niraparib

Samenstelling

Zejula (als tosylaat) XGVSAanvullende monitoring Tesaro Bio

Toedieningsvorm
Capsule, hard
Sterkte
100 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

niraparib vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Zie voor het advies voor PARP-remmers als onderhoudsbehandeling bij gerecidiveerd platinagevoelig epitheliaal ovariumcarcinoom de commissie BOM op NVMO.org. Voor de behandeling van epitheliaal ovarium- of tubacarcinoom staat op oncoline de geldende behandelrichtlijn.

Indicaties

  • Als monotherapie voor de onderhoudsbehandeling bij volwassenen met een platinagevoelig recidief hooggradig sereus epitheliaal ovarium, tuba- of primair peritoneaal carcinoom, die een volledige of partiële respons vertoont op chemotherapie die platina bevat.

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Epitheliaal ovarium, tuba- of primair peritoneaal carcinoom:

Volwassenen:

300 mg 1×/dag, iedere dag op ongeveer hetzelfde tijdstip in te nemen. Overweeg bij een lichaamsgewicht < 58 kg een aanvangsdosis van 200 mg 1×/dag. De behandeling voortzetten tot ziekteprogressie of onaanvaardbare toxiciteit.

Nierfunctiestoornis: bij een lichte en matige nierfunctiestoornis (creatinineklaring ≥ 30 ml/min) is geen dosisaanpassing nodig. Wees voorzichtig bij een ernstige nierfunctiestoornis (zie ook de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen: Onderzoeksgegevens).

Leverfunctiestoornis: bij een lichte en matige leverfunctiestoornis (Child-Pughscore 5–9) is geen dosisaanpassing nodig. Wees voorzichtig bij een ernstige leverfunctiestoornis (zie ook de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen: Onderzoeksgegevens).

Ernstige bijwerkingen: zie voor dosisaanpassingen en richtlijnen voor onderbreking of staken van de behandeling bij (ernstige) bijwerkingen (hematologische en niet-hematologische bijwerkingen) de officiële productinformatie CBG/EMA (rubriek 4.2, tabellen 1 en 2).

Gemiste dosis: een gemiste dosis niet meer inhalen, maar gewoon doorgaan met de volgende dosis volgens het doseerschema.

Toedieningsinformatie: De capsules in hun geheel (zonder kauwen of openmaken) met water innemen. In verband met de kans op misselijkheid is het beste tijdstip van innemen vlak vóór het naar bed gaan.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): hypertensie (incl. hypertensieve crisis). Hartkloppingen. Dyspneu, hoesten, nasofaryngitis. Misselijkheid, braken, dyspepsie, diarree, obstipatie, buikpijn. Verminderde eetlust. Hoofdpijn, duizeligheid, smaakstoornis. Slapeloosheid. Vermoeidheid, asthenie. Gewrichtspijn, rugpijn. Urineweginfectie. Neutropenie (bij ca. 30%; CTCAE graad 3-4 ca. 20%), trombocytopenie (bij ca. 60%; graad 3-4 ca. 34%), anemie (bij ca. 50%; raad 3-4 ca. 25%).

Vaak (1–10%): tachycardie. Bronchitis, bloedneus. Droge mond, mucositis, stomatitis, opgezette buik. Conjunctivitis. Angst, depressie. Fotosensibilisatie. huiduitslag. Perifeer oedeem. Myalgie. Urineweginfectie. Gewichtsverlies. Leukopenie. Hypokaliëmie. Stijging leverenzymwaarden (ASAT, ALAT, γ-GT, alkalische fosfatase).

Soms (0,1–1%): pancytopenie. Myelodysplastisch syndroom (MDS), acute myeloïde leukemie (AML).

Interacties

De combinatie met immunosuppressiva of vaccins is niet onderzocht. Verder zijn er weinig gegevens over de combinatie met andere cytotoxische geneesmiddelen. Wees daarom voorzichtig met de combinatie met al deze middelen.

Wees vanwege de bijwerking trombocytopenie voorzichtig met de combinatie met anticoagulantia en met andere geneesmiddelen waarvan bekend is dat zij het aantal trombocyten kunnen verlagen.

Het is niet onderzocht of niraparib het CYP3A4 in de darmwand kan remmen; wees daarom uit voorzorg alert bij de combinatie met (vooral oraal toegediende) geneesmiddelen die voor een belangrijk gedeelte via CYP3A4 worden omgezet en tevens een nauwe therapeutische breedte hebben zoals alfuzosine, domperidon, kinidine, ciclosporine, sirolimus, tacrolimus, everolimus, sommige statinen, fentanyl, methadon, carbamazepine, alprazolam, oraal midazolam, pimozide, quetiapine, ergotamine, PDE5-remmers, sommige calciumantagonisten, boceprevir en sommige hiv–proteaseremmers. Remming van CYP3A4 in de lever door niraparib wordt niet verwacht.

Niraparib is een remmer van MATE1 en 2; een stijging van de plasmaconcentratie van geneesmiddelen die substraat zijn voor deze efflux-transporteiwitten (bv. metformine) kan niet worden uitgesloten. Verder is niraparib in vitro een zwakke inductor van CYP1A2 en een zwakke remmer van Pgp, BCRP en OCT1; de klinische relevantie van deze effecten ten aanzien van mogelijke interacties is onduidelijk.

Zwangerschap

Teratogenese: Zowel bij de mens als bij dieren, onvoldoende gegevens. Op grond van het werkingsmechanisme is het mogelijk dat niraparib schade toebrengt aan de vrucht.
Advies: Gebruik ontraden.
Overig: Bij een vruchtbare vrouw vóór aanvang van de behandeling zwangerschap uitsluiten en tevens tijdens de behandeling en gedurende één maand na de behandeling adequate anticonceptieve maatregelen nemen.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: Het geven van borstvoeding is gecontra-indiceerd tijdens en gedurende één maand na de behandeling.

Contra-indicaties

Zie de rubriek Lactatie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Hypertensie (incl. hypertensieve crisis) komt vaak voor bij gebruik van niraparib. De behandeling alleen beginnen als de bloeddruk goed onder controle is. De bloeddruk in het eerste jaar maandelijks (bv. op dag 1 van iedere cyclus) en daarna periodiek of op klinische indicatie controleren. De behandeling stopzetten indien de bloeddruk niet adequaat onder controle kan worden gehouden.

Controleer vóór aanvang van de behandeling het volledige bloedbeeld en tijdens de behandeling in de eerste maand wekelijks, vervolgens gedurende 10 maanden maandelijks en daarna periodiek en op klinische indicatie. In klinisch onderzoek waren de waarden vlak vóor de behandeling: absoluut aantal neutrofielen ≥ 1,5 × 109/l, aantal bloedplaatjes ≥ 100 × 109/l en Hb ≥ 5,6 mmol/l. Hematologische toxiciteit treedt doorgaans vroeg in de behandeling op; de mediane tijd tot het optreden van neutropenie is ca. 27 dagen, trombocytopenie ca. 22 dagen en anemie ca. 42 dagen. Bij een baseline aantal bloedplaatjes < 180 × 109 is er sprake van een toegenomen kans op het optreden van trombocytopenie gedurende de behandeling, waaronder ook een kanstoename op graad 3/4 (CTCAE) toxiciteit (hogere kans dan beschreven in rubriek Bijwerkingen). Bij hematologische toxiciteit kan dosisverlaging, onderbreking of staken van de behandeling nodig zijn. Staak de behandeling indien een ernstige hematologische toxiciteit aanhoudt en niet binnen 28 dagen na onderbreking verdwijnt.

Myelodysplastisch syndroom (MDS) en acute myeloïde leukemie (AML) zijn in de klinische onderzoeken gemeld en waren kenmerkend voor secundaire, aan de kankertherapie gerelateerde MDS/AML. Deze ziektebeelden kunnen optreden na 1 maand tot > 2 jaar. Alle patiënten hadden platinabevattende chemotherapieregimes gekregen en vele anderen ook andere DNA-beschadigende middelen en radiotherapie. Bij bevestiging van de diagnose secundair MDS of AML de behandeling definitief stopzetten.

Onderzoeksgegevens: Er zijn geen klinische gegevens beschikbaar over het gebruik bij:

  • patiënten met een ECOG-prestatiestatus 2 tot 4;
  • een ernstige leverfunctiestoornis;
  • een ernstige nierfunctiestoornis (incl. toepassing van hemodialyse);
  • kinderen (< 18 jaar).

Er zijn weinig gegevens over het gebruik bij ouderen (≥ 75 jaar).

Overdosering

Neem voor meer informatie over een vergiftiging met niraparib contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Niraparib is een remmer van poly-(ADP-ribose)-polymerase-enzymen (PARP-1 en PARP-2), enzymen die nodig zijn voor een efficiënt herstel van enkelstrengs DNA-breuken (ESBs). Remming van PARP leidt tot de ophoping van ESBs die uiteindelijk dubbelstrengs DNA-breuken (DSBs) worden wanneer de cellen proberen te delen. Dit leidt tot DNA-schade, apoptose en celdood. De werking van niraparib is aangetoond in tumorcellijnen met óf zonder deficiënties in de BRCA1 of BRCA2 tumorsuppressorgenen.

Kinetische gegevens

Fca. 73%.
T maxca. 3 uur.
OverigEr is een extensieve distributie van niraparib over de weefsels; het Vd/F bij kankerpatiënten is 1074 liter.
Metaboliseringin de lever door carboxylesterase en vervolgens glucuronidase tot inactieve metabolieten.
Eliminatiemet de urine ca. 48% (vnl. als metabolieten), met de feces ca. 39% (onveranderd).
T 1/2el48–51 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

niraparib hoort bij de groep oncolytica, overige.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links