Geneesmiddelenoverzicht

Werking

Werkingsmechanisme

Het werkingsmechanisme van de triazolen lijkt veel op dat van de imidazolen, maar is iets breder en is selectiever gericht op het cytochroom P450 van de fungus dan van de mens. Hierdoor hebben systemisch gebruikte triazolen geen tot veel minder effect op de menselijke steroïdsynthese.

Triazolen:

  • remmen – via selectieve remming van het enzym lanosterol 14α-demethylase (CYP51) –, de synthese van ergosterol, een belangrijke stof voor de opbouw van de celmembraan bij de schimmel en gist;
  • hierdoor ontstaan structurele en functionele afwijkingen in de plasmamembraan;
  • dit leidt tot verandering van de membraanpermeabiliteit, waardoor essentiële celbestanddelen verloren gaan en uiteindelijk celdood optreedt.

Effect

  • remming van de schimmelinfectie (fungicide en/of fungistatisch);
  • remming van de gistinfectie (Candida spp.).

Meer informatie

De werking van isavuconazol en itraconazol is fungicide, die van fluconazol in het algemeen fungistatisch. Voriconazol is fungistatisch tegen verschillende Candida-species en heeft een fungicide werkzaamheid tegen een groot aantal schimmelsoorten. Fluconazol heeft een breed antimycotisch spectrum (het is vooral werkzaam tegen Candida en cryptokokken); die van itraconazol en voriconazol zijn nog breder (incl. dermatofyten en Aspergillus-species). Posaconazol heeft een nog breder werkingsspectrum met ook activiteit tegen Coccidioides immitis, Fonsecaea pedrosoi, zygomyceten (Mucoraceae) en Fusarium spp. Isavuconazol is klinisch werkzaam gebleken tegen Aspergillus spp. en daarnaast bij de behandeling van mucormycose veroorzaakt door bv. Rhizopus spp. Bij Rhizomucor spp. is echter geen positieve respons waargenomen.

Typerende bijwerkingen

Relatief frequent:

  • maag- en darmklachten;
  • voorbijgaande stijging van levertransaminasen;
  • huidreacties, waaronder huiduitslag;
  • neurotoxiciteit, waaronder duizeligheid, neuropathie, paresthesieën, convulsies, tremoren;
  • hoofdpijn (NB. bij posaconazol een van de meest voorkomende bijwerkingen);
  • hart-/vaataandoeningen, waaronder div. hartritmestoornissen, het optreden van hypertensie, hartfalen;
  • voorbijgaande auditieve en visuele hallucinaties, met name 's nachts (na de eerste dosis voriconazol, vooral indien i.v. toegediend);
  • hypokaliëmie (isavuconazol, itraconazol, posaconazol, voriconazol, minder frequent bij fluconazol);
  • hypertriglyceridemie (itraconazol, minder frequent bij fluconazol).

Minder frequent:

  • ernstigere hepatotoxiciteit, soms leidend tot leverfalen en de dood (itranazol, fluconazol, voriconazol);
  • ernstigere overgevoeligheidsreacties, waaronder anafylaxie en bv. het Stevens-Johnsonsyndroom;
  • visusstoornissen (m.n. bij voriconazol, maar het zou hier een groepseffect betreffen) [3];
  • QT-verlenging (m.n. bij voriconazol en posaconazol, ook bij fluconazol), soms leidend tot 'torsade de pointes' (bij andere risicofactoren daartoe waaronder het gebruik van andere QT-interval verlengde middelen) [3];
  • intraveneus itraconazol heeft een inotroop effect en kan leiden tot congestief hartfalen bij patiënten met een beperkte ventrikelfunctie.

Meer informatie

Bij de drank van itraconazol komen misselijkheid, diarree, buikpijn en anorexie vaker voor dan bij de capsules [1].

geneesmiddel

QT-verlenging

overgevoeligheid

hart/vaat bijwerkingen

neurotoxiciteit

maag-darmklachten

lever en/of enzymen

huiduitslag

bloedbeeld

fluconazol

0

0

+

++

++

++

0

isavuconazol

k

+

+

++

++

++

++

+

itraconazol

?

?

+

++

++

++

+

posaconazol

+

+

+(+)

+(+)

++(+)

++

++

+(+)

voriconazol

+

+

++

++(+)

+++

+++

+++

++

Vergroot tabel
  • De frequentie van de incidentie van een bepaalde bijwerking is gebaseerd op de preparaatteksten (en daarmee op de productinformatie van de fabrikanten).
  • +++ = zeer vaak (> 10%);
  • ++= vaak (1-10%);
  • += soms (0,1-1%);
  • 0= zelden of zeer zelden (tot 0,1%);
  • ?= frequentie niet goed bekend/wel beschreven/casuïstiek
  • k= verkorting van het QT-interval

Disclaimer: De tabel dient een illustratief doeleinde en is niet bedoeld voor het maken van een keuze tussen de geneesmiddelen. Onder hart/vaatbijwerkingen zijn bijvoorbeeld tevens het optreden van hypertensie, hartfalen en hartritmestoornissen beschouwd. Bij neurotoxiciteit het optreden van neuropathie, paresthesieën maar ook het optreden een delier, visusstoornissen, hoofdpijn. De kolom 'lever en/of enzymen' houdt bijvoorbeeld het optreden in van icterus, hepatitis, stijging van leverenzymen. Wanneer een (+) is bijgevoegd komt één bijwerking die daartoe behoort wat vaker voor dan de andere bijwerkingen in die kolom.

Literatuur

  1. Brunton LL, et al. (eds). Goodman & Gilman’s The pharmacological basis of therapeutics. 12th ed. New York: McGraw-Hill, 2011.
  2. Aronson JK, et al. (eds). Meyler's side effects of drugs. 16th ed. Amsterdam: Elsevier, 2016.
  3. Sitsen JMA, et al. Farmacologie. 4e druk. Maarssen: Elsevier, 2009.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook