asparaginase

Samenstelling

Erwinase (Erwinia L-asparaginase = crisantaspase) XGVS Jazz Pharmaceuticals Nederland BV

Toedieningsvorm
Poeder voor injectie- of infusievloeistof
Sterkte
10.000 IE

Spectrila (E. coli-asparaginase = colaspase) XGVS Lamepro bv

Toedieningsvorm
Poeder voor injectievloeistof
Sterkte
10.000 IE

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

asparaginase vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Zie voor de behandeling van acute lymfatische leukemie de behandelrichtlijn via HOVON - ALL.

Indicaties

Erwinase

  • acute lymfatische leukemie (ALL), hoofdzakelijk bij kinderen, in combinatie met andere chemotherapeutica, bij overgevoeligheid (klinische allergie of stille inactivatie) voor E. coli asparaginase of pegaspargase.

Spectrila

  • acute lymfatische leukemie (ALL) bij kinderen vanaf de geboorte en bij volwassenen, in combinatie met andere anti-neoplastische geneesmiddelen.

Dosering

Een intracutane test of kleine intraveneuze testdosis voor iedere behandeling is te overwegen; de test voorspelt echter niet nauwkeurig welke patiënt een (ernstige) allergische reactie zal krijgen. De kans op overgevoeligheid tijdens de behandeling neemt toe met het aantal doses.

Ter preventie van uraatnefropathie door massale tumorcellysis, o.a. voldoende vloeistof toedienen en allopurinol/rasburicase overwegen.

Het wordt aanbevolen om tijdens de behandeling de dalwaarde van asparaginaseactiviteit te controleren (zie ook de rubriek Eigenschappen).

Klap alles open Klap alles dicht

Als onderdeel van combinatietherapie bij acute lymfatische leukemie:

Volwassenen:

Erwinase: i.v. infusie of i.m.: gebruikelijke dosis 25.000 IE/m² lichaamsoppervlak 3×/week (maandag, woensdag, vrijdag) gedurende 2 weken, om elke dosis pegaspargase te vervangen of elke cyclus van de behandeling met asparaginase. De behandeling verder aanpassen volgens lokaal protocol.

Spectrila: i.v. infusie: 5.000 IE/m² lichaamsoppervlak elke derde dag gegeven.

Kinderen:

Erwinase: als bij volwassenen.

Spectrila: i.v. infusie: bij een leeftijd > 1 jaar: als bij volwassenen; bij 6–12 maanden: 7.500 IE/m² lichaamsoppervlak elke derde dag gegeven; bij < 6 maanden: 6.700 IE/m² lichaamsoppervlak elke derde dag gegeven.

Nierfunctiestoornis: een dosisaanpassing is niet nodig.

Leverfunctiestoornis: bij lichte tot matige leverfunctiestoornis is een dosisaanpassing niet nodig; ernstige leverfunctiestoornis is een contra-indicatie.

Toedieningsinformatie: Erwinase wordt via een i.m. injectie toegediend of via i.v. infusie gedurende 1-2 uur. Niet tegelijk met andere geneesmiddelen toedienen over dezelfde i.v. infuuslijn. Spectrila mag in verband met de kans op ernstige overgevoeligheidsreacties alleen worden toegediend via een i.v. infusie over een periode van ½–2 uur.

Bijwerkingen

Erwinase

Zeer vaak (> 10%): infecties (viraal, bacterieel, schimmel-), sepsis (mogelijk fataal). Overgevoeligheidsreacties. Hepatotoxiciteit. Misselijkheid, braken. Gewichtsverlies. Skeletspierpijn, myalgie, artralgie, pijn in extremiteiten. Hyperglykemie, hyperlipidemie, hypercholesterolemie, hypertriglyceridemie. Leukopenie, (febriele) neutropenie, trombocytopenie, anemie. Verlaagde spiegel antitrombine III, fibrinogeen, verminderde activiteit proteïne C en proteïne S, verlengde geactiveerde partiële tromboplastinetijd (APTT), protrombinetijd (PT) en INR, stijging amylase, lipase, ALAT, ASAT, bilirubine en alkalische fosfatase (AF) in het bloed.

Vaak (1-10%): bloeding, veneuze en arteriële trombo-embolische voorvallen (waaronder sinustrombose en myocardinfarct). Pancreatitis (waaronder necrotiserende, hemorragische en pseudo-cystevorming, soms fataal). Dyspneu. Encefalopathie (primair, secundair), afasie, hallucinaties, verwarde toestand, hoofdpijn. Diarree, buikpijn. Pancytopenie. Mucositis, koorts, vermoeidheid, reactie op de injectieplaats of lokale overgevoeligheidsreactie zoals huiduitslag, jeuk, pijn of oedeem.

Soms (0,1-1%): anafylaxie. Hypotensie. Coma, convulsie, lethargie, parese, duizeligheid. Hepatische steatose. Nefrotoxiciteit. Diabetische ketoacidose, hyperammoniëmie.

Zelden (0,01-0,1%): posterieur reversibel encefalopathie syndroom (PRES). Leverfalen.

Zeer zelden (< 0,01%): reactieve artritis.

Verder zijn gemeld: hypertensie. Toxische epidermale necrolyse (soms fataal). Cholestase, leververgroting. Acuut nierfalen, verminderde nierfunctie, proteïnurie, uraatnefropathie. Slaperigheid, agitatie. Anorexie. Parotitis. Secundaire hypothyroïdie. Hypoproteïnemie, hypoalbuminemie (soms symptomatisch met perifeer oedeem), toegenomen broomsulfaleïne (BSP)-retentie. Hemolytische anemie. Afgenomen thyroxine-bindend globuline in het bloed.

In vergelijking met jonge kinderen is er bij adolescenten en jongvolwassenen een toegenomen kans op hepatische en pancreatische toxiciteiten en veneuze trombo-embolische complicaties.

Spectrila

Zeer vaak (> 10%): overgevoeligheid zoals overmatig blozen, hypotensie, angio-oedeem, dyspneu, huiduitslag. Misselijkheid, braken, diarree, buikpijn. Oedeem, vermoeidheid. Hyperglykemie. Daling van antitrombine III, fibrinogeen, totaal eiwit, cholesterol, LDL. Stijging van leverenzymwaarden, bilirubine, cholesterol, triglyceriden, VLDL, lipoproteïnase-activiteit, ureum, ammoniak, LDH. Hypoalbuminemie.

Vaak (1–10%): gedissemineerde intravasculaire stolling (DIC), trombose (vooral diep-veneuze trombose en sinus-cavernosustrombose), hemorragie. Bronchospasme. Depressie, verwardheid, hallucinaties. Duizeligheid, slaperigheid, agitatie. Acute pancreatitis (mogelijk fataal). Rugpijn, gewrichtspijn. Verminderde eetlust, gewichtsverlies, hypoglykemie. Anemie, trombocytopenie, leukopenie. Stijging amylase, lipase. Abnormaal EEG: verminderde alfagolf-activiteit, verhoogde thèta- en deltagolf-activiteit.

Soms (0,1–1%): hoofdpijn. Hyperurikemie, hyperammoniëmie.

Zelden (0,01–0,1%): anafylactische shock. Herseninfarct, convulsies, daling van het bewustzijn, coma, posterieur reversibel leuko-encefalopathiesyndroom (PRES). Hemorragische of necrotiserende pancreatitis. Cholestase, icterus, leverfalen, levernecrose. Parotitis. Diabetische ketoacidose.

Zeer zelden (< 0,01%): tremor. Secundaire hypothyroïdie, hypoparathyreoïdie.

Verder zijn gemeld: infecties.

Interacties

Ten vroegste 3 maanden na beëindigen van de behandelkuur een immunisatie met levende vaccins uitvoeren in verband met een grotere kans op ernstige infecties.

Gelijktijdig gebruik van glucocorticoïden (zoals prednison) vergroot de kans op trombose en op hyperglykemie. Voorts versterkt het de myelosuppressie met als gevolg meer kans op infecties; dit laatste is uiteraard ook het geval wanneer asparaginase in combinatie met andere myelosuppressieve geneesmiddelen wordt gecombineerd.

De hepatotoxiciteit kan toenemen bij gelijktijdig gebruik met imatinib of bij combinatie met andere geneesmiddelen die zelf ook hepatotoxisch zijn; controleer de leverparameters zoals ASAT, ALAT en bilirubine.

Asparaginase kan hyperglykemie veroorzaken; houd hiermee rekening bij reeds ingestelde antidiabetische medicatie.

Asparaginase vermindert de effectiviteit/toxiciteit van methotrexaat, indien het vóór of tegelijkertijd met methotrexaat wordt toegediend. Als asparaginase 24 uur ná methotrexaat wordt gegeven, versterkt het echter de werkzaamheid van methotrexaat.

Asparaginase vermindert de werkzaamheid van een hoge dosis cytarabine, indien het vóór cytarabine wordt toegediend. Als asparaginase ná cytarabine wordt gegeven, versterkt het echter de werkzaamheid van cytarabine. Dit effect is het duidelijkst met een interval van ca. 120 uur tussen de behandelingen.

Toediening van asparaginase vlak vóór of gelijktijdig met vincristine kan gepaard gaan met een verhoging van de toxiciteit van asparaginase. Daarom vincristine 3–24 uur vóór asparaginase toedienen.

Houd bij de combinatie met andere geneesmiddelen rekening met het feit dat asparaginase de toxiciteit van andere geneesmiddelen kan versterken door zijn effect op de leverfunctie en door de eventuele hypoalbuminemie.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren in klinisch relevante doseringen schadelijk gebleken (skeletmalformaties, spina bifida, exencefalie, abdominale expulsie, afwijkingen in longen en nieren).
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.
Overig: Een vruchtbare vrouw of man dient anticonceptieve maatregelen te nemen tijdens en gedurende 3 maanden na de therapie. Bij gebruik van orale anticonceptiva tevens een barrièremiddel toevoegen, omdat niet bekend is of asparaginase de werkzaamheid van orale anticonceptiva kan verminderen.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Een nadelig effect bij de zuigeling kan niet worden uitgesloten.
Advies: Het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

  • ernstig verminderde leverfunctie (bilirubine > 3 × ULN, transaminasen > 10 × ULN);
  • pancreatitis (inclusief pancreatitis ten gevolge van asparaginase in de voorgeschiedenis);
  • Spectrila tevens:

    • reeds bestaande coagulopathie;
    • een vroegere episode van ernstige hemorragie of ernstige trombose door behandeling met asparaginase.

Waarschuwingen en voorzorgen

Overgevoeligheidsreacties of infusie- of injectiegerelateerde reacties, komen vaak voor en kunnen ernstig zijn, met tekenen van anafylaxie of koorts. De lokale of niet-lokale reacties treden vooral op na herhaaldelijke toediening van asparaginase en doorgaans binnen 24 uur na toediening, maar na i.m. toediening van Erwinase zijn ook vertraagde reacties, na 2 dagen of later gemeld. . Bij ernstige overgevoeligheidsreacties de toediening onmiddellijk staken en een aangewezen behandeling geven, zoals corticosteroïden en antihistaminica.

Stollingsstoornissen: door het remmende effect van asparaginase op de eiwitsynthese (bv. verminderde synthese van factor II, V, VII, VIII en IX, antitrombine III (ATIII) en proteïne C en S) kunnen stollingsstoornissen optreden zoals trombose, gedissimineerde intravasculaire stolling of een bloeding. De kans op trombose lijkt groter te zijn dan de kans op een bloeding. Daarom voorafgaand aan en regelmatig tijdens de behandeling de stollingsparameters (PT, aPTT, ATIII en fibrinogeen) controleren; win deskundig advies in bij een daling in ATIII. De kans op trombose tijdens inductietherapie met asparaginase en prednison bij kinderen is groter bij een genetische protrombotische risicofactor (hyperhomocysteïnemie, verhoogd lipoproteïne A, factor VG1691A-mutaties, protrombine G20210A-variatie, methyleentetrahydrofolaatreductase [MTHFR] T677T-genotype). Onderbreek of staak de behandeling bij optreden van een ernstige stollingsstoornis.

Hepatotoxiciteit: voorafgaand aan en regelmatig tijdens de behandeling de leverparameters controleren. Onderbreek de behandeling bij de ontwikkeling van een ernstige leverfunctiestoornis (bilirubine > 3 × ULN; transaminasen > 10 × ULN).

Pancreatitis: tijdens de therapie kan pancreatitis ontstaan en in een enkel geval ook hemorragische of necrotiserende pancreatitis. Controleer regelmatig de serumamylase- en lipasespiegel, de glucosespiegel en of er glucose in de urine aanwezig is. Laat de patiënt zich onmiddellijk melden bij eerste tekenen van pancreatitis zoals vooral aanhoudende buikpijn die ernstig kan zijn en naar de rug kan uitstralen, en mogelijk ook misselijkheid, braken, diarree en koorts. Een ernstige hypertriglyceridemie is een risicofactor voor de ontwikkeling van acute pancreatitis. Staak de behandeling definitief indien ernstige pancreatitis optreedt.

Neurotoxiciteit: bij bijwerkingen op het centrale zenuwstelsel (zoals convulsies, duizeligheid, hoofdpijn, lethargie en coma, afwijkingen in EEG), hyperammoniëmie en veneuze sinustrombose uitsluiten. Symptomen als hypertensie, hoofdpijn, lethargie, verwardheid, convulsies, acute visusstoornis (voornamelijk corticale blindheid of een homonieme hemianopsie), misselijkheid en braken kunnen passen bij de bijwerking posterieur reversibel (leuko-)encefalopathiesyndroom (PRES). Het is onduidelijk of asparaginase bijdraagt aan de ontwikkeling van dit syndroom. Bij vermoeden van PRES de behandeling onderbreken en een MRI laten uitvoeren. Bij bevestiging van de diagnose overwegen de behandeling definitief te staken.

Hyperammoniëmie kan optreden tijdens de behandeling, de kans is groter bij bestaande leverfunctiestoornis. In zeldzame gevallen kan een ernstige vorm ontstaan met neurologische stoornissen zoals convulsies en coma.

Hyperglykemie kan optreden door o.a. een afgenomen insulineproductie en -afgifte door asparaginase. In zeldzame gevallen kan het leiden tot diabetische ketoacidose. Glucocorticosteroïden versterken overigens dit effect. Controleer regelmatig de glucosespiegel en de aanwezigheid van glucose in de urine.

Hyperlipidemie: diverse veranderingen in de lipiden kunnen optreden, vaak zonder klinische symptomen. Ernstige hypertriglyceridemie kan echter voorkomen en de kans op acute pancreatitis vergroten. Controleer tijdens de behandeling regelmatig de triglyceriden en het cholesterol; hyperlipidemie behandelen.

Overschakelen op andere asparaginasebevattende geneesmiddelen: kan zinvol zijn bv. bij lage asparaginaseniveaus (waarbij vaak sprake is van antilichaamvorming en wat in verband wordt gebracht met afgenomen asparaginase-activiteit) of bij overgevoeligheid voor colaspase of crisantaspase.

Onderzoeksgegevens: de werkzaamheid en veiligheid zijn niet vastgesteld bij Philadelphia-chromosoompositieve patiënten (Spectrila). Er zijn weinig gegevens over het gebruik van Spectrila bij volwassenen (incl. ouderen > 65 jaar), bij kinderen < 1 jaar en bij de toepassing tijdens de behandelfasen ná de inductie.

Overdosering

Symptomen
Afgezien van acute allergische reacties, kan een overdosering asparaginase chronische intoxicatie, gekenmerkt door verminderde lever- en nierfunctie veroorzaken.

Therapie
Er is geen specifiek antidotum.

Neem voor informatie over een vergiftiging met asparginase contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Enzym met oncolytische werking, waarvan het werkzame bestanddeel is afgescheiden door Erwinia chrysanthemi (crisantaspase) of Escherichia coli (colaspase). L-asparaginase katalyseert de splitsing van L-asparagine, een voor bepaalde tumorcellen essentieel aminozuur, in L-asparaginezuur en ammoniak. Ook katalyseert het de afbraak van glutamine, dat een rol speelt bij de aanmaak van L-asparagine. Door aanhoudende depletie van exogeen asparagine wordt de eiwitsynthese verstoord en de groei van deze tumorcellen geremd. Eén eenheid L-asparaginase bevat de enzymactiviteit die onder gestandaardiseerde omstandigheden per minuut 1 micromol ammoniak uit L-asparagine afsplitst. Een minimale serumactiviteit van asparaginase ≥ 0,1 IE/ml is gecorreleerd aan complete asparaginedepletie in serum en cerebrospinaalvocht.

Kinetische gegevens

V dca. 0,04 l/kg.
Overigde distributie beperkt zich voornamelijk tot de intravasculaire ruimte. Er is een geringe passage van de bloed-hersenbarrière.
Metaboliseringniet bekend, maar vermoedelijk via degradatie binnen het reticulo-histiocytaire systeem en door serumproteasen.
T 1/2ca. 6 uur (i.v. Erwinase), 16 uur (i.m. Erwinase).
T 1/2elca. 26 uur (Spectrila; spreiding 14–44 uur), bij kinderen ca. 17 uur (spreiding 13–23 uur).

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

asparaginase hoort bij de groep oncolytica, overige.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links