Samenstelling

Zie voor hulpstoffen de productinformatie van CBG/EMA of raadpleeg een apotheker.

Ozempic Bijlage 2 Novo Nordisk bv

Toedieningsvorm
Injectievloeistof '0,25'
Sterkte
1,34 mg/ml
Verpakkingsvorm
pen 1,5 ml met toebehoren
Toedieningsvorm
Injectievloeistof '0,5'
Sterkte
1,34 mg/ml
Verpakkingsvorm
pen 1,5 ml met toebehoren
Toedieningsvorm
Injectievloeistof '1'
Sterkte
1,34 mg/ml
Verpakkingsvorm
pen 3 ml met toebehoren

Rybelsus Bijlage 2 Aanvullende monitoring Novo Nordisk bv

Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
3 mg, 7 mg, 14 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Bij de behandeling van diabetes mellitus type 2 komt bloedglucoseverlagende medicatie in aanmerking, indien geen goede bloedglucoseregulatie wordt bereikt met het aanpassen van de leefstijl. Voor patiënten zonder zeer hoog risico op hart- en vaatziekten is metformine eerste keus bij de medicamenteuze behandeling. Bij onvoldoende resultaat kan een kortwerkend sulfonylureumderivaat (voorkeur gliclazide) worden toegevoegd. De volgende stap conform de NHG-Standaard is (toevoeging van) insulinetherapie, of als alternatief een DPP4-remmer of GLP1-agonist. Bij patiënten met een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten, blijkend uit een voorgeschiedenis van hart- of vaatziekte, chronische nierschade en/of systolisch hartfalen, is een SGLT2-remmer eerste keus (alternatief GLP1-agonist). Voeg bij onvoldoende effect eerst metformine toe en vervolgens een GLP1-agonist.

GLP1-agonisten (dulaglutide, liraglutide, semaglutide) verlagen de kans op sterfte door alle oorzaken, sterfte door cardiovasculaire oorzaken, niet-fataal myocardinfarct, niet-fatale beroerte en nierfalen na 5 jaar behandeling bij patiënten met een zeer hoog risico op HVZ. De effecten op HbA1C, bloeddruk en lichaamsgewicht lijken additief te zijn bij gecombineerd gebruik van een GLP1-agonist en een SGLT2-remmer. NB: Van lixisenatide is een eventuele meerwaarde vooralsnog onvoldoende aangetoond.

Semaglutide is beschikbaar in twee toedieningsvormen, namelijk eenmaal dagelijks semaglutide in tabletvorm en eenmaal wekelijks semaglutide per subcutane injectie. Voor oraal semaglutide gelden strikte inname-instructies om de biologische beschikbaarheid niet nadelig te beïnvloeden.

Aan de vergoeding van semaglutide zijn voorwaarden verbonden, zie Regeling zorgverzekering, bijlage 2.

Indicaties

Volwassenen met onvoldoende gereguleerde diabetes mellitus type 2, als toevoeging aan dieet en lichaamsbeweging:

  • als monotherapie wanneer metformine ongeschikt wordt geacht als gevolg van intolerantie of contra-indicaties;
  • in combinatie met andere geneesmiddelen voor de behandeling van diabetes.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Diabetes mellitus type 2

Volwassenen

Subcutaan: begindosis 0,25 mg 1×/week; na 4 weken moet de dosering worden verhoogd naar 0,5 mg 1×/week. Na ten minste 4 weken met een dosering van 0,5 mg 1×/week, de dosering zo nodig verder verhogen naar max. 1 mg 1×/week.

Bij toevoegen aan een bestaande behandeling met metformine en/of een SGLT2-remmer of pioglitazon, kan de huidige dosis metformine en/of SGLT2-remmer of pioglitazon worden gehandhaafd. Bij toevoegen aan een bestaande behandeling met een sulfonylureumderivaat of insuline, een verlaging van de dosis sulfonylureumderivaat of insuline overwegen om de kans op hypoglykemie te verminderen; hierbij is zelfcontrole van de bloedglucosewaarde nodig. Dosisverlaging van insuline stapsgewijs uitvoeren.

Oraal: begindosis 3 mg 1×/dag; na 1 maand moet de dosering worden verhoogd naar 7 mg 1×/dag. Na ten minste 1 maand met een dosering van 7 mg 1×/dag, de dosering zo nodig verder verhogen naar max. 14 mg 1×/dag.

Bij combinatie met metformine en/of een SGLT2-remmer of pioglitazon, kan de huidige dosis metformine en/of SGLT2-remmer of pioglitazon worden gehandhaafd. Bij combinatie met een sulfonylureumderivaat of insuline, een verlaging van de dosis sulfonylureumderivaat of insuline overwegen om de kans op hypoglykemie te verminderen; hierbij is zelfcontrole van de bloedglucosewaarde nodig. Dosisverlaging van insuline stapsgewijs uitvoeren.

Wisselen tussen oraal en subcutaan: het effect van wisselen kan niet makkelijk worden voorspeld vanwege de hoge farmacokinetische variabiliteit van de orale toedieningsvorm. Blootstelling na oraal 14 mg 1×/dag is vergelijkbaar met s.c. 0,5 mg 1×/week. Een orale dosis equivalent aan s.c. 1 mg 1×/week is nog niet vastgesteld.

Bij ouderen is een dosisaanpassing niet nodig.

Bij verminderde nierfunctie is een dosisaanpassing niet nodig. Gebruik bij eindstadium nierziekte (ESRD) wordt niet aanbevolen.

Bij verminderde leverfunctie is een dosisaanpassing niet nodig.

Toediening injectie

  • Een gemiste dosis zo snel mogelijk en binnen 5 dagen na de gemiste dosis alsnog toedienen. Als meer dan 5 dagen zijn verstreken, de gemiste dosis overslaan. In beide gevallen vervolgens het gebruikelijke wekelijkse doseerschema hervatten.
  • De dag van de wekelijkse toediening kan worden gewijzigd, zolang de tijd tussen twee doses ten minste 3 dagen (> 72 uur) bedraagt. Na selecteren van een nieuwe doseringsdag de dosering 1×/week voortzetten.
  • De injectie subcutaan toedienen in de buik, dij of bovenarm op elk gewenst moment van de dag, onafhankelijk van de maaltijden. De injectieplaats kan zonder aanpassing van de dosis worden gewijzigd. Niet intraveneus of intramusculair toedienen.

Toediening tablet

  • Een gemiste dosis overslaan. De daaropvolgende dosis de volgende dag innemen.
  • De tablet heel innemen (zonder breken, pletten of kauwen) met max. een half glas water, op een lege maag, ongeacht het tijdstip van de dag. Na inname ten minste 30 minuten wachten met eten, drinken of innemen van andere orale geneesmiddelen.

Bijwerkingen

Gastro-intestinale bijwerkingen worden het vaakst gemeld in de eerste maanden van de behandeling. Patiënten met een laag lichaamsgewicht ondervinden mogelijk meer gastro-intestinale bijwerkingen.

Zeer vaak (≥ 10%): hypoglykemie (in combinatie met insuline of een sulfonylureumderivaat). Misselijkheid, diarree.

Vaak (1-10%): hypoglykemie (in combinatie met andere orale bloedglucoseverlagende middelen). Duizeligheid. Complicaties van diabetische retinopathie waaronder retinale fotocoagulatie, glasvochtbloeding en blindheid (bij patiënten met diabetische retinopathie die worden behandeld met insuline). Afname van eetlust, braken, dyspepsie, gastritis, gastro-oesofageale reflux, oprispingen, buikpijn of -ongemak, obstipatie, flatulentie. Cholelithiase. Vermoeidheid. Stijging serumlipase of -amylase. Gewichtsafname.

Soms (0,1-1%): overgevoeligheidsreacties, zoals huiduitslag en urticaria. Dysgeusie. Stijging hartslag. Acute pancreatitis. Reacties op de injectieplaats (bij s.c.-toediening), zoals huiduitslag en erytheem.

Zelden (0,01-0,1%): anafylactische reactie.

Verder is gemeld: angio-oedeem.

Interacties

Semaglutide vertraagt de maaglediging, wat de mate en snelheid van absorptie van (andere) oraal toegediende middelen kan verminderen.

Oraal semaglutide verhoogt de blootstelling aan levothyroxine met ca. 33% na toediening van een enkelvoudige dosis levothyroxine. Overweeg monitoring van schildklierparameters bij gelijktijdige behandeling.

Bij instellen van de behandeling met semaglutide bij patiënten die vitamine K-antagonisten gebruiken, de INR vaker controleren.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren schadelijk gebleken.

Advies: Gebruik ontraden. Semaglutide ten minste 2 maanden voor een geplande zwangerschap staken vanwege de lange halfwaardetijd.

Overig: Een vruchtbare vrouw dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen tijdens de behandeling.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend bij de mens. Ja, bij dieren. Een nadelig effect bij de zuigeling kan niet worden uitgesloten.

Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

Er zijn van dit middel geen contra-indicaties bekend.

Waarschuwingen en voorzorgen

Semaglutide is geen vervanger voor insuline. Niet toepassen bij diabetes mellitus type 1 of diabetische ketoacidose.

Gastro-intestinale bijwerkingen van semaglutide kunnen dehydratie veroorzaken; wees daarom voorzichtig bij een verminderde nierfunctie. Adviseer patiënten tijdens de behandeling voorzorgsmaatregelen te nemen om dehydratie te voorkomen.

Acute pancreatitis is waargenomen bij gebruik van GLP1-agonisten; informeer patiënten over kenmerkende symptomen hiervan. Bij vermoeden van pancreatitis de behandeling staken. Indien de diagnose pancreatitis wordt gesteld de behandeling niet opnieuw beginnen. Wees voorzichtig bij een voorgeschiedenis van pancreatitis.

Er is meer kans op complicaties van diabetische retinopathie waargenomen bij patiënten met diabetische retinopathie die worden behandeld met s.c.-semaglutide en insuline, mogelijk door snelle verbetering van de bloedglucoseregulatie. Controleer patiënten met diabetische retinopathie nauwgezet.

De respons op orale behandeling kan lager zijn dan verwacht, omdat de absorptie van semaglutide zeer variabel is en minimaal kan zijn (2–4% van de patiënten worden niet blootgesteld). De toedieningsinstructie moet strikt worden opgevolgd, omdat de biologische beschikbaarheid laag is.

Onderzoeksgegevens

  • Gebruik bij hartfalen NYHA-klasse IV en eindstadium nierziekte wordt niet aanbevolen, wegens gebrek aan gegevens.
  • Er is weinig ervaring bij ernstige nier- of leverfunctiestoornis en bij ouderen ≥ 75 jaar.
  • Er is geen ervaring met de orale toedieningsvorm bij personen die bariatrische chirurgie hebben ondergaan.
  • De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen < 18 jaar zijn niet vastgesteld.

Overdosering

Neem voor meer informatie over een vergiftiging met semaglutide contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Glucagonachtige-peptide-1 (GLP-1)-agonist met 94% sequentiehomologie met humaan GLP-1. Geproduceerd met behulp van recombinant-DNA-technologie in Saccharomyces cerevisiae. Bindt zich aan de GLP-1-receptor en activeert deze. Bij hoge bloedglucosespiegels verhoogt semaglutide op een glucoseafhankelijke manier de secretie van insuline door β-cellen en verlaagt het de glucagonafgifte. Omgekeerd vermindert semaglutide tijdens hypoglykemie de insulinesecretie terwijl de glucagonsecretie niet wordt belemmerd. Vertraagt tevens in lichte mate de maaglediging in de vroege postprandiale fase, en vermindert het gevoel van trek en honger.

Semaglutide heeft een langere werkingsduur dan humaan GLP-1. Het is gestabiliseerd tegen afbraak door het DPP-4-enzym; dit maakt albuminebinding met hoge affiniteit mogelijk, wat resulteert in een lange plasmahalfwaardetijd.

Kinetische gegevens

Resorptie oraal toegediende semaglutide wordt voornamelijk in de maag geabsorbeerd. De absorptie is variabel en neemt af bij gelijktijdige inname van voedsel of grote hoeveelheid water. De absorptie neemt toe bij een langere periode van vasten.
F s.c. ca. 89%; oraal ca. 1%.
T max s.c. 1–3 dagen; oraal ca. 1 uur.
Overig 'steady state' wordt na 4–5 weken bereikt (s.c. en oraal).
V d ca. 0,18 l/kg (s.c.), ca. 0,11 l/kg (oraal).
Eiwitbinding > 99%.
Metabolisering proteolytische splitsing van de peptide-hoofdketen en daaropvolgende β-oxidatie van de vetzuur-zijketen. Naar verwachting is enzymneutrale endopeptidase (NEP) betrokken bij de metabolisering.
Eliminatie ca. twee derde via de urine (waarvan ca. 3% onveranderd), ca. een derde via de feces.
T 1/2el ca. 1 week.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd