Samenstelling

Sovaldi Gilead Sciences bv

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
400 mg

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Bij de behandeling van chronische hepatitis C heeft een interferonvrije combinatie van direct werkende antivirale middelen (DAA's) de voorkeur door het ontbreken van interferon gerelateerde bijwerkingen. Daclatasvir in combinatie met sofosbuvir (al of niet met toevoeging van ribavirine) kan worden toegepast bij chronische hepatitis C genotype 1, genotype 3 of genotype 4. Voor de andere genotypen heeft sofosbuvir met ribavirine de voorkeur boven de behandeling op basis van gepegyleerd interferon α-2a of α-2b en ribavirine. Op basis van extrapolatie van bovengenoemde evidentie kan worden aangenomen dat sofosbuvir ook ingezet kan worden bij eerder behandelde patiënten met HCV, pre- en postlevertransplantatie behandeling en bij HCV-patiënten met co-infecties. Zie verder bv. rubriek 6 (therapie-naïeve patiënten), rubriek 7 (eerder behandelde patiënten) en rubriek 10 (gedecompenseerde cirrose) in het HCV-richtsnoer (pdf 1,2MB, mrt 2018).

Indicaties

  • In combinatie met andere geneesmiddelen (bv. ribavirine en/of peginterferon α) voor de behandeling van chronische hepatitis C (CHC) bij volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar.

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Behandeling van chronische hepatitis C :

Volwassenen (incl. ouderen):

In combinatie met andere geneesmiddelen: 400 mg 1×/dag. Een verlaging van de dosis wordt niet aanbevolen.

De behandelduur voor de therapie met sofosbuvir + ribavirine is: 12 weken (CHC genotype 2), 24 weken (CHC genotype 3); bij genotype 1, 4, 5 of 6, dit regime (24 weken) alleen gebruiken bij patiënten die niet in aanmerking komen of intolerant zijn voor peginterferon α) of tot aan een levertransplantatie (bij patiënten met CHC die wachten op een levertransplantatie).

De behandelduur voor de therapie met sofosbuvir + ribavirine + peginterferon α is: 12 weken (CHC genotype 1, 3, 4, 5 of 6).

In alle bovenstaande gevallen waar de behandelduur 12 weken is kan de behandeling na 12 weken eventueel verlengd worden tot maximaal 24 weken, vooral bij aanwezigheid van 1 of meer risicofactoren voor een lagere respons op interferon-gebaseerde behandelingen (bv. gevorderde fibrose of cirrose, hoge virusconcentratie bij aanvang, zwart ras, eerdere afwezigheid van respons op ribavirine + peginterferon α, genotype IL28B non-CC).

Ná het ontvangen van een levertransplantaat is de behandelduur 24 weken, in combinatie met een aanvangsdosis ribavirine van 400 mg verdeeld over 2 doses per dag. Indien dit goed wordt verdragen de dosering ribavirine geleidelijk ophogen tot 1000 mg (< 75 kg lichaamsgewicht) of 1200 mg (≥ 75 kg). Indien de aanvangsdosis niet goed wordt verdragen de dosis verlagen op geleide van de hemoglobinespiegel. In klinisch onderzoek werd de dosering bij goed verdragen opgehoogd na 2 en na 4 weken, vervolgens niet eerder dan eens per 4 weken.

Voor de combinatie van sofosbuvir + daclatasvir, zie daclatasvir#doseringen.

Kinderen vanaf 12 jaar:

In combinatie met andere geneesmiddelen: 400 mg 1×/dag. Een verlaging van de dosis wordt niet aanbevolen.

De behandelduur voor de therapie met sofosbuvir + ribavirine is: 12 weken (CHC genotype 2), 24 weken (CHC genotype 3).

Bij genotype 2, waar de behandelduur 12 weken is kan de behandeling ná 12 weken eventueel verlengd worden tot maximaal 24 weken, vooral bij aanwezigheid van 1 of meer risicofactoren voor een lagere respons op interferon-gebaseerde behandelingen (bv. gevorderde fibrose of cirrose, hoge virusconcentratie bij aanvang, zwart ras, eerdere afwezigheid van respons op ribavirine + peginterferon α, genotype IL28B non-CC).

De dosering van ribavirine bij kinderen is gebaseerd op het lichaamsgewicht, bij < 47 kg: 15 mg/kg/dag; 47-49 kg: 600 mg/dag; 50-65 kg: 800 mg/dag; 66-80 kg: 1000 mg/dag; > 81 kg: 1200 mg/dag.

Bij ernstige bijwerkingen: dosisverlaging van sofosbuvir wordt niet aanbevolen. In de officiële productinformatie (CBG/EMA) staat globaal wanneer van welk middel de dosis verlaagd moet worden en in detail informatie met betrekking tot ribavirine (rubriek 4.2, tabel 2). De doseringsinformatie (incl. dosisaanpassingen) van de andere geneesmiddelen staan in de betreffende preparaatteksten. Als tijdens de therapie deze geneesmiddelen definitief moeten worden gestaakt, moet óók sofosbuvir worden gestaakt:

Co-infectie met HIV: de hier beschreven aanbevolen doseringen gelden ook voor patiënten met een co-infectie van HIV.

Leverfunctiestoornis: er is geen dosisaanpassing noodzakelijk bij lichte, matige of ernstige leverfunctiestoornis, zie echter ook de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen achter Onderzoeksgegevens.

Nierfunctiestoornis: bij een lichte of matig-ernstige nierfunctiestoornis is geen dosisaanpassing nodig; wegens een gebrek aan gegevens kan geen dosisaanbeveling worden gedaan voor een ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 30 ml/min) of voor een terminale nierziekte waarbij hemodialyse wordt toegepast.

Bij braken binnen 2 uur na inname van de tablet een extra tablet innemen. Indien > 2 uur zijn verstreken, dan is géén extra dosis nodig.

Bij vergeten van een dosis de tablet alsnog zo snel mogelijk innemen indien dit binnen 18 uur na het gebruikelijke tijdstip van innemen wordt bemerkt. Indien > 18 uren zijn verstreken de gemiste dosis niet meer inhalen.

Toedieningsinformatie: de tablet heel innemen (vanwege de bittere smaak van de werkzame stof) en met voedsel (voor een betere absorptie).

Bijwerkingen

In combinatie met daclatasvir, ledipasvir of simeprevir zijn gevallen van ernstige bradycardie en hartblok waargenomen bij gebruik van amiodaron en/of andere geneesmiddelen die de hartslag verlagen, zie ook rubriek Waarschuwingen en voorzorgen.

In combinatie met ribavirine: zeer vaak (> 10%): vermoeidheid, prikkelbaarheid, slapeloosheid, hoofdpijn. Misselijkheid. Verhoogd bilirubine in bloed. Verlaagd hemoglobine.

Vaak (1–10%): concentratiestoornis. Depressie. Dyspepsie, obstipatie. (Inspannings)dyspneu, hoesten. Spierpijn, artralgie, rugpijn, spierspasmen. Koorts, asthenie. Nasofaryngitis. Droge huid, jeuk, alopecia. Anemie.

In combinatie met ribavirine + peginterferon α: zeer vaak (> 10%): koorts, koude rillingen, influenza-achtig beeld, vermoeidheid, prikkelbaarheid. Duizeligheid, hoofdpijn. Slapeloosheid. Verminderde eetlust. Misselijkheid, braken, diarree. Dyspneu, hoesten. Myalgie, artralgie. Huiduitslag, jeuk. Verhoogd bilirubine in het bloed. Anemie, neutropenie, verkleining lymfocyten- en trombocytenaantal.

Vaak (1–10%): concentratiestoornis, geheugenstoornis, migraine. Depressie, angst, agitatie. Pijn op de borst, asthenie. Inspanningsdyspneu. Wazig zien. Gewichtsverlies. Droge mond, gastro-oesofageale reflux, obstipatie. Droge huid, alopecia. Rugpijn, spierspasmen.

Het veiligheidsprofiel bij personen die een levertransplantaat hebben ontvangen, is hetzelfde als hierboven vermeld. Wel komt een daling van de hemoglobinespiegel < 6,2 mmol/l bij ca. 33% voor; in klinisch onderzoek kreeg ca. 20% epoëtine en/of een bloedproduct.

Ook bij kinderen 12-18 jaar is het veiligheidsprofiel hetzelfde als hierboven vermeld.

Meer details:

Interacties

Sofosbuvir is een substraat voor Pgp en BCRP. Vanwege een verminderd therapeutisch effect is combinatie met krachtige inductoren van Pgp of BCRP zoals rifampicine, rifabutine, carbamazepine, fenytoïne, fenobarbital en sint-janskruid gecontra-indiceerd. Het effect van een inductor kan nog tot ten minste twee weken na het staken van het gebruik ervan aanhouden. De combinatie met matig-sterke Pgp-inductoren zoals modafinil en oxcarbazepine wordt niet aanbevolen.

Combinatie met amiodaron is gecontra-indiceerd (tenzij andere anti-aritmische behandelingen niet worden verdragen of gecontra-indiceerd zijn) wanneer de behandeling van chronische hepatitis C bestaat uit een combinatie van sofosbuvir + een ander directwerkend antiviraal middel (DAA's waaronder daclatasvir óf ledipasvir óf simeprevir), vanwege het optreden van ernstige (levensbedreigende) bradycardie en AV-blokkade (zie rubriek Waarschuwingen en voorzorgen).

Omdat de leverfunctie tijdens de behandeling van hepatitis kan veranderen, moet bij gebruik van vitamine K-antagonisten de INR nauwkeurig gecontroleerd worden.

Sofosbuvir kan wél gelijktijdig worden toegediend met middelen die Pgp of BCRP remmen en met diverse antivirale geneesmiddelen tegen HIV (efavirenz, emtricitabine, tenofovir, rilpivirine, darunavir + ritonavir en raltegravir).

Er zijn geen gegevens beschikbaar over de combinatie met boceprevir; de combinatie wordt niet aanbevolen.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid. Sofosbuvir wordt echter gebruikt in combinatie met andere geneesmiddelen (ribavirine en/of peginterferon α).
Advies: In combinatie met ribavirine: het gebruik van ribavirine is gecontra-indiceerd tijdens de zwangerschap in verband met significante teratogene en embryocide effecten. In combinatie met (alleen) peginterferon α wordt het gebruik ontraden.
Overig: In combinatie met ribavirine zijn strikte anticonceptieve maatregelen van toepassing, ook gedurende een periode na de beëindiging van de behandeling.

Meer details:

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Een nadelig effect op de zuigeling kan niet worden uitgesloten.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel in combinatie met ribavirine of het geven van borstvoeding is gecontra-indiceerd. In combinatie met (alleen) peginterferon α wordt het geven van borstvoeding ontraden. Borstvoeding door vrouwen met een co-infectie met HIV wordt ontraden om het overdragen van HIV te voorkomen.

Contra-indicaties

Zie voor contra-indicaties de rubrieken Zwangerschap, Lactatie en Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

Co-infectie hepatitis B: vóór aanvang van de behandeling controleren op co-infectie met het hepatitis B-virus (HBV) omdat gevallen van reactivatie van HBV (waaronder enkele met fatale afloop) gemeld zijn na behandeling met directwerkende antivirale middelen. Patiënten met een vastgestelde co-infectie zorgvuldig controleren en behandelen volgens de geldende behandelrichtlijnen.

Bij gebruik van de behandeling sofosbuvir + daclatasvir zijn bij combinatie met amiodaron diverse meldingen binnengekomen van het optreden van ernstige bradycardie en AV-blokkade. Amiodaron mag alleen worden gestart bij een therapie met sofosbuvir + daclatasvir óf ledipasvir óf simeprevir als alternatieve anti-aritmica niet getolereerd worden of gecontra-indiceerd zijn. Bij het starten van de therapie sofosbuvir + daclatasvir bij patiënten die reeds amiodaron gebruiken kan binnen een paar uur tot twee weken na het starten de bradycardie optreden; observeer daarom de patiënt nauwkeurig en vooral tijdens deze periode. Omdat amiodaron een extreem lange halfwaardetijd heeft (20–100 dagen) deze observatie ook doen als sofosbuvir + daclatasvir wordt gestart bij een patiënt die in de afgelopen paar maanden is gestopt met amiodaron. Patiënten met meer kans op bradyaritmie die starten met deze combinatie de eerste 48 uur continu controleren in een passende setting. Indien ook β-blokkers worden gebruikt of bij onderliggende cardiale aandoeningen of gevorde leverziekte, is meer kans op symptomatische bradycardie bij het gebruik van amiodaron. Alle patiënten die sofosbufir + een ander DAA (daclatasvir, ledipasvir of simeprevir) en amiodaron gebruiken, met of zonder andere middelen die de hartslag vertragen, dienen geïnstrueerd te worden over de symptomen van bradycardie en hartblok en bij het optreden hiervan onmiddellijk een arts te raadplegen.

Onderzoeksgegevens: De klinische onderzoeken met sofosbuvir zijn vooral uitgevoerd in combinatie met daclatasvir of ribavirine óf met ribavirine + peginterferon α. Daarnaast zijn er een aantal combinatiepreparaten met sofosbuvir op de markt gekomen: ledipasvir/sofosbuvir, sofosbuvir/velpatasvir en sofosbuvir/velpatasvir/voxilaprevir. Dit zijn dan ook vooralsnog de aanbevolen combinaties. Kijk in de preparaattekst van daclatasvir voor meer informatie over de combinatie ermee. De werkzaamheid en veiligheid van sofosbuvir zijn niet vastgesteld bij:

  • ernstig verminderde nierfunctie (GFR < 30 ml/min) of bij toepassing van hemodialyse;
  • gedecompenseerde levercirrose.
  • kinderen jonger dan 12 jaar;
  • kinderen met levercirrose;
  • kinderen met genotype 1, 4, 5 of 6;
  • interferonvrije combinatietherapie bij HCV genotype 1, 4, 5 en 6 (optimale regime en duur niet vastgesteld);
  • eerder behandelde patiënten met HCV genotype 1, 4, 5 en 6 (optimale duur niet vastgesteld).

Eigenschappen

Sofosbuvir is een remmer van het RNA-afhankelijke RNA-polymerase van HCV NS5B, een enzym dat essentieel is voor virale replicatie, en werkt tegen alle genotypen van het hepatitis C-virus (=pangenotypisch). Het is een nucleotide prodrug: bij intracellulair metabolisme in de lever wordt het omgezet in het farmacologisch actieve uridine-analoog trifosfaat. Dit wordt door NS5B-polymerase in HCV-RNA ingebouwd, wat leidt tot ketenterminatie. De actieve metaboliet remt geen menselijke DNA- en RNA-polymerasen en is geen remmer van mitochondriaal RNA-polymerase.

Kinetische gegevens

Resorptiehet grootste gedeelte < 2 uur na inname.
T max½–2 uur.
Metaboliseringin hoge mate in de lever tot de actieve metaboliet (uridine analoog trifosfaat) en inactieve metabolieten. De actieve metaboliet wordt niet waargenomen in de circulatie.
Eliminatievnl. met de urine (ca. 80%), grotendeels als inactieve metaboliet, ca. 3,5% als sofosbuvir. Ongeveer 14% wordt uitgescheiden met de feces en ca. 2,5% met de uitgeademde lucht.
T 1/2elca. 0,4 uur (sofosbuvir).

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

sofosbuvir hoort bij de groep HCV polymeraseremmers.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook