worminfecties

Advies

Bij de behandeling en preventie van de meeste worminfecties zijn hygiënische maatregelen noodzakelijk, ook ter preventie van herinfectie. De werking van anthelminthica is min of meer specifiek voor het type infectie. De keuze van het middel wordt daarom op geleide van de diagnose gedaan.

Behandelplan

Aarsmade-infectie (oxyuriasis/enterobiasis)

  1. Bespreek niet-medicamenteus beleid

    Geef adviezen met betrekking tot preventie, hygiënische maatregelen:

    • was regelmatig de handen met zeep (en nagelborsteltje): voor en na het slapengaan, na het spelen, voor het eten en na toiletbezoek;
    • knip nagels kort vanwege fecaal-orale besmetting;
    • gebruik dagelijks schone handdoeken en onderbroek;
    • niet krabben rond de anus;
    • elke dag slaapkamer en leefruimten stofzuigen en schoonmaken (zoals deurknoppen, kastdeuren, speelgoed, WC-bril, etc);
    • was ondergoed, lakens en nachtkleding bij ten minste 60°C.

    Indien deze maatregelen nauwgezet worden uitgevoerd, is het mogelijk de infectie met uitsluitend hygiënische maatregelen te bestrijden. Goede hygiëne vermindert tevens de kans op (her)besmetting in het gezin.

    Ga voor medicamenteuze behandeling naar stap 2.

    Toelichting

    De aarsmade is wit/bleekgeel van kleur, ongeveer een halve centimeter lang en komt het meest bij kinderen voor. De wormen hebben een levensduur van circa acht weken en houden zich op in het onderste deel van de dunne darm en bij de blinde darm. De eitjes bevinden zich op de huid van de anus en besmetting vindt plaats via de vingers, doordat de eitjes zich vastkleven aan voorwerpen in de leefomgeving (deurknop, speelgoed etc.) en in voedsel. De eitjes van de aarsmade kunnen buiten het lichaam lang in leven blijven.

  2. Geef mebendazol

    Let op

    Kinderen onder de 2 jaar mogen mebendazol niet gebruiken. Bij hen zijn hygiënische maatregelen over het algemeen afdoende.

    Medicamenteuze behandeling van een worminfectie dient altijd in combinatie met een goede hygiëne te gebeuren.

    Wanneer in een gezin meer dan één persoon besmet is en/of wanneer de besmetting frequent terugkomt, is het te overwegen alle gezinsleden te behandelen. In de praktijk treft de besmetting voornamelijk de kinderen binnen een gezin.

    Toelichting

    Bij nematoden in het maag-darmkanaal worden anthelminthica gebruikt die slecht geabsorbeerd worden, en daardoor een maximale concentratie en werkzaamheid in het maag-darmkanaal bereiken. Een zo leeg mogelijk maag-darmkanaal bevordert de effectiviteit. Mebendazol behoort tot deze anthelminthica. Op basis van consensus is bij symptomatische intestinale infestatie met oxyuriasis (door aarsmade) mebendazol het middel van eerste keus.

Spoel- of zweepworminfectie (ascariasis of trichiuriasis)

  1. Bespreek niet-medicamenteus beleid

    Geef adviezen met betrekking tot preventie, hygiënische maatregelen:

    • rauwe groente en fruit goed wassen;
    • was de handen na contact met aarde waar huisdieren hun behoefte doen (zandbakken, tuin of plantsoen);
    • reinig regelmatig de ligplaatsen van honden en katten, zowel in huis als in de tuin;
    • ontworm huisdieren viermaal per jaar.

    Hygiënische maatregelen verminderen de kans op (her)besmetting.

    Toelichting

    De spoelworm is 15–30 cm lang, circa 2–4 mm dik en bleekgeel tot roze-roodachtig van kleur. De volwassen worm leeft in de dunne darm. De levensduur is ongeveer een jaar. Eieren worden pas 8–10 weken na de infectie in de ontlasting gevonden.

    De zweepworm is bleekgeel/wit van kleur, 3–5 cm lang en is vooraan dun en achteraan dik. Zweepwormen nestelen zich in de darm. De eitjes ontwikkelen zich in een vochtige omgeving. De kleine ovale eitjes zijn terug te vinden in de ontlasting. De zweepworm leeft twee weken.

  2. Geef mebendazol

    Let op

    Kinderen onder de 2 jaar en zwangere vrouwen mogen mebendazol niet gebruiken. Bij hen zijn hygiënische maatregelen over het algemeen afdoende.

    Voer medicamenteuze behandeling van een worminfectie altijd uit in combinatie met goede hygiëne.

    Toelichting

    Bij nematoden in het maag-darmkanaal worden anthelminthica gebruikt die slecht geabsorbeerd worden en daardoor een maximale concentratie en werkzaamheid in het maag-darmkanaal bereiken. Een zo leeg mogelijk maag-darmkanaal bevordert dan ook de effectiviteit. Mebendazol behoort tot deze anthelminthica. Op basis van consensus is bij symptomatische intestinale infestatie met spoel- of zweepworm, mebendazol het middel van eerste keus.

Mijnworminfectie (ancylostomiasis)

  1. Bespreek niet-medicamenteus beleid

    Geef advies met betrekking tot preventie, hygiënische maatregelen:

    • vermijd het lopen op blote voeten op grond/aarde in de tropen.

    Toelichting

    De mijnworm is ongeveer 1 cm lang, leeft in de dunne darm van mensen en brengt de eitjes met de ontlasting van de mens in het milieu. De volledige ontwikkelingscyclus van de mijnworm in de mens duurt circa 7 weken. Zonder behandeling sterven de volwassen wormen vanzelf binnen enkele jaren.

    Transmissie is afhankelijk van blootstelling van de intacte huid aan met infectieuze larven gecontamineerde grond. Overdracht van de infectie kan dus alleen plaatsvinden, wanneer de grond voor de eieren voldoende warm en vochtig is om zich tot infectieuze larven te ontwikkelen. Voorheen waren deze condities aanwezig in steenkoolmijnen in Europa, nu slechts in vochtige tropische gebieden. De parasiet kan niet direct van mens tot mens overgedragen worden.

  2. Geef mebendazol

    Let op

    Kinderen onder de 2 jaar en zwangere vrouwen mogen mebendazol niet gebruiken.

    Toelichting

    Bij nematoden in het maag-darmkanaal worden anthelminthica gebruikt die slecht geabsorbeerd worden, en daardoor een maximale concentratie en werkzaamheid in het maag-darmkanaal bereiken. Een zo leeg mogelijk maag-darmkanaal bevordert dan ook de effectiviteit. Mebendazol behoort tot deze anthelminthica.

Strongyloides-infectie

  1. Bespreek niet-medicamenteus beleid

    Geef adviezen met betrekking tot preventie, hygiënische maatregelen:

    • vermijd het lopen op blote voeten op warme vochtige grond waar Strongyloides voorkomt (tropische en subtropische gebieden);
    • houd bij verzorging van patiënten met een gedissemineerde infectie rekening met het feit dat deze personen ook direct infectieuze (L-3) larven kunnen uitscheiden.

    Toelichting

    Iemand die al een infectie heeft kan deze door zelfbesmetting (met infectieuze larven) in stand houden, ook bij verhuizing naar een gematigder klimaat. Deze infectieuze larven kunnen in de darm of peri-anaal het lichaam opnieuw binnendringen.

    Onder specifieke condities, in het bijzonder een verminderde cellulaire afweer, kan ten gevolge van de vele auto-infecties een hyperinfectie optreden. Larven kunnen dan overal in het lichaam worden aangetroffen. Dergelijke gedissemineerde infecties hebben veelal een fataal beloop. Om deze reden worden risicogroepen, zoals transplantatiepatiënten of personen die langdurig corticosteroïden moeten slikken, op Strongyloides-infectie onderzocht.

    Het ongewone aan deze wormsoort is dat er zowel een louter parasitaire als vrijlevende vorm (in de natuur) bestaat. Dit in tegenstelling tot de mijnworm. De vrijlevende worm kan weer overgaan in een cyclus als parasiet. Deze levenswijze heeft voor het organisme als voordeel dat het zich een paar generaties lang kan voortplanten buiten een gastheer om.

    De ontwikkelingscyclus van Strongyloides stercoralis is eveneens complex. De infectieuze filariforme larven (L-3) dringen de huid binnen en ontwikkelen zich tijdens een longpassage en migratie naar de dunne darm tot een volwassen worm van circa 2 mm lang. De vrouwelijke worm produceert aldaar eieren, waaruit direct nieuwe larven komen.

    De rhabditiforme larven (L-1) die met de feces op de grond terecht komen, ontwikkelen zich binnen 48 uur tot infectieuze L-3 larven. Infectie vindt plaats doordat de L-3 larven via de huid binnendringen. Er kan ook sprake zijn van een auto-infectie waarbij de ontwikkeling van L-1 naar L-3 larve heel snel plaatsvindt (in de gastheer). In dat geval zal er bij een geïnfecteerd persoon constante herinfectie plaatsvinden.

  2. Geef ivermectine

    Let op

    De veiligheid is niet vastgesteld bij kinderen < 15 kg. Bij kinderen < 6 jaar de tabletten verpulveren. Binnen 2 uur vóór en 2 uur na inname geen voedsel gebruiken.

    Toelichting

    De werkzaamheid bij immuungecompromitteerde patiënten met intestinale strongyloidiasis is niet vastgesteld.

Lintworm-infectie (m.u.v. Echinococcus granulosus en Echinococcus multilocularis)

  1. Bespreek niet-medicamenteus beleid

    Geef adviezen met betrekking tot preventie, hygiënische maatregelen:

    Taeniasis saginata (runderlintworm)

    • Eet rundvlees alleen gaar of goed doorbakken.

    Taeniasis solium (varkenslintworm)

    • Eet varkensvlees alleen gaar of goed doorbakken.
    • Zorg voor een goede toilethygiëne.

    Hymenolepis nana (dwerglintworm)

    • Let op strikte toilethygiëne, algemene keukenhygiëne en handenwassen voor het eten, om de mens-op-mens transmissie te onderbreken.
    • Vermijd in (sub)tropische gebieden voedsel dat contact heeft gehad met insecten en knaagdieren.

    Toelichting

    Taeniasis bestaat uit platte segmenten en is herkenbaar aan de hoekige rijstkorrelvorm; de lintwormen kunnen wel 5–10 meter lang worden. In het spierweefsel van een rund of varken ontwikkelen zich de embryo's en larven van de lintworm. Deze kunnen door het eten van besmet rauw of niet goed doorbakken vlees (bv. filet américain, BBQ, biefstuk) het menselijk lichaam binnenkomen. Ze hechten zich vast aan de darmwand, waarna er zogenaamde proglottiden uit groeien die eitjes gaan produceren. Deze bevruchte stukken breken af en verlaten het lichaam via de ontlasting of uit eigen beweging.

    De Taenia saginata-infectie loopt men op door het eten van besmet rundvlees. In het rundvlees bevinden zich kleine, moeilijk herkenbare blaasjes (ook wel vinnen, blaaswormen of cysticercoïden genoemd, het larvestadium van T. saginata). De parasiet kan niet van mens tot mens worden overgedragen.

    De Taenia solium-infectie kan daarentegen op twee manieren opgelopen worden. Dit kan via het eten van besmet varkensvlees, waarin zich kleine, moeilijk herkenbare blaasjes (cysticerci) bevinden of via het binnenkrijgen van de eieren. Dit kan door in contact te komen met de eieren die een lintwormdrager zelf uitscheidt of die een andere persoon uitscheidt (overdracht van mens op mens). Een lintwormdrager hoeft zich niet bewust te zijn van zijn of haar dragerschap. De eieren kunnen onder de nagels zitten en bijvoorbeeld door het bereiden van een maaltijd worden overgedragen. Bij het binnenkrijgen van eieren kan cysticercosis (ontsteking door het larvestadium) ontstaan.

    De overdracht van de Hymenolepis nana vindt normaal gesproken plaats via insecten en knaagdieren, maar kan ook van mens op mens worden overgebracht via feco-oraal contact. Gezins- en groepsinfecties komen voor. Risicogroepen zijn met name kinderen jonger dan 8 jaar afkomstig uit de (sub)tropen en hun gezinsleden.

    De Hymenolepis nana is de enige in mensen voorkomende lintworm waarbij de cyclus kan worden volbracht binnen één en dezelfde gastheer. Uit het ei komt een oncosfeer die zich in de submucosa in het bovenste deel van de dunne darm verder ontwikkelt tot een tussenstadium, de blaasworm of cysticercoïd. Hieruit komt een volwassen worm van 2–3 cm die zich aan de darmwand hecht. De volledige cyclus van oncosfeer tot een nieuwe lintworm duurt ongeveer een maand en een volwassen worm wordt slechts 4–6 weken oud. Volwassen wormen laten rijpe proglottiden los waarin nieuwe eieren zitten. Deze eieren komen met de ontlasting mee naar buiten, maar kunnen ook binnen dezelfde gastheer uitgroeien en tot een hernieuwde infectie leiden. Zo kan men door auto-infectie vele jaren met Hymenolepis nana geïnfecteerd blijven. Infectie kan ook plaatsvinden door het binnenkrijgen van cysticercoïden via insecten.

  2. Geef niclosamide

    Let op

    Bij infestaties met Taeniasis solium 2 uur ná de kuur de stoelgang bevorderen.

    Geen alcohol gebruiken tijdens behandeling.

    Toelichting

    Niclosamide is niet werkzaam tegen de eieren van de lintworm; (her)infectie met de eieren kan zich ontwikkelen tot cysticercosis. Om dit te voorkómen vooral bij T. solium de stoelgang van de patiënt 2 uur na de kuur bevorderen met een magnesium- of natriumsulfaathoudend laxeermiddel. Alcohol vergroot het risico van absorptie van niclosamide vanuit het maag–darmkanaal.

Trematoden-infectie (zuigwormen, uitsluitend Schistosomiasis)

  1. Bespreek niet-medicamenteus beleid

    Geef adviezen met betrekking tot preventie, hygiënische maatregelen:

    • vermijd zoetwatercontact in endemische gebieden;
    • droog lichaam goed af, vooral langs randen van zwemkleding;
    • realiseer dat drinkwaterbronnen een infectiebron kunnen zijn.

    Toelichting

    Schistosomiasis (bilharzia) wordt veroorzaakt door besmetting met schistosoma. Bij de mens zijn vijf soorten gevonden. Er komen twee ziektebeelden voor: intestinale schistosomiasis, wat wordt veroorzaakt door Schistosoma mansoni, S. intercalatum, S. japonicum of S. mekongi, en blaas-schistosomiasis, veroorzaakt door S. haematobium.

    Schistosoma–infecties kunnen alleen worden opgelopen in de (sub)tropen, door contact met zoet water waarin zich geïnfecteerde waterslakken bevinden, die de tussengastheren voor de parasieten vormen. De uit de slak afkomstige, vrijzwemmende larven van de parasiet, cercariën, penetreren bij de mens de intacte huid. De infectie kan niet van mens tot mens worden overgedragen.

    De volwassen mannelijke en vrouwelijke schistosoma bewonen paarsgewijs de kleine bloedvaten. De eieren met de zich ontwikkelende larve, het miracidium, migreren door vaatwand en darmwand (bij intestinale schistosomiasis) of blaaswand (bij blaasschistosomiasis) naar het lumen en worden met de ontlasting, respectievelijk urine, uitgescheiden. In zoet water komt het ei uit en zoekt het vrijzwemmende miracidium een specifieke tussengastheer op, een slak, en penetreert deze. Drie tot zeven weken later komen uit de slak duizenden cercariën, opnieuw een vrijzwemmend stadium, vrij. Deze cercariën moeten in relatief korte tijd een definitieve gastheer vinden waarvan de intacte huid gepenetreerd wordt.

  2. Geef praziquantel

    Let op

    Wees voorzichtig bij een gestoorde leverfunctie of schistosomiasis van de lever, omdat de eliminatiehalfwaardetijd kan toenemen.

    Praziquantel kan de pathologische effecten op het centrale zenuwstelsel van schistosomiasis verergeren; daarom niet toepassen bij epilepsie in de anamnese en/of potentiële betrokkenheid van het centrale zenuwstelsel.

    Toelichting

    Praziquantel is voor alle soorten Schistosoma het middel van eerste keus en werkt op de volwassen wormen en weinig tot niet op de onvolwassen stadia. Het advies is om altijd te behandelen, omdat de granuloomvorming doorgaat zolang er ei-antigenen aanwezig blijven.

    Voor infecties met S. japonicum wordt een hogere dosering geadviseerd dan bij de andere soorten. Bij acute schistosomiasis of het Katayama-syndroom kan, afhankelijk van de verschijnselen, praziquantel gecombineerd met corticosteroïden gegeven worden; bij neurologische afwijkingen met corticosteroïden in hoge dosering.

Achtergrond

Definitie

Wormen zijn parasieten die in de darmen of weefsels van hun gastheer voorkomen. Besmetting kan plaatsvinden tussen mensen onderling, dieren onderling en tussen dieren en mensen. De levenscyclus van de worm bestaat uit drie stadia: het ei, de larve en de worm. Er is enige discussie over de onderverdeling van wormen.

Parasitaire wormen worden vaak in drie groepen ingedeeld: de nematoden (rondwormen, zoals aarsmade, spoel- en zweepworm), de cestoden (lintwormen) en de trematoden (zuigwormen). Nematodeninfecties kunnen nog worden onderverdeeld naar infectie van het maag-darmkanaal en van weefsels.

Symptomen

Bij nematoden in het maag-darmkanaal

  • Oxyuriasis of enterobiasis (aarsmadebesmetting) leidt niet altijd tot klachten. De meest voorkomende klacht is jeuk rond de anus of rond de schaamlippen.
  • Ascariasis (spoelwormbesmetting) verloopt veelal asymptomatisch, maar kan gepaard gaan met vage buikklachten en malaise. Soms ontstaan tijdens viscerale migratie en longpassage van de larven ademhalingsklachten met hoesten en koorts, afhankelijk van het aantal larven dat er passeert. Tijdens de longpassage zijn voorbijgaande longinfiltraten zichtbaar en wordt een perifere eosinofilie gevonden.
  • Trichuriasis (zweepwormbesmetting) verloopt veelal asymptomatisch. Bij ernstigere infecties kunnen diarree, rectale prolaps en anemie optreden.
  • Ancylostomiasis (mijnwormziekte) wordt veroorzaakt door besmetting met Ancylostoma duodenale of de Nector americanus. Meestal verloopt een mijnwormziekte asymptomatisch, of geeft deze darmklachten zoals lichte buikpijn. Soms treedt irritatie op waar de parasiet zich door de huid heeft geboord, meestal de voeten; hoest en keelpijn kunnen ontstaan bij longpassage door de larven. Ernstige infecties leiden mogelijk tot ontsteking van de longen, en in zeldzame gevallen tot het ophoesten van bloed. Zelden komt bloedarmoede voor.
  • Strongyloidiasis (besmetting met Strongyloides stercoralis) kan asymptomatisch verlopen; migrerende larven geven mogelijk urticaria. Tijdens de longpassage kunnen hoest en soms enige koorts optreden. Mogelijk veroorzaken volwassen wormen maag-darmklachten en diarree. Vaak, maar zeker niet altijd, gaat een Strongyloides-infectie gepaard met (hoge) eosinofilie. Onder specifieke condities, in het bijzonder een verminderde cellulaire afweer, kan ten gevolge van de vele auto-infecties een hyperinfectie optreden. De larven kunnen dan overal in het lichaam aangetroffen worden. Dergelijke gedissemineerde infecties hebben veelal een fataal beloop. Om deze reden worden immuungecompromitteerde patiënten (zoals transplantatiepatiënten of personen die langdurig corticosteroïden of immunosuppressiva moeten slikken), op een Strongyloides-infectie onderzocht.

Bij nematoden in weefsels

  • Filariasis (besmetting met Wuchereria bancrofti) geeft bij een klein aantal wormen in het lymfestelsel van de mens geen klachten. Bij grote aantallen wormen wordt de afvoer van vocht uit weefsels bemoeilijkt, wat kan leiden tot zwelling en verdikking van de huid. In armen en benen treedt mogelijk lymfoedeem (elefantiase) op. Ook kunnen huid, lymfevaten en lymfeknopen gaan ontsteken.
  • Loaiasis (besmetting met Loa Loa, oogwormziekte) kan zwellingen geven door het gif dat de volwassen worm afgeeft.
  • Onchocerciasis (besmetting met Onchocerca volvulus, rivierblindheid) kan oogklachten (leidend tot blindheid), huiduitslag en plaatselijke depigmentatie van de huid en jeuk geven.

Bij cestoden (lintwormen)

  • Taeniasis (runder- of varkenslintwormbesmetting) verloopt vaak asymptomatisch, maar kàn aanleiding geven tot algemene malaise, buikklachten en peri-anale jeuk. Bij sommige patiënten treedt buikpijn, diarree of gewichtsverlies op.
  • Hymenolepiasis (dwerglintwormbesmetting) verloopt meestal asymptomatisch, soms is er sprake van buikpijn, diarree of braakneigingen.
  • Echinokokkose wordt veroorzaakt door besmetting met de Echinococcus multilocularis (vossenlintworm) of de Echinococcus granulosus (hondenlintworm). In de mens (tussengastheer) ontwikkelen de eitjes zich tot ‘blaasworm’ (hydatiden, of echinococcus-cysten), een stadium als larve waaromheen cysten ontstaan in de lever, longen, buikholte, hersenen, hart, milt en overige organen.

Bij trematoden (zuigwormen)

  • Schistosomiasis (bilharziasis) is een besmetting met een schistosoma-soort (bv. S. haematobium, S. intercalatum, S. japonicum, S. mansoni en S. mekongi), waarbij de klachten afhankelijk zijn van de soort worm en het stadium van infectie. Vanaf het moment van infectie tot enkele weken daarna kunnen uitslag en een jeukende huid optreden. Na enkele weken zijn de wormen volwassen en beginnen ze met het leggen van eitjes die verantwoordelijk zijn voor de meerderheid van de mogelijke symptomen: vermoeidheid, koorts, rillingen, hoesten, spierpijn, gewichtsverlies, hepatomegalie en splenomegalie. In een nog later stadium passeren de larven de blaas en urinewegen, en komt bloed in de urine regelmatig voor.
  • Clonorchiasis (Chinese leverbotziekte) en Opisthorchiasis (kleine leverbotziekte) verlopen vaak asymptomatisch. In milde gevallen komen maag-darmklachten voor zoals buikpijn, diarree of obstipatie. Zelden, met name bij langdurige en ernstige infecties, doen zich complicaties aan lever- en galwegen voor.
  • Paragonimiasis (long-egels, bv. besmetting met de Paragonimus Westermani) is een acute infectie met hoest, buikpijn, malaise en milde koorts, die 2–15 dagen na besmetting optreedt. Lichte infecties kunnen symptoomloos verlopen. De symptomen van de longinfectie lijken sterk op bronchitis of tuberculose, met ophoesten van bloederig sputum.

Behandeldoel

De medicamenteuze behandeling is gericht op het elimineren (of reduceren) van de worminfectie en zo nodig het verminderen van symptomen; de preventieve, hygiënische maatregelen zijn gericht op het behandelen en voorkómen van (her)infectie.

Uitgangspunten

In ons land zijn er verschillende soorten wormen die de mens kunnen infecteren. Inheems zijn de Enterobius vermicularis (aarsmade), de Ascaris lumbricoides (spoelworm), de Trichuris trichiura (zweepworm) en de Taenia saginata of solium (runder- of varkenslintworm) het meest voorkomend. Naast de inheemse soorten vindt er ook regelmatig import plaats van uitheemse tropische wormen. Tot de geïmporteerde wormen behoren onder meer de Schistosoma-soorten, de Strongyloides stercoralis en de mijnwormen Ancylostoma duodenale en Necator americanus. De overige worminfecties zijn zeldzaam en de behandeling van deze infecties dient in gespecialiseerde centra plaats te vinden.

Bij de behandeling en preventie van de meeste worminfecties is hygiëne een onmisbare maatregel, ook ter preventie van herinfectie. Hygiënische maatregelen hebben geen invloed op worminfecties die door vliegen of muggen worden overgebracht. Preventieve maatregelen bestaan uit het smeren van insectwerende middelen en het dragen van lange mouwen en lange broeken in endemische gebieden.

Voor worminfecties zijn diverse geneesmiddelen in Nederland geregistreerd met een zeer verschillend werkingsmechanisme: ivermectine, mebendazol, niclosamide en praziquantel. In de stappenplannen wordt een aantal van de in Nederland meest voorkomende worminfecties beschreven.

Worminfectie

Verwekker

Eerste keus anthelminthicum

Oxyuriasis/enterobiasis

Enterobius vermicularis (aarsmade)

mebendazol

Ascariasis

Ascaris lumbricoides (spoelworm)

mebendazol

Trichuriasis

Trichuris trichuria (zweepworm)

mebendazol

Ancylostomiasis

Ancylostoma duodenale, Necator americanus (mijnworm)

mebendazol

Strongyloidiasis

Strongyloides stercoralis

ivermectine

Taeniasis

Taenia saginata (runderlintworm)

Taenia solium (varkenslintworm)

niclosamide

Hymenolepiasis

Hymenolepis nana (dwerglintworm)

niclosamide

Schistosomiasis (bilharziasis)

Schistosoma haematobium, Schistosoma mansoni

praziquantel

Vergroot tabel

Geneesmiddelen

anthelminthicaToon kosten

Literatuur

  1. NHG. FTR worminfecties. Utrecht, 2004.
  2. KNMP. Standaarden voor zelfzorg. Den Haag, 2014.
  3. Nederlandse Vereniging voor Parasitologie. NVP parasieten factsheets: humaan.
  4. Kager PA. Anthelminthica. Ned Tijdschr Geneeskd 1998; 142: 1364-8.
  5. Drugs for parasitic infections. Med Lett Drugs Ther 2002; 44.
  6. LCI richtlijn Schistosomiasis. Bilthoven: RIVM, 2015.
  7. Centers for Disease Control and Prevention (CDC). Paragonimiasis. 2013.

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Vergelijken

worminfecties vergelijken met een andere indicatie.