ocrelizumab

Samenstelling

Ocrevus XGVSAanvullende monitoring Roche Nederland bv

Toedieningsvorm
Concentraat voor oplossing voor infusie
Sterkte
30 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 10 ml

De uiteindelijke concentratie van het geneesmiddel na verdunning bedraagt circa 1,2 mg/ml.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

ocrelizumab vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

(Peg)interferon β, glatirameer, teriflunomide, dimethylfumaraat zijn eerstelijns ziekte-modificerende behandelingen (DMT's, disease modifying therapies) voor de onderhoudsbehandeling van ambulante patiënten (EDSS 0–5) met 'relapsing remitting' multipele sclerose (RRMS). Ze verminderen de frequentie van de exacerbaties, nieuwe laesies gezien bij beeldvormend onderzoek en hebben mogelijk een gunstig effect op de ziekteprogressie. Over de effecten op de lange termijn is onvoldoende bekend.

Cladribine, fingolimod en natalizumab zijn tweedelijns DMT’s bij RRMS en alemtuzumab is voorlopig een derdelijns DMT. Ze zijn over het algemeen werkzamer dan de eerstelijnsmiddelen. De toepassing is echter risicovoller.

Voor ocrelizumab is, in afwachting van de nieuwe richtlijn van de NVN over multipele sclerose, geen advies vastgesteld over de plaats in de medicamenteuze behandeling.

Indicaties

  • Relapsing multiple sclerose (RMS) bij volwassenen met bewijs van ziekteactiviteit die is gedefinieerd door klinische of beeldvormende kenmerken;
  • Primair progressieve multiple sclerose (PPMS) bij volwassenen in een vroeg ziektestadium gebaseerd op ziekteduur (< 15 j.), mate van invaliditeit (EDSS 3,0–6,6) en beeldvormende kenmerken die typerend zijn voor ontstekingsactiviteit (zoals Gd-aankleurende T1-laesies en/of actieve T2-laesies).

Gerelateerde informatie

Dosering

Vóór de behandeling screenen op hepatitis B-virus (HBV), omdat heractivering van HBV is gemeld bij andere anti-CD-20 antilichamen (zoals rituximab).

Vóór elke infusie premedicatie toedienen: • i.v. 100 mg methylprednisolon (of equivalent ervan) 30 min voor de infusie; • een antihistaminicum 30–60 min voor de infusie; • eventueel paracetamol 30–60 min voor de infusie.

Controleer gedurende ten minste 1 uur na de infusie op infusiegerelateerde reacties en overgevoeligheidsreacties. Bij infusiegerelateerde reacties niet de dosis, maar de infusiesnelheid verlagen of de behandeling staken. Bij overgevoeligheidsreacties de behandeling staken.

Klap alles open Klap alles dicht

Multipele sclerose

Volwassenen:

intraveneus als infusie: Startsdosering: 300 mg, na 2 weken nogmaals 300 mg. Onderhoudsdosering: 600 mg in 1 keer elke 6 maanden; tussen elke dosis moet ten minste 5 maanden liggen.

Bij ouderen (> 65 jaar): een aanpassing van de dosis is niet nodig.

Bij nierfunctiestoornis: de verwachting is dat een aanpassing van de dosis niet nodig is; zie ook de rubriek Eigenschappen.

Bij leverfunctiestoornis: de verwachting is dat een aanpassing van de dosis niet nodig is; zie ook de rubriek Eigenschappen.

Bij infusiegerelateerde reacties (IRR) tijdens infusie: bij levensbedreigende IRR zoals ARDS de infusie direct stoppen en de behandeling definitief staken. Bij ernstige IRR zoals dyspneu of een combinatie van symptomen de infusie direct onderbreken; indien alle symptomen zijn verdwenen herstarten met een infusiesnelheid die de helft is van de snelheid op het moment dat de reactie begon. Bij lichte tot matige IRR zoals hoofdpijn de infusiesnelheid halveren, indien goed verdragen na ten minste 30 min de snelheid verhogen.

Een vergeten dosis zo snel mogelijk alsnog toedienen. Wel daarna een behandelinterval van 6 maanden (met een minimum van 5 maanden) aanhouden.

Toedieningsinformatie: Infusiesnelheid infusiesnelheid (infusievloeistof 1,2 mg/ml) is bij de startdosering 30 ml/uur gedurende 30 min, daarna elke 30 min in stappen van 30 ml/uur verhogen tot max. 180 ml/uur; elke infusie in ca. 2,5 uur toedienen. Infusiesnelheid bij onderhoudsbehandeling 40 ml/uur gedurende 30 min, daarna elke 30 min in stappen van 40 ml/uur verhogen tot max. 200 ml/uur, elke infusie wordt in ca. 3,5 uur toegediend.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): infecties van de bovenste luchtwegen (waaronder nasofaryngitis), griepachtige verschijnselen. Infusiegerelateerde reacties zoals pruritus, huiduitslag, urticaria, erytheem, geïrriteerde keel, orofaryngeale pijn, dyspneu, faryngeaal of laryngeaal oedeem, blozen, hypotensie, pyrexie, vermoeidheid, hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid en tachycardie. Daling van immunoglobuline M.

Vaak (1-10%): sinusitis, luchtweginfectie (waaronder bronchitis), hoesten, loopneus, herpesinfectie, gastro-enteritis, conjunctivitis, cellulitis. Verlaagd immunoglobuline G in het bloed, neutropenie.

Interacties

De veiligheid van vaccinatie met levende of verzwakte vaccins is niet onderzocht. De respons op tetanusvaccin, 23-valent-pneumokokken-polysaccharidevaccin (23-PPV), KLH-neoantigeen en seizoensgebonden griepvaccin is tijdens behandeling minder, vergeleken met de controlegroep.

Vermijd gelijktijdig gebruik met andere immunosuppressiva. Korte kuren met corticosteroïden ter behandeling van een relaps is tijdens behandeling wel toegestaan.

Hypotensie: Overweeg behandeling met antihypertensiva gedurende 12 uur vóór en tijdens elke infusie te onderbreken, omdat hypotensie zich als symptoom van infusiegerelateerde reacties tijdens infusie kan voordoen.

Interacties via CYP, metaboliserende enzymen of transporteiwitten worden niet verwacht.

Zwangerschap

Van immunoglobulinen is bekend dat zij de placenta passeren. Van ocrelizumab zijn er relatief weinig gegevens.
Teratogenese: Bij dieren geen aanwijzingen voor teratogene effecten.
Farmacologische effecten: Tijdelijke perifere B-celdepletie en lymfopenie bij de pasgeborene is gemeld bij gebruik van andere anti-CD20 antilichamen.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken. Controleer kinderen die tijdens zwangerschap aan ocrelizumab zijn blootgesteld op B-celdepletie en overweeg vaccinatie met levende of verzwakte vaccins uit te stellen totdat de B-celwaarde van het kind is hersteld; de duur van de B-celdepletie is onbekend.
Overig: Een vruchtbare vrouw dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen gedurende én tot ten minste 12 maanden na de therapie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: ja (bij dieren); onbekend (bij mensen).
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

  • actieve infecties;
  • ernstig immuungecompromitteerde patiënten;
  • actieve maligniteiten.

Waarschuwingen en voorzorgen

Infusiegerelateerde reacties kunnen optreden binnen 24 uur na elke infusie, maar zijn vooral gemeld tijdens de eerste infusie. Ook kunnen overgevoeligheidsreacties optreden; deze zijn mogelijk niet klinisch te onderscheiden van infusiegerelateerde reacties. Overgevoeligheidsreacties treden meestal op bij volgende infusies; denk hieraan bij optreden van ernstiger symptomen dan bij de eerste infusie of bij nieuwe ernstige symptomen. Bij optreden van ernstige infusiegerelateerde reacties (IRR) op de longen of van overgevoeligheidsreacties de infusie direct staken; zie ook de rubriek dosering. Na het einde van elke infusie de patiënt nog ten minste 1 uur observeren op mogelijke symptomen van IRR en deze waarschuwen dat een IRR zich nog tot 24 uur na infusie kan voordoen. Patiënt niet behandelen bij bekende IgE-gemedieerde overgevoeligheid voor ocrelizumab.

Stel bij een actieve infectie behandeling uit totdat de infectie is bestreden.

Controleer vóór de behandeling de immuunstatus, omdat immuungecompromitteerde patiënten (lymfopenie, neutropenie, hypogammaglobulinemie) niet mogen worden behandeld. Bij patiënten die eerder zijn behandeld met immunosuppressieve of immunomodulerende geneesmiddelen (zoals andere MS middelen) rekening houden met de werkingswijze en de werkingsduur vanwege een eventueel additief effect op het immuunsysteem.

Wees voorzichtig bij slikproblemen, vanwege meer kans op ernstige pneumonie.

Progressieve multifocale leuko-encefalopathie (PML) is niet uitgesloten omdat bij andere anti-CD20 antilichamen en bij andere MS-middelen infectie met JC-virus is gezien. Wees daarom alert op vroege symptomen van PML zoals een nieuw neurologisch symptoom of verergering daarvan. Bij vermoeden van PML behandeling onderbreken en een MRI, bevestigende testen naar JC viraal DNA in het hersenvocht en herhaalde neurologische beoordelingen overwegen. Bij bevestiging van PML de behandeling permanent staken.

Heractivering van hepatitis B virus is gemeld bij behandeling met andere anti-CD20 antilichamen met soms fulminante hepatitis, leverfalen en overlijden. Daarom vóór behandeling testen op HBV. Patiënten met actieve HBV niet behandelen met ocrelizumab. Dragers van HBV en patiënten met een positieve serologie eerst verwijzen naar een expert in leverziekten en vervolgens behandelen volgens de lokale medische standaard om heractivering van hepatitis B te voorkomen.

Bij risicofactoren voor maligne tumoren en bij patiënten die worden gecontroleerd op recidieven van maligne tumoren voor- en nadelen van behandeling afwegen; zie ook de rubriek contra-indicaties.

Vaccinaties. Vaccineer patiënten tijdens behandeling niet met levende of verzwakte vaccins en niet totdat B-celrepletie is bereikt (dit duurde in de klinische onderzoeken mediaan 72 weken). Tijdens behandeling wordt vaccinatie met geïnactiveerd seizoensgebonden griepvaccin aanbevolen. Kijk vóór behandeling met ocrelizumab de immuunstatus van de patiënt na. Indien vaccinatie nodig is, dan moet deze ten minste 6 weken vóór behandeling met ocrelizumab zijn voltooid.

Vaccinatie van neonaten en zuigelingen na blootstelling in de baarmoeder. Stel vaccinatie met levende of verzwakte vaccins uit tot de B-celwaarden zijn hersteld; bepaal daarom vóór vaccinatie de CD19-positieve B-celspiegels. Dien alle andere vaccinaties met levende of verzwakte vaccins volgens het lokale vaccinatieschema toe; overweeg vervolgens meting van de door het vaccin geïnduceerde antilichaamtiters, om na te gaan of een beschermende immuunrespons is verkregen.

Onderzoeksgegevens: er zijn geen gegevens over het gebruik bij kinderen (< 18 j.) en bij matig tot ernstig verminderde nier- of leverfunctie. Er zijn weinig gegevens over het gebruik bij een leeftijd > 55 jaar en bij licht verminderde nier- of leverfunctie.

Overdosering

Neem voor informatie over een vergiftiging met ocrelizumab contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Recombinant gehumaniseerd anti-CD20 monoklonaal antilichaam, dat zich selectief richt op B-cellen die CD20 tot expressie brengen. Het geeft fagocytose en celdood van B-cellen die CD20 tot expressie brengen. De capaciteit voor B-celreconstitutie en vooraf bestaande humorale immuniteit blijft behouden. Snelle B-celdepletie treedt op 14 dagen na start van de therapie (en blijft behouden gedurende de gehele therapie). In onderzoek bedroeg na de laatste infusie de mediane tijd tot aanvullen van B-cellen (B-celrepletie) 72 weken (27–174 weken). Voor de werking bij MS neemt men aan dat er immunomodulatie bij betrokken is via de vermindering in aantal en werking van B-cellen die CD20 tot expressie brengen.

Kinetische gegevens

Metaboliseringis niet onderzocht; er wordt aangenomen dat antilichamen worden afgebroken in peptiden en aminozuren (katabolisme).
T 1/2el26 dagen.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

ocrelizumab hoort bij de groep MS-middelen.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links