Samenstelling

Zie voor hulpstoffen de productinformatie van CBG/EMA of raadpleeg een apotheker.

Daro Hoofdpijnpoeder XGVS OTC Remark Pharma

Toedieningsvorm
Poeder
Verpakkingsvorm
in sachet

Bevat per sachet: paracetamol 250 mg, propyfenazon 150 mg, coffeïne 46 mg.

Paradon XGVS OTC Healthypharm bv

Toedieningsvorm
Tablet

Bevat per tablet: paracetamol 250 mg, propyfenazon 150 mg, coffeïne 50 mg.

Sanalgin XGVS OTC Remark Pharma

Toedieningsvorm
Tablet

Bevat per tablet: paracetamol 250 mg, propyfenazon 250 mg, coffeïne 46 mg.

Saridon XGVS OTC Bayer bv

Toedieningsvorm
Tablet

Bevat per tablet: paracetamol 250 mg, propyfenazon 150 mg, coffeïne 50 mg.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Bij acute nociceptieve pijn Paracetamol is in adequate dosering de pijnstiller van eerste keus. Begin bij lokale spier- of gewrichtspijn eventueel met een cutane NSAID, en combineer deze eventueel met paracetamol.

Overweeg bij onvoldoende effect, d.w.z. als de patiënt te veel beperkingen in het dagelijks leven ervaart, (combinatie met) een systemisch NSAID: diclofenac, ibuprofen of naproxen. Houd bij de keuze van het NSAID rekening met patiëntkenmerken en met de verschillen in bijwerkingenprofiel tussen de NSAID’s; zie NSAID's typerende bijwerkingen. Vermijd NSAID’s zo veel mogelijk bij kwetsbare patiënten met een verhoogd risico op gastro-intestinale, renale of cardiovasculaire bijwerkingen, bv. bij ouderen. Pas het NSAID zo kort mogelijk toe.

Overweeg bij onvoldoende effect (combinatie met) kortdurend gebruik van tramadol. Houd rekening met de bijwerkingen; de plaats van tramadol is beperkt.

Overweeg bij onvoldoende effect (combinatie van een niet- opioïde pijnstiller met) kortdurend gebruik van een sterkwerkend opioïd. Kies een opioïd op basis van ervaring, toedieningsvorm en prijs; het NHG adviseert morfine oraal en fentanyl transdermaal.

Bij acute hevige nociceptieve pijn (bv. in spoedeisende situaties): Geef kortdurend een sterkwerkend opioïd, bv. morfine of fentanyl.

Bij chronische niet-kankergerelateerde pijn: Probeer pijnstillers te vermijden. Bij chronische pijn zijn ze minder effectief terwijl de kans op bijwerkingen toeneemt. Als toch een pijnstiller gewenst is, heeft paracetamol sterk de voorkeur.

Bij chronische kanker-gerelateerde pijn: Combineer een sterkwerkend opioïd (keuze op basis van ervaring, toedieningsvorm en prijs) al dan niet met ‘zo nodig’-gebruik van paracetamol en/of een oraal NSAID. Voeg een bij de patiënt en de situatie passende toedieningsvorm voor doorbraakpijn toe.

Combinatiepreparaten die paracetamol bevatten worden afgeraden. Redenen hiervoor zijn twijfel over het bestaan van een toegevoegde waarde, meer kans op bijwerkingen en het niet goed individueel instelbaar zijn van de dosis.

Bij dysmenorroe kan plaatselijke warmte de pijn verlichten; als geneesmiddel kan paracetamol of een NSAID (ibuprofen, naproxen, diclofenac) worden gebruikt. NSAID’s lijken effectiever door remming van de prostaglandineproductie en daarmee de uteruscontractie. Hormonale anticonceptie (sub-50 combinatiepil, hormoonspiraal) kan de pijn ook verlichten.

Indicaties

Lichte tot matige pijn (hoofd-, kies,- zenuw-, spier- en menstruatiepijn, spit, pijn na vaccinatie). Koorts (en pijn) bij griep en verkoudheid.

Gerelateerde informatie

Dosering

Zo kort mogelijk behandelen. Als de pijn > 5 dagen of de koorts > 3 dagen aanhoudt of verergert, dient de patiënt de zelfbehandeling te staken en een arts te raadplegen. Max. 60 mg/kg/dag (tot max. 2 g) bij: volwassenen < 50 kg; dehydratie; chronische ondervoeding; chronisch alcoholisme.

Klap alles open Klap alles dicht

Lichte tot matige pijn, koorts (en pijn) bij griep en verkoudheid of na vaccinatie

Volwassenen

zo nodig 1 sachet of 1-2 tabletten per keer, max. 6×/24 uur. Het toedieningsinterval dient ten minste 4 uur te zijn.

Sanalgin: 1 tablet per keer, max. 3 tabletten per dag.

Ouderen: Start met de laagst mogelijke dosering en overweeg een maagbeschermer.

Verminderde nierfunctie: bij een GFR 10–50 ml/min: 500 mg paracetamol/6 uur; bij een GFR < 10 ml/min: 500 mg/8 uur.

Verminderde leverfunctie: bij onvoldoende werking van de lever de dosis aanpassen; gebruik bij een milde tot matige leverinsufficiëntie (incl. syndroom van Gilbert) max. 60 mg/kg/dag (tot max. 2 g) door de dosis te verlagen of het dosisinterval te verlengen. Wees zeer voorzichtig bij een ernstige leverinsufficiëntie (Child-Pughscore > 9).

Toediening: De tabletten innemen met een ruime hoeveelheid water.

Bijwerkingen

Maag-darmstoornissen zoals misselijkheid, braken, buikpijn, flatulentie, obstipatie of diarree, dyspeptische klachten, zuurbranden, haematemesis, bloedverlies uit maag-darmkanaal, ulceratieve stomatitis, maag-darmulcera, (soms fatale) bloeding en perforatie (vooral bij ouderen), gastritis. Verergering colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn. Overgevoeligheidsreacties, voornamelijk exantheem, urticaria, koorts; ook moeilijke ademhaling, zweten, misselijkheid, hypotensie, shock. Oedeem, hypertensie en hartfalen zijn gemeld bij behandeling met NSAID's. Na langdurig gebruik van hoge doses paracetamol zijn nefropathieën (interstitiële nefritis, tubulaire necrose) gezien. Leverfalen, acute hepatitis. Leverbeschadiging kan reeds optreden na doses van 6 g (bij kinderen > 150 mg/kg), hogere doses veroorzaken irreversibele levernecrose. Ook is leverbeschadiging gerapporteerd na chronisch gebruik van 3–4 g.

Zelden (0,01-0,1%): agranulocytose (na langdurig gebruik), trombocytopenie, trombocytopenische purpura, leukopenie, pancytopenie, hemolytische anemie (bij G6PD-deficiëntie). Depressie, verwardheid, hallucinaties. Duizeligheid, tremor, hoofdpijn. Gezichtsstoornissen. Malaise, sedatie.

Zeer zelden (< 0,01%): huiduitslag, jeuk, systemische reacties als gegeneraliseerde pustulosus of urticaria met angio-oedeem, hypoglykemie, geneesmiddel-geïnduceerde dermatose, erythema multiforme, Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse, anafylaxie. Bronchospasmen bij overgevoeligheid voor NSAID's (analgetisch astma). Steriele pyurie, anurie, hematurie.

Interacties

Gelijktijdig gebruik van andere NSAID's, SSRI's en corticosteroïden vermeerdert de kans op gastro-intestinale complicaties (m.n. ouderen zijn hiervoor gevoelig).

NSAID's kunnen de werking van vitamine K-antagonisten versterken.

Chronisch gebruik van NSAID's remt de trombocytenaggregatieremmende werking van acetylsalicylzuur.

Paracetamol wordt gemetaboliseerd door UGT1A1, SULT1A1 en NAT, en daarnaast door CYP2E1 en CYP2D6.

Bij chronisch alcoholgebruik of bij combinatie met enzyminductoren zoals rifampicine, barbituraten, tricyclische antidepressiva en sint-janskruid kan reeds bij therapeutische doseringen hepatotoxiciteit optreden door versnelde en verhoogde vorming van toxische metabolieten.

De plasmaspiegel van digoxine, fenytoïne, sulfonylureumderivaten, lithium en methotrexaat (verhoogde toxiciteit) kan worden verhoogd.

Isoniazide verhindert het metabolisme van paracetamol, waardoor de kans op toxiciteit van paracetamol toeneemt.

Ritonavir kan de plasmaspiegels van NSAID's verhogen.

NSAID's kunnen het effect van bloeddrukverlagende middelen verminderen en de nefrotoxiciteit van ACE-remmers, ciclosporine, tacrolimus of diuretica versterken.

Bij combinatie met chinolonen kunnen convulsies optreden.

Actieve kool en colestyramine kunnen de resorptie van paracetamol verminderen.

Metoclopramide en domperidon kunnen de absorptie van paracetamol versnellen.

Colestyramine niet binnen 1 uur na toediening van paracetamol innemen, omdat dan de absorptie vermindert.

Bij gelijktijdig chronisch gebruik van paracetamol en zidovudine komt neutropenie vaker voor, vermoedelijk door een verminderd metabolisme van zidovudine.

Paracetamol kan de halfwaardetijd van chlooramfenicol doen toenemen.

Bij gelijktijdig gebruik van ontkroesende haarmiddelen kan het haar afbreken.

Zwangerschap

Paracetamol en propyfenazon passeren de placenta.

Teratogenese: Epidemiologisch onderzoek suggereert dat gebruik van NSAID's in de vroege fase van de zwangerschap het risico van miskramen, cardiale malformaties en gastroschisis vergroot. Voor paracetamol spreken onderzoeken elkaar tegen. Epidemiologische studies naar neurologische ontwikkelingsstoornissen bij kinderen die in de baarmoeder aan paracetamol zijn blootgesteld, laten geen eenduidig resultaat zien.

Farmacologisch effect: Bij gebruik van propyfenazon tijdens het 3e trimester zijn farmacologische effecten zoals weeënremming en verlengde bloedingstijd bij de moeder, en bij de foetus voortijdige sluiting van de ductus arteriosus Botalli, bloedstollingsstoornis met als gevolg bloeding, nierfunctiestoornissen of nierinsufficiëntie met oligohydramnie en pulmonale hypertensie mogelijk. Coffeïne kan bij overmatig gebruik mogelijk leiden tot een laag geboortegewicht of een miskraam.

Advies: Tijdens de eerste twee trimesters niet gebruiken tenzij op strikte indicatie, en dan alleen bij klachten, in zo laag mogelijke dosering voor een zo kort mogelijke duur. Gebruik is

gecontra-indiceerd tijdens het 3e trimester en tijdens de partus.

Vruchtbaarheid: Het gebruik van propyfenazon kan (reversibel) de vruchtbaarheid nadelig beïnvloeden en wordt niet aanbevolen bij vrouwen die zwanger willen worden.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja; propyfenazon, paracetamol (in geringe mate), coffeïne.

Farmacologisch effect: coffeïne kan bij hoge doseringen prikkelbaarheid bij de zuigeling veroorzaken.

Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

  • overgevoeligheid voor pyrazolinonderivaten;
  • afwijkingen in het bloedbeeld:
  • ulcus pepticum en maag-darmbloedingen, zowel actief als herhaaldelijk in de voorgeschiedenis;
  • eerder opgetreden gastro-intestinale bloeding of perforatie als gevolg van gebruik van NSAID's;
  • opgetreden astma-aanval, urticaria, angio-oedeem, neuspoliepen of rinitis na gebruik van een NSAID;
  • ernstig hartfalen;
  • acute porfyrie.

Voor meer contra-indicaties, zie de rubriek Zwangerschap.

Waarschuwingen en voorzorgen

Om het optreden van bijwerkingen te beperken zo laag mogelijk doseren en voor een zo kort mogelijke periode. Langdurig of veelvuldig gebruik wordt ontraden.

Wees voorzichtig als er meer kans is op gastro-intestinale complicaties bv. bij ouderen; begin dan met de laagst mogelijke dosering en overweeg een combinatie met maagbeschermende middelen.

Bij optreden van gastro-intestinale ulceratie of bloedingen de behandeling staken.

Wees ook voorzichtig bij colitis ulcerosa, ziekte van Crohn, milde tot ernstige lever- en matige tot ernstige nierfunctiestoornissen, acute hepatitis, hemolytische anemie, alcoholisme, dehydratie, chronische ondervoeding of een voorgeschiedenis van hypertensie en/of hartfalen en andere condities die tot vochtretentie predisponeren.

Niet combineren met paracetamol of NSAID-bevattende middelen.

Bij patiënten met glutathiondepletie, bijvoorbeeld bij sepsis, neemt de kans op metabole acidose toe.

Bij astma-patiënten kan een bronchospasme worden uitgelokt, als kruisreactie op paracetamol bij patiënten die gevoelig zijn voor acetylsalicylzuur.

Bij gebruik > drie maanden kan geneesmiddelafhankelijke hoofdpijn ontstaan; staak de behandeling.

Wegens verwantschap van propyfenazon met stoffen die veranderingen (o.a. leukopenie) in het bloedbeeld kunnen veroorzaken, dient men hierop attent te zijn en bij langer durende toepassing het bloedbeeld regelmatig te controleren. (Ook) bij patiënten met een gestoorde bloedaanmaak het bloedbeeld regelmatig controleren.

Laesies van mond- en keelslijmvlies, keelpijn en/of koorts kunnen wijzen op agranulocytose: staak de behandeling.

Bij de eerste tekenen van huiduitslag, mucosale laesies of andere tekenen van overgevoeligheid de behandeling staken, aangezien ernstige en soms fatale huidreacties met NSAID's zijn gemeld, meestal in de eerste maand van de behandeling.

Vanwege de coffeïne voorzichtig zijn bij epileptische aandoeningen.

Niet geschikt voor kinderen.

Overdosering

Zie paracetamol, paracetamol#overdosering.

Eigenschappen

Paracetamol en propyfenazon hebben een analgetische en antipyretische werking. Propyfenazon is een NSAID. Coffeïne heeft een centraal stimulerend effect.

Kinetische gegevens

Resorptie paracetamol, propyfenazon: snel en vrijwel volledig.
F 70–90%
T max ½–2 uur voor paracetamol, ½ uur voor propyfenazon.
V d 1 l/kg voor paracetamol.
Metabolisering Paracetamol: in de lever, door conjugatie met glucuronzuur door UGT1A1 (bij volwassenen ca. 60%; bij kinderen < 12 j. lager), conjugatie met zwavelzuur door SULT1A1 (bij volwassenen ca. 35%; bij kinderen < 12 j. hoger) en conjugatie met cysteïne door NAT (bij volwassenen ca. 3%). Bij ouderen is de conjugatiecapaciteit onveranderd. Een klein deel (ca. 5%) wordt door CYP450 (vooral door CYP2E1 en in mindere mate door CYP2D6) omgezet tot een zeer reactieve metaboliet (N-acetyl-p-benzoquinonimine, afgekort NAPQI), die normaliter snel wordt geïnactiveerd door conjugatie met glutathion. Overdosering kan de glutathionvoorraad uitputten en zo leiden tot acute leverbeschadiging. Propyfenazon: vooral in de lever.
Eliminatie met de urine, propyfenazon voornamelijk als glucuronzuurconjugaten, 1% onveranderd; paracetamol als paracetamolglucuronide (60–80%) en sulfaatconjugaat (20–30%), < 5% onveranderd; bij nierfunctiestoornis accumulatie van inactieve geconjugeerde paracetamolmetabolieten.
T 1/2el 1–4 uur voor paracetamol en 1½ uur voor propyfenazon.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd