talazoparib

Samenstelling

Talzenna (als tosylaat) XGVSAanvullende monitoring Pfizer bv

Toedieningsvorm
capsule, hard
Sterkte
0,25 mg, 1 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

talazoparib vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Zie voor het advies van talazoparib bij een lokaal gevorderd of gemetastaseerd HER2-negatief mammacarcinoom met een BRCA-kiembaanmutatie de commissie BOM (2019).

Zie voor de behandeling van mammacarcinoom de geldende behandelrichtlijn op oncoline.nl.

Indicaties

  • HER2-negatief lokaal gevorderd of gemetastaseerd mammacarcinoom bij volwassenen met BRCAI/2-kiembaanmutaties die indien mogelijk eerder zijn behandeld met een antracycline en/of een taxaan in de (neo)adjuvante of gemetastaseerde setting. Bij hormoonreceptor (HR)-positief mammacarcinoom moet eerst progressie vertoond zijn tijdens of na eerdere endocriene therapie, tenzij deze therapie niet in aanmerking kwam.

Dosering

Vóór aanvang van de behandeling de BRCA-kiembaanmutatie vaststellen op basis van een gevalideerde analysemethode.

Klap alles open Klap alles dicht

HER2-negatief lokaal gevorderd of gemetastaseerd mammacarcinoom:

Volwassenen (incl. ouderen ≥ 65 jaar)

1 mg 1×/dag. De behandeling voortzetten tot aan ziekteprogressie of onacceptabele toxiciteit.

Verminderde nierfunctie: bij een licht verminderde nierfunctie (creatinineklaring 60-90 ml/min) is geen dosisaanpassing nodig. Bij een matig verminderde nierfunctie (creatinineklaring 30-60 ml/min): startdosering 0,75 mg 1×/dag. Gebruik bij een ernstig verminderde nierfunctie (creatinineklaring < 30 ml/min) of hemodialyse wordt niet aanbevolen vanwege onvoldoende gegevens; indien talazoparib toch gebruikt moet worden de patiënt extra controleren op bijwerkingen.

Verminderde leverfunctie: bij een licht verminderde leverfunctie (totaal bilirubine ≤ 1,0 × ULN en ASAT > ULN, of totaal bilirubine > 1,0-1,5 × ULN en elke ASAT-waarde) is geen dosisaanpassing nodig. Bij een matig (totaal bilirubine > 1,5-3,0 × ULN en elke ASAT-waarde) of ernstig verminderde leverfunctie (totaal bilirubine > 3,0 × ULN en elke ASAT-waarde) kan geen doseringsadvies worden gegeven vanwege een gebrek aan gegevens; indien talazoparib toch gebruikt moet worden de patiënt extra controleren op bijwerkingen.

In combinatie met een sterke P-gp-remmer: 0,75 mg 1×/dag, zie ook de rubriek Interacties. Bij staken van de P-gp-remmer de dosis talazoparib verhogen (na 3,5 halfwaardetijden van de P-gp-remmer) tot de dosis die voor het instellen van de P-gp-remmer werd gebruikt.

Bij ernstige bijwerkingen: zie voor dosisaanpassingen en richtlijnen voor onderbreking of stopzetting van de behandeling bij (ernstige) bijwerkingen (myelosuppressie of niet-hematologische toxiciteiten) de officiële productinformatie CBG/EMA (rubriek 4.2, tabel 1 en 2), zie hiervoor de link onder 'Zie ook'.

Bij braken of een gemiste dosis: de volgende normale dosis op het gebruikelijke tijdstip innemen; géén extra dosis innemen.

Toedieningsinformatie: de capsule geheel doorslikken (zonder openmaken of oplossen). Met óf zonder voedsel innemen.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): alopecia. Duizeligheid, hoofdpijn. Vermoeidheid (waaronder asthenie). Misselijkheid, braken, buikpijn, diarree. Verminderde eetlust. Trombocytopenie (ca. 30%, waarvan ca. 13% CTCAE graad 3 en 4% graad 4), anemie (ca. 50%, waarvan ca. 35% CTCAE graad 3), neutropenie (ca. 30%, waarvan ca. 16% CTCAE graad 3 en ca. 2% graad 4), leukopenie (ca. 16%, waarvan ca. 5% CTCAE graad 3).

Vaak (1-10%): dysgeusie. Stomatitis, dyspepsie. Lymfopenie.

Verder is gemeld: myelodysplastisch syndroom/acute myeloïde leukemie.

Interacties

Talazoparib is een substraat voor de geneesmiddeltransporteiwitten P-glycoproteïne (P-gp) en 'breast cancer resistance protein' (BCRP).

Vermijd het gelijktijdig gebruik van sterke P-gp-remmers, zoals amiodaron, carvedilol, claritromycine, erytromycine, itraconazol, ketoconazol, lapatinib en verapamil; In combinatie met een sterke P-gp-remmer nam de blootstelling aan talazoparib met 45% toe in vergelijking met talazoparib alleen. Wanneer vermijden niet mogelijk is de dosis aanpassen, zie de rubriek Dosering.

Vermijd het gelijktijdig gebruik van sterke BCRP-remmers, zoals ciclosporine. Wanneer vermijden niet mogelijk is de patiënt extra controleren op bijwerkingen.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren bij subtherapeutische doseringen schadelijk gebleken (waaronder embryofoetale dood, ernstige oogmisvormingen, gespleten borstbeen, vergroeide cervicale wervelkolom). Gezien het werkingsmechanisme van talazoparib wordt schade aan de foetus verwacht bij inname door een zwangere vrouw.
Advies: Gebruik ontraden.
Vruchtbaarheid: Uit dieronderzoek is een deels reversibele verminderde mannelijke vruchtbaarheid gebleken.
Overig: Vóór aanvang van de behandeling zwangerschap uitsluiten bij alle pre-menopauzale vrouwen. Vrouwen en mannen (ook na een vasectomie) dienen adequate anticonceptieve maatregelen te nemen gedurende en tot ten minste 7 maanden (vrouw) of 4 maanden (man) na de behandeling. Overweeg bij vrouwen met hormoon-afhankelijk mammacarcinoom om twee niet-hormonale anticonceptiemethoden toe te laten passen.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Een nadelig effect bij de zuigeling kan niet worden uitgesloten.
Advies: Het geven van borstvoeding is gecontra-indiceerd tijdens en gedurende ten minste 1 maand na de behandeling.

Contra-indicaties

Zie de rubriek Lactatie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Myelosuppressie: controleer bij aanvang van én gedurende de behandeling maandelijks en op klinische indicatie, het volledige bloedbeeld. Start de behandeling alléén bij normale waarden voor hemoglobine-, trombocyten- en neutrofielenconcentratie of CTCAE-graad 1. Bij ontstaan van hematologische toxiciteit de behandeling onderbreken en na herstellen van de bloedwaarden de behandeling voortzetten met een lagere dosis. .

Myelodysplastisch syndroom/acute myeloïde leukemie:de incidentie in klinische onderzoeken met talazoparib was 0,3%. Mogelijke risicofactoren voor de ontwikkeling van myelodysplastisch syndroom/acute myeloïde leukemie zijn o.a. eerdere behandeling met platinabevattende chemotherapie, andere DNA-verstorende middelen en/of radiotherapie. Bij ontstaan van deze aandoeningen de behandeling met talazoparib staken.

Voor de behandeling van vruchtbare mannen, zie de rubriek Zwangerschap.

Onderzoeksgegevens: er zijn onvoldoende gegevens beschikbaar over het gebruik bij een ernstig verminderde nierfunctie (creatinineklaring < 30 ml/min). De effectiviteit en veiligheid zijn niet onderzocht bij een matig (totaal bilirubine > 1,5 tot 3,0 × ULN en elke ASAT-waarde) of ernstig (totaal bilirubine > 3,0 × ULN en elke ASAT-waarde) verminderde leverfunctie, bij kinderen < 18 jaar en bij hemodialysepatiënten.

Overdosering

Neem voor informatie over een vergifitiging met talazoparib contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Talazoparib is een remmer van poly-(ADP-ribose)-polymerase-enzymen (PARP-1, PARP-2). Deze enzymen zijn nodig voor een efficiënt herstel van enkelstrengs DNA-breuken (ESBs). Remming van PARP leidt tot de ophoping van ESBs, die uiteindelijk dubbelstrengs DNA-breuken (DSBs) worden wanneer de cellen proberen te delen. Kankercellen zonder functionele genen BRCA1 of 2 zijn niet in staat om deze DSBs te repareren, aangezien ze geen functioneel homoloog recombinatie-reparatiemechanisme hebben. Dit leidt tot een verhoogde genomische instabiliteit, wat resulteert in celdood.

Kinetische gegevens

Fminimaal 41%.
T max1-2 uur, 4 uur bij gelijktijdige inname van een vetrijke, calorierijke maaltijd (mate van blootstelling ongewijzigd).
V d6 l/kg.
Metaboliseringin zeer geringe mate in de lever.
Eliminatieca. 69% met de urine (waarvan 55% onveranderd) en ca. 20% met de feces (waarvan 14% onveranderd). Talazoparib is substraat voor P-gp en BCRP.
T 1/2gem. 90 uur (32-148).

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

talazoparib hoort bij de groep oncolytica, overige.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links