trabectedine

Samenstelling

Yondelis XGVSAanvullende monitoring Pharma Mar S.A.

Toedieningsvorm
Poeder voor concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
0,25 mg, 1 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

trabectedine vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Zie voor de behandeling van de betreffende indicaties de geldende behandelrichtlijnen.

Indicaties

Volwassenen met gevorderd weke delen-sarcoom, na falen van antracyclinen en ifosfamide òf indien het gebruik van deze middelen ongeschikt is. Gegevens over de werkzaamheid zijn voornamelijk gebaseerd op gebruik bij lipo- en leiomyosarcomen. Gerecidiveerd platinagevoelig ovariumcarcinoom, in combinatie met gepegyleerd liposomaal doxorubicine.

Dosering

Bij oncologische indicaties zijn dosering en doseerfrequentie sterk individueel bepaald, onderhevig aan wijzigingen en afhankelijk van onder andere de algemene toestand en het bloedbeeld.

Trabectedine via een centrale veneuze lijn toedienen, ter voorkoming van een potentieel ernstige reactie op de injectieplaats. Geef corticosteroïden (bv. 20 mg dexamethason i.v.) 30 min vóór toediening van trabectedine (monotherapie) of gepegyleerd liposomaal doxorubicine (combinatietherapie).

Klap alles open Klap alles dicht

Wekedelensarcoom:

Volwassenen:

De aanbevolen dosering is 1,5 mg/m² lichaamsoppervlak elke 3 weken via i.v. infusie gedurende 24 uur.

Ovariumcarcinoom:

De aanbevolen dosering is 1,1 mg/m² lichaamsoppervlak elke 3 weken via i.v. infusie gedurende 3 uur, onmiddellijk ná 30 mg/m² gepegyleerd liposomaal doxorubicine.

Indien verhogingen van ALAT, ASAT en/of alkalische fosfatase optreden tussen de cycli kan een dosisvermindering noodzakelijk zijn. De behandeling kan worden voortgezet zolang er klinisch voordeel is.

Bijwerkingen

Monotherapie:

Zeer vaak (> 10%): neutropenie (nadir na ca. 15 dagen), trombocytopenie, anemie, leukopenie. Hoofdpijn. Braken, misselijkheid, obstipatie, anorexie. Vermoeidheid, asthenie. Verhoogde CPK- en creatinine- en verlaagde albuminewaarden in het bloed. Hyperbilirubinemie, verhoogde ALAT/ASAT-, γ-GT en alkalische fosfatasewaarden in het bloed.

Vaak (1-10%): infectie. Perifere sensorische neuropathie, paresthesie, smaakstoornis, duizeligheid. Diarree, stomatitis, buikpijn, dyspepsie, verminderde eetlust, gewichtsverlies. Alopecia. Dyspneu, hoest. Myalgie, artralgie. Dehydratie, hypokaliëmie. Hypotensie, roodheid in het gezicht. (Perifeer) oedeem, koorts, reactie op de injectieplaats. Slapeloosheid.

Verder zijn in combinatietherapie daarnaast gemeld:

Zeer vaak (> 10%): hand-voetsyndroom, mucositis.

Vaak (1-10%): huiduitslag, hyperpigmentatie van de huid en zijn vaker gemeld: stomatitis, diarree en koorts.

Minder frequent (< 5%): neutropene infectie/sepsis, pancytopenie, beenmergfalen, granulocytopenie. Syncope, disfunctie van de linkerventrikel, longembolie. Longoedeem.

Interacties

Combinatie met een gelekoortsvaccin is gecontra–indiceerd; gelijktijdig gebruik met levend verzwakte vaccins wordt afgeraden. Gelijktijdige toediening met krachtige CYP3A4-remmers (bv. ketoconazol, fluconazol, ritonavir, claritromycine) kan de spiegels van trabectedine verhogen. Combinatie met deze middelen vermijden; indien dit niet mogelijk is dosisreductie van trabectedine overwegen. Gelijktijdige toediening met krachtige CYP3A4-inductoren (bv. rifampicine, fenobarbital, sint-janskruid) kan de trabectedine spiegels verlagen. Voorzichtigheid is geboden bij gelijktijdig gebruik van middelen die hepatotoxiciteit (bv. alcohol) of rabdomyolyse (bv. statinen) kunnen veroorzaken. Combinatie met fenytoïne wordt eveneens afgeraden, omdat een exacerbatie van convulsies kan optreden door een verminderde resorptie van fenytoïne. Omdat trabectedine een substraat is voor Pgp is voorzichtigheid geboden bij toediening van remmers van Pgp (bv. verapamil, ciclosporine), omdat de relevantie van deze interactie (bv. toxiciteit voor het CZS) niet is vastgesteld.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens onbekend. Op basis van het werkingsmechanisme is het echter waarschijnlijk dat ernstige aangeboren afwijkingen kunnen ontstaan.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.
Vruchtbaarheid: Mannen wordt aangeraden voorafgaand aan de behandeling advies in te winnen over cryopreservatie van sperma omdat trabectedine tot verminderde fertiliteit kan leiden. Overweeg genetische counseling bij het optreden van zwangerschap tijdens of een kinderwens na de behandeling.
Overig: Een vruchtbare vrouw of man dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen gedurende en een vrouw tot drie en een man tot vijf maanden na de behandeling.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: Het geven van borstvoeding is gecontra–indiceerd gedurende en tot 3 maanden na de behandeling.

Contra-indicaties

Ernstige of niet behandelde infectie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Nauwkeurige controle is nodig bij gebruik bij leverziekte zoals actieve chronische hepatitis, vanwege het vergrote risico van levertoxiciteit. Voorafgaand aan en tijdens behandeling de nierfunctie bewaken. Vanwege onvoldoende ervaring niet gebruiken bij een creatinineklaring < 30 ml/min (monotherapie) of < 60 ml/min (combinatietherapie). In verband met het zeer vaak optreden van graad 3 of 4 neutropenie tijdens gebruik dient voor de start van de behandeling een volledig bloedbeeld te worden bepaald, alsmede gedurende de eerste 2 cycli elke week en daarna eenmaal tussen de cycli in. Niet gebruiken bij een absolute neutrofielentelling < 1,5 × 109/l, een trombocytentelling < 100 × 109/l, albumine < 25 g/l, ALAT of ASAT > 2,5 × ULN , een verhoogde bilirubinewaarde en/of Hb < 5.6 mmol/l. Bij optreden van koorts dient onmiddellijk te worden gestart met ondersteunende therapie. Tijdens behandeling is profylaxe met corticosteroïden (bv. dexamethason) als anti-emeticum en voor leverprotectie nodig. Rabdomyolyse is soms gemeld (meestal samenhangend met myelotoxiciteit, ernstige leverfunctieafwijkingen, nierfalen en/of multiorgaanfalen). Controleer regelmatig de CPK-waarde en staak de behandeling bij een CPK-waarde > 2,5× ULN. Bij optreden van rabdomyolyse de behandeling staken tot volledig herstel is opgetreden en direct ondersteunende maatregelen nemen. Extravasatie bij i.v. toediening kan leiden tot weefselnecrose wat debridement vereist. Vanwege onvoldoende werkzaamheid mag trabectedine niet worden toegepast bij pediatrische sarcomen.

Eigenschappen

Oncolyticum met specifieke binding aan de kleine groef van DNA, waardoor de helix naar de grote groef wordt verbogen. Verscheidene transcriptiefactoren, aan DNA bindende eiwitten en DNA herstelroutes worden beïnvloed.

Kinetische gegevens

Eiwitbinding94–98%.
Metaboliseringm.n. door CYP3A4.
Eliminatie< 1% onveranderd.
T 1/2el180 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

trabectedine hoort bij de groep oncolytica, overige.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links