solifenacine

Samenstelling

Solifenacine (succinaat) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
5 mg, 10 mg

Vesicare (succinaat) Astellas Pharma bv

Toedieningsvorm
Suspensie voor oraal gebruik
Sterkte
1 mg/ml
Verpakkingsvorm
150 ml

Conserveermiddelen: methyl- en propylparahydroxybenzoëzuur. Bevat tevens: ethanol < 10 mg/ml en propyleenglycol 20 mg/ml.

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
5 mg, 10 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

solifenacine vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Bij urgency-incontinentie is blaastraining eerste keus. Indien deze onvoldoende effectief is, ondersteun dan de behandeling met een oraal anticholinergicum met gereguleerde afgifte en/of eenmaal daagse dosering (darifenacine, fesoterodine, tolterodine, solifenacine). Bespreek regelmatig of het bereikte positieve effect opweegt tegen de bijwerkingen (droge mond, obstipatie, visusstoornissen, cognitieve stoornissen).

Indicaties

Volwassenen:

  • Symptomatische behandeling van urgency-incontinentie en/of verhoogde mictiefrequentie en aandrang zoals kan voorkomen bij het overactieve blaas syndroom.

Kinderen 2 tot 18 jaar:

  • Symptomatische behandeling van overactiviteit van de detrusor bij een neurogene blaas.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Urgency-incontinentie en/of verhoogde mictiefrequentie bij het overactieve blaas syndroom:

Volwassenen (incl. ouderen):

5 mg 1×/dag, indien nodig verhogen tot 10 mg 1×/dag.

Overactiviteit van de detrusor bij neurogene blaas:

Kinderen van 2 tot 18 jaar:

De dosering hangt af van het lichaamsgewicht. Aanvangsdosering: suspensie: 9 t/m 15 kg lichaamsgewicht 2 ml 1×/dag, >15 t/m 45 kg 3 ml 1×/dag, > 45 t/m 60 kg 4 ml 1×/dag, en > 60 kg 5 ml 1×/dag. Daarna zonodig de dosis verhogen tot de laagst werkzame dosis; maximale dosering is: 9 t/m 15 kg lichaamsgewicht 4 ml 1×/dag, >15 t/m 30 kg 5 ml 1×/dag, > 30 t/m 45 kg 6 ml 1×/dag, > 45 t/m 60 kg 8 ml 1×/dag, en > 60 kg 10 ml 1×/dag.

Nierfunctiestoornis: bij een licht tot matig verminderde nierfunctie (creatinineklaring > 30 ml/min) is een aanpassing van de dosis niet nodig. Bij een ernstig verminderde nierfunctie (creatinineklaring ≤ 30 ml/min) max. 5 mg 1×/dag (volwassenen) of de aanvangsdosering (bij kinderen),

Leverfunctiestoornis: bij een licht verminderde leverfunctie (Child-Pughscore 5–6) is een aanpassing van de dosis niet nodig. Bij een matig verminderde leverfunctie (Child-Pughscore 7–9) max. 5 mg 1×/dag (volwassenen) of de aanvangsdosering (bij kinderen). Gebruik bij een ernstig verminderde leverfunctie (Child-Pughscore 10–15) is gecontra-indiceerd.

Combinatie met sterke CYP3A4-remmers: max. 5 mg 1×/dag (volwassenen) of de aanvangsdosering (bij kinderen), zie ook de rubriek Interacties. Bij matige leverinsufficiëntie (Child-Pughscore 7–9) of ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring ≤ 30 ml/min) is gelijktijdig gebruik met sterke CYP3A4-remmers gecontra-indiceerd.

Toedieningsinformatie: de tabletten heel doorslikken met wat water, met of zonder voedsel. De suspensie schudden voor gebruik; de suspensie innemen zonder voedsel omdat inname met eten of drinken een bittere smaak of een verdoofd gevoel in de mond kan veroorzaken. Na doorslikken van de suspensie een glas water nadrinken.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): droge mond.

Vaak (1-10%): misselijkheid, dyspepsie, obstipatie, buikpijn. Wazig zien.

Soms (0,1-1%): droge ogen, neusslijmvliezen, keel en huid. Gastro-oesofageale reflux. Vermoeidheid, slaperigheid. Gestoorde smaakwaarneming. Perifeer oedeem. Moeilijkheden met de mictie, cystitis, urineweginfectie.

Zelden (0,01-0,1%): urineretentie. Fecale impactie, colonobstructie, braken. Duizeligheid, hoofdpijn. Jeuk, huiduitslag.

Zeer zelden (< 0,01%): angio-oedeem met luchtwegobstructie. Erythema multiforme, urticaria. Hallucinaties, verwarde toestand.

Verder zijn gemeld: anafylactische reacties. Tachycardie, atriumfibrilleren, palpitaties, verlengde QT-tijd en 'torsade de pointes' Dysfonie. Buikklachten, verminderde eetlust, ileus. Delirium. Glaucoom . Nierfalen. Spierzwakte. Exfoliatieve dermatitis. Hyperkaliëmie, afwijkende leverenzymwaarden.

Kinderen: over het algemeen is het veiligheidsprofiel bij kinderen vergelijkbaar met die van volwassenen. De volgende bekende bijwerkingen werden bij kinderen waargenomen: droge mond, obstipatie (vooral bij maximale dosering), buikpijn, slaperigheid, urineweginfectie en verlengd QT-interval.

Interacties

Bij matige leverinsufficiëntie (Child-Pughscore 7–9) of ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring ≤ 30 ml/min) is gelijktijdig gebruik met sterke CYP3A4-remmers gecontra-indiceerd. Bij gelijktijdig gebruik van sterke CYP3A4-remmers, zoals ketoconazol, claritromycine, erytromycine, itraconazol, ritonavir en voriconazol in de overige gevallen de dosering van solifenacine verlagen; zie de rubriek Doseringen.

Comedicatie met geneesmiddelen met een duidelijk anticholinerg effect versterkt de werking en de anticholinerge bijwerkingen van solifenacine. Alvorens een andere anticholinerge therapie te starten, een week wachten na stoppen van solifenacine.

Het effect van solifenacine kan worden verminderd door parasympathicomimetica.

Solifenacine vermindert het effect van geneesmiddelen die de motoriek van het maag-darmkanaal bevorderen zoals metoclopramide en domperidon.

Wees voorzichtig met comedicatie met geneesmiddelen die oesofagitis kunnen veroorzaken of verergeren zoals bisfosfonaten.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Advies: Gebruik ontraden.

Lactatie

Overgang in de moedermelk:: Onbekend. Ja, bij dieren.
Farmacologisch effect: Een dosisafhankelijke groeistoornis bij de neonaat is gemeld bij dieren.
Advies: Gebruik ontraden.

Contra-indicaties

  • ernstige leverinsufficiëntie;
  • hemodialyse;
  • urineretentie;
  • ernstige gastro-intestinale aandoening (incl. toxisch megacolon);
  • myasthenia gravis;
  • onvoldoende gereguleerd gesloten-kamerhoekglaucoom.

Zie voor meer contra-indicaties de rubriek Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

Vóór aanvang van medicamenteuze behandeling organische oorzaken van urge en urgency-incontinentie uitsluiten, zoals een urineweginfectie, hartfalen en nierziekten.

Comorbiditeit: wees voorzichtig bij dreigende obstructie van het maag-darmkanaal of de urinewegen, bij risico van verminderde gastro-intestinale motiliteit, hiatus hernia, gastro-oesofageale reflux, autonome neuropathie, bij ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring ≤ 30 ml/min) en matige leverinsufficiëntie (Child-Pughscore 7–9).

Verlengd QT-interval en 'torsade de pointes' zijn waargenomen bij patiënten met risicofactoren hiervoor zoals hypocalciëmie, hypokaliëmie, hypomagnesiëmie, relevante hartziekte, bradycardie, comedicatie met geneesmiddelen die QT-interval verlengen en congenitaal of verworven QT-verlenging; wees extra voorzichtig bij ouderen, omdat bij hen sprake kan zijn van pro-aritmische aandoeningen.

De hulpstof propyleenglycol kan bij langdurig gebruik en/of gebruik van hoge doses, ernstige bijwerkingen geven, vooral bij een verlaagd metabolisme ervan, zoals bij jonge kinderen. Er gelden doseringslimieten; zie de informatie van de EMA: Questions and answers on propylene glycol (pdf 0,2 MB).

Onderzoeksgegevens: De werkzaamheid en veiligheid bij kinderen bij het overactieve blaassyndroom zijn nog niet vastgesteld.

Eigenschappen

Solifenacine is een competitieve cholinerge receptorantagonist met een relatieve selectiviteit voor de blaas (via M3-receptoren). Het vergroot de capaciteit van de blaas, vertraagt de eerste aandrang tot urineren en vermindert de mictiefrequentie bij een hyperactieve blaas. Werking: na één week en neemt verder toe over een periode van 12 weken. Het maximale effect is na minimaal 4 weken vast te stellen.

Kinetische gegevens

Fca. 90%.
T max4–12 uur.
Eiwitbindingca. 98%.
V d8,6 l/kg.
Metaboliseringin grote mate in de lever met name via CYP3A4. Er is één werkzame metaboliet (4–hydroxy solifenacine).
Eliminatievoornamelijk als metabolieten met de urine (ca. 70%) en de feces (23%).
T 1/2el45–68 uur, bij ernstige nierinsufficiëntie 72–109 uur, bij matige leverinsufficiëntie 90–136 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

solifenacine hoort bij de groep urologische spasmolytica.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links