Samenstelling

Erythrocine (als lactobionaat) Amdipharm Ltd

Toedieningsvorm
Poeder voor i.v. infusievloeistof
Sterkte
1000 mg

Erythrocine (als stearaat) Amdipharm Ltd

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
250 mg

Bevat tevens: magnesiumhydroxide.

Erythrocine-ES (als ethylsuccinaat) Amdipharm Ltd

Toedieningsvorm
Granulaat voor suspensie (kersensmaak)
Sterkte
25 mg/ml
Verpakkingsvorm
100 ml

Bevat tevens: sucrose 22 mg/ml, natrium 12 mg/ml, zonnegeel, amarant.

Toedieningsvorm
Granulaat voor suspensie (kersensmaak)
Sterkte
50 mg/ml
Verpakkingsvorm
100 ml

Bevat tevens: sucrose 40 mg/ml, natrium 12 mg/ml, zonnegeel, amarant.

Toedieningsvorm
Tablet, suikervrij
Sterkte
500 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

In het algemeen: Bij infecties met Gram-positieve kokken zijn de penicillinen, voor zover geen resistentie of β-lactamasevorming optreedt, nog steeds de middelen van eerste keus. Erytromycine (of een andere macrolide) komt in aanmerking indien er sprake is van penicillineresistentie of penicillineovergevoeligheid en voorts bij de onder Eigenschappen genoemde verwekkers, daar waar penicillinen niet werkzaam zouden zijn.

Bij acute faryngotonsillitis is bestrijding van de pijn met paracetamol, eerste keus. Antibiotica zijn zelden geïndiceerd. Bij ernstige faryngotonsillitis, bij immuundeficiëntie of op advies van de GGD kan gekozen worden voor een smalspectrum-penicilline zoals feneticilline of fenoxymethylpenicilline. Bij een penicilline-overgevoeligheid is azitromycine gedurende drie dagen eerste keus. Bij een peritonsillair infiltraat of bij onvoldoende effect van een behandeling met smalspectrum penicillinen wordt gekozen voor amoxicilline/clavulaanzuur. Erytromycine heeft vanwege de meeste ervaring de voorkeur bij penicilline-overgevoeligheid in combinatie met zwangerschap of borstvoeding.

Een acute rinosinusitis geneest vrijwel altijd vanzelf. Pijnstillers (paracetamol), stomen en de nasale toediening van een zoutoplossing of een decongestivum kunnen verlichting geven van de klachten. Antibiotica zijn doorgaans niet nodig. Geef antibiotica bij vermoeden van een bacteriële ontsteking en ernstig ziek zijn en overweeg antibiotica bij een verminderde weerstand en bij koorts die langer dan vijf dagen aanhoudt of opnieuw optreedt. Voor de keuze van antibiotica voor de empirische therapie zie acute rinosinusitis.

Bij een bacteriële community-acquired pneumonie (CAP) is behandeling met antibiotica altijd aangewezen. De verwekker van een pneumonie is bepalend voor de keuze van het antibioticum, maar bij een onbekende verwekker is de ernst van de pneumonie bepalend voor de keuze van het antibioticum. Bij behandeling van milde pneumonie (C(U)RB-65 score: 0–1, PSI-klasse: I-II) heeft orale toediening van amoxicilline de voorkeur; bij overgevoeligheid of een contra-indicatie hiervoor komen bij zwangeren/vrouwen in de lactatieperiode azitromycine of claritromycine in aanmerking. Bij een matig-ernstige pneumonie (CURB-65 score: 2, PSI-klasse III-IV) is intraveneuze toediening van benzylpenicilline of amoxicilline aangewezen. Bij een ernstige pneumonie (CURB-65 score: > 2, PSI-klasse: V) die op een normale afdeling wordt behandeld is monotherapie met een i.v. cefalosporine (cefotaxim, ceftriaxon of cefuroxim) aangewezen. Bij een ernstige pneumonie (CURB-65 score: > 2, PSI-klasse: V) die op een intensivecare-afdeling wordt behandeld is monotherapie met i.v. moxifloxacine dan wel i.v. combinatietherapie van antibiotica aangewezen (ciprofloxacine met ofwel cefotaxim of ceftriaxon of cefuroxim). Erytromycine i.v. heeft in verband met ongunstige farmacodynamische eigenschappen (incl. QT-verlenging en CYP3A4-geneesmiddelinteracties) niet meer de voorkeur in de combinatietherapie.

De behandeling van acne vulgaris wordt bepaald door de ernst van de acne en de eerder toegepaste (zelf)behandeling. Behandel milde acne in eerste instantie met benzoylperoxide 5% of een lokaal retinoïde; combineer dit bij onvoldoende effect met een lokaal antibioticum. Start direct met een lokaal antibioticum in combinatie met benzoylperoxide 5% of een lokaal retinoïde bij matig-ernstige acne. Vervang bij onvoldoende effect het lokaal antibioticum door een oraal antibioticum. Start direct met een oraal antibioticum in combinatie met benzoylperoxide 5% of een lokaal retinoïde bij ernstige acne. Bij onvoldoende effect van een oraal antibioticum kan bij (matig-)ernstige acne als laatste alternatief isotretinoïne worden voorgeschreven, waarbij de lokale therapie vervalt. Combineer lokale en orale antibiotica altijd met benzoylperoxide of een lokaal retinoïde; de combinatie werkt sneller en is effectiever en voorkomt of reduceert hiermee bacteriële resistentie. Van de orale antibiotica gaat de voorkeur uit naar doxycycline bij de behandeling van acne. Bij zwangerschap is erytromycine eerste keus.

Probeer met hygiënische maatregelen uitbreiding van bacteriële huidinfecties of besmetting van anderen tegen te gaan. Behandel oppervlakkige bacteriële huidinfecties met een lokaal antimicrobieel middel. Bij impetigo en impetiginisatie heeft lokaal fusidinezuur de voorkeur. Bij diepe huidinfecties zijn meestal orale antibiotica geïndiceerd of is operatief ingrijpen noodzakelijk. Bij orale antimicrobiële behandeling heeft een smalspectrum-penicilline de voorkeur. Macroliden (met name azitromycine of claritromycine) zijn een alternatief wanneer bijvoorbeeld penicillinen niet worden verdragen. Bij bijtwonden heeft een breedspectrum-penicilline de voorkeur. Erytromycine heeft ten opzichte van de andere macroliden een ongunstiger farmacokinetisch profiel (variabele orale biologische beschikbaarheid, korte eliminatiehalfwaardetijd) en geeft relatief vaak gastro-intestinale problemen.

Na een tekenbeet kan worden afgewacht of preventief worden behandeld met een eenmalige dosering doxycycline of azitromycine. Erythema migrans behandelen met doxycycline. Amoxicilline of azitromycine zijn een alternatief indien doxycycline gecontra-indiceerd is.

Indicaties

Infecties veroorzaakt door voor erytromycine gevoelige micro-organismen:

  • faryngitis, sinusitis, community-acquired pneumonie (CAP); in het bijzonder veroorzaakt door atypische pathogenen (zoals Chlamydia en Mycoplasma), legionellose door Legionella pneumophila);
  • ongecompliceerde infecties van huid en weke delen (zoals cellulitis, erysipelas, furunkels en karbunkels);
  • non-gonokokkenurethritis.

Profylaxe van:

  • reumatische koorts;

En verder:

  • acne.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Infecties beschreven binnen de rubriek Indicaties, de profylaxe van reumatische koorts:

Volwassenen en kinderen vanaf 15 jaar:

Oraal: Bij lichte tot matige infecties 2 g per dag in verdeelde doses. Bij ernstige infecties tot 4 g per dag in verdeelde doses.

Kinderen van 1 tot 15 jaar:

Oraal: Bij lichte tot matig infecties 30–50 mg/kg lichaamsgewicht per dag in verdeelde doses; max. dosis per dag: 1500 mg (12–15 jaar), 1000 mg (8–12 jaar), 750 mg (4–8 jaar), 500 mg (1–4 jaar). Bij ernstige infecties kan de dosis (en de max. dosis) worden verdubbeld.

Volwassenen en kinderen vanaf 8 jaar:

I.v.: bij lichte tot matige infecties 25 mg/kg lichaamsgewicht/dag bij voorkeur door middel van continue i.v. infusie, max. 2 g/24 uur. Als intermitterende i.v. infusie 250-500 mg elke 6 uur (toedienen gedurende 60 minuten voor elke afzonderlijke dosis). Bij ernstige infecties 50 mg/kg lichaamsgewicht /dag bij voorkeur door middel van continue i.v. infusie, max. 4 g/24 uur. .

Kinderen van 2-8 jaar:

I.v.: 30-50 mg/kg lichaamsgewicht/dag als intermitterende infusie gedurende 60 min in 2-4 verdeelde doses, max. 1 g/24 uur.

Kinderen van < 2 jaar:

I.v.: 30-50 mg/kg lichaamsgewicht/dag als intermitterende infusie gedurende 60 min in 2-4 verdeelde doses, max. 500 mg/24 uur.

Kinderen tot 1 maand:

I.v.: 10–12,5 mg/kg lichaamsgewicht elke 6 uur als intermitterende infusie gedurende 60 min , max. 500 mg/24 uur.

Acne

Volgens de NHG-standaard Acne (2017): oraal 2×/dag 250-500 mg, gedurende minimaal 6 weken, maximaal 3 maanden. Daarna onderhoud met lokale therapieën.

Toedieningsinformatie: Niet toedienen als i.v.-push- of bolusinjectie, omdat te snelle i.v.-toediening kan leiden tot hypotensie, verlenging van het QT-interval en mogelijk aritmie. Continue infusie verdient de voorkeur vanwege de langzamere infusiesnelheid (volw. max. 500 mg/uur) en de lagere concentraties erytromycine. Intermitterende infusie (infunderen gedurende 60 min) met intervallen die niet groter zijn dan 6 uur is eveneens mogelijk. Intraveneuze toediening zo spoedig mogelijk vervangen door orale toediening. De suspensie tijdens of direct na de maaltijd innemen, de tablet een uur ervóór.

Bijwerkingen

Zelden: (0,01-0,1%): pseudomembraneuze colitis.

Zeer zelden (< 0,01%): voorbijgaande verwardheid, stuipen, convulsies, vertigo. Vooral bij gebruik van hoge doses (voorbijgaande) doofheid.

Verder zijn gemeld:

  • cardiovasculair: hypotensie, hartritmestoornissen inclusief ventriculaire tachyaritmie, palpitaties, QT–verlenging, 'torsade de pointes';
  • angio-oedeem, anafylactische reacties;
  • gastro-intestinaal: misselijkheid, braken, buikpijn, diarree (incl. Clostridium difficile-geassocieerde), anorexie. Pancreatitis. Cholestatische hepatitis, icterus, hepatomegalie, hepatocellulaire hepatitis, stijging van leverenzymwaarden, leverfalen;
  • nierinsufficiëntie, interstitiële nefritis;
  • dermaal: huiduitslag, jeuk, urticaria, Stevens–Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse, erythema multiforme, acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP);
  • hypermagnesiëmie (tablet met erytromycinestearaat), met name bij nierinsufficiëntie;
  • overig: hallucinaties; (aspecifieke) pijn op de borst; koorts; malaise; verminderd gezichtsvermogen; oorsuizen; eosinofilie.

Interacties

Erytromycine is een matig-sterke remmer van CYP3A4 en is zelf substraat voor CYP3A4.

Contra-indicaties: combinatie met vaatvernauwende ergot-alkaloïden (zoals ergotamine); combinatie met pimozide, domperidon, astemizol of terfenadine wegens mogelijk fatale cardiovasculaire gebeurtenissen; combinatie met lovastatine of simvastatine wegens rabdomyolyse.

Wees voorzichtig (controleer de serumspiegels) bij combinatie met geneesmiddelen die voornamelijk door CYP3A4 worden gemetaboliseerd en ook een nauwe therapeutische breedte hebben (bv. bromocriptine, fentanyl, alprazolam, midazolam, kinidine, ciclosporine, tacrolimus en sommige HIV–proteaseremmers). Matige tot sterke remmers van CYP3A4 (bv. fluconazol, itraconazol, ketoconazol, indinavir, ritonavir, saquinavir, grapefruitsap, claritromycine (na recent gebruik)) verhogen de plasmaspiegels van erytromycine. Combinatie met sterke inductoren van CYP3A4 (bv. fenytoïne, fenobarbital, carbamazepine, oxcarbazepine, rifampicine, rifabutine, sint–janskruid) vermijden omdat dit tot subtherapeutische spiegels van erytromycine kan leiden; houd er rekening mee dat het inducerende effect gedurende 2 weken na het staken van deze middelen aanhoudt.

Erytromycine antagoneert de werking van clindamycine, lincomycine, tetracyclinen, colistine, chlooramfenicol en mogelijk ook van penicillinen en cefalosporinen (waarbij in ieder geval in vitro antagonisme bestaat).

Comedicatie met verapamil kan leiden tot hypotensie, bradyaritmieën en lactaatacidose.

De digoxinespiegel kan stijgen.

Er zijn meldingen van een toegenomen antistollende werking van vitamine K-antagonisten.

Erytromycine verhoogt de serumspiegel van theofylline; gelijktijdige orale inname kan bovendien de erytromycinespiegel verlagen tot subtherapeutische waarden.

Er zijn meldingen van colchicinetoxiciteit als erytromycine samen met colchicine wordt gebruikt.

Cimetidine kan leiden tot verhoogde plasmaconcentraties van erytromycine.

Door alkalisering van de urine als gevolg van de magnesiumhydroxide in de tablet met erytromycinestearaat kan de uitscheiding van geneesmiddelen bv. salicylaten toenemen.

Zwangerschap

Erytromycine passeert de placenta. De foetale circulatie bevat 6–20% van de serumconcentratie van de moeder.
Teratogenese: Gegevens uit een groot aantal zwangerschappen duiden niet op schadelijke effecten op de zwangerschap of het kind; iets meer kans op cardiovasculaire afwijkingen is in een enkele studie van beperkte omvang gezien, maar niet bevestigd in verschillende grotere studies.
Advies: Kan (voor zover bekend zonder gevaar) volgens voorschrift worden gebruikt.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, de moedermelk bevat 50% van de serumconcentratie.
Farmacologisch effect: Meer kans op infantiele hypertrofe pylorusstenose (IHPS) is niet aangetoond.
Advies: Kan (voor zover bekend zonder gevaar) volgens voorschrift worden gebruikt.

Contra-indicaties

  • ernstige leverinsufficiëntie;
  • overgevoeligheid voor macroliden.

Zie ook de rubriek Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

Er bestaat kruisresistentie tussen de macroliden onderling en met de lincomycinen.

Wees voorzichtig bij licht tot matig gestoorde leverfunctie en bij nierfunctiestoornissen; tijdens de therapie nauwlettend controleren op tekenen van cumulatie van erytromycine.

Bij macroliden zoals erytromycine zijn ernstige allergische reacties gemeld, zoals acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP). Staak bij symptomen van allergie de behandeling.

Erytromycine is geassocieerd met verlenging van het QT-interval en 'torsade de pointes'. Vermijd de toepassing bij risicopatiënten. Bij i.v. toediening wordt hartbewaking aanbevolen.

Bij myasthenia gravis kan erytromycine de symptomen van zwakte verergeren.

Superinfecties: langdurige of herhaalde toediening kan de groei van ongevoelige organismen of schimmels in de hand werken. Bij het optreden van ernstige diarree, de diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen.

Pylorusstenose: Er zijn aanwijzingen dat orale toediening bij neonaten meer kans geeft op hypertrofe pylorusstenose; deze diagnose overwegen bij overgeven of irritatie bij het voeden.

Er zijn aanwijzingen dat erytromycine de foetus niet in adequate hoeveelheden bereikt om congenitale syfilis te voorkomen.

De kleurstoffen in het granulaat kunnen allergische reacties veroorzaken.

De tablet met erytromycinestearaat bevat magnesiumhydroxide, dat bij jonge kinderen hypermagnesiëmie kan veroorzaken, vooral bij nierinsufficiëntie of dehydratatie.

Beïnvloeding diagnostische testen: erytromycine interfereert met de fluorometrische bepaling van catecholaminen in de urine.

Eigenschappen

Bacteriostatisch antibioticum behorend tot de macroliden. Erytromycine onderdrukt de eiwitsynthese door zich te binden aan de 50S ribosomale subunits van gevoelige micro–organismen. Het is het meest werkzaam in een alkalisch milieu. Erytromycine wordt als base of stearaat snel ontleed door maagzuur, als ethylsuccinaat slechts gedeeltelijk.

Doorgaans gevoelig zijn: Corynebacterium diphtheriae, Chlamydia pneumoniae, Chlamydia trachomatis, Legionella pneumophila, Mycoplasma pneumoniae, Mycoplasma genitalium, Staphylococcus aureus, Streptococcus pyogenes, Streptococcus viridans en Ureaplasma urealyticum.

Verworven resistentie kan een probleem zijn bij: Haemophilus influenzae, Moraxella catarrhalis en Streptococcus pneumoniae.

Inherent resistent is: Neisseria gonorrhoeae.

Kinetische gegevens

Overigna orale toediening wordt erytromycinestearaat tijdens de darmpassage volledig omgezet in erytromycine base. Erytromycine–ethylsuccinaat wordt zowel in de darm als in het bloed door hydrolase omgezet in erytromycine-base. Erytromycine-base en erytromycine–ethylsuccinaat worden in het duodenum geabsorbeerd.
T maxoraal 1–2 uur.
Overigpenetratie in weefsels: goed. Bij ontstoken meninges bedraagt de concentratie in de liquor 10–20% van de serumconcentratie.
Eiwitbinding(m.n. aan α-globulinen): ca. 90%.
Metaboliseringruim 50% in de lever via CYP3A4 tot niet-actieve metabolieten. Bij gestoorde leverfunctie kan cumulatie optreden.
Eliminatievnl. (ca. 90%) met de feces; ca. 5% als actieve stof met de urine.
T 1/2el1–2 uur; bij anurische patiënten verlengd tot 6 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd