glecaprevir/​pibrentasvir

Samenstelling

Maviret Aanvullende monitoring Abbvie bv

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld

Bevat per tablet: glecaprevir 100 mg, pibrentasvir 40 mg.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

glecaprevir/​pibrentasvir vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Preventie van een hepatitis C-infectie bestaat uit het in acht nemen van niet-medicamenteuze maatregelen. Er is geen medicamenteuze profylaxe. De behandeling van een chronische hepatitis C-infectie, als initiële therapie of na falen van eerdere behandeling, bestaat uit een combinatie van direct-werkende antivirale middelen. De keuze voor een behandelregime wordt o.a. bepaald door het HCV-genotype en de mate van reeds aanwezige fibrose in de lever. Zie voor meer informatie en de meest recente behandeladviezen voor volwassenen het HCV-richtsnoer (oktober 2019) (bv. de rubrieken: onbehandelde patiënten, eerder behandelde patiënten, gedecompenseerde cirrose en post-levertransplantatie).

Indicaties

Bij volwassenen en kinderen ≥ 12 jaar:

  • Behandeling van chronische infectie met het hepatitis C-virus (HCV; en bij alle genotypen hiervan).

Gerelateerde informatie

Dosering

De hier volgende aanbevelingen voor de behandelduur en combinaties zijn afkomstig van de fabrikant van glecaprevir/pibrentasvir. Zie voor volwassenen ook de link in de rubriek Advies voor aanbevelingen volgens het HCV-richtsnoer.

Klap alles open Klap alles dicht

Chronische hepatitis C (alle genotypen):

Volwassenen (incl. ouderen), kinderen 12–18 jaar:

300 mg/120 mg (drie tabletten glecaprevir/pibrentasvir) 1×/dag, innemen met voedsel. Behandelduur: voor patiënten zonder voorafgaande HCV-behandeling, alle HCV-genotypen: 8 weken; indien er sprake is van (lever)cirrose: 12 weken. Na het ondergaan van een lever- of niertransplantatie: 12 weken (met of zonder cirrose); indien echter sprake is van infectie met HCV genotype 3 en de patiënt eerder behandeld is, overweeg dan 16 weken te behandelen. Patiënten waarbij een eerdere behandeling met peg-interferon+ribavirine +/– sofosbuvir óf sofosbuvir+ribavirine heeft gefaald: genotypen 1, 2, 4, 5 en 6: 8 weken, indien er sprake is van cirrose 12 weken; genotype 3 (met of zonder cirrose): 16 weken. Bij een co-infectie met HIV kan de behandelduur (en dosis) als eerder genoemd worden aangehouden, voor combinatie met antiretrovirale middelen zie de rubriek Interacties.

Leverfunctiestoornis: bij een lichte leverfunctiestoornis (Child-Pughscore 5–6) is geen dosisaanpassing nodig; bij een matig-ernstige functiestoornis (Child-Pughscore 7-9) wordt toepassing niet aanbevolen, bij een ernstige functiestoornis (Child-Pughscore 10–15) is de toepassing gecontra-indiceerd. Zie ook de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen achter Leverfunctie.

Nierfunctiestoornis (ook bij toepassing van dialyse): geen dosisaanpassing nodig.

Na uitbraken van een dosis: indien binnen 3 uur na inname wordt gebraakt, een extra tablet innemen. Bij braken ≥ 3 uur na toediening géén additionele dosis innemen.

Na het missen van een dosis: als een dosis wordt vergeten, kan deze alsnog binnen 18 uur na het gebruikelijke tijdstip worden ingenomen; de volgende dosis op het normale geplande tijdstip innemen. Als er meer dan 18 uur zijn verstreken dan de volgende dosis op het volgende gebruikelijke tijdstip innemen.

Toedieningsinformatie: de tablet in zijn geheel innemen met voedsel, in verband met de biologische beschikbaarheid. Het fijn malen wordt afgeraden omdat de absorptie dan sterk verlaagd is.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): hoofdpijn, vermoeidheid.

Vaak (1-10%): misselijkheid, diarree. Asthenie. Asymptomatische stijging totale bilirubine-waarde > 2× ULN.

Soms (0,1-1%): stijging van waarde ongeconjugeerd bilirubine.

Zelden (0,01-0,1%): TIA.

Verder is gemeld: jeuk bij personen met ernstige chronische nierziekte (stadium 4 en 5, incl. dialysepatiënten) (bij 15-17%).

Verder is nog gemeld bij andere direct werkende antivirale middelen (DAA's): reactivatie van HBV (in enkele gevallen fataal).

Het veiligheidsprofiel bij personen die een lever- of niertransplantatie hebben ondergaan óf met een HIV co-infectie is vergelijkbaar met het veiligheidsprofiel bij personen met alleen HCV.

Het veiligheidsprofiel bij kinderen van 12-18 jaar is vergelijkbaar met dat bij volwassenen.

Interacties

Gelijktijdige toediening met sterke inductoren van P-glycoproteïne (Pgp) of CYP3A (bv. carbamazepine, fenytoïne, fenobarbital, primidon, rifampicine en sint-janskruid) is gecontra-indiceerd omdat deze middelen de plasmaconcentraties van glecaprevir of pibrentasvir significant verlagen, wat kan leiden tot verlies van virologische respons. Gelijktijdige toediening met matig-sterke inductoren van Pgp of CYP3A (bv. oxcarbazepine, lumacaftor, crizotinib) wordt in verband met de verlaagde plasmaconcentraties niet aanbevolen.

Glecaprevir en pibrentasvir zijn zelf ook remmers van Pgp en tevens van 'breast cancer resistance protein' (BCRP) en organisch aniontransporterend polypeptide(OATP)1B1/3. Zodoende kan gelijktijdig gebruik van glecaprevir/pibrentasvir de plasmaconcentratie verhogen van geneesmiddelen die substraat zijn voor Pgp (bv. dabigatran, digoxine, tacrolimus), BCRP (bv. rosuvastatine) of voor OATP1B1/3 (bv. atorvastatine, pravastatine (max. 20 mg/dag), rosuvastatine (max. 5 mg/dag), simvastatine, losartan, valsartan). Om die reden is gelijktijdig gebruik met de volgende geneesmiddelen gecontra-indiceerd: atorvastatine, simvastatine, dabigatran, ethinylestradiol (geeft ALAT-verhoging), atazanavir (ALAT-verhoging). Bij combinatie met digoxine of tacrolimus wordt 'therapeutic drug monitoring' aanbevolen, met mogelijk een dosisaanpassing van deze middelen tot gevolg. Bij combinatie met losartan of valsartan is geen dosisaanpassing nodig.

Glecaprevir en pibrentasvir zijn zelf ook substraat van BCRP, glecaprevir is ook substraat van OATP1B1/3. De plasmaconcentratie van glecaprevir of pibrentasvir kan daardoor toenemen bij gelijktijdige toediening met remmers van deze transportereiwitten. Voorbeelden van geneesmiddelen die Pgp of BCRP remmen zijn ciclosporine, itraconazol, ketoconazol, ritonavir en cobicistat. Geneesmiddelen die OATP1B1/3 remmen (bv. ciclosporine, darunavir, elvitegravir, lopinavir) verhogen de systemische concentratie van glecaprevir; combinatie met darunavir/ritonavir of lopinavir/ritonavir wordt niet aanbevolen. Indien de combinatie met ciclosporine in stabiele doses van > 100 mg/dag onvermijdbaar is nauwkeurig monitoren op bijwerkingen van glecaprevir, omdat de Cmax van en blootstelling aan glecaprevir toenemen.

Tijdens de behandeling met glecaprevir/pibrentasvir kan de leverfunctie veranderen (cq. verbeteren), waardoor de impact van interacties die via hepatische mechanismen verlopen, gaandeweg kan wijzigen. Controleer daarom bij gebruik van vitamine K-antagonisten de INR nauwlettend.

Gelijktijdige toediening met middelen die de pH-waarde in de maag verhogen kan leiden tot afname van de plasmaconcentratie glecaprevir; bij combinatie met omeprazol 40 mg/dag is desondanks geen dosis- of intervalaanpassing nodig.

Glecaprevir en pibrentasvir zijn zwakke remmers van CYP3A en UGT1A1, in onderzoek zijn géén klinisch significante toenamen in de blootstelling aan gevoelige CYP3A substraten (midazolam, felodipine) of UGT1A1 (raltegravir) gemeld.

Significante remming van andere OAT transporters, andere CYP- of UGT-enzymen, of van OCT of MATE transporters wordt niet verwacht.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieronderzoek zijn alleen de enkelvoudige stoffen toegediend en overwegend in supratherapeutische doses; hierbij is toename van postimplantatieverlies, toename van het aantal resorpties (glecaprevir) en vermindering van het foetale lichaamsgewicht gezien.
Advies: Gebruik ontraden.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Ja, bij dieren (glecaprevir, pibrentasvir). Een nadelig effect bij de zuigeling kan niet worden uitgesloten.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel óf het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

  • ernstige leverfunctiestoornis (Child-Pughscore 10–15).

Voor meer contra-indicaties zie de rubriek Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

Verminderde gevoeligheid/resistentie: Behandeling met glecaprevir/pibrentasvir wordt niet aanbevolen voor patiënten die eerder zijn blootgesteld aan NS3/4A-remmers en/of NS5A-remmers in verband met het risico van falen van de behandeling door accumulatie van resistentiemechanismen van HCV tegen deze twee klassen. Er is een aantal aminozuursubstituties dat leidt tot een verminderde gevoeligheid van HCV voor glecaprevir of pibrentasvir, voor meer informatie hierover zie de productinformatie CBG/EMA (rubriek 5.1, subkop Resistentie) via 'Zie ook'.

Co-infectie met hepatitis B: Controleer vóór aanvang van de behandeling alle patiënten op een co-infectie met het hepatitis B-virus (HBV) omdat gevallen van reactivatie van HBV (enkele fataal) gemeld zijn na behandeling met direct werkende antivirale middelen (DAA's). Patiënten met een vastgestelde co-infectie met HBV controleren en behandelen volgens de geldende behandelrichtlijnen.

Leverfunctie: Verhoging van het totale bilirubine (2× ULN) komt soms voor door remming van bilirubinetransporters en -metabolisme door glecaprevir; deze verhoging is asymptomatisch, voorbijgaand en treedt meestal op in het begin van de behandeling. Toepassing bij een matig-ernstige leverfunctiestoornis (Child-Pughscore 7–9) wordt niet aanbevolen vanwege een verhoogde blootstelling aan glecaprevir en in mindere mate aan pibrentasvir. Bij een ernstige functiestoornis (Child-Pughscore 10–15) is de toepassing gecontra-indiceerd wegens een factor 11 verhoogde blootstelling aan glecaprevir.

Bij diabetici kan na aanvang van de behandeling een verbetering van de bloedglucoseregulatie optreden, wat mogelijk leidt tot symptomatische hypoglykemie; de bloedglucosewaarden, vooral tijdens de eerste drie maanden, nauwlettend controleren en zo nodig de (dosering van) bloedglucoseregulerende middelen aanpassen.

Onderzoeksgegevens: De werkzaamheid en veiligheid bij kinderen < 12 jaar zijn niet vastgesteld; er zijn geen gegevens beschikbaar.

Overdosering

Neem voor informatie over een vergiftiging met glecaprevir/pibrentasvir contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Glecaprevir/pibrentasvir is een combinatie van twee directe, pan-genotypische, antivirale middelen met verschillende werkingsmechanismen en niet-overlappende resistentieprofielen om het hepatitis C-virus (HCV) in meerdere fasen van de virale levenscyclus te bestrijden. Pibrentasvir is een remmer van HCV NS5A en glecaprevir is een remmer van HCV NS3/4A-protease; beide zijn van essentieel belang voor de virale replicatie.

Kinetische gegevens

Resorptiede blootstelling is hoger na toediening met matig tot zeer vetrijke maaltijden (glecaprevir, pibrentasvir, t.o.v. nuchter).
T maxca. 5 uur (glecaprevir, pibrentasvir).
Eiwitbindingca. 98% (glecaprevir), > 99,9% (pibrentasvir).
Metaboliseringniet (pibrentasvir), een geringe hoeveelheid via diverse CYP-enzymsystemen (glecaprevir).
Eliminatiemet de feces, ca. 92% (glecaprevir), ca. 97% (pibrentasvir). Gezien de hoge mate van eiwitbinding van beide stoffen is er geen significante eliminatie door dialyse.
T 1/26–9 uur (glecaprevir), 23–29 uur (pibrentasvir).

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

glecaprevir/pibrentasvir hoort bij de groep NS5A-remmers, combinatiepreparaten.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links