Geneesmiddelenoverzicht alfablokkers

Deze hoofdrubriek bevat 3 rubrieken:

alfablokkers

Werking

Labetalol en carvedilol hebben naast α-blokkerende ook β-blokkerende eigenschappen en staan daarom in de groep β-blokkers (systemisch).

Werkingsmechanisme

Alfablokkers:

  • blokkeren postsynaptische α1-receptoren en/of de pre- en postsynaptische α2-receptoren in glad spierweefsel, waardoor de tonus van de gladde spieren vermindert;
  • bevorderen mogelijk apoptose van prostaatcellen van het stroma- en het epitheelweefsel.

Effect

Bij hypertensie:

  • Daling van de bloeddruk door verlaging van de perifere weerstand door tonus-verlaging van arteriolen en, in mindere mate, van venulen.

Bij BPH (benigne prostaathyperplasie):

  • Verbetering van de urinestroom door relaxatie van de gladde spieren in de prostaat en urinewegen door blokkeren van α1-receptoren in de blaashals, urethra en het spierweefsel van de prostaat.

Bij nierstenen:

  • Een gunstig effect op steenlozing en pijn is beperkt en niet klinisch relevant.

Meer informatie

α-Blokkers worden ingedeeld in de niet-selectieve α-blokkers (van zowel α1- als α2-receptoren) en de selectieve α-blokkers. De selectieve α1-blokkers (alfuzosine, doxazosine, silodosine, tamsulosine, terazosine en urapidil) hebben een grote mate van selectiviteit voor α1-receptoren en worden gebruikt bij de behandeling van benigne prostaathyperplasie en hypertensie (doxazosine en terazosine). De niet-selectieve α-blokker fentolamine wordt uitsluitend gebruikt bij hypertensieve crises. Urapidil, een selectieve α1-blokker (met daarnaast een centrale 5HT1A-agonistische werking die waarschijnlijk de afwezigheid van reflextachycardie verklaart), is alleen bij hypertensieve crises (intraveneus) en bij hypertensie (oraal) geïndiceerd; in nederland is de orale toedieningsvorm echter niet meer in de handel.

Typerende bijwerkingen

Relatief frequent:

  • hypotensieve bijwerkingen: duizeligheid, tachycardie, orthostatische hypotensie met mogelijk flauwvallen (zie ook: Meer informatie, tweede alinea) [1,2];
  • moeheid [3];
  • ejaculatiestoornis (tamsulosine en silodosine) [3].

Minder frequent:

  • intra-operatief 'floppy iris'-syndroom (IFIS): complicatie tijdens cataract-operatie waarbij er opbolling en prolaps van de iris optreedt. Gemeld bij alle middelen, mogelijk is het risico het grootst bij tamsulosine [3];
  • rinitis [2].

Meer informatie

Binnen de groep α-blokkers zijn er kleine verschillen in de soort en ernst van de bijwerkingen [2]. Hierbij spelen waarschijnlijk de selectiviteit en de farmacokinetiek van het middel een rol [3]. De bijwerkingen van de niet-selectieve α-blokkers (vooral orthostatische hypotensie en tachycardie), zijn dusdanig ernstig dat deze middelen uitsluitend bij de behandeling van hypertensieve crises worden gebruikt (fentolamine). De selectieve α1-blokkers hebben een meer plaatselijke werking (blaas en/of prostaat) waardoor de hypotensieve bijwerkingen minder uitgesproken zijn. Daarnaast treden deze bijwerkingen minder op bij toepassing van langwerkende middelen of middelen met gereguleerde afgifte.

Het 'eerste-dosis-effect' (orthostatische hypotensie, soms flauwvallen), een voor α-blokkers typerende bijwerking, treedt op in het begin van de behandeling en na een (snelle) dosisverhoging. Met name ouderen kunnen hier last van hebben, vanwege een suboptimale bloeddrukregulatie. Door te starten met een lagere dosering en deze langzaam op te bouwen, en de eerste dosis voor het slapengaan te laten innemen kan deze bijwerking verminderen [1].

Toepasbaarheid

U kunt de middelen in deze groep filteren op indicatie. Zie bovenaan deze pagina bij ‘Geneesmiddelenoverzicht’ en selecteer een indicatie.

Ouderen

BPH: Ephor [4] adviseert de alfablokkers alfuzosine, doxazosine, silodosine, tamsulosine en terazosine als mogelijke behandeling van symptomen van benigne prostaathyperplasie (BPH) bij (kwetsbare) ouderen. Volgens Ephor is de klinische relevantie van het effect beperkt. Voor géén van de middelen is volgens Ephor een dosisaanpassing nodig op basis van alleen leeftijd.

In de productinformatie van de fabrikant(en) van:

  • alfuzosine, doxazosine en silodosine staat dat er bij ouderen voor alle indicaties géén dosisaanpassing nodig is;
  • urapidil staat dat een dosisverlaging bij ouderen nodig kan zijn;
  • terazosine staat dat bij ouderen met een halve dosis moet worden gestart, waarna de dosis langzaam kan worden opgehoogd onder nauwgezette controle.

Meer informatie

In de productinformatie van fentolamine en tamsulosine staat geen informatie over het gebruik bij ouderen.

Nierfunctiestoornis

In de productinformatie van:

  • doxazosine, fentolamine, tamsulosine, terazosine en urapidil staat dat er géén dosisaanpassing nodig is bij een verminderde nierfunctie;
  • fentolamine staat dat bij een verminderde nierfunctie wél terughoudendheid is aangewezen, vanwege onvoldoende gegevens;
  • urapidil staat dat bij een ernstig verminderde nierfunctie (creatinineklaring <30 ml/min) bewaking van hemodynamische parameters noodzakelijk kan zijn;
  • silodosine staat dat bij een matig tot ernstig verminderde nierfunctie (creatinineklaring 30-50 ml/min) de startdosis gehalveerd dient te worden; hoog na één week zo nodig op tot de aanbevolen dosis;
  • alfuzosine staat dat bij een ernstig verminderde nierfunctie het gebruik van de 10 mg tablet wordt ontraden, vanwege een gebrek aan gegevens over de veiligheid.

Leverfunctiestoornis

In de productinformatie van:

  • doxazosine, silodosine, tamsulosine en uradipil staat dat er géén dosisaanpassing nodig is bij een milde tot matige verminderde leverfunctie;
  • urapidil staat dat voorzichtigheid is geboden bij een ernstig verminderde leverfunctie; er kan een lagere dosis nodig zijn;
  • doxazosine en silodosine staat dat gebruik bij een ernstig verminderde leverfunctie wordt ontraden, vanwege een gebrek aan gegevens;
  • tamsulosine staat dat gebruik gecontra-indiceerd is bij een ernstig verminderde leverfunctie;
  • terazosine staat dat gebruik gecontra-indiceerd is bij een verminderde leverfunctie, omdat terazosine een uitgebreid levermetabolisme ondergaat en voornamelijk wordt uitgescheiden via de galwegen.

Meer informatie

De productinformatie van fentolamine geeft geen informatie over toepassing bij een verminderde leverfunctie.

Zwangerschap

Lareb [5] adviseert alfablokkers bij hypertensie tijdens het 2e en 3e trimester van de zwangerschap alléén toe te passen, als de voorkeursmiddelen bij een hoge bloeddruk niet effectief zijn; zie voor de eerste-keus antihypertensiva tijdens de zwangerschap Hypertensie, primaire of essentiële. Alfablokkers mogen volgens Lareb niet tijdens het 1e trimester van de zwangerschap worden gebruikt.

Bij niersteenkoliek wordt tamsulosine offlabel gebruikt om de steenlozing te faciliteren, zie de indicatietekst Niersteenkoliek. Volgens Lareb [6] is het onbekend of tamsulosine bij niersteenkoliek tijdens de zwangerschap veilig kan worden gebruikt, vanwege de zeer beperkte ervaring met dit middel tijdens de zwangerschap.

Meer informatie

Met urapidil is bij ernstige hypertensie of pre-eclampsie in de tweede helft van de zwangerschap redelijk wat ervaring opgedaan. Er werden in het algemeen geen effecten gezien bij de ongeborene; na toediening vóór de bevalling is één melding gedaan van respiratoire depressie bij de neonaat. Er zijn geen gegevens bekend over het gebruik van doxazosine, fentolamine en terazosine tijdens de zwangerschap [5].

Lactatie

Volgens Lareb [7] zijn er over het gebruik van alfablokkers tijdens de borstvoedingsperiode te weinig gegevens bekend om een uitspraak te doen over de mogelijke risico’s.

Volgens Lareb [8] is het onbekend of tamsulosine bij niersteenkoliek tijdens de borstvoedingsperiode veilig kan worden gebruikt, vanwege een gebrek aan gegevens.

Kinderen

Het Kinderformularium [9] geeft een dosering voor fentolamine voor profylaxe van dermale necrose bij extravasatie van noradrenaline.

In de productinformatie van:

  • fentolamine staat dat dit middel kan worden toegepast bij kinderen met feochromocytoom en voor diagnostische toepassingen bij kinderen;
  • urapidil staat dat de ervaring bij kinderen beperkt is. Urapidil bevat daarnaast propyleenglycol, wat bij langdurig gebruik en/of gebruik van hoge doses bij jonge kinderen ernstige bijwerkingen kan geven.
  • alfazosine, doxazosine, silodosine, tamsulosine en terazosine staat dat de werkzaamheid en veiligheid bij kinderen niet is vastgesteld.

Literatuur

  1. Aronson JK, et al. (eds). Meyler's side effects of drugs. 16th ed. Amsterdam: Elsevier, 2016.
  2. NVU. Richtlijn Diagnostiek en behandeling van LUTS/BPH. Nederlandse Vereniging voor Urologie 2005.
  3. European Association of Urology. Guidelines on the management of male lower urinary tract symptoms (LUTS), incl. benign prostatic obstruction (BPO). 2017. Zie uroweb.org/non-oncology-guidelines geraadpleegd aug 2017.
  4. Ephor. Urogenitale middelen (2019). Geraadpleegd in januari 2020.
  5. Lareb. Alfablokkers tijdens de zwangerschap. Geraadpleegd in januari 2020.
  6. Lareb. Middelen bij niersteenkoliek tijdens de zwangerschap. Geraadpleegd in januari 2020.
  7. Lareb. Alfablokkers tijdens de borstvoedingsperiode. Geraadpleegd in januari 2020.
  8. Lareb. Middelen bij niersteenkoliek tijdens de borstvoedingsperiode. Geraadpleegd in januari 2020.
  9. Kinderformularium. Geraadpleegd in januari 2020.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Indicaties

Vergelijken

alfablokkers vergelijken met een andere geneesmiddelgroep.