Samenstelling

Hydroxychloroquine (sulfaat) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Tablet, filmomhuld
Sterkte
200 mg

Plaquenil (sulfaat) Sanofi SA

Toedieningsvorm
Tablet, filmomhuld
Sterkte
200 mg

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Bij het bestrijden van malaria staat voorkómen van muggenbeten voorop, in gebieden met een lage transmissie van malaria is dit de enige te nemen maatregel. Bij reizen gedurende > 7 dagen naar gebieden met een middelmatige transmissie wordt aanbevolen een noodbehandeling mee te nemen; kies uit artemether/lumefantrine of atovaquon/proguanil. Bij reizen naar gebieden met een hoge transmissie wordt de keuze van de profylactische behandeling bepaald door de reisbestemming, karakteristieken van de persoon en de duur van het verblijf. In aanmerking komen atovaquon/proguanil, doxycycline en mefloquine, en bij zwangere en lacterende vrouwen en kinderen < 5 kg eventueel ook proguanil en chloroquine. De GGD's en gespecialiseerde centra beschikken over de meest recente gegevens van resistentie in malariagebieden. De behandeling van malaria wordt bepaald door de ernst van de ziekte en gebeurt in overleg met een gespecialiseerd centrum. Hydroxychloroquine heeft geen plaats meer in de profylaxe of behandeling van malaria, het komt niet voor in de huidige richtlijnen.

Hydroxychloroquine wordt als antirheumaticum toegepast indien onvoldoende effect wordt bereikt met een NSAID. Hydroxychloroquine verdient hierbij de voorkeur boven chloroquine omdat er bij deze doseringen minder kans is op retinopathie dan bij gebruik van chloroquine. Gedurende de eerste 3–4 maanden kan eventueel voortzetting van de behandeling met een NSAID als antiphlogisticum of analgeticum worden overwogen, omdat het effect van chloroquine en hydroxychloroquine zich pas na enige maanden manifesteert.

Voor de behandeling van SLE kan hydroxychloroquine belangrijk zijn omdat het gebruik van corticosteroïden kan verminderen.

Indicaties

  • Behandeling van acute aanvallen en profylaxe van malaria veroorzaakt door Plasmodium vivax, P. falciparum, P. ovale en P. malariae;
  • Reumatoïde artritis;
  • Juveniele idiopathische artritis;
  • Systemische lupus erythematodes; discoïde lupus erythematodes;
  • Fotodermatosen.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Acute malaria-aanval:

Volwassenen:

Begindosering: 800 mg, gevolgd door 400 mg na 6–8 uur en daarna 400 mg op elk van de 2 volgende dagen; totaal 2 g. Om een acute aanval van Plasmodium falciparum- of P. vivax-infectie te couperen voldoet een eenmalige dosering van 800 mg. Behandeling van P. malariae, P. vivax en P. ovale afsluiten met 15 mg primaquine per dag gedurende 10 dagen teneinde de extra-erytrocytaire fase van de Plasmodiumcyclus te elimineren.

Kinderen met lichaamsgewicht > 35 kg:

Begindosering: 10 mg/kg lichaamsgewicht (max. 800 mg), gevolgd door 5 mg/kg (max. 400 mg) na 6 uur; deze dosering herhalen 18 uur na de tweede en 24 uur na de derde dosering; maximaal 2 g over 3 dagen.

Malariaprofylaxe:

Algemeen:

De profylaxe beginnen 1 week voor aankomst in malariagebied en ten minste tot 4–8 weken na vertrek voortzetten.

Volwassenen:

400 mg 1×/week op dezelfde dag.

Kinderen met lichaamsgewicht > 35 kg:

6,5 mg/kg lichaamsgewicht 1×/week, max. 400 mg.

Reumatoïde artritis:

Volwassenen:

Begindosering: 400 mg per dag, de behandeling 6–8 weken voortzetten voordat het effect kan worden beoordeeld. Na 3 maanden kan de dosering worden verminderd tot een onderhoudsdosering van 200 mg per dag en later eventueel tot 200 mg om de dag.

Juveniele idiopatische artritis:

Alleen bij kinderen met een 'ideal body weight' (IBW) ≥ 31 kg

De minimaal effectieve dosering, gebaseerd op het IBW; maximaal 6,5 mg/kg/dag.

Lupus erythematodes:

Volwassenen:

Begindosering: 400–600 mg per dag zo nodig gedurende enige weken; onderhoudsdosering: 200–400 mg per dag.

Polymorfe fotodermatosen:

Volwassenen:

400 mg per dag gedurende de periode van maximale blootstelling aan licht.

Toedieningsinformatie: de tabletten bij voorkeur innemen na de maaltijd.

Bijwerkingen

Vaak (1-10%): anorexie.

Soms (0,1–1%): maag-darmstoornis zoals misselijkheid, diarree, buikpijn. Huiduitslag.

Zelden (0,01–0,1%): braken. Retinopathie met veranderingen in pigmentatie en gezichtsveldsdefecten. Psychose. Beenmergdepressie. Convulsies. Cardiomyopathie eventueel resulterend in (fataal) hartfalen, T-top-afwijkingen in het ECG.

Zeer zelden: (irreversibel) gehoorverlies. Acute gegeneraliseerde exanthematische pustulose (AGEP) die gepaard kan gaan met koorts en hyperleukocytose, erythema multiforme, Stevens-Johnsonsyndroom (SJS) en toxische epidermale necrolyse (TEN).

Frequentie niet bekend: allergische reacties (als urticaria, angio-oedeem en bronchospasme). Hoofdpijn, tinnitus, duizeligheid, vertigo, nervositeit, sneller geëmotioneerd zijn. Veranderingen in het hoornvlies (voorbijgaand of reversibel na het staken) of netvlies, verstoring van de accommodatie (dosisafhankelijk en reversibel). Afwijkingen in het bloedbeeld (anemie, trombocytopenie, leukopenie, agranulocytose), verergering porfyrie. Bi-ventriculaire hypertrofie, hartgeleidingsstoornis (bundeltak- of AV-blok), verlengde QT-tijd bij patiënten met een toegenomen kans daarop, mogelijk leidend tot aritmie ('torsade de pointes', ventriculaire tachycardie). Abnormale leverfunctiewaarde en fulminante leverinsufficiëntie. Huidaandoeningen (jeuk, pigmentatieveranderingen, alopecia, lichter worden van het haar, fotosensibilisatie, exfoliatieve dermatitis), lichen planus, (verergering) psoriasis. Myopathie, neuromyopathie, atrofie en spierzwakte, gevoelsstoornissen, verminderde peesreflexen, afwijkende zenuwgeleiding.

Interacties

Hydroxychloroquine is een CYP2D6–remmer.

Hydroxychloroquine kan bij diabetes type 1 en 2 hypoglykemie veroorzaken, dosisverlaging van insuline en orale bloedglucoseverlagende middelen kan nodig zijn.

Voorzichtig bij gelijktijdig gebruik van QT-interval-verlengende middelen (bv. amiodaron, disopyramide, ibutilide, kinidine, procaïnamide, sotalol, fluorchinolonen, erytromycine, tricyclische antidepressiva, sommige antipsychotica).

Hydroxychloroquine kan de gevoeligheid voor epileptische aanvallen verhogen, de werkzaamheid van anti-epileptica kan worden beïnvloed.

Gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen waarvan bekend is dat deze retinale toxiciteit induceren, zoals tamoxifen, wordt niet aanbevolen.

Hydroxychloroquine kan de plasmaconcentratie van digoxine verhogen; regelmatig de digoxinespiegel controleren.

Er is meer kans op dermatitis door gelijktijdig gebruik met goudpreparaten of fenylbutazon.

Zwangerschap

Hydroxychloroquine passeert de placenta.
Teratogenese: Bij de mens, bij langdurig dagelijks gebruik van hoge doseringen chloroquine: sporadisch schadelijke effecten (cochleovestibulaire en retina-afwijkingen).
Advies: Hoewel schadelijke effecten niet zijn beschreven voor hydroxychloroquine, langdurig gebruik van hoge doses alleen op strikte indicatie toepassen. Voor profylaxe van malaria kan hydroxychloroquine in de aanbevolen dosering worden gebruikt.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja.
Advies: Bij langdurig dagelijks gebruik van hoge doseringen, de borstvoeding staken. Bij doseringen voor profylaxe kan borstvoeding worden gegeven.

Contra-indicaties

  • myasthenia gravis;
  • maculopathie van het oog en retinitis pigmentosa;
  • lichaamsgewicht < 35 kg;
  • overgevoeligheid voor 4-aminochinolinederivaten.

Waarschuwingen en voorzorgen

Kruisresistentie met proguanil en pyrimethamine is opgetreden. In veel gebieden bestaat chloroquine resistentie van P. falciparum en in toenemende mate van P. vivax, wat de bruikbaarheid beperkt. Officiële richtlijnen en lokale informatie over resistentie in acht nemen.

Wees voorzichtig bij:

  • aangeboren of gedocumenteerd verworven verlengde QT-tijd en/of bekende risicofactoren voor verlenging van het QT-interval (met het oog op kanstoename van ventriculaire ritmestoornissen, soms met fatale afloop) zoals:
    • hartaandoeningen, zoals hartfalen of na een myocardinfarct;
    • proaritmische aandoeningen, bv. bradycardie < 50 slagen/min;
    • een voorgeschiedenis van ventriculaire ritmestoornissen;
    • niet-gereguleerde hypokaliëmie en/of hypomagnesiëmie;
    • gelijktijdige toediening van QT-tijd-verlengende geneesmiddelen (zie ook rubriek Interacties).
  • lever- en nierfunctiestoornissen;
  • ernstige gastro-intestinale, neurologische (waaronder epilepsie) of hematologische aandoeningen;
  • psoriasis (meer kans op huidreacties);
  • porfyrie;
  • G6PD-deficiëntie;
  • overgevoeligheid voor kinine.

QT-verlenging: de grootte van de verlenging van de QT-tijd kan stijgen met toenemende concentratie van hydroxychloroquine.

Vooral jonge kinderen zijn gevoelig voor 4-aminochinolinederivaten en betrekkelijk geringe doses kunnen zeer ernstige intoxicaties (zoals dodelijk verlopende ademhaling- en circulatie-insufficiëntie) met zich meebrengen.

Oogheelkundig onderzoek is geïndiceerd voorafgaand aan de behandeling en daarna periodiek. Retinatoxiciteit is dosisafhankelijk; bij dosering < 6,5 mg/kg/dag is er weinig kans op. De fabrikant adviseert 2×/jaar controle en frequenter bij mensen met gestoorde lever- of nierfunctie, afgenomen gezichtsscherpte, bij ouderen, bij een cumulatieve dosering > 200 g of bij langdurig gebruik van doseringen > 6,5 mg/kg mager lichaamsgewicht per dag. Specialisten echter adviseren 2×/jaar controle bij een dosering hoger dan 800 mg per dag, 1×/jaar bij 400–800 mg per dag en verder alleen bij klachten bij 400 mg per dag of lager. Bij de eerste tekenen van retinopathie (bv. verstoring van gezichtsscherpte, kleurenzien) de behandeling onmiddellijk staken. Gezichtsstoornissen kunnen ook na beëindiging progressie vertonen.

Het bloedbeeld regelmatig controleren ('full blood count'), in verband met enige kans op beenmergdepressie. Bij het optreden van bloedbeeldafwijkingen of hartgeleidingsstoornissen, de behandeling staken.

Bij langdurige behandeling de skeletspierfunctie en peesreflexen periodiek controleren. Bij het optreden van spierzwakte, de behandeling staken.

Overdosering

Vooral gevaarlijk voor jonge kinderen. Hoeveelheden van 1–2 g zijn fataal gebleken.

Symptomen
Hoofdpijn, visusstoornissen, cardiovasculaire collaps, convulsies, hypokaliëmie en hartritme- en geleidingsstoornissen, inclusief verbreding van het QRS-complex, bradyaritmieën, nodaal ritme, AV-blok, QT-verlenging, 'torsade de pointes', ventriculaire tachycardie en ventriculaire fibrillatie, gevolgd door plotseling vroeg en mogelijk fataal optredende ademhalings- en hartstilstand.

Therapie
Hydroxychloroquine wordt snel geresorbeerd en is zeer toxisch bij overdosering. Snelle resorptieverminderende therapie is van belang. Opname op een intensivecare-afdeling is (mogelijk) geïndiceerd. Ammoniumchloride kan worden toegediend om via aanzuring van de urine de uitscheiding te versnellen. Bij ernstige intoxicatie (om de cardiotoxiciteit te verminderen): diazepam i.v. 2 mg/kg lichaamsgewicht in 30 min, daarna 1–2 mg/kg lichaamsgewicht/dag. Hypotensie bestrijden met adrenaline i.v.

Voor meer informatie zie vergiftigingen.info.

Eigenschappen

Malariamiddel. Hydroxychloroquine heeft een bloedschizonticide en een geringe gametocide werking waardoor de aseksuele erytrocytaire vormen van Plasmodia worden gedood.

Het is ook werkzaam tegen de extraintestinale vorm van Entamoeba histolytica (weefselamoebicide werking).

Het werkingsmechanisme bij reumatoïde artritis is onbekend.

Kinetische gegevens

Resorptiesnel.
Fgem. 75%.
T max2–4½ uur. Wordt in hoge concentraties onveranderd opgeslagen in lever, nieren, longen, melaninebevattende cellen in de ogen en in erytrocyten.
Metaboliseringgedeeltelijk in de lever gemetaboliseerd tot actieve metabolieten.
Eliminatielangzaam, vnl. met de urine als metabolieten en voor 23–25% onveranderd, ca. 20% met de feces.
T 1/2elca. 50 dagen (in bloed) en 32 dagen (in plasma).

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

hydroxychloroquine hoort bij de groep malariamiddelen.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook