erytromycine (systemisch)

Samenstelling

Erythrocine (als lactobionaat) Amdipharm Ltd

Toedieningsvorm
Poeder voor i.v.-infusievloeistof
Sterkte
1000 mg

Erythrocine (als stearaat) Amdipharm Ltd

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
250 mg

Bevat tevens: magnesiumhydroxide.

Erythrocine-ES (als ethylsuccinaat) Amdipharm Ltd

Toedieningsvorm
Granulaat voor suspensie (kersensmaak)
Sterkte
25 mg/ml
Verpakkingsvorm
100 ml

Bevat tevens: sucrose 22 mg/ml, natrium 12 mg/ml, zonnegeel, amarant.

Toedieningsvorm
Granulaat voor suspensie (kersensmaak)
Sterkte
50 mg/ml
Verpakkingsvorm
100 ml

Bevat tevens: sucrose 40 mg/ml, natrium 12 mg/ml, zonnegeel, amarant.

Toedieningsvorm
Tablet, suikervrij
Sterkte
500 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

erytromycine (systemisch) vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

In het algemeen: Bij infecties met Gram-positieve kokken zijn de penicillinen, voor zover geen resistentie of β-lactamasevorming optreedt, nog steeds de middelen van eerste keus. Erytromycine (of een andere macrolide) komt in aanmerking indien er sprake is van penicillineresistentie of penicillineovergevoeligheid en voorts bij de onder Eigenschappen genoemde verwekkers, daar waar penicillinen niet werkzaam zouden zijn.

Bij acute faryngotonsillitis is bestrijding van de pijn met paracetamol, eerste keus. Antibiotica zijn zelden geïndiceerd. Bij ernstige faryngotonsillitis, bij immuundeficiëntie of op advies van de GGD kan gekozen worden voor een smalspectrum-penicilline zoals feneticilline of fenoxymethylpenicilline. Bij een penicilline-overgevoeligheid is azitromycine gedurende drie dagen eerste keus. Bij een peritonsillair infiltraat of bij onvoldoende effect van een behandeling met smalspectrum penicillinen wordt gekozen voor amoxicilline/clavulaanzuur. Erytromycine heeft vanwege de meeste ervaring de voorkeur bij penicilline-overgevoeligheid in combinatie met zwangerschap of borstvoeding.

Een acute rinosinusitis geneest vrijwel altijd vanzelf. Pijnstillers (paracetamol), stomen en de nasale toediening van een zoutoplossing of een decongestivum kunnen verlichting geven van de klachten. Antibiotica zijn doorgaans niet nodig. Geef antibiotica bij vermoeden van een bacteriële ontsteking en ernstig ziek zijn en overweeg antibiotica bij een verminderde weerstand en bij koorts die langer dan vijf dagen aanhoudt of opnieuw optreedt. Voor de keuze van antibiotica voor de empirische therapie zie acute rinosinusitis.

Bij een bacteriële community-acquired pneumonie (CAP) is behandeling met antibiotica altijd aangewezen. De verwekker van een pneumonie is bepalend voor de keuze van het antibioticum, maar bij een onbekende verwekker is de ernst van de pneumonie bepalend voor de keuze van het antibioticum. Bij behandeling van milde pneumonie (C(U)RB-65 score: 0–1, PSI-klasse: I-II) heeft orale toediening van amoxicilline de voorkeur; bij overgevoeligheid of een contra-indicatie hiervoor komen bij zwangeren/vrouwen in de lactatieperiode azitromycine of claritromycine in aanmerking. Bij een matig-ernstige pneumonie (CURB-65 score: 2, PSI-klasse III-IV) is intraveneuze toediening van benzylpenicilline of amoxicilline aangewezen. Bij een ernstige pneumonie (CURB-65 score: > 2, PSI-klasse: V) die op een normale afdeling wordt behandeld is monotherapie met een i.v.-cefalosporine (cefotaxim, ceftriaxon of cefuroxim) aangewezen. Bij een ernstige pneumonie (CURB-65 score: > 2, PSI-klasse: V) die op een intensivecare-afdeling wordt behandeld is monotherapie met i.v.-moxifloxacine dan wel i.v.-combinatietherapie van antibiotica aangewezen (ciprofloxacine met ofwel cefotaxim of ceftriaxon of cefuroxim). Erytromycine i.v. heeft in verband met ongunstige farmacodynamische eigenschappen (incl. QT-verlenging en CYP3A4-geneesmiddelinteracties) niet meer de voorkeur in de combinatietherapie.

Offlabel: De medicamenteuze behandeling van soa’s is afhankelijk van het type verwekker en het resistentiepatroon. Maak de keuze voor een middel daarom op geleide van de diagnose. Geef voorlichting over veilig vrijen en partnerwaarschuwing. Eerste keus bij urogenitale en/of cervicale chlamydia-infectie is azitromycine. Tweede keus is doxycycline. Bij rectale infectie is doxycycline eerste keus.

De behandeling van acne vulgaris wordt bepaald door de ernst van de acne en de eerder toegepaste (zelf)behandeling. Behandel milde acne in eerste instantie met benzoylperoxide 5% of een lokaal retinoïde; combineer dit bij onvoldoende effect met een lokaal antibioticum. Start direct met een lokaal antibioticum in combinatie met benzoylperoxide 5% of een lokaal retinoïde bij matig-ernstige acne. Vervang bij onvoldoende effect het lokaal antibioticum door een oraal antibioticum. Start direct met een oraal antibioticum in combinatie met benzoylperoxide 5% of een lokaal retinoïde bij ernstige acne. Bij onvoldoende effect van een oraal antibioticum kan bij (matig-)ernstige acne als laatste alternatief isotretinoïne worden voorgeschreven, waarbij de lokale therapie vervalt. Combineer lokale en orale antibiotica altijd met benzoylperoxide of een lokaal retinoïde; de combinatie werkt sneller en is effectiever en voorkomt of reduceert hiermee bacteriële resistentie. Van de orale antibiotica gaat de voorkeur uit naar doxycycline bij de behandeling van acne. Bij zwangerschap is erytromycine eerste keus.

Probeer met hygiënische maatregelen uitbreiding van bacteriële huidinfecties of besmetting van anderen tegen te gaan. Behandel oppervlakkige bacteriële huidinfecties met een lokaal antimicrobieel middel. Bij impetigo en impetiginisatie heeft lokaal fusidinezuur de voorkeur. Bij diepe huidinfecties zijn meestal orale antibiotica geïndiceerd of is operatief ingrijpen noodzakelijk. Bij orale antimicrobiële behandeling heeft een smalspectrum-penicilline de voorkeur. Macroliden (met name azitromycine of claritromycine) zijn een alternatief wanneer bijvoorbeeld penicillinen niet worden verdragen. Bij bijtwonden heeft een breedspectrum-penicilline de voorkeur. Erytromycine heeft ten opzichte van de andere macroliden een ongunstiger farmacokinetisch profiel (variabele orale biologische beschikbaarheid, korte eliminatiehalfwaardetijd) en geeft relatief vaak gastro-intestinale problemen.

Na een tekenbeet kan worden afgewacht of preventief worden behandeld met een eenmalige dosering doxycycline of azitromycine. Erythema migrans behandelen met doxycycline. Amoxicilline of azitromycine zijn een alternatief indien doxycycline gecontra-indiceerd is.

Indicaties

Infecties veroorzaakt door voor erytromycine gevoelige micro-organismen:

  • faryngitis, sinusitis;
  • community-acquired pneumonie (CAP); in het bijzonder (als infusie) indien de CAP is veroorzaakt door atypische pathogenen (zoals Chlamydia en Mycoplasma) en legionellose door Legionella pneumophila);
  • ongecompliceerde infecties van huid en weke delen (zoals cellulitis, erysipelas, furunkels en karbunkels);
  • non-gonokokkenurethritis;
  • offlabel: bij lymphogranuloma venereum (veroorzaakt door Chlamydia trachomatis);
  • offlabel: infecties door Chlamydia trachomatis bij kinderen.

Profylaxe van:

  • reumatische koorts;

En verder:

  • acne.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Infecties beschreven binnen de rubriek Indicaties, de profylaxe van reumatische koorts:

Volwassenen en kinderen vanaf 15 jaar:

Oraal: Bij lichte tot matige infecties 2 g per dag in verdeelde doses. Bij ernstige infecties tot 4 g per dag in verdeelde doses.

Kinderen van 1–14 jaar:

Oraal: Bij lichte tot matig infecties 30–50 mg/kg lichaamsgewicht per dag in verdeelde doses; max. dosis per dag: 1500 mg (12–15 jaar), 1000 mg (8–12 jaar), 750 mg (4–8 jaar), 500 mg (1–4 jaar). Bij ernstige infecties kan de dosis (en de max. dosis) worden verdubbeld.

Volwassenen en kinderen vanaf 8 jaar:

I.v.: bij lichte tot matige infecties 25 mg/kg lichaamsgewicht/dag, bij voorkeur door middel van continue i.v.-infusie, max. 2 g/24 uur. Als intermitterende i.v.-infusie 250-500 mg elke 6 uur (toedienen gedurende 60 minuten voor elke afzonderlijke dosis). Bij ernstige infecties en bij immuungecompromitteerden 50 mg/kg/dag, bij voorkeur door middel van continue i.v.-infusie, max. 4 g/24 uur.

Kinderen van 2-7 jaar:

I.v.: 30-50 mg/kg lichaamsgewicht/dag als intermitterende infusie gedurende 60 min in 2-4 verdeelde doses, max. 1 g/24 uur.

Kinderen van < 2 jaar:

I.v.: 30-50 mg/kg lichaamsgewicht/dag als intermitterende infusie gedurende 60 min in 2-4 verdeelde doses, max. 500 mg/24 uur.

Kinderen tot 1 maand:

I.v.: 10–12,5 mg/kg lichaamsgewicht elke 6 uur als intermitterende infusie gedurende 60 min, max. 500 mg/24 uur.

Offlabel: lymphogranuloma venereum (veroorzaakt door Chlamydia trachomatis):

Volwassenen:

Volgens de multidisciplinaire richtlijn op p. 75 Seksueel Overdraagbare Aandoeningen (pdf 2,4 MB, update 2019): oraal: 500 mg 4×/dag, gedurende 21 dagen.

Offlabel: Chlamydia trachomatis-infectie bij kinderen:

Kinderen vanaf 1 maand:

Volgens de multidisciplinaire richtlijn op p. 77 Seksueel Overdraagbare Aandoeningen (pdf 2,4 MB, update 2019): oraal: 30-50 mg/kg lichaamsgewicht/dag in 3-4 verdeelde doses, gedurende 10-14 dagen; max. dosis per dag: 2000 mg (≥ 15 jaar), 1500 mg (12–14 jaar), 1000 mg (8–11 jaar), 750 mg (4–7 jaar), 500 mg (1 maand–3 jaar). Bij ernstige infecties kan de dosis (en de max. dosis) worden verdubbeld.

Neonaten:

Volgens de multidisciplinaire richtlijn op p. 76 Seksueel Overdraagbare Aandoeningen (pdf 2,4 MB, update 2019): oraal: 50 mg/kg lichaamsgewicht/dag in 3-4 verdeelde doses, gedurende 10-14 dagen.

Acne

Volgens de NHG-Standaard Acne (2017): oraal 2×/dag 250-500 mg, gedurende minimaal 6 weken, maximaal 3 maanden. Daarna onderhoud met lokale therapieën.

Ouderen: geen dosisaanpassing nodig.

Lever- en/of nierfunctiestoornis: geen dosisaanpassing nodig, zie wel de rubrieken Waarschuwingen en voorzorgen en Contra-indicaties.

Toedieningsinformatie:

  • Intraveneus: Niet toedienen als een i.v.-push- of bolusinjectie, omdat te snelle i.v.-toediening kan leiden tot hypotensie, verlenging van het QT-interval en mogelijk aritmie. Continue infusie verdient de voorkeur vanwege de langzamere infusiesnelheid (volw. max. 500 mg/uur) en de lagere concentraties erytromycine. Intermitterende infusie (infunderen gedurende 60 min) met intervallen die niet groter zijn dan 6 uur is eveneens mogelijk. Intraveneuze toediening zo spoedig mogelijk vervangen door orale toediening.
  • Oraal: De suspensie tijdens of direct na de maaltijd innemen, de tablet een uur ervóór.

Bijwerkingen

Zelden: (0,01-0,1%): pseudomembraneuze colitis.

Zeer zelden (< 0,01%): voorbijgaande verwardheid, stuipen, convulsies, vertigo. Vooral bij gebruik van hoge doses (voorbijgaande) doofheid.

Verder zijn gemeld:

  • cardiovasculair: hypotensie, hartritmestoornissen inclusief ventriculaire tachyaritmie, ventrikelfibrilleren, hartstilstand, palpitaties, QT–verlenging, 'torsade de pointes';
  • angio-oedeem, anafylactische reacties;
  • gastro-intestinaal: misselijkheid, braken, buikpijn, diarree (incl. Clostridioides difficile-geassocieerde), anorexie. Pancreatitis. Cholestatische hepatitis, icterus, hepatomegalie, hepatocellulaire hepatitis, stijging van leverenzymwaarden, leverfalen;
  • nierinsufficiëntie, interstitiële nefritis;
  • dermaal: huiduitslag, jeuk, urticaria, Stevens–Johnsonsyndroom (SJS), toxische epidermale necrolyse (TEN), erythema multiforme, acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP);
  • hypermagnesiëmie (tablet met erytromycinestearaat), met name bij nierinsufficiëntie;
  • overig: hallucinaties; (aspecifieke) pijn op de borst; koorts; malaise; verminderd gezichtsvermogen; oorsuizen; eosinofilie.

Interacties

Erytromycine is een matig-sterke remmer van CYP3A4 en is zelf substraat voor CYP3A4.

Contra-indicaties: combinatie met vaatvernauwende ergot-alkaloïden (zoals ergotamine); combinatie met pimozide of domperidon wegens mogelijk fatale cardiovasculaire gebeurtenissen (waaronder QT-verlenging); combinatie met simvastatine wegens rabdomyolyse.

Wees voorzichtig (controleer de serumspiegels) bij combinatie met geneesmiddelen die voornamelijk door CYP3A4 worden gemetaboliseerd en ook een nauwe therapeutische breedte hebben (bv. bromocriptine, fentanyl, alprazolam, midazolam, kinidine, ciclosporine, tacrolimus en sommige HIV–proteaseremmers). Matige tot sterke remmers van CYP3A4 (bv. fluconazol, itraconazol, ketoconazol, ritonavir, saquinavir, grapefruit-/pompelmoessap, claritromycine (na recent gebruik)) verhogen de plasmaspiegels van erytromycine. Combinatie met sterke inductoren van CYP3A4 (bv. fenytoïne, fenobarbital, carbamazepine, oxcarbazepine, rifampicine, rifabutine, sint–janskruid) vermijden omdat dit tot subtherapeutische spiegels van erytromycine kan leiden; houd er rekening mee dat het inducerende effect gedurende 2 weken na het staken van deze middelen aanhoudt.

Voorbeelden van middelen die additionele QT-verlenging kunnen geven zijn: anti-aritmica klasse Ia (zoals disopyramide, kinidine, procaïnamide), flecaïnide, anti-aritmica klasse III (zoals amiodaron, ibutilide, sotalol), bepaalde antipsychotica (zoals haloperidol, pimozide, sertindol), bepaalde antidepressiva (zoals citalopram, escitalopram), andere antibiotica (zoals azitromycine en claritromycine (na recent gebruik), levofloxacine, moxifloxacine), bepaalde antimycotica (zoals fluconazol, pentamidine), bepaalde antimalariamiddelen (zoals chloroquine, hydroxychloroquine, lumefantrine), bepaalde antihistaminica (zoals mizolastine), levomepromazine, ketoconazol, methadon, ondansetron, prucalopride, vandetanib. Sommige van deze middelen remmen hiernaast het metabolisme van erytromycine (zie hierboven); wees extra voorzichtig met die combinaties.

Erytromycine antagoneert de werking van clindamycine, tetracyclinen, colistine, chlooramfenicol en mogelijk ook van penicillinen en cefalosporinen (waarbij in ieder geval in vitro antagonisme bestaat).

Comedicatie met verapamil kan leiden tot hypotensie, bradyaritmieën en lactaatacidose.

De digoxinespiegel kan stijgen.

Er zijn meldingen van een toegenomen antistollende werking van vitamine K-antagonisten en van rivaroxaban.

Erytromycine verhoogt de serumspiegel van theofylline; gelijktijdige orale inname kan bovendien de erytromycinespiegel verlagen tot subtherapeutische waarden.

Er zijn meldingen van colchicinetoxiciteit als erytromycine samen met colchicine wordt gebruikt.

Cimetidine kan leiden tot verhoogde plasmaconcentraties van erytromycine.

Door alkalisering van de urine als gevolg van de magnesiumhydroxide in de tablet met erytromycinestearaat kan de uitscheiding van geneesmiddelen bv. salicylaten toenemen.

Zwangerschap

Erytromycine passeert de placenta. De foetale circulatie bevat 6–20% van de serumconcentratie van de moeder.
Teratogenese: Gegevens uit een groot aantal zwangerschappen duiden niet op schadelijke effecten op de zwangerschap of het kind; iets meer kans op cardiovasculaire afwijkingen is in een enkele studie van beperkte omvang gezien, maar niet bevestigd in verschillende grotere studies.
Advies: Kan worden gebruikt als de eventuele voorkeursmiddelen (bv. penicillinen, cefalosporinen) niet gebruikt kunnen worden.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in beperkte mate. De relatieve kinddosis is ca. 1,5%.
Farmacologisch effect: Of er meer kans op infantiele hypertrofische pylorusstenose (IHPS) bestaat, door blootstelling via de borstvoeding staat ter discussie, een oorzakelijk verband is niet aangetoond.
Advies: Kan waarschijnlijk veilig worden gebruikt.

Contra-indicaties

  • ernstige leverinsufficiëntie;
  • voorgeschiedenis van QT-verlenging (congenitaal of gedocumenteerde verworven QT-verlenging) of ventriculaire ritmestoornissen, waaronder 'torsade de pointes';
  • de elektrolytstoornissen hypokaliëmie en hypomagnesiëmie, vanwege de kans op verlenging van het QT-interval;
  • overgevoeligheid voor macroliden.

Zie ook de rubriek Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

Er bestaat kruisresistentie tussen de macroliden onderling en met de lincomycinen.

Bij licht tot matig gestoorde leverfunctie en bij nierfunctiestoornissen voorzichtig zijn; controleer tijdens de therapie nauwlettend op tekenen van cumulatie van erytromycine.

Ernstige allergische reacties, zoals acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP) zijn gemeld bij macroliden zoals erytromycine. Staak bij symptomen van allergie de behandeling met erytromycine.

Ongewenste cardiovasculaire uitkomsten: Er is een zeldzaam kortetermijnrisico op aritmie, myocardinfarct en cardiovasculaire sterfte aangetoond in verband met macroliden, in observationeel onderzoek. Uit epidemiologisch onderzoek naar het risico van ongewenste cardiovasculaire uitkomsten bij gebruik van macroliden, waaronder erytromycine, blijken variabele resultaten. Weeg dit bij het voorschrijven van erytromycine af tegen de voordelen van de behandeling.

Verlenging van het QT-interval is geassocieerd met het gebruik van erytromycine, door effecten ervan op de cardiale repolarisatie. Wees voorzichtig bij coronaire aandoeningen, ernstig hartfalen, geleidingsstoornissen of klinisch relevante bradycardie (< 50 slagen/min). Uiteraard ook bij gebruik van andere geneesmiddelen die het QT-interval kunnen verlengen (zie Interacties). Ouderen kunnen gevoeliger zijn voor deze effecten op het QT-interval. Zie ook de rubriek Contra-indicaties. Bij i.v.-toediening wordt hartbewaking aanbevolen.

Het gezichtsvermogen kan afnemen na blootstelling aan erytromycine. Voor sommige patiënten kan pre-existent aanwezige disfunctie van het mitochondriaal metabolisme door genetische oorzaken, zoals Lebers erfelijke optische neuropathie (LHON) en autosomaal dominante opticusatrofie (ADOA), een aanvullende rol spelen.

Bij myasthenia gravis kan erytromycine de symptomen van zwakte verergeren.

Superinfecties: langdurige of herhaalde toediening kan de overgroei door ongevoelige micro-organismen (m.n. bacteriën of schimmels) in de hand werken. Bij het optreden van ernstige aanhoudende diarree, de diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen.

Pylorusstenose: Orale toediening aan neonaten geeft meer kans op infantiele hypertrofische pylorusstenose (IHPS). Epidemiologische gegevens, o.a. uit meta-analyse, wijzen op een twee- tot drievoudige toename van de kans op IHPS na blootstelling tijdens de zuigelingentijd; meeste kans is er in de eerste 14 dagen van het leven (2,6% kans vs. tot 0,2% in de algemene bevolking). Overweeg deze diagnose bij overgeven of irritatie bij het voeden en instrueer ouders in dit geval contact op te nemen met de behandelend arts.

Er zijn aanwijzingen dat erytromycine de foetus niet in adequate hoeveelheden bereikt om congenitale syfilis te voorkomen. Kinderen van moeders die tijdens de zwangerschap tegen vroege syfilis behandeld zijn met oraal erytromycine, dienen met een passende penicillinekuur behandeld te worden.

De kleurstoffen in het granulaat kunnen allergische reacties veroorzaken.

De tablet met erytromycinestearaat bevat magnesiumhydroxide, dat bij jonge kinderen hypermagnesiëmie kan veroorzaken, vooral bij nierinsufficiëntie of dehydratie.

Beïnvloeding diagnostische testen: erytromycine interfereert met de fluorometrische bepaling van catecholaminen in de urine.

Eigenschappen

Bacteriostatisch antibioticum behorend tot de macroliden. Erytromycine onderdrukt de eiwitsynthese door zich te binden aan de 50S ribosomale subunits van gevoelige micro–organismen. Het is het meest werkzaam in een alkalisch milieu. Erytromycine wordt als base of stearaat snel ontleed door maagzuur, als ethylsuccinaat slechts gedeeltelijk.

Doorgaans gevoelig zijn: Corynebacterium diphtheriae, Chlamydia pneumoniae, Chlamydia trachomatis, Legionella pneumophila, Mycoplasma pneumoniae, Mycoplasma genitalium, Staphylococcus aureus, Streptococcus pyogenes, Streptococcus viridans en Ureaplasma urealyticum.

Verworven resistentie kan een probleem zijn bij: Haemophilus influenzae, Moraxella catarrhalis en Streptococcus pneumoniae.

Inherent resistent is: Neisseria gonorrhoeae.

Kinetische gegevens

Overigna orale toediening wordt erytromycinestearaat tijdens de darmpassage volledig omgezet in erytromycine-base. Erytromycine–ethylsuccinaat wordt zowel in de darm als in het bloed door hydrolase omgezet in erytromycine-base. Erytromycine-base en erytromycine–ethylsuccinaat worden in het duodenum geabsorbeerd.
T maxoraal 1–2 uur.
Overigpenetratie in weefsels: goed. Percentages van serumconcentraties: pleuraal, peritoneaal en synoviaal vocht: 15–30%, ascitesvocht 25–50%, spierweefsel, colon, nieren, prostaatweefsel: 30–60%. Er is ook penetratie in de gal. Bij ontstoken meninges bedraagt de concentratie in de liquor 10–20% van de serumconcentratie.
Eiwitbinding(m.n. aan α-globulinen): ca. 90%.
Metaboliseringruim 50% in de lever via CYP3A4 tot niet-actieve metabolieten. Bij gestoorde leverfunctie kan cumulatie optreden.
Eliminatievnl. (ca. 90%) met de feces; ca. 5% onveranderd met de urine.
T 1/2el1–1,5 uur bij normale nierfunctie; bij anurische patiënten verlengd tot 6 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

erytromycine (systemisch) hoort bij de groep macroliden.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links