Samenstelling

Zie voor hulpstoffen de productinformatie van CBG/EMA of raadpleeg een apotheker.

Soliris XGVS Alexion Pharma Netherlands bv

Toedieningsvorm
Concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
10 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 30 ml

Bevat tevens: 5,0 mmol natrium/flacon.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Bij paroxismale nachtelijke hemoglobinurie vermindert eculizumab de intravasculaire hemolyse en de transfusiebehoefte bij transfusie-afhankelijke patiënten. Er zijn aanwijzingen dat eculizumab daarnaast een positief effect heeft op overleving, de nierfunctie en het risico op trombo-embolische episoden bij (erytrocyten-) transfusie-afhankelijke patiënten met PNH. Er zijn beperkt gegevens beschikbaar over de baten/risico-balans van gebruik bij kinderen en tijdens de zwangerschap.

Bij atypisch hemolytisch-uremisch syndroom kent eculizumab een therapeutische meerwaarde ten opzichte van de standaardbehandeling bij patiënten waarbij plasmatherapie niet (voldoende) effectief is gebleken (plasmaresistente aHUS-patiënten). Vanwege beperkingen in de studieopzet (niet-vergelijkend en een zeer beperkt aantal patiënten) bestaat er grote onzekerheid over de grootte van het effect.

Voor dit geneesmiddel is geen advies vastgesteld over de plaats in de medicamenteuze behandeling van refractaire gegeneraliseerde myasthenia gravis en neuromyelitis optica-spectrumstoornis.

Indicaties

Volwassenen en kinderen

  • Paroxismale nachtelijke hemoglobinurie (PNH); bewijs van klinische voordelen van de behandeling zijn aangetoond bij patiënten met hemolyse met één of meer klinische symptomen indicatief voor een hoge activiteit van de ziekte, ongeacht een voorgeschiedenis van transfusies;
  • Atypisch hemolytisch-uremisch syndroom (aHUS).

Volwassenen

  • Refractaire gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG) bij patiënten die positief testen voor antilichamen tegen acetylcholinereceptoren (AChR).
  • Neuromyelitis optica-spectrumstoornis (NMOSD) bij patiënten die positief testen voor antilichamen tegen aquaporine-4 (AQP4) met een recidiverend verloop van de ziekte.

Dosering

Voor gebruik het concentraat verdunnen tot een eindconcentratie van 5 mg/ml.

Klap alles open Klap alles dicht

Paroxismale nachtelijke hemoglobinurie

Volwassenen en kinderen met een lichaamsgewicht ≥ 40 kg

Initiële fase: 600 mg 1×/week gedurende 4 weken via een intraveneus infuus met een inloopduur van 25–45 min (35 min ±10 min) bij volwassenen en 1–4 uur bij kinderen < 18 jaar. In de vijfde week starten met de onderhoudsfase.

Onderhoudsfase: 900 mg 1×/week in week 5, vervolgens eenmaal per 14 ±2 dagen via een intraveneus infuus met een inloopduur van 25–45 min (35 min ±10 min) bij volwassenen en 1–4 uur bij kinderen < 18 jaar.

Kinderen met een lichaamsgewicht < 40 kg

lichaamsgewicht 30–40 kg: initieel 600 mg 1×/week gedurende 2 weken, 900 mg 1×/week in week 3, daarna 900 mg elke 2 weken; lichaamsgewicht 20–30 kg: initieel 600 mg 1×/week gedurende 2 weken, 600 mg 1×/week in week 3, daarna 600 mg elke 2 weken; lichaamsgewicht 10–20 kg: initieel 600 mg 1×/week in week 1, 300 mg 1×/week in week 2, daarna 300 mg elke 2 weken; lichaamsgewicht 5–10 kg: initieel 300 mg 1×/week in week 1, 300 mg 1×/week in week 2, daarna 300 mg elke 3 weken. Toedienen via een intraveneus infuus met een inlooptijd van 1–4 uur.

Atypisch hemolytisch-uremisch syndroom

Volwassenen en kinderen met een lichaamsgewicht ≥ 40 kg

Initiële fase: 900 mg 1×/w. gedurende 4 weken via een intraveneus infuus met een inloopduur van 25–45 min (35 min ±10 min) bij volwassenen en 1–4 uur bij kinderen < 18 jaar. In de vijfde week starten met de onderhoudsfase.

Onderhoudsfase: 1200 mg eenmalig in de vijfde week en vervolgens eenmaal per 14 ±2 dagen via een intraveneus infuus met een inloopduur van 25–45 min (35 min ±10 min) bij volwassenen en 1–4 uur bij kinderen < 18 jaar.

Kinderen met een lichaamsgewicht < 40 kg

lichaamsgewicht 30–40 kg: initieel 600 mg 1×/week gedurende 2 weken, 900 mg 1×/week in week 3, daarna 900 mg elke 2 weken; lichaamsgewicht 20–30 kg: initieel 600 mg 1×/week gedurende 2 weken, 600 mg 1×/week in week 3, daarna 600 mg elke 2 weken; lichaamsgewicht 10–20 kg: initieel 600 mg 1×/week in week 1, 300 mg 1×/week in week 2, daarna 300 mg elke 2 weken; lichaamsgewicht 5–10 kg: initieel 300 mg 1×/week in week 1, 300 mg 1×/week in week 2, daarna 300 mg elke 3 weken. Toedienen via een intraveneus infuus met een inlooptijd van 1–4 uur.

Volwassenen en kinderen

Aanvullende dosering bij gelijktijdige plasmaferese of plasmawisseling: bij een meest recente dosis van 300 mg een aanvullende dosis van 300 mg per sessie binnen 1 uur na elke plasmaferese of plasmawisseling; bij een meest recente dosis van ≥ 600 mg een aanvullende dosis van 600 mg per sessie binnen 1 uur na elke plasmaferese of plasmawisseling. Bij infusie met vers ingevroren plasma en een meest recente dosis van ≥ 300 mg een aanvullende dosis van 300 mg geven 1 uur voor elke toediening van het plasma infuus.

Refractaire gegeneraliseerde myasthenia gravis

Volwassenen

Initiële fase: 900 mg 1×/w. gedurende 4 weken via een intraveneus infuus met een inloopduur van 25–45 min (35 ±10 min). In de vijfde week starten met de onderhoudsfase.

Onderhoudsfase: 1200 mg eenmalig in de vijfde week en vervolgens eenmaal per 14 ±2 dagen via een intraveneus infuus met een inloopduur van 25–45 min (35 ±10 min). Overweeg stoppen behandeling als na 12 weken geen klinische respons is bereikt.

Aanvullende dosering

Aanvullende dosering bij gelijktijdige plasmaferese of plasmawisseling: bij een meest recente dosis van 300 mg een aanvullende dosis van 300 mg per sessie binnen 1 uur na elke plasmaferese of plasmawisseling; bij een meest recente dosis van ≥ 600 mg een aanvullende dosis van 600 mg per sessie binnen 1 uur na elke plasmaferese of plasmawisseling. Bij infusie met vers ingevroren plasma en een meest recente dosis van ≥ 300 mg een aanvullende dosis van 300 mg geven 1 uur voor elke toediening van het plasma infuus.

Neuromyelitis optica-spectrumstoornis

Volwassenen

Initiële fase: 900 mg 1×/w. gedurende 4 weken via een intraveneus infuus met een inloopduur van 25–45 min (35 min ±10 min). In de vijfde week starten met de onderhoudsfase.

Onderhoudsfase: 1200 mg eenmalig in de vijfde week en vervolgens eenmaal per 14 ±2 dagen via een intraveneus infuus met een inloopduur van 25–45 min (35 min ±10 min).

Aanvullende dosering

Aanvullende dosering bij gelijktijdige plasmaferese of plasmawisseling: bij een meest recente dosis van 300 mg een aanvullende dosis van 300 mg per sessie binnen 1 uur na elke plasmaferese of plasmawisseling; bij een meest recente dosis van ≥ 600 mg een aanvullende dosis van 600 mg per sessie binnen 1 uur na elke plasmaferese of plasmawisseling. Bij infusie met vers ingevroren plasma en een meest recente dosis van ≥ 300 mg een aanvullende dosis van 300 mg geven 1 uur vóór elke toediening van het plasma-infuus.

Bij ouderen ≥ 65 jaar en mensen met een nierfunctiestoornis: is geen doseringsaanpassing nodig.

Bij een leverfunctiestoornis: er zijn geen gegevens bekend.

De patiënt gedurende 1 uur na infusie controleren. Bij een ongewenste reactie infusie vertragen of stopzetten. De totale infusieduur kan worden verlengd tot maximaal 2 uur voor volwassenen en 4 uur voor kinderen < 18 jaar. Bij gelijktijdige plasmaferese, plasmawisseling of infusie met vers ingevroren plasma zijn aanvullende doses nodig. Overweeg eventueel bij goed verdragen infusies in het ziekenhuis thuistoediening met aanvullende voorzorgsmaatregelen, zoals beschikbaarheid van spoedbehandeling van infusiereacties of anafylaxie.

Bijwerkingen

Ademhalingsstelsel, borstkas en mediastinum

Bloedneus Soms
Dyspneu Soms
Hoesten Vaak
Keelirritatie Soms
Neusverstopping Soms
Orofaryngeale pijn Vaak
Rhinorroe Soms

Algemeen en toedieningsplaats

Asthenie Soms
Extravasatie Zelden
Influenza-achtige ziekte Vaak
Koude rillingen Soms
Oedeem Soms
Pyrexie Vaak
Reactie op infuusplaats Soms
Vermoeidheid Vaak
Warmtegevoel Zelden

Bloed en lymfestelsel

Abnormale stollingsfactor Zelden
Anemie Vaak
Coagulopathie Zelden
Hemolyse Zelden
Leukopenie Vaak
Lymfopenie Soms
Rodebloedcelagglutinatie Zelden
Trombocytopenie Soms

Bloedvaten

Angiopathie Soms
Hematoom Zelden
Hypertensie Vaak
Hypotensie Soms
Opvlieger Soms
Versnelde hypertensie Soms

Endocrien

Ziekte van Basedow Zelden

Hart

Angina pectoris Soms
Hartkloppingen Soms

Huid en onderhuid

Afgenomen huidpigmentatie Zelden
Alopecia Vaak
Dermatitis Zelden
Droge huid Soms
Erytheem Soms
Huidhypopigmentatie Soms
Hyperhidrose Soms
Petechiae Soms
Pruritus Vaak
Rash Vaak
Urticaria Soms

Immuunsysteem

Anafylactische reactie Soms
Infusiegerelateerde overgevoeligheidsreactie Soms
Overgevoeligheid Soms

Infecties

Abces Soms
Artritis bacterieel Zelden
Aspergillus-infectie Zelden
Bovenste-luchtweginfectie Vaak
Bronchitis Vaak
Cellulitis Soms
Cystitis Soms
Gastro-intestinale infectie Soms
Geslachts- en urinewegen gonokokkeninfectie Zelden
Gingivitis Zelden
Griep Soms
Haemophilus-infectie Zelden
Impetigo Zelden
Meningokokkenhersenvliesontsteking Soms
Meningokokkensepsis Soms
Nasofaryngitis Vaak
Neisseria-infectie Soms
Onderste-luchtweginfectie Soms
Orale herpes Vaak
Peritonitis Soms
Pneumonie Vaak
Schimmelinfectie Soms
Sepsis Soms
Septische shock Soms
Sinusitis Soms
Urineweginfectie Vaak
Virale infectie Soms

Letsels, intoxicaties en complicaties

Infusie gerelateerde reactie Soms

Lever en galwegen

Geelzucht Zelden

Maagdarmstelsel

Abdominale distensie Soms
Braken Vaak
Buikpijn Vaak
Diarree Vaak
Dyspepsie Soms
Gastro-oesofageale refluxziekte Zelden
Nausea Vaak
Obstipatie Soms

Nieren en urinewegen

Dysurie Soms
Hematurie Soms
Nierfunctie verminderd Soms

Onderzoeken

Alanine-aminotransferase verhoogd Soms
Aspartaataminotransferase verhoogd Soms
Coombs-test positief Zelden
Gamma-glutamyltransferase verhoogd Soms
Hematocriet verlaagd Soms
Hemoglobine verlaagd Soms
Transaminasen verhoogd Soms

Oog

Conjunctiva-irritatie Zelden
Gezichtsvermogen wazig Soms

Oor en evenwichtsorgaan

Tinnitus Soms
Vertigo Soms

Psyche

Abnormale dromen Zelden
Angst Soms
Depressie Soms
Insomnia Vaak
Slaapstoornis Zelden
Stemmingswisselingen Soms

Skeletspieren en bindweefsel

Artralgie Vaak
Botpijn Soms
Gewrichtszwelling Soms
Myalgie Vaak
Nekpijn Soms
Pijn in extremiteit Soms
Rugpijn Soms
Spierspasmen Soms
Trismus Zelden

Stofwisseling en voeding

Verminderde eetlust Soms

Tumoren (inclusief cysten en poliepen)

Maligne melanoom Zelden
Myelodysplastisch syndroom Zelden

Voortplantingsstelsel en borst

Menstruatiestoornis Zelden
Spontane peniserectie Soms

Zenuwstelsel

Duizeligheid Vaak
Dysgeusie Vaak
Hoofdpijn Zeer vaak
Paresthesie Soms
Syncope Zelden
Tremor Soms

Interacties

Er is geen onderzoek naar interacties met eculizumab uitgevoerd.

Mogelijk kan op basis van het potentiële remmende effect van eculizumab op complementafhankelijke cytotoxiciteit van rituximab, het farmacodynamisch effect van rituximab verminderen.

Zwangerschap

Humaan IgG passeert de placenta.

Teratogenese: Bij de mens onvoldoende gegevens. Gegevens uit een beperkt aantal zwangerschappen duiden niet op schadelijke effecten op de foetus of neonaat.

Farmacologisch effect: Eculizumab kan aanleiding geven tot remming van het terminale complement in de bloedsomloop van de foetus.

Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.

Overig: een vruchtbare vrouw dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen gedurende en tot ten minste vijf maanden na de laatste dosis.

Lactatie

Overgang in moedermelk: Onbekend. Veel immunoglobulinen gaan over in de moedermelk.

Advies: Weeg het risico van het gebruik van dit geneesmiddel in combinatie met het geven van borstvoeding af.

Contra-indicaties

  • overgevoeligheid voor muizeneiwitten;
  • een niet opgeloste infectie met Neisseria meningitidis;
  • niet gevaccineerd zijn tegen Neisseria meningitidis tenzij profylactisch behandeld met geschikte antibiotica tot 2 weken na vaccinatie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Wees voorzichtig bij actieve systemische infecties. Patiënten kunnen vatbaarder zijn voor infecties, vooral bij ingekapselde bacteriën; ernstige infecties met Neisseria-spp. (andere dan Neissera meningitidis), waaronder gedissemineerde gonokokkeninfecties zijn gemeld. Adviseer patiënten over preventie van gonorroe.

Vóór aanvang van de therapie, immunisatie toedienen volgens de geldende immunisatierichtlijnen; minstens twee weken vóór aanvang van de therapie, de patiënt (re)vaccineren tegen meningokokkeninfectie (Neisseria meningitidis). Bij starten met eculizumab binnen 2 weken na meningokokkenvaccinatie, 2 weken profylactisch behandelen met geschikte antibiotica en tijdens de therapie goed letten op vroege tekenen van een meningokokkeninfectie (diverse serogroepen mogelijk) zoals koorts, hoofdpijn die gepaard gaat met koorts en/of stijve nek of fotosensibilisatie. Bij een meningokokkeninfectie treedt vaak sepsis op. Patiënten ≤ 18 jaar vaccineren tegen Haemophilus influenzae en pneumokokkeninfecties. Controleer op ziektesymptomen na aanbevolen vaccinatie; vaccinatie kan complement activeren en daardoor versterkte tekenen en symptomen geven van de onderliggende ziekte.

Staak behandeling bij het optreden van ernstige infusie- of overgevoeligheidsreacties.

Bij PNH: controleer op intravasculaire hemolyse door meting serumlactaatdehydrogenase (LDH)-spiegel; pas eventueel onderhoudsdosering aan (maximaal elke 12 dagen). Hemolyse is gemeld als een dosis is overgeslagen of toediening is uitgesteld. Bij staken van de behandeling minstens 8 weken intensief controleren op verschijnselen van ernstige intravasculaire hemolyse of andere reacties. Overweeg bij ernstige hemolyse bloedtransfusie, exsanguinatietransfusie, corticosteroïden, anticoagulantia of herstarten van eculizumab.

Bij aHUS: controleer op trombotische microangiopathie door bepaling van het trombocytenaantal, LDH in serum en serumcreatinine; pas eventueel de onderhoudsdosering aan (max. elke 12 dagen). Trombotische microangiopathie is gemeld als een dosis is overgeslagen of toediening is uitgesteld. De behandeling voor aHUS is in principe levenslang en mag alleen gestaakt worden wanneer dit medisch verantwoord is. Bij staken levenslang nauwgezet controleren op (zeer) ernstige complicaties door trombotische microangiopathie; complicaties zijn waargenomen 4 weken na staken en kunnen optreden zolang er niet behandeld wordt; bij optreden hiervan overwegen om de behandeling met eculizumab te hervatten.

Er is onvoldoende ervaring met het gebruik bij gestoorde leverfunctie. Er is weinig ervaring met het gebruik bij ouderen (≥ 65 j.).

Eculizumab is niet onderzocht bij kinderen met refractaire gMG of NMOSD.

Eigenschappen

Selectief immunosuppressivum. Recombinant gehumaniseerd monoklonaal IgG-antilichaam dat bindt aan het humane complementeiwit C5. Remt activering van het terminale complement. Hierdoor wordt bij patiënten met paroxismale nachtelijke hemoglobinurie (PNH) intravasculaire hemolyse geblokkeerd. Bij atypisch hemolytisch-uremisch syndroom (aHUS) wordt de trombotische microangiopathie geblokkeerd. Bij gMG wordt een Membrane Attack Complex (MAC) afhankelijke lysis en ontsteking op de neuromusculaire overgang (NMJ) geremd. Bij NMOSD remt het deze MAC- en C5-afhankelijke ontsteking en daarmee necrose van astrocyten, een verhoogde permeabiliteit van de bloed-hersenbarrière en het afsterven van oligodendrocyten en neuronen. Werking: begint tijdens het infuus. Werkingsduur: ca. 14 dagen.

Kinetische gegevens

V d ca. 0,1 l/kg.
Overig Plasmawisseling leidt tot een vermindering van 50% van de eculizumabconcentratie.
Metabolisering in cellen van het reticulo-endotheliale systeem door lysosomale enzymen tot kleine peptiden en aminozuren.
T 1/2el gem. 11,5–12,5 dagen, bij kinderen 14,5–16 dagen. Bij plasmawisseling of plasma-infusie 1,3 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd