Geneesmiddelenoverzicht vertigomiddelen

Deze hoofdrubriek bevat 2 rubrieken:

Toon geneesmiddelen

Toon geneesmiddelen

vertigomiddelen

Werking

Werkingsmechanisme

In deze heterogene groep van vertigomiddelen is de werking via verschillende aangrijpingspunten:

  • Een zwak agonisme op de H1-receptoren en een sterk antagonisme op de H3-receptoren in het centraal en autonoom zenuwstelsel (bètahistine). Dit geeft meer aanmaak en afgifte van histamine. In hoeverre deze eigenschap van belang is voor een antivertigo-effect is onduidelijk. Hypothesen speculeren op het vaatverwijdende effect van histamine in het binnenoor en dat dit een rol zou spelen bij het herstel van vestibulaire laesies.
  • Remming van overmatige calcium-influx in glad spierweefsel en neuronen (flunarizine). Flunarizine is een gefluorideerd cinnarizinederivaat.
  • Remming van de nystagmus, veroorzaakt door labyrintaire stimulatie (piracetam). Piracetam is een afgeleide van gamma-aminoboterzuur (GABA). GABA is de belangrijkste remmende neurotransmitter in de hersenen.

Effect

Bij duizeligheid is er:

  • van geen van de middelen voldoende effect aangetoond;
  • mogelijk wel vermindering van de Ménière-aanvallen in ernst of aantal (bètahistine).

Bij migraine is er:

  • vermindering van de frequentie en de duur van de migraineaanvallen (flunarizine).

Typerende bijwerkingen

Zie voor de bijwerkingen van deze middelen, de desbetreffende geneesmiddelteksten.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Indicaties

Vergelijken

vertigomiddelen vergelijken met een andere geneesmiddelgroep.