorafgaande cyclus.

Een vergeten tablet zo snel mogelijk alsnog innemen. Indien meer dan 24 uur zijn verstreken, de tablet overslaan. Na vergeten van meerdere tabletten kan een vaginale bloeding optreden.

Toediening: De tablet heel innemen, bij voorkeur op een vast tijdstip.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): doorbraakbloedingen (vooral tijdens de eerste maanden van het gebruik), pijnlijke borsten.

Vaak (1-10%): depressie, emotionele labiliteit, nervositeit. Hoofdpijn. Buikpijn, vergroot abdomen, misselijkheid. Abnormale leverfunctiewaarden. Goedaardig gezwel in de borsten of baarmoederhals, grotere borsten, vergrote myomen, leukorroe. Lokaal oedeem, krachteloosheid.

Soms (0,1-1%): verandering in lichaamsgewicht, verandering in eetlust, hyperlipidemie. Slaapstoornis, angst, verminderd libido. Paresthesie, verminderd concentratievermogen, (draai)duizeligheid, migraine. Visusstoornis. Hartkloppingen. Veneuze trombose (2–3× meer kans, m.n. in het eerste behandeljaar), tromboflebitis, spataderen, hypertensie. Dyspneu. Smaakstoornis, droge mond, braken, obstipatie, winderigheid, diarree. Acne, haaruitval, jeuk, huiduitslag, hirsutisme. Pijn in ledematen, rugpijn, gewrichtspijn, spierkrampen. Urineweginfectie. Mammacarcinoom, endometriumhyperplasie, goedaardig gezwel in de baarmoeder, bekkenpijn, vaginale candidiase of vaginitis, vaginale droogheid. Gegeneraliseerd oedeem, algehele malaise, hyperhidrose.

Zelden (0,01-0,1%): anemie. Oorsuizen. Galstenen. Spierpijn. Eileiderinfectie, galactorroe. Koude rillingen.

Verder zijn gemeld: hyperkaliëmie, hartfalen, atriumfibrilleren, verlengd QT-interval, hartvergroting, stijging aldosteronconcentratie.

Interacties

Tijdens en tot 4 weken na gebruik van leverenzyminducerende stoffen (bv. carbamazepine, felbamaat, fenobarbital, fenytoïne, griseofulvine, oxcarbazepine, primidon, rifabutine, rifampicine, sint-janskruid, topiramaat), kunnen de spiegels van het oestrogeen en progestageen dalen, wat kan leiden tot een verminderde werkzaamheid.

Veel combinaties van HIV-proteaseremmers en niet-nucleoside reverse-transcriptase remmers, incl. combinaties met HCV-remmers kunnen de spiegels van het oestrogeen of progestageen verlagen of verhogen; raadpleeg de voorschrijfinformatie van deze middelen.

Ketoconazol (sterke CYP3A4-remmer) verhoogt de blootstelling aan drospirenon met factor 2,3.

Oestrogenen en aromataseremmers of tamoxifen kunnen elkaars werking verminderen.

De werking van bloeddrukverlagende middelen kan worden versterkt.

Bij langdurend gelijktijdig gebruik van middelen die het serumkalium kunnen verhogen zoals ACE-remmers, angiotensinereceptorblokkers, kaliumsparende diuretica of NSAID's het serumkalium tijdens de eerste maand controleren.

Het gebruik kan de uitslag van bepaalde laboratoriumtesten beïnvloeden.

Zwangerschap

Gezien de geregistreerde indicatie niet van toepassing.

Lactatie

Gezien de geregistreerde indicatie niet van toepassing.

Contra-indicaties

  • actuele of doorgemaakte veneuze trombo-embolie (diepveneuze trombose, longembolie);
  • actuele of recent doorgemaakte arteriële trombo-embolische aandoening (angina pectoris, myocardinfarct);
  • trombofiele aandoening (bv. proteine C-, proteine S-, of antitrombinedeficiëntie);
  • acute leveraandoening (in de voorgeschiedenis) zolang de leverfunctiewaarden niet zijn genormaliseerd;
  • hormoonafhankelijke tumor (bv. endometriumcarcinoom);
  • (voorgeschiedenis van) mammacarcinoom;
  • onbehandelde hyperplasie van het endometrium;
  • onverklaarde vaginale bloedingen;
  • acute porfyrie;
  • ernstige nierinsufficiëntie of acuut nierfalen.

Waarschuwingen en voorzorgen

Controle: Beoordeel voortzetting van de behandeling periodiek, op zijn minst jaarlijks. Controleer de patiënt extra bij één van de volgende aandoeningen (i.v.m. terugkeren of verergeren) in de voorgeschiedenis:

  • uterusfibromen of endometriose,
  • endometriumhyperplasie,
  • risicofactoren voor trombo-embolische aandoeningen (zie hierna),
  • risicofactoren voor oestrogeenafhankelijke tumoren (bv. mammacarcinoom bij een eerstegraadsfamilielid),
  • hypertensie,
  • leveraandoening,
  • diabetes mellitus,
  • migraine of ernstige hoofdpijn,
  • systemische lupus erythematodes,
  • astma,
  • epilepsie,
  • cholelithiase,
  • otosclerose.

Wees voorzichtig bij een verminderde hart- of nierfunctie, omdat oestrogenen vochtretentie kunnen veroorzaken. Wees voorzichtig bij bestaande hypertriglyceridemie wegens meer kans op pancreatitis. Erfelijk angio–oedeem kan verergeren door exogene oestrogenen. Bij predispositie voor chloasma direct zonlicht vermijden.

Staak de behandeling direct in de volgende gevallen:

  • tekenen van trombose;
  • significante stijging van de bloeddruk;
  • geelzucht of achteruitgang van de leverfunctie;
  • voor het eerst optreden van migraine–achtige hoofdpijn.

Als doorbraakbloedingen of 'spotting' optreden na geruime tijd van therapie of aanhouden na het stoppen van de behandeling, dan nader onderzoek verrichten om maligniteit van het endometrium uit te sluiten.

De kans op mammacarcinoom neemt geleidelijk toe bij gebruik van gecombineerde oestrogeen-progestageen HST (in studies werd dit na 1–4 jaar van gebruik statistisch waarneembaar). Deze toegenomen kans neemt geleidelijk af na staken van de HST. Indien langer dan 5 jaar gebruikt, kan het extra risico nog 10 jaar of langer aanhouden. De radiologische detectie van mammacarcinoom kan worden bemoeilijkt door toename van de dichtheid van weefsel op mammografische beelden.

Mogelijk neemt de kans op ovariumcarcinoom geleidelijk licht toe.

Bij hormoonsuppletietherapie neemt de kans op veneuze trombo-embolie toe, met name in het eerste jaar; risicofactoren zijn een hogere leeftijd, positieve familie-anamnese, immobilisatie, obesitas (BMI > 30 kg/m²), systemische lupus erythematodes, carcinoom en mogelijk varicosis. Indien na een electieve operatieve ingreep langdurige immobilisatie is te verwachten, de behandeling vier tot zes weken vóór de ingreep onderbreken en pas hervatten bij volledige mobilisatie.

De kans op coronaire hartziekte en ischemisch CVA neemt toe, vooral bij een hogere leeftijd.

Er zijn enige aanwijzingen voor een toegenomen kans op dementie bij vrouwen die met HST zijn gestart op een leeftijd > 65 jaar.

Er is weinig ervaring met behandeling van vrouwen > 65 jaar.

Dit middel bezit geen anticonceptieve werking.

Het progestageen in dit middel heeft een licht kaliumsparend effect. Bij patiënten met nierinsufficiëntie en een hoge kaliumwaarde vóór het begin van de behandeling, met name bij gebruik van kaliumsparende geneesmiddelen (zie ook Interacties), het serumkalium controleren gedurende de eerste maand van de behandeling.

Eigenschappen

Combinatie van een oestrogeen (17β-estradiol) en een progestageen (drospirenon), waarbij zowel het oestrogeen als progestageen continu worden toegediend. Bij vrouwen in de menopauze wordt hiermee het oestrogeentekort aangevuld waardoor menopauzale symptomen afnemen. Oestrogenen voorkomen botverlies na de menopauze of na ovariëctomie. Toevoeging van progestagenen is nodig om de kanstoename op endometriumcarcinoom te reduceren. Drospirenon is een synthetisch progestageen met aldosteronantagonistische activiteit, waardoor een toename van natrium- en wateruitscheiding en een afname van kaliumuitscheiding kan worden waargenomen.

Kinetische gegevens

Resorptie snel en volledig.
V d 3,7–4,2 l/kg.
Metabolisering vrijwel volledig, in geringe mate door CYP3A4.
Eliminatie met de urine en feces, vnl. als metabolieten.
T 1/2el 35–39 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd