Samenstelling

Aldurazyme Genzyme Europe bv

Toedieningsvorm
Concentraat voor infusie
Sterkte
100 U/ml
Verpakkingsvorm
flacon 5 ml

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

De ziekte mucopolysaccharidose type I is een heterogeen voorkomende erfelijke stofwisselingsziekte waarbij sprake is van een enzymdeficiëntie voor α-L-iduronidase. Bij een bevestigde diagnose van mucopolysaccharidose type I kan laronidase worden gebruikt, behandeling dient plaats te vinden in gespecialiseerde centra.

Indicaties

  • Langdurige enzym-substitutietherapie bij patiënten met een bevestigde diagnose van mucopolysaccharidose I (MPS I; α-L-iduronidasedeficiëntie) ter behandeling van de niet-neurologische manifestaties van de ziekte.

Dosering

Toedienen in een geschikte klinische omgeving waar reanimatieapparatuur voorhanden is.

Overweeg toediening van antihistaminica en/of antipyretica (paracetamol of ibuprofen) 60 minuten vóór begin van de infusie; dit wordt in ieder geval aanbevolen bij de eerste infusie en na een onderbreking van de behandeling; zie ook de rubriek Waarschuwingen en Voorzorgen.

Klap alles open Klap alles dicht

Mucopolysaccharidose type I:

Volwassenen en kinderen:

I.v. als infusie: 100 U/kg lichaamsgewicht 1× per week. De aanvankelijke infusiesnelheid van 2 U/kg/uur kan, als dit wordt verdragen, elke 15 minuten stapsgewijs worden verhoogd tot maximaal 43 U/kg/uur. De totale dosis in 3–4 uur toedienen.

Bijwerkingen

De meeste bijwerkingen houden verband met de infusie en zijn in sommige gevallen ernstig.

Volwassenen en kinderen ≥ 5 jaar:

Zeer vaak (> 10%): hoofdpijn. Koorts. Misselijkheid, buikpijn. Artropathie, artralgie, rugpijn, pijn in de ledematen. Huiduitslag, roodheid in het gezicht. Lokale reacties bij de infusieplaats.

Vaak (1-10%): anafylactische reactie. Hypotensie, bleekheid, slechte perifere doorbloeding. Tachycardie. Ademhalingsproblemen, dyspneu, hoesten, afname zuurstofverzadiging. Angioneurotisch oedeem, opgezwollen gezicht, urticaria, jeuk, alopecia. Rusteloosheid. Paresthesie, duizeligheid. Toegenomen transpiratie, koud zweet, rillingen, warmte of koude sensaties, pijn in skeletspieren, vermoeidheid, griepachtige verschijnselen. Braken, diarree.

Verder zijn gemeld: cyanose, hypoxie, tachypneu, erytheem, laryngeaal oedeem, perifeer oedeem, extravasatie. Bij patiënten met ernstige aandoeningen van de longen of bovenste luchtwegen ten gevolge van MPS I zijn ernstige reacties gemeld, zoals bronchospasme, ademhalingsstilstand en gezichtsoedeem.

Kinderen < 5 jaar:

Zeer vaak (> 10%): verhoging van bloeddruk, afname van de zuurstofverzadiging, tachycardie, koorts, rillingen.

Interacties

Chloroquine kan interfereren met de intracellulaire opname van laronidase.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: Het geven van borstvoeding wordt ontraden.

Contra-indicaties

  • Eerder voorgekomen ernstige overgevoeligheid (bv. een anafylactische reactie) voor laronidase.

Waarschuwingen en voorzorgen

Een intraveneus eiwitproduct zoals laronidase kan ernstige overgevoeligheidsreacties veroorzaken. In dat geval de toediening direct staken; neem voorzorgen voor een adequate anafylactische behandeling. Reanimatieapparatuur moet voorhanden zijn.

Overweeg toediening van antihistaminica en/of antipyretica (paracetamol of ibuprofen) 60 minuten vóór begin van de infusie, om de kans op infusiegerelateerde bijwerkingen te verminderen; dit wordt in ieder geval aanbevolen bij de eerste infusie en na een onderbreking van de behandeling. Bij een acute onderliggende ziekte lijkt het risico van infusiegerelateerde bijwerkingen groter.

Infusiegerelateerde bijwerkingen kunnen gewoonlijk behandeld worden door de infusiesnelheid te verlagen en antihistaminica en/of antipyretica (paracetamol of ibuprofen) te geven. Bij het optreden van een lichte of matige infusiegerelateerde bijwerking, de infusiesnelheid verlagen tot 50% van de snelheid waarbij de bijwerking optreedt. Bij een ernstige bijwerking de toediening staken; bij hervatten de infusiesnelheid verlagen tot 25-50% van de snelheid waarbij de bijwerking optreedt.

Bijna alle patiënten ontwikkelen IgG-antilichamen tegen laronidase; doorgaans treedt seroconversie binnen drie maanden op, bij kinderen < 5 jaar meestal binnen één maand. De klinische relevantie hiervan is niet bekend.

Er is geen onderzoek gedaan bij patiënten met lever- of nierinsufficiëntie. Er zijn geen gegevens beschikbaar over veiligheid en werkzaamheid bij ouderen > 65 jaar.

Eigenschappen

Recombinante vorm van humaan α-L-iduronidase. Na intraveneuze infusie wordt het snel uit de circulatie verwijderd en door cellulaire lysosomen opgenomen, hoogstwaarschijnlijk via mannose-6-fosfaatreceptoren. Bij mucopolysaccharidose I (MPS I) is er sprake van een tekort aan het enzym α-L-iduronidase. Dit leidt tot stapeling van glycosaminoglycanen, dermatan- en heparansulfaat in een groot aantal celtypen en weefsels. Systemische manifestaties van MPS I zijn o.a. slecht uithoudingsvermogen, restrictieve longziekten, obstructie van de bovenste luchtwegen, beperkte gewrichtsbeweeglijkheid, hepatomegalie en visuele beperkingen. Enzymsubstitutie therapie met laronidase verhoogt de capaciteit om opgehoopt substraat (glycosaminoglycanen) te hydrolyseren en verdere stapeling te voorkomen. Er zijn geen klinische gegevens die een gunstig effect laten zien op de neurologische verschijnselen.

Kinetische gegevens

V dbij aanvang van de therapie ca. 0,4 l/kg, later afnemend tot ca. 0,2 l/kg. Het verdelingsvolume neemt bij voortgezette behandeling af, mogelijk door antilichaamvorming en/of een afgenomen levervolume.
Metaboliseringwaarschijnlijk door middel van peptidehydrolase.
T 1/2bij aanvang van de therapie ca. 4 uur, later afnemend tot ca. 2 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

laronidase hoort bij de groep middelen bij metabole aandoeningen, enzymen.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook