Geneesmiddelenoverzicht bèta2-sympathicomimetica

Deze hoofdrubriek bevat 4 rubrieken:

bèta2-sympathicomimetica

Werking

Werkingsmechanisme

  • β2-sympathicomimetica stimuleren selectief de β2-receptoren van het sympathisch zenuwstelsel in de luchtwegen, waardoor het bronchiale gladde spierweefsel relaxeert.

Effect

  • bronchusverwijding.

Typerende bijwerkingen

Relatief frequent:

  • droge mond;
  • spiertremor (vooral van de handen);
  • spierkrampen;
  • hoofdpijn, duizeligheid, rusteloosheid en transpireren;

Minder frequent:

  • hypoxemie;
  • tachycardie en hartkloppingen;
  • luchtwegontsteking en persisterend astma;
  • hypokaliëmie;
  • dosisafhankelijke verlenging van het QT-interval, hartritmestoornissen en hartfalen (vooral bij COPD);
  • metabole effecten, zoals toename van insuline, vrije vetzuren, glucose, pyruvaat en lactaat in het bloed (bij hoge systemische doses);
  • paradoxale bronchospasmen (vaker bij verneveling).

Meer informatie

Bijwerkingen komen vaak voor bij systemische toediening (salbutamol), maar veel minder bij toediening via inhalatie en zijn veelal dosisafhankelijk.

Spiertremoren treden vaker op bij ouderen en bij COPD-patiënten.

Hypoxemie (vooral bij COPD) neemt toe door vasodilatatie van longvaten die als gevolg van hypoxie waren vernauwd, waardoor meer bloed naar slecht geventileerde gebieden stroomt en de arteriële zuurstofspanning verder daalt (ventilatie-perfusie-mismatch).

Tachycardie en hartkloppingen worden veroorzaakt door perifere vasodilatatie, door stimulatie van atriale β2-receptoren (het hart heeft hiervan een relatief groot aantal) en mogelijk ook door stimulatie van myocardiale β1-receptoren. Op de langere termijn kunnen patiënten tolerant worden voor deze bijwerkingen.

Regelmatige behandeling met (hogere doses) β2-sympathicomimetica alleen leidt tot meer luchtwegontsteking en persistent astma; daarom is het belangrijk de behandeling te combineren met corticosteroïden. Onder invloed van β2-sympathicomimetica zouden mestcellen gevoeliger kunnen worden, en zo eerder cytokinen uitscheiden.

Hypokaliëmie kan potentieel ernstig verlopen. Onder invloed van stimulatie van β2-receptoren wordt kalium opgenomen in het spierweefsel. Hypoxie (bij astma en COPD) verhoogt het risico op hypokaliëmie. Geadviseerd wordt om de plasmakaliumspiegel te controleren.

Paradoxale bronchospasmen kunnen optreden als gevolg van de gebruikte hulpstoffen. Verneveloplossingen die hypotoon of hypertoon zijn of conserveermiddelen bevatten, zoals benzalkoniumchloride en EDTA geven vaker bronchospasmen.

Toepasbaarheid

Ouderen

In de productinformatie van de fabrikanten van formoterol, indacaterol, olodaterol en salmeterol staat dat de dosis bij ouderen niet hoeft te worden aangepast. In de productinformatie van salbutamolinfuus/injectie, salbutamolinhalatie en terbutaline staat geen informatie over gebruik bij ouderen.

Nierfunctiestoornis

In de productinformatie:

  • van formoterol, indacaterol, olodaterol en salmeterol staat dat bij een verminderde nierfunctie de middelen in de gebruikelijke dosering kunnen worden gegeven; een dosisaanpassing is niet nodig.
  • van formoterol staat dat er geen theoretische redenen zijn die suggereren dat een dosisaanpassing nodig is bij een verminderde nierfunctie, maar er wordt benadrukt dat klinische gegevens hierover ontbreken.
  • van olodaterol staat dat er beperkte ervaring is met het gebruik van olodaterol bij een ernstig verminderde nierfunctie.
  • van salbutamolinhalatie, salbutamolinfuus/injectie en terbutaline staat geen informatie over het gebruik bij een verminderde nierfunctie.

Leverfunctiestoornis

In de productinformatie:

  • van formoterol staat dat er op basis van theoretische gronden geen dosisaanpassing nodig is bij een verminderde leverfunctie, maar er wordt benadrukt dat hierover geen klinische gegevens beschikbaar zijn.
  • van indacaterol en olodaterol staat het advies dat een dosisaanpassing niet nodig is bij een milde tot matig verminderde leverfunctie. Over het gebruik bij een ernstig verminderde leverfunctie zijn over beide middelen geen gegevens beschikbaar.
  • van salmeterol staat dat er geen gegevens beschikbaar zijn over het gebruik bij een verminderde leverfunctie.
  • van salbutamolinhalatie, salbutamolinfuus/injectie en terbutaline staat geen informatie over het gebruik bij een verminderde leverfunctie.

Zwangerschap

Volgens Lareb 1 2 gaat bij astma of COPD tijdens de zwangerschap de voorkeur uit naar de kortwerkende middelen salbutamol(inhalatie) en terbutaline, vanwege de uitgebreide ervaring met deze middelen tijdens de zwangerschap. De beschikbare gegevens laten geen toegenomen kans op aangeboren afwijkingen of andere nadelige effecten zien. Kies bij onvoldoende effect van een kortwerkend middel, voor de langer werkende middelen salmeterol of formoterol. Met beide is redelijk tot veel ervaring en de beschikbare gegevens duiden ook bij deze middelen niet op nadelige effecten.

Het is volgens Lareb niet bekend of indacaterol, olodaterol en vilanterol tijdens de zwangerschap veilig kunnen worden gebruikt.

Lareb adviseert het gebruik van salbutamolinfuus/injectie alleen op strikte indicatie, onder controle van β2-specifieke effecten. Na inhalatie worden kortwerkende β2-sympathicomimetica slechts in geringe hoeveelheid opgenomen in het lichaam. Echter, systemische toediening van salbutamol kan gepaard gaan met foetale tachycardie. Bij gebruik rond de partus kunnen daarnaast ook reversibele effecten optreden bij de neonaat, zoals hypoglykemie en tremor.

Lareb benadrukt dat een goede (onderhouds)behandeling van astmaklachten tijdens de zwangerschap belangrijk is, óók als er onvoldoende gegevens zijn over het gebruik van een middel tijdens de zwangerschap.

Volgens de NHG-Standaard Astma bij volwassenen 3 kunnen salbutamol, terbutaline, salmeterol, formoterol, fluticason, beclometason en budesonide (ook als combinatiepreparaat) in de gebruikelijke dosering zonder problemen worden gebruikt.

Lactatie

Volgens Lareb 4 5 kunnen bij astma en COPD salbutamol (inhalatie), terbutaline veilig worden gebruikt tijdens de borstvoeding. Met deze middelen is veel ervaring opgedaan, waarbij geen nadelige effecten zijn gezien bij de zuigeling. Kies, als een langwerkende luchtwegverwijder nodig is, voor salmeterol of formoterol. Er is geen gedocumenteerde ervaring met deze middelen; de plasmaspiegels bij de moeder zijn echter laag.

Er zijn geen gegevens over parenterale toediening van salbutamol tijdens de borstvoedingsperiode. Volgens Lareb is kortdurend gebruik geen reden om de borstvoeding te staken.

Volgens Lareb zijn er geen gegevens over het gebruik van indacaterol en olodaterol tijdens de borstvoedingsperiode.

Het advies van de NHG-Standaard Astma bij volwassenen 3 sluit aan bij dat van Lareb; volgens het NHG kunnen salbutamol(inhalatie) en terbutaline zonder problemen worden gebruikt tijdens de borstvoeding. Volgens het NHG geldt dat voor formoterol en salmeterol alleen bij gebruik van zeer hogere doses door de moeder dit rusteloosheid en tachycardie bij de zuigeling kan veroorzaken.

Kinderen

Volgens de NHG-Standaard Astma bij kinderen 6 zijn als intermitterende behandeling van kinderen met astma de kortwerkende β2-sympathicomimetica salbutamol of terbutaline eerste keus, zie ook indicatietekst Astma. Salbutamol kan volgens het NHG bij alle leeftijden worden toegepast, terbutaline bij kinderen ≥ 7 jaar.

De langwerkende middelen formoterol en salmeterol hebben (in combinatietherapie) slechts een zeer beperkte plaats in de behandeling van kinderen met astma, omdat er volgens de NHG-Standaard Astma bij kinderen geen duidelijk bewijs is dat een combinatie van een langwerkend β2-sympathicomimeticum met een inhalatiecorticosteroïde meerwaarde heeft boven alléén een inhalatiecorticosteroïde. Het NHG is van mening dat behandeling met formoterol en salmeterol bij kinderen niet thuishoort in de eerstelijnszorg; verwijs hiervoor naar een kinder(long)arts.

Volgens het NHG is de toedieningsvorm afhankelijk van de leeftijd van het kind en de inhalatietechniek. De onderstaande leeftijdsgrenzen zijn daarom arbitrair; het hangt af van de inspiratiekracht van het kind wanneer het een poederinhalator kan gaan gebruiken. Streef bij gebruik van meerdere inhalatiemiddelen naar uniformiteit in de toedieningsvorm.

Algemeen advies:

  • 0–1 jaar: dosisaerosol met voorzetkamer en babymasker;
  • 1–4 jaar: dosisaerosol met voorzetkamer en kindermasker;
  • 4–7 jaar: dosisaerosol met voorzetkamer en mondstuk;
  • ≥ 7 jaar: dosisaerosol met voorzetkamer en mondstuk óf ademgestuurde dosisaerosol óf poederinhalator.

Het Kinderformularium 7 geeft doseringen voor de volgende middelen bij onderstaande indicaties:

  • Acute astma-aanval: salbutamol inhalatie, eventueel i.v. of oraal indien inhalatie niet mogelijk is;
  • Astma, intermitterende behandeling: salbutamol inhalatie, terbutaline;
  • Astma, onderhoudsbehandeling: formoterol, salmeterol.

In de productinformatie:

  • van formoterol, salbutamol inhalatie en salmeterol staat ook een kinderdosering voor profylaxe van inspannings- of door kou geïnduceerde astma.
  • van terbutaline staat geen leeftijdsbeperking voor gebruik bij kinderen < 4 jaar, in tegenstelling tot het NHG, zie hierboven.
  • van formoterol staat dat het gebruik bij kinderen < 6 jaar wordt ontraden, omdat de werkzaamheid en veiligheid niet zijn vastgesteld.
  • van salbutamolinfuus/injectie staat dat het gebruik bij kinderen < 12 jaar wordt ontraden, omdat de werkzaamheid en veiligheid niet zijn vastgesteld.
  • van salmeterol staat dat het gebruik bij kinderen < 4 jaar wordt ontraden, omdat de werkzaamheid en veiligheid niet zijn vastgesteld.
  • van salbutamol inhalatie staat dat in verband met het mogelijk optreden van tandbederf bij kinderen een goede mondhygiëne noodzakelijk is; laat het gebit regelmatig controleren.
  • van indacaterol en olodaterol staat dat er geen relevante toepassing is bij kinderen < 18 jaar. Beide middelen worden alleen bij COPD gebruikt.

Kosten

Kosten laden…

Vergelijken

bèta2-sympathicomimetica vergelijken met een andere geneesmiddelgroep.

Zie ook

Indicaties

Bronnen