Geneesmiddelenoverzicht macroliden

Deze hoofdrubriek bevat 9 rubrieken:

Meer informatie over acute rinosinusitis. Meer informatie over bacteriële huidinfecties. Meer informatie over community-acquired pneumonie (CAP). Meer informatie over otitis media acuta. Meer informatie over acute faryngotonsillitis. Meer informatie over seksueel overdraagbare aandoeningen. Meer informatie over conjunctivitis. Meer informatie over peptische ulcera met positieve Helicobacter pylori-test. Meer informatie over acne vulgaris. Een volledig overzicht van alle indicaties per geneesmiddel kunt u vinden in de geneesmiddelteksten.

macroliden

Werking

Werkingsmechanisme

Macroliden:

  • binden zich aan de 50S–ribosomale subunit waardoor bacteriële eiwitsynthese wordt geremd;
  • zijn doorgaans bacteriostatisch maar kunnen soms bactericide werken afhankelijk van de dosering en het micro-organisme.

Effect

  • klaring van een bacteriële infectie;
  • preventie van een bacteriële infectie.

Meer informatie

Macroliden hebben op de meeste bacteriën een bacteriostatische werking door remming van de eiwitsynthese. Afhankelijk van onder meer de concentratie van het antibioticum, de bacteriesoort en de groeisnelheid ervan, kunnen ze ook een bactericide werking hebben. Veelvuldig of langdurig gebruik van macroliden veroorzaakt bacteriële resistentie. Hierbij is meestal sprake van kruisresistentie met clindamycine. Clindamycine en macroliden hebben een vrijwel identieke werking en antimicrobieel spectrum; daarnaast kunnen ze het effect van penicillinen en cefalosporinen antagoneren. Een bijzonderheid is dat de werking van de macroliden ook door clindamycine geantagoneerd wordt. Dit berust op competitie ter hoogte van een gemeenschappelijk aangrijpingspunt in de bacterie. Ribosomale methylering leidt tot kruisresistentie. Er bestaat vrijwel volledige kruisresistentie tussen macroliden onderling.

Het werkingsspectrum van de macroliden lijkt op dat van benzylpenicilline, maar is iets breder. Binnen het therapeutisch bereik vallen niet alleen de voor penicilline gevoelige bacteriën, maar ook in veel gevallen infecties veroorzaakt door Staphylococcus aureus en door Haemophilus influenzae waarbij de activiteit van erytromycine tegen H. influenzae overigens geringer is dan die van de nieuwe macroliden. Verder betreft het Mycoplasma pneumoniae (oorzaak van 'atypische' pneumonie), Campylobacter jejuni (oorzaak van enteritis), Legionella (oorzaak van 'veteranen'-pneumonie, 'legionairsziekte'), M. catarrhalis en ook Borrelia burgdorferi (oorzaak van erythema migrans en de ziekte van Lyme). Ook Rickettsia, Chlamydia trachomatis en Chlamydia pneumoniae zijn tamelijk gevoelig. Claritromycine is van de macroliden het meest werkzaam gebleken tegen Helicobacter pylori. Claritromycine en azitromycine blijken ook werkzaam tegen atypische mycobacteriën, zoals Mycobacterium avium intracellulare.

Meer informatie over welke bacteriën doorgaans wel of niet gevoelig zijn voor een bepaald macrolide is te vinden in de geneesmiddeltekst van het betreffende antibioticum, in de rubriek Eigenschappen. Op termijn wordt in deze groepstekst een tabel geplaatst waarin de gevoeligheid van verschillende veelvoorkomende pathogene bacteriën voor macroliden en andere antibiotica uiteen wordt gezet. In de groepstekst cefalosporinen is al een dergelijke tabel opgenomen, met als referentie de penicillinen.

Typerende bijwerkingen

Relatief frequent:

  • gastro-intestinale bijwerkingen, m.n. met verhoging van de maag-darmmotiliteit, pijn in epigastrio, vooral bij hogere dosering orale erytromycinepreparaten. Echter ook intraveneuze toediening geeft buikkrampen, misselijkheid, braken en diarree, doordat erytromycine aangrijpt op motiline-receptoren [1,2]. Ook claritromycine en azitromycine geven deze bijwerkingen, meestal minder frequent dan bij erytromycine [1,2];
  • hartritmestoornissen incl. QT-verlenging met ventriculaire tachycardie en/of 'torsade de pointes' vaak bij patiënten met risicofactoren (hypokaliëmie, hypomagnesiëmie, uitgesproken bradycardie, bij gebruik van anti-aritmica of andere middelen die het QT-interval verlengen) [1]. Van alle groepen antibiotica lijken QT-verlenging en 'torsade de pointes' het meest voor te komen bij de macroliden [2].

Minder frequent:

  • cholestatische hepatitis, gekenmerkt door aanvankelijk misselijkheid, braken, buikkrampen na ca. 10–20 dagen van behandeling, waarna geelzucht, koorts, leukocytose, eosinofilie en stijging van levertransaminasen optreden [1];
  • overgevoeligheidsreacties zoals koorts, eosinofilie en verscheidene typen huiduitslag;
  • tijdelijke vermindering van het gehoor en oorsuizen. Dit wordt met name gezien bij hoge parenterale doses erytromycine [1], echter is ook gemeld bij de orale toediening van azitromycine en claritromycine.

Literatuur:

  1. Brunton LL, et al. (eds). Goodman & Gilman’s The pharmacological basis of therapeutics. 12th ed. New York: McGraw-Hill, 2011.
  2. Aronson JK, et al. (eds). Meyler's side effects of drugs. 16th ed. Amsterdam: Elsevier, 2016.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Indicaties

Vergelijken

macroliden vergelijken met een andere geneesmiddelgroep.