ifosfamide

Samenstelling

Baxter bv

Toedieningsvorm
Poeder voor injectievloeistof
Sterkte
500 mg, 1000 mg, 2000 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

ifosfamide vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Voor de behandeling van kleincellig longcarcinoom en niet-kleincellig longcarcinoom staan op oncoline de geldende behandelrichtlijnen.

Voor de behandeling van testiscarcinoom staat op oncoline de geldende behandelrichtlijn met de plaats van ifosfamide daarbij.

Voor de behandeling van ovariumcarcinoom staat op oncoline de geldende behandelrichtlijn.

Voor de behandeling van weke-delen sarcomen staat op oncoline de geldende behandelrichtlijn met de plaats van ifosfamide daarbij.

Voor de behandeling van Hodgkin-lymfoom staat op hovon.nl de geldende behandelrichtlijn.

Voor de behandeling van non-Hodgkinlymfoom staat op vademecum hematologie de geldende behandelrichtlijn.

Indicaties

Solide tumoren

  • Kleincellig en niet-kleincellig longcarcinoom;
  • Testistumoren (alle histologische varianten) in geval van een recidief na conventionele chemotherapie;
  • Ovariumcarcinoom;
  • Weke-delensarcomen (vooral leiomyo-, rabdomyo-, chondrosarcoom);
  • Osteosarcoom.

Hematologische maligniteiten

  • Tweedelijnsbehandeling van de ziekte van Hodgkin en van non-Hodgkin-lymfomen met een intermediaire of hoge maligniteitsgraad.

Dosering

Dien ifosfamide uitsluitend toe onder begeleidende therapie met mercapto ethaansulfonzuur (mesna), ter vermindering van urotoxiciteit. Tevens gedurende 2 dagen vóór de start van de behandeling en tijdens de behandeling zorgen voor een voldoende hydratietoestand van de patiënt: een ruime vochttoevoer (3 l/m² lichaamsoppervlak/dag) en een goede diurese zijn noodzakelijk.

Dien ca. 15 minuten voorafgaand aan de behandeling een anti-emeticum toe om een verstoring van de water- en elektrolytenbalans en daarmee van een vergrote kans op blaas- en niertoxiciteit te voorkómen.

Klap alles open Klap alles dicht

Solide tumoren en hematologische maligniteiten:

Volwassenen

Bij de eerste toediening een zo hoog mogelijke dosis geven; doorgaans i.v. 50–60 mg/kg lichaamsgewicht/dag gedurende 5 dagen.

Bij therapierefractaire ziekte: eventueel i.v. 80 mg/kg lichaamsgewicht/dag gedurende 2–3 dagen.

Na ten minste 3–4 weken de kuur herhalen met eenzelfde of iets lagere dosis, afhankelijk van de veroorzaakte toxiciteit (herstel bloedbeeld en verdere bijwerkingen, zie ook de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen).

Toedieningsinformatie: ifosfamide 's ochtends i.v. als infusie toedienen in circa 20–30 min (eventueel 1–2 uur) óf als continue infusie over een periode van 24 uur. Na oplossen en verdunning mag de concentratie van de infusie-oplossing niet hoger zijn dan 4%.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): encefalopathie, sufheid. Misselijkheid, braken. Alopecia. Hematurie, microhematurie. Koorts. Beenmergsuppressie, leukopenie, neutropenie.

Vaak (1-10%): infecties. Hemorragische cystitis, nefropathie, verstoorde tubulusfunctie, macrohematurie. Asthenie, malaise. Verstoorde spermatogenese. Metabole acidose. Trombocytopenie.

Soms (0,1-1%): aritmie zoals ventriculaire aritmie of supraventriculaire aritmie, hartfalen. Bloedingen. Pneumonie, sepsis. Hallucinaties, depressieve psychose, desoriëntatie, rusteloosheid, verwardheid. Slaperigheid, vergeetachtigheid, duizeligheid. Diarree, obstipatie. Anorexie. Gestoorde leverfunctie. Incontinentie, dysurie, verstoorde urinefrequentie, blaasirritatie. Secundaire tumoren, urinewegcarcinoom, myelodysplastisch syndroom, acute leukemie. Irreversibele ovulatiestoornissen, Amenorroe.

Zelden (0,01-0,1%): hypotensie. Longfunctiestoornissen, hoesten, dyspneu. Overgevoeligheidsreacties. Cerebellair syndroom. Troebele zicht. Stomatitis, mucositis, anale incontinentie. Huiduitslag, dermatitis. Krampen. Glomerulaire disfunctie, tubulaire acidose, proteïnurie, acuut nierfalen, chronisch nierfalen. Reacties op de injectieplaats. ADH-deficiëntie. Hyponatriëmie, dehydratie, waterretentie, stoornissen in de elektrolytenbalans. Fosfaturie, aminoacidurie. Anemie.

Zeer zelden (< 0,01%): anafylactische shock. Hartstilstand, myocardinfarct. Trombo-embolie. Interstitiële pneumonitis, interstitiële longfibrose, ademhalingsfalen, toxisch allergisch longoedeem. Hemolytisch uremisch syndroom (HUS), gedissemineerde intravasculaire stolling. Coma, epileptische aanvallen, polyneuropathie. Acute pancreatitis. Toxische huidreacties. Rachitis, osteomalacie, rabdomyolyse. Syndroom van Fanconi. Hypokaliëmie.

Interacties

Vermijd het gebruik van levende vaccins tijdens de behandeling met ifosfamide vanwege de kans op (ernstige) infecties. De werkzaamheid van vaccins kan vanwege de immunosuppressie door ifosfamide worden verminderd.

Het beenmergremmende effect kan toenemen bij toediening van andere cytostatica, bestraling of gelijktijdig gebruik van allopurinol of hydrochloorthiazide.

Ifosfamide is substraat voor CYP3A4. Wees voorzichtig met het gelijktijdig gebruik van sterke remmers van CYP3A4, zoals claritromycine, itraconazol, posaconazol, voriconazol, ketoconazol, ritonavir, cobicistat, omdat deze mogelijk de werking van ifosfamide kunnen verminderen door remming van de vorming van de actieve metaboliet. Wees eveneens voorzichtig bij het gelijktijdig gebruik van sterke inductoren van CYP3A4 zoals carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne, rifampicine en sint-janskruid, vanwege een mogelijk toegenomen kans op toxiciteit.

Voorafgaande of gelijktijdige toediening van nefrotoxische middelen, zoals cisplatine, aminoglycosiden, amfotericine B, foscarnet, aciclovir, ganciclovir, pentamidine, vancomycine, cidofovir en aldesleukine kan de nefrotoxische effecten van ifosfamide versterken, met vanwege een verminderde klaring meer kans op hematoxiciteit en toxiciteit van het czs. Bij kinderen die zijn voorbehandeld met een cumulatieve dosis cisplatine > 300 mg/m² lichaamsoppervlak treedt om die reden vaker neurotoxiciteit op.

Eerdere bestraling van de hartstreek en/of behandeling met andere cardiotoxische middelen kan de cardiotoxiciteit van ifosfamide vergroten.

Wees bij ifosfamide-geïnduceerde encefalopathie voorzichtig bij gelijktijdig gebruik van middelen die het czs beïnvloeden, zoals anti-emetica, kalmerings- of narcosemiddelen of antihistaminica, of staak deze middelen zo mogelijk.

Mogelijk gelden de volgende voor cyclofosfamide beschreven interacties ook voor ifosfamide: versterking van de hypoglykemische werking van sulfonylureumderivaten en van het spierverslappende effect van suxamethonium. Aanpassing van de medicatie voor de behandeling van diabetes mellitus kan nodig zijn. Verder kunnen de werking en/of bijwerkingen van ifosfamide worden versterkt door chloorpromazine, liothyronine of disulfiram.

Zwangerschap

Teratogenese: Uit waarnemingen bij de mens zijn aanwijzingen verkregen dat alkylerende middelen zoals ifosfamide schadelijk zijn voor de vrucht; teratogene afwijkingen kunnen vooral optreden bij gebruik tijdens het eerste trimester.
Advies: Gebruik ontraden.
Vruchtbaarheid: Raad een man voorafgaand aan de behandeling aan om advies in te winnen over cryopreservatie van sperma vanwege het mutagene en genotoxische potentieel van ifosfamide.
Overige: Mannen en vrouwen in de vruchtbare jaren dienen adequate anticonceptieve maatregelen te nemen tijdens en ten minste 6 maanden na de therapie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja.
Advies: Borstvoeding is gecontra-indiceerd.

Contra-indicaties

  • reeds bestaande beenmergdepressie (aantal leukocyten < 2 ×109/l, trombocyten < 75×109/l);
  • acute infecties, bestaande urineweginfectie;
  • ernstige leverfunctiestoornis;
  • nierfunctiestoornis: verminderde urine-uitscheiding, syndromen met verstoorde tubulusfunctie, creatininegehalte > 13,6 micromol/l ;
  • hersensclerose in ver gevorderd stadium.

Zie voor meer contra-indicaties de rubriek Lactatie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Beenmergsuppressie: controleer vóór elke toediening en op gepaste intervallen het complete bloedbeeld in verband met beenmergremming, die ook na staken van de therapie nog kan optreden. Op grond hiervan kan onderbreking van de behandeling, dosisaanpassing of verlenging van het therapievrije interval nodig zijn. Bepaal het aantal leukocyten tijdens een kuur vanaf dag 4 voorafgaand aan elke injectie. Na minimaal 3–4 weken kan de kuur worden herhaald, waarbij het aantal leukocyten moet zijn gestegen tot ten minste 4 × 109/l. Er bestaat meer kans op hematologische toxiciteit bij voorbehandeling met chemo- en/of radiotherapie of vanwege een verminderde klaring bij een verminderde nierfunctie. Strikte hematologische bewaking is in deze gevallen aangewezen.

Uro- en nefrotoxiciteit: sluit vóór begin van de therapie stoornissen in de urinelozing uit; behandel een eventuele urineweginfectie en corrigeer tevens stoornissen in de elektrolytenhuishouding. Controleer tijdens de behandeling, vanwege de kans op hemorragische cystitis en nierfunctiestoornissen, urinesediment, serumcreatinine, en β-2-microglobuline. . Dien profylactisch mesna toe oom urotoxische bijwerkingen te voorkómen. Het handhaven van een goede hydratietoestand is noodzakelijk. De diurese moet 3 l/m² per 24 uur bedragen en frequent ledigen van de blaas is aan te bevelen. Start met deze maatregelen twee dagen voorafgaand aan de therapie. Wees voorzichtig bij één functionerende nier, bij een verminderde nierfunctie en bij (voor)behandeling met een nefrotoxisch middel, zoals cisplatine. Indien de diurese, ondanks de genomen maatregelen, daalt tot < 50 ml per uur, een snelwerkend diureticum, zoals furosemide, toedienen.

Toxiciteit van het czs: controleer zorgvuldig op toxische effecten van ifosfamide op het czs, in het bijzonder bij hersenmetastasen en/of cerebrale symptomen. Bij ontwikkeling van encefalopathie de behandeling staken en niet opnieuw starten. Er is meer kans op encefalopathie bij onder meer een verminderde nierfunctie, voorafgaande of gelijktijdige behandeling met nefrotoxische geneesmiddelen (zoals cisplatine) en bij postrenale obstructies (zoals bekkentumoren). Wees voorzichtig met geneesmiddelen die het czs beïnvloeden, zie ook de rubriek Interacties.

Cardiotoxiciteit: wees voorzichtig bij reeds bestaande hartafwijkingen, eerdere bestraling van de hartstreek en/of behandeling met andere cardiotoxische middelen. omdat deze factoren de kans op cardiotoxiciteit vergroten.

Gastro-intestinale toxiciteit: dien ter preventie van misselijkheid en braken en om het risico van blaas- en niertoxiciteit door dehydratie en elektrolytverstoringen te verkleinen, een anti-emeticum toe. Een goede mondhygiëne is van belang om de kans op stomatitis te verkleinen.

Een versterkte huidreactie op radiotherapie kan optreden (radiatie-recallfenomeen).

Voor behandeling van vruchtbare mannen, zie rubriek Zwangerschap.

Overdosering

Geef mercapto-ethaansulfonzuur (mesna) ter preventie van urotoxische effecten. Bij intoxicatie is snelle hemodialyse aangewezen.

Neem voor meer informatie over een vergiftiging met ifosfamide contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Alkylerend middel, structureel verwant met cyclofosfamide. Prodrug van 4-hydroxy-ifosfamide. De oncolytische werking berust op alkylering van het DNA waarbij fosfotriësters en vervlechtingen van DNA-strengen ('interstrand-crosslinks') worden gevormd, resulterend in celdood. Remt de eiwit- en DNA-synthese. De mate van gevoeligheid van tumoren is afhankelijk van de capaciteit om dergelijke DNA-beschadigingen te repareren. Voor ifosfamide is geen duidelijk bewijs van enige vorm van kruisresistentie.

Kinetische gegevens

Metaboliseringin de lever snel via CYP3A4 tot actief 4-hydroxy-ifosfamide en daarnaast via CYP2B6 en CYP3A4 tot andere metabolieten.
Eliminatievnl. met de urine, 65% na 72 uur waarvan 18% onveranderd.
T 1/2ca. 6 uur (ifosfamide), ca. 22 uur (metabolieten).

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

ifosfamide hoort bij de groep alkylerende middelen.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links