Samenstelling

Pravastatine (Na-zout) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
10 mg, 20 mg, 40 mg

Selektine (Na-zout) Bristol-Myers Squibb

Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
20 mg, 40 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Bij de medicamenteuze verlaging van het cholesterolgehalte ter vermindering van het tienjaarsrisico van morbiditeit en mortaliteit door hart-en vaatziekten, verdient simvastatine de voorkeur, vanwege de gunstige balans tussen (kosten)effectiviteit en bijwerkingen. Bij onvoldoende effect kan overgestapt worden op atorvastatine of eventueel rosuvastatine.

Pravastatine heeft alleen een plaats indien gebruik van simvastatine, atorvastatine of rosuvastatine niet in aanmerking komt vanwege bijwerkingen of interactie met middelen die het CYP3A4-enzym remmen of induceren.

Indicaties

  • Primaire hypercholesterolemie of gemengde dyslipidemie indien dieet en andere maatregelen alléén niet voldoende zijn.
  • Primaire preventie bij matige of ernstige hypercholesterolemie en bij toegenomen kans op een eerste cardiovasculaire gebeurtenis, als aanvulling op een dieet.
  • Secundaire preventie bij een eerder doorgemaakt myocardinfarct of een instabiele angina pectoris met een normale of verhoogde cholesterolspiegel, als aanvulling op andere maatregelen.
  • Hyperlipidemie als gevolg van immunosuppressieve therapie na een orgaantransplantatie.

Gerelateerde informatie

Dosering

De tablet kan verdeeld worden in gelijke helften.

Klap alles open Klap alles dicht

Primaire hypercholesterolemie of gemengde dyslipidemie:

Volwassenen:

10–40 mg 1×/dag. De dosis verhogen met tussenpozen van ten minste 4 weken.

Cardiovasculaire preventie:

Volwassenen:

40 mg 1×/dag.

Heterozygote familiaire hypercholesterolemie bij kinderen:

Kinderen 8–13 j.:

10–20 mg 1×/dag.

Kinderen 14–18 j.:

10–40 mg 1×/dag.

Hyperlipidemie na een orgaantransplantatie:

Volwassenen:

begindosering 20 mg 1×/dag, zonodig verhogen tot 40 mg 1×/dag onder strikte medische controle.

Bij matig tot ernstige nier- en leverfunctiestoornis: begindosering 10 mg 1×/dag.

In combinatie met ciclosporine (met of zonder andere immunosuppressieve middelen): begindosering 20 mg 1×/dag, eventuele verdubbeling van de dosering voorzichtig uitvoeren.

De dosis in één gift 's avonds innemen.

Bijwerkingen

Soms (0,1-1%): dyspepsie, buikpijn, misselijkheid, braken, obstipatie, diarree, flatulentie. Duizeligheid, hoofdpijn, slaapstoornissen, vermoeidheid. Visusstoornissen (o.a. wazig zien, dubbel zien). Abnormaal urineren (o.a. dysurie, nycturie). Seksueel disfunctioneren. Huiduitslag (incl. lichenoïde uitslag), jeuk, urticaria, (hoofd)haarafwijkingen (incl. alopecia). Geïsoleerde gevallen van peesafwijkingen, soms gecompliceerd door ruptuur.

Zelden (0,01-0,1%): fotosensibilisatie.

Zeer zelden (< 0,01%): perifere polyneuropathie, paresthesie. Gestoorde leverfunctie (geelzucht, hepatitis, fulminante hepatische necrose), pancreatitis. Overgevoeligheidsreacties (anafylaxie, angio-oedeem, lupus erythematodes-achtige syndroom). Rabdomyolyse, wat samen kan gaan met acuut nierfalen, secundair aan myoglobinurie, myopathie, (poly)myositis. Dermatomyositis.

Verder zijn gemeld: immuungemedieerde necrotiserende myopathie (IMNM), tijdens of na behandeling. Leverfalen (soms fataal).

De volgende bijwerkingen zijn gemeld bij sommige statinen: nachtmerries, geheugenverlies, depressie, diabetes mellitus (met name bij aanwezigheid van risicofactoren voor diabetes mellitus) en uitzonderlijke gevallen van interstitiële longziekte (dyspneu, niet-productieve hoest, achteruitgang van de algehele gezondheid).

Interacties

Bij combinatie met fusidinezuur oraal, de pravastatine–behandeling tijdelijk stopzetten; 7 dagen na staken fusidinezuur pravastatine herstarten. In uitzonderlijke gevallen combinatie met oraal fusidinezuur toepassen, onder strikt medisch toezicht.

Gelijktijdig gebruik van statinen en immunosuppressiva (bv. ciclosporine), lenalidomide, fibraten of ezetimib vermeerdert de kans op myopathie; indien combinatie met fibraten niet vermeden kan worden, dient zorgvuldige CPK-meting plaats te vinden.

Door de combinatie met colchicine neemt de kans op myopathie toe.

Wegens afname van de resorptie van pravastatine bij combinatietherapie, pravastatine 1 uur vóór of 4 uur ná colestyramine innemen.

Combinatie met ciclosporine verhoogt de plasmaspiegel van pravastatine met een factor vier; regelmatige controle van de creatinekinase wordt aanbevolen.

Combinatie met rifampicine gaf een bijna drievoudige toename van de pravastatine-plasmaspiegel; bij voorkeur minimaal 2 uur tussen de inname van beide middelen aanhouden.

Bij gelijktijdig gebruik met erytromycine of claritromycine zijn geringe verhogingen van de pravastatinespiegels waargenomen; wees voorzichtig bij combinatie met een macrolide.

De werking van vitamine K-antagonisten kan enigszins worden versterkt. Vóór toepassing van pravastatine of bij dosisverandering de INR bepalen en vervolgens in het begin van de behandeling frequent controleren.

Zwangerschap

Teratogenese: Er zijn enkele gevallen van aangeboren afwijkingen gemeld bij gebruik van statinen.
Advies: Gebruik is gecontra-indiceerd.
Overige: Een vruchtbare vrouw dient adequate anticonceptieve maatregelen te treffen gedurende de therapie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in geringe mate.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding is gecontra-indiceerd.

Contra-indicaties

  • Actieve leverziekte inclusief onverklaarbare, aanhoudende verhogingen van serumtransaminasen > 3× de ULN.

Zie voor meer contra-indicaties de rubrieken Zwangerschap en Lactatie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Wees voorzichtig bij leeftijd > 65 jaar, ongecontroleerde hypothyreoïdie, nierfunctiestoornis, grote alcoholinname en/of een leveraandoening in de anamnese, vanwege meer kans op myopathie. Myopathie ontstaan door gebruik van statinen kan in enkele gevallen overgaan in rabdomyolyse en nierfalen, in zeer zeldzame gevallen met fatale afloop. Bepaal de creatinekinase(CK)-waarden vóór start van de statine alleen bij een erfelijke spierafwijking in de (familie)anamnese of bij spiertoxiciteit bij eerder gebruik van statine of fibraat. Bepaling van de levertransaminasewaarden voorafgaand aan de therapie kan zinvol zijn bij alcoholmisbruik of bekende leverfunctiestoornis. Bepaal de CK- en transaminasewaarden tijdens de behandeling alleen in geval van verdenking van toxiciteit (bv. door langdurige interacties) of leverfalen en bij ernstige spierklachten (vooral indien gepaard met koorts en malaise). Bij myopathie (CK > 10× ULN) of verdenking van myotoxiciteit de behandeling staken. Spierpijn kan ook voorkomen zonder verhoogde CK-waarden; de anamnese is belangrijker dan de bepaling. Adviseer iedere patiënt om bij onverklaarde spierpijn, -gevoeligheid of -zwakte onmiddellijk een arts te waarschuwen. Bij milde spierklachten zonder toxiciteit de statine (tijdelijk) staken of de dosering verlagen en na enkele weken de klachten evalueren; indien een relatie bestaat met de statinetherapie, een lagere dosering of eventueel een andere statine (fluvastatine ≤ 40 mg/dag of rosuvastatine ≤ 40 mg/dag) geven. Bij stijging van de levertransaminasewaarden > 3× ULN de behandeling staken en na normalisatie eventueel hervatten in een lagere dosering of overstappen op een ander statine. Onderbreek direct de behandeling bij optreden van ernstige leverschade, hyperbilirubinemie en/of geelzucht. Als geen andere oorzaak voor de leverschade gevonden wordt, de behandeling niet herstarten.

Bij vermoeden van ontwikkeling van interstitiële longziekte, de behandeling met een statine staken.

Er zijn aanwijzingen dat statinen het bloedglucosegehalte kunnen verhogen. Hierdoor kan, bij bepaalde risicofactoren (zoals glucose, nuchter, van 5,6–6,9 mmol/l) een mate van hyperglykemie optreden waardoor behandeling zoals bij diabetes mellitus nodig is. Dit is echter geen reden om de statine-behandeling te staken.

Er zijn geen klinische gegevens bij kinderen jonger dan 8 jaar.

Overdosering

Zie voor symptomen en behandeling het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Cholesterolsyntheseremmer (statine). Het is een specifieke competitieve remmer van HMG-CoA-reductase, een enzym dat een essentiële rol speelt bij de biosynthese van cholesterol. Remming van deze synthese heeft onder andere toename van het aantal LDL-receptoren in de lever tot gevolg; dit resulteert in verlaging van het LDL-cholesterolgehalte van het bloed. Het verlaagt daarnaast het VLDL-cholesterol en de triglyceriden en verhoogt enigszins het HDL-cholesterol en apolipoproteïne A in het plasma. Werking: binnen een week, max. na vier weken.

Kinetische gegevens

F17% door uitgebreid 'first pass'-effect.
T max1–1½ uur.
V d0,5 l/kg.
Metaboliseringniet door CYP450; tot nagenoeg onwerkzame metabolieten.
Eliminatiemet de urine 20%, met de feces 70%.
T 1/2el1½–2 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd