pegaspargase

Samenstelling

Oncaspar XGVSAanvullende monitoring Shire Netherlands BV

Toedieningsvorm
Poeder voor injectie-/infusievloeistof
Sterkte
3750 E

Na reconstitutie bevat de oplossing 750 E/ml.

Toedieningsvorm
Injectie-/infusievloeistof
Sterkte
750 E/ml
Verpakkingsvorm
5 ml

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

pegaspargase vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Voor de behandeling vanacute lymfatische leukemie staat op hovon.nl de geldende behandelrichtlijn (mei 2017 concept).

Indicaties

  • Acute lymfatische leukemie (ALL) bij kinderen vanaf de geboorte en bij volwassenen, als combinatietherapie.

Dosering

In verband met het mogelijk optreden van het tumorlysissyndroom bij een hoge tumorlast vóór en tijdens de behandeling maatregelen nemen ter preventie van uraatnefropathie zoals een adequate hydratie, alkaliseren van de urine en zonodig toedienen van allopurinol.

Vanwege de kans op overgevoeligheidsreacties (waaronder anafylactische reactie) de patiënt gedurende ten minste één uur na toediening nauwkeurig observeren.

Zo mogelijk de behandeling controleren aan de hand van de dal-serumactiviteit van asparaginase, zoals gemeten vóór de volgende toediening van pegaspargase. Overweeg een ander asparaginasepreparaat als de activiteitswaarden niet op het beoogde niveau uitkomen.

Klap alles open Klap alles dicht

Acute lymfatische leukemie:

Kinderen en volwassenen ≤ 21 jaar:

In combinatiechemotherapie: bij een lichaamsoppervlak ≥ 0,6 m²: i.m. of i.v.: 1× per 14 dagen 2500 E/m²; bij een lichaamsoppervlak < 0,6 m²: i.m. of i.v.: 1× per 14 dagen 82,5 E/kg lichaamsgewicht.

Volwassenen > 21 jaar:

In combinatiechemotherapie: i.m. of i.v.: 1× per 14 dagen 2000 E/m².

Ouderen (> 65 j.):

Er zijn weinig gegevens over het gebruik bij ouderen.

Nier- of leverfunctiestoornis: een dosisaanpassing is niet nodig.

Toedieningsinformatie: bij kleinere volumina heeft de i.m. toediening de voorkeur. De max. hoeveelheid per injectieplek is 2 ml bij kinderen en jong-volwassenen ≤ 21 jaar en 3 ml voor volwassenen > 21 jaar. Bij grotere volumina de dosis verdelen en op verschillende injectieplekken toedienen. Voor i.v. infusie de dosis toevoegen aan 100 ml NaCl-oplossing (0,9%) of glucose-oplossing (5%) en over een periode van 1–2 uur laten inlopen.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): pancreatitis, diarree, buikpijn, misselijkheid, verminderde eetlust, gewichtsverlies. Overgevoeligheid (incl. anafylactische reactie), huiduitslag, urticaria. Pijn in ledematen. Hyperglykemie.

Vaak (1–10%): sepsis, infecties. Trombose (vooral in het CZS; sinus sagitallis trombose is beschreven). Hypoxie. Convulsie, perifere motorische neuropathie, syncope. Stomatitis, braken. Hepatotoxiciteit, vervetting van de lever. Febriele neutropenie, anemie. Verlaagd aantal bloedplaatjes en/of neutrofielen, verlaagd bloedalbumine, verlengde geactiveerde tromboplastinetijd, hypofibronogenemie. Stijging amylase, transaminasen en/of bloedbilirubine. Hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, hyperlipidemie.

Zelden (0,01–0,1%): necrotiserende of hemorragische pancreatitis. Icterus, cholestase, levercelnecrose, leverfalen (met fatale afloop). Reversibel posterieur leuko-encefalopathiesyndroom (RPLS).

Verder zijn gemeld: bloedingen (bv. CVA). Koorts na de injectie. Slaperigheid, verwardheid. Pancreaspseudocyste. Urinezuurnefropathie (tumorlysissyndroom). Beenmergfalen. Diabetische ketoacidose, hyperglykemisch hyperosmolair syndroom. Stijging serumureum (dosisonafhankelijk, bijna altijd prerenaal), hyperammoniëmie.

Bij gebruik van L-asparaginase is nog gemeld: toxische epidermale necrolyse. Acuut nierfalen. Lichte tremor in de vingers. Parotitis.

Interacties

Pegaspargase kan door remming van de eiwitsynthese en celdeling de werkzaamheid van andere geneesmiddelen beïnvloeden zoals methotrexaat en cytarabine. Eerdere toediening van deze middelen kan de werking van pegaspargase versterken; bij toediening van deze middelen ná pegaspargase, vermindert de werkzaamheid van pegaspargase.

Toediening van vincristine vlak vóór of tegelijkertijd met pegaspargase vergroot de toxiciteit van pegaspargase én de kans op een anafylactische reactie. Toediening van pegaspargase vóór vincristine kan de neurotoxiciteit van vincristine verhogen. Daarom vincristine ten minste 12 uur vóór pegaspargase toedienen om toxiciteit zoveel mogelijk te beperken.

Pegaspargase geeft aanleiding tot fluctuerende hoeveelheden stollingsfactoren met een toename van de bloedings- en/of stollingsneiging. Wees daarom voorzichtig met de combinatie met geneesmiddelen die een invloed uitoefenen op de stolling zoals vitamine K-antagonisten, heparine, dipyridamol, acetylsalicylzuur en NSAID's. Bij de combinatie met glucocorticoïden (bv. prednison) kunnen veranderingen in coagulatieparameters duidelijker aanwezig zijn (bv. afname fibrinogeen, antitrombine III-deficiëntie).

Gelijktijdige vaccinatie met levende vaccins vermeerdert de kans op infecties. Daarom dergelijke vaccins op zijn vroegst 3 maanden ná het einde van de volledige leukemiebehandeling toedienen.

Wees voorzichtig met de combinatie met andere hepatotoxische geneesmiddelen.

Het is niet bekend of pegaspargase invloed heeft op de werking van orale anticonceptiva. Daarom kiezen voor een andere anticonceptieve methode óf een barrièremiddel toevoegen.

Tijdens de behandeling met pegaspargase treedt veelal een significante afname van serumalbumine op. Wees uit voorzorg voorzichtig met de combinatie met geneesmiddelen die een hele sterke eiwitbinding en tevens een smalle therapeutische breedte hebben.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren is geen onderzoek gedaan met pegaspargase. L-asparaginase echter, is in klinisch relevante doseringen schadelijk gebleken (skeletmalformaties, spina bifida, exencefalie, abdominale expulsie, afwijkingen in longen en nieren).
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.
Overig: Een vruchtbare vrouw of man dient anticonceptieve maatregelen te nemen tijdens én tot ten minste 6 maanden na de therapie. Het is niet bekend of pegaspargase invloed heeft op de werking van orale anticonceptiva. Daarom kiezen voor een andere anticonceptieve methode óf een barrièremiddel toevoegen.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Een nadelig effect bij de zuigeling kan niet worden uitgesloten.
Advies: Het gebruik of het geven van borstvoeding ontraden. Indien de borstvoeding is gestaakt vanwege de behandeling met pegaspargase, uit voorzorg na de behandeling niet meer starten met de borstvoeding.

Contra-indicaties

  • ernstige leverfunctiestoornis (bilirubine: 3× ULN + transaminasen: 10× ULN);
  • voorgeschiedenis van pancreatitis;
  • voorgeschiedenis van trombose of van bloedingen bij eerdere behandeling met L-asparaginase.

Waarschuwingen en voorzorgen

De werkzaamheid en veiligheid bij Philadelphia-chromosoompositieve patiënten zijn niet vastgesteld. Houdt bij een eventuele behandeling van deze patiënten rekening met meer kans op hepatotoxiciteit bij de combinatie met imatinib.

Vorming van antistoffen tegen pegaspargase kan de klinische werking doen afnemen (neutraliserende antilichamen) of de kans op overgevoeligheidsreacties doen toenemen. Overweeg overschakeling op een ander asparaginasepreparaat.

Bloeding/trombose: pegaspargase geeft aanleiding tot fluctuerende hoeveelheden stollingsfactoren met een toename van de bloedings- en/of stollingsneiging. De stollingsparameters vóór aanvang van de behandeling en vervolgens periodiek tijdens en na de behandeling controleren, vooral wanneer andere geneesmiddelen worden gebruikt met een invloed op het stollingssysteem. Fibrinogeen kan worden gezien als parameter van het pro- en antistollingssysteem; bij een duidelijke afname van de hoeveelheid fibrinogeen of bij antitrombine III-deficiëntie een gerichte substitutie overwegen (bv. vers ingevroren plasma). Bij optreden van ernstige trombotische complicaties de behandeling staken.

Vóór en tijdens de behandeling regelmatig het bloedbeeld controleren en zonodig de therapie aanpassen.

Vóór en tijdens de behandeling ook regelmatig de leverfunctie controleren. Wees voorzichtig bij een bestaande leverfunctiestoornis en bij combinatie met andere hepatotoxische geneesmiddelen.

Tijdens de therapie kan pancreatitis ontstaan, in een enkel geval ook van hemorragische of necrotiserende aard en kan deze fataal verlopen. Controleer regelmatig de serumamylasespiegel, de glucosespiegel en of er glucose in de urine aanwezig is. Laat de patiënt zich onmiddellijk melden bij eerste tekenen van pancreatitis zoals vooral een aanhoudende buikpijn die ernstig kan zijn en naar de rug kan uitstralen, en mogelijk is daarbij ook sprake van misselijkheid, braken, diarree en koorts. Bij vermoeden van pancreatitis de behandeling onderbreken. Bij bevestiging van de diagnose pegaspargase, niet meer starten en tot 4 maanden na staken van de behandeling passende onderzoeken uitvoeren, zoals echografie vanwege de vorming van pseudo-cysten.

In verband met het mogelijk optreden van het tumorlysissyndroom bij een hoge tumorlast vooral in het begin van de behandeling de urinezuurconcentratie in het serum bepalen.

Wees alert op symptomen van hyperammoniëmie zoals misselijkheid, braken, lethargie en geïrriteerdheid. Controleer regelmatig de ammoniakconcentratie in het bloed.

Er zijn weinig gegevens over het gebruik bij ouderen (> 65 j.).

Overdosering

Symptomen
bij enkele gevallen van overdosering zijn huiduitslag, hyperbilirubinemie en verhoogde concentratie van leverenzymen gevonden.

Therapie
is symptomatisch.

Voor meer informatie over een vergiftiging met pegaspargase neem contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Covalent conjugaat van L-asparaginase, afkomstig van Escherichia coli. L-asparaginase is een enzym met oncolytische werking en katalyseert de splitsing van L-asparagine, een voor bepaalde tumorcellen essentieel aminozuur, in L-asparaginezuur en ammoniak. Depletie van L-asparagine in bloedserum leidt tot remming van de eiwitsynthese, DNA- en RNA-synthese, met name in leukemische blasten die niet in staat zijn tot het synthetiseren van L-asparagine en zo apoptose ondergaan. Pegylering verandert niet de enzymatische eigenschappen van L-asparaginase, maar heeft wel invloed op de farmacokinetische en immunogene eigenschappen van het enzym. Eén eenheid L-asparaginase is de enzymactiviteit die onder gestandaardiseerde omstandigheden per minuut 1 micromol ammoniak uit L-asparagine afsplitst.

Kinetische gegevens

V dca. 0,04 l/kg.
Metaboliseringin hoge mate door proteolytische enzymen, waarschijnlijk in diverse weefsels.
T 1/2el1–6 dagen, afhankelijk van leeftijd, sekse, lichaamsoppervlak, nier- en leverfunctie, diagnose en ernst van de aandoening. Vorming van grote hoeveelheden antistoffen tegen L-asparaginase kan de eliminatiehalfwaardetijd verminderen.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

pegaspargase hoort bij de groep oncolytica, overige.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links