idarucizumab

Samenstelling

Praxbind XGVSAanvullende monitoring Boehringer Ingelheim bv

Toedieningsvorm
Infusie-/injectievloeistof
Sterkte
50 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 50 ml

Bevat tevens: sorbitol 2 g per flacon van 50 ml.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

idarucizumab vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Voor dit geneesmiddel is geen advies vastgesteld over de plaats in de medicamenteuze behandeling.

Indicaties

Het snel neutraliseren van het anticoagulerend effect van dabigatran (Pradaxa®) bij volwassenen die hiermee worden behandeld ten bate van:

  • het verrichten van spoedoperaties of andere dringende ingrepen;
  • het tot stase brengen van een levensbedreigende of ongecontroleerde bloeding.

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Het neutraliseren van het anticoagulerend effect van dabigatran:

Volwassenen:

I.v.: 5 g (2 ampullen van 2,5 g/50 ml).

Tot 24 uur na toediening kan ongebonden dabigatran terugkeren met daarmee gepaard gaande verlengde stollingstijd. Overweeg een tweede dosis (van 5 g), wanneer sprake is van verlengde stollingstijden én indien er opnieuw klinisch relevante bloedingen optreden óf als een potentieel optredende nieuwe bloeding levensbedreigend zou zijn (bv. subarachnoïdale bloeding) óf als een tweede spoedoperatie of anderszins dringende ingreep verricht moet worden. Na het verkrijgen van een klinisch stabiele hemostase zonodig opnieuw antitrombosetherapie toepassen (zie ook Waarschuwingen en Voorzorgen).

Idarucizumab intraveneus toedienen als twee achtereenvolgende infusies van elk 5–10 minuten, of als bolusinjectie. Niet mengen met andere geneesmiddelen.

Bijwerkingen

De volgende symptomen zijn in onderzoeksverband waargenomen, een causaal verband met idarucizumab kon daarbij niet worden vastgesteld:

Vaak (1–10%): delier. Pneumonie. Obstipatie. Koorts. Hypokaliëmie. Ontwikkeling van lage titers van antilichamen tegen idarucizumab, de klinische relevantie hiervan is onduidelijk.

Verder gemeld zijn: symptomen van mogelijke hypersensitiviteit (koorts, bronchospasme, hyperventilatie, huiduitslag of jeuk).

Interacties

Er zijn géén interacties aangetoond met infusievloeistoffen voor volume-expansie, stollingsfactorenconcentraten (zoals (geactiveerd) protrombinecomplex en recombinant factor VIIa) en andere anticoagulantia (bv. andere trombineremmers dan dabigatran, vitamine K-antagonisten, factor Xa- remmers incl. laagmoleculaire heparinen en ongefractioneerde heparine. Er is geen formeel onderzoek naar interactie met andere geneesmiddelen gedaan. Op grond van farmacokinetische eigenschappen en het gegeven dat het zich zeer specifiek bindt aan dabigatran, worden klinisch relevante interacties met andere geneesmiddelen onwaarschijnlijk geacht.

Zwangerschap

Antilichamen passeren de placenta.
Teratogenese: Zowel bij de mens als bij dieren, geen gegevens. Gezien de aard en het werkingsmechanisme van idarucizumab wordt de kans op nadelige effecten op de foetus klein geacht.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Antilichamen gaan over in de moedermelk. Gezien de aard en het werkingsmechanisme van idarucizumab wordt de kans op nadelige effecten op de zuigeling klein geacht.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding (gedurende 24 uur na toediening) ontraden.

Contra-indicaties

Er zijn van dit middel geen contra-indicaties bekend.

Waarschuwingen en voorzorgen

Er is melding gemaakt van het terugkeren van plasmaconcentraties ongebonden dabigatran tot 24 uur na toediening van idarucizumab bij een subgroep van patiënten, met daarmee corresponderende verlenging van de stollingstijd; indien dit het geval is herhaalde toediening van idarucizumab overwegen.

Wanneer geen antitrombosetherapie wordt gegeven na de behandeling met idarucizumab om dabigatran te neutraliseren, is er kans op trombose vanwege de onderliggende aandoening. Na toediening kan op elk moment andere antitrombosetherapie (bv. een laagmoleculairgewicht heparine) worden gestart, als de klinische toestand voldoende stabiel is en de hemostase hersteld. Ook kan ervoor worden gekozen opnieuw dabigatran te starten.

Het risico van gebruik bij eerdere overgevoeligheid voor idarucizumab of één van de hulpstoffen afwegen tegen het voordeel van deze spoedbehandeling. Als een anafylactische reactie of andere ernstige allergische reactie zich voordoet; de toediening staken en een passende behandeling instellen.

De toediening van idarucizumab veroorzaakt voorbijgaande proteïnurie als gevolg van de grote eiwitbelasting na intraveneuze toediening. Deze proteïnurie wijst dus niet op nierschade; hiermee rekening houden bij urineonderzoek. De proteïnurie is meestal maximaal na ca. 4 uur en normaliseert in het algemeen binnen 12–24 uur.

Een nierfunctiestoornis heeft volgens beschikbare gegevens geen invloed op het neutraliserende effect van idarucizumab; de blootstelling aan zowel dabigatran als idarucizumab neemt toe.

Er is in onderzoek geen relevant effect van een gestoorde leverfunctie gevonden.

De werkzaamheid en veiligheid zijn niet vastgesteld bij kinderen (< 18 j.).

Eigenschappen

Specifiek antidotum voor dabigatran. Gehumaniseerd monoklonaal antilichaamfragment (Fab), geproduceerd door middel van recombinant DNA-technologie in ovariumcellen van de Chinese hamster. Bindt met een zeer hoge affiniteit aan (ongebonden) dabigatran, ongeveer 300 × zo sterk als de bindingsaffiniteit van dabigatran voor trombine. Het idarucizumab-dabigatrancomplex is een zeer stabiel complex en neutraliseert zo het anticoagulerend effect van dabigatran. Werking: onmiddellijk na toediening. Werkingsduur: ca. 12 uur. Bij opnieuw toedienen van dabigatran 24 uur na de infusie van idarucizumab treedt weer de te verwachten anticoagulerende werking op. Idarucizumab alleen heeft geen protrombotisch effect.

Kinetische gegevens

V dca. 0,13 l/kg.
Metaboliseringbiodegradatie tot kleine peptiden of aminozuren.
Eliminatieca. 32% van een i.v. dosis in de urine binnen 6 uur (en ca. 1% vanaf 6 tot 24 uur), men neemt aan dat het resterende deel wordt geëlimineerd via eiwitafbraak, hoofdzakelijk in de nieren.
T 1/2elca. 10 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

idarucizumab hoort bij de groep antidota, overige.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links