Geneesmiddelen

Stofnaam

Geneesmiddel

Indicatie

Toediening

acitretine

Acitretine, Neotigason

psoriasis

oraal

alitretinoïne

Toctino

contacteczeem

oraal

bexaroteen

Targretin

oraal

isotretinoïne

Isotretinoïne

acne vulgaris

oraal

tretinoine

Vesanoid

oraal

Een volledig overzicht van alle indicaties per geneesmiddel kunt u vinden in de geneesmiddelteksten.

Werking

Werkingsmechanisme

Retinoïden zijn synthetische derivaten van vitamine A (retinol) die hun werking uitoefenen door het selectief binden en activeren van twee typen intracellulair gelegen retinoïdreceptoren, de retinoïnezuurreceptoren (RAR's) en de retinoïd-X-receptoren (RXR's) en hun subtypen α, β en γ. Na activering fungeren deze receptoren als transcriptiefactoren die de expressie reguleren van genen die betrokken zijn bij celdifferentiatie en –proliferatie in normale en neoplastische cellen.

Bij psoriasis (acitretine):

  • werkingsmechanisme is nog grotendeels onbekend;
  • mogelijk activeert het zowel RAR- als RXR-receptoren;
  • remt de excessieve epidermale celgroei en verhoorning;
  • stimuleert de epidermale celdifferentiatie.

Bij handeczeem (alitretinoïne):

  • werkingsmechanisme is nog grotendeels onbekend;
  • bindt zowel aan RAR- en RXR-receptoren;
  • werkt immunomodulatoir en anti-inflammatoir in de dermis.

Bij cutaan T-cellymfoom (bexaroteen):

  • activeert RXR-receptoren subtype α, β en γ;
  • exacte werkingsmechanisme is nog onbekend.

Bij acne vulgaris (isotretinoïne):

  • remt de overmatige verhoorning van het epitheel van de talgklieruitvoergang. Hierdoor vermindert de uitstoting van hoorncellen in deze gang en verstopping door keratine en overmatige talg;
  • remt de proliferatie van talgproducerende cellen;
  • werkt anti-inflammatoir in de dermis.

Bij acute promyelocytaire leukemie (tretinoïne) :

  • werkingsmechanisme is nog niet geheel bekend;
  • activeert mogelijk RAR-receptoren.

Effect

Bij psoriasis (acitretine):

  • vermindering van het aantal en de grootte van epidermale cellen en zo de dikte van de epidermis;
  • afname van versterkte huidschilfering.

Bij handeczeem (alitretinoïne):

  • vermindering van het aantal en de grootte van epidermale cellen en zo de dikte van de epidermis;
  • afname van versterkte huidschilfering;
  • afname ontstekingsverschijnselen (o.a. jeuk, erytheem, oedeem).

Bij cutaan T-cellymfoom (bexaroteen):

  • remt groei tumorcellen van hematopoëtische en squameuze oorsprong (vitro).

Bij acne vulgaris (isotretinoïne):

  • afname vorming comedonen;
  • vermindering van de talgafscheiding; en daarmee een afname van de bacteriële kolonisatie met Cutibacterium acnes (voorheen Propionibacterium acnes) in de talgklieruitgang;
  • vermindering van ontstekingsverschijnselen.

Bij acute promyelocytaire leukemie (tretinoïne):

  • remt de proliferatie en induceert de differentiatie van promyelocytische blasten.

Typerende bijwerkingen

Teratogeniteit: alle systemische retinoïden zijn absoluut gecontra-indiceerd bij zwangerschap.

Relatief frequent:

  • droge huid en slijmvliezen (van ogen, neus en mond), mucositis, cheilitis, conjunctivitis, blefaritis;
  • retinoïde eczeem: erytheem, jeuk en exfoliatie;
  • alopecia;
  • hoofdpijn;
  • artralgie, myalgie;
  • botpijn (bexaroteen, tretinoïne);
  • hypothyroïdie (bexaroteen);
  • bloedbeeldafwijkingen (o.a. anemie), hyperlipidemie.

Minder frequent:

  • fotosensibilisatie;
  • benigne intracraniële hypertensie;
  • psychotische symptomen, angst, depressie;
  • botafwijkingen (zoals vroegtijdige sluiting van epifysen, hyperostose en calcificatie van pezen en ligamenten);
  • verhoogde waarden transaminasen.

Literatuur:

  1. Brunton LL, et al. (eds). Goodman & Gilman’s The pharmacological basis of therapeutics. 13th ed. New York: McGraw-Hill, 2017.