ivacaftor

Samenstelling

Zie voor hulpstoffen de productinformatie van CBG/EMA of raadpleeg een apotheker.

Kalydeco Bijlage 2 Vertex Pharmaceuticals bv

Toedieningsvorm
Granulaat
Sterkte
25 mg, 50 mg, 75 mg
Toedieningsvorm
Tablet, filmomhuld
Sterkte
150 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

ivacaftor vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Patiënten met cystische fibrose (CF), ook wel taaislijmziekte of mucoviscidose genoemd, worden primair behandeld in een CF-centrum. Onderdelen van de behandeling zijn: fysiotherapie met aandacht voor speciale ademhalingstechnieken en conditietraining. Verder: calorierijke voeding met suppletie van vitaminen en zo nodig pancreatine. Behandel luchtweginfecties snel met antibiotica, geef mucolytische therapie en ‘cystic fibrosis transmembrane conductance regulator’ (CFTR)-modulatoren bij bepaalde genmutaties.

In studies tot 144 weken is aangetoond dat ivacaftor verbetering geeft van circa 10% op de longfunctie (FEV1) bij patiënten met cystische fibrose van 6 jaar en ouder met bevestigde CF en een in de geregistreerde indicatie vermelde mutatie in het CFTR-gen. Het effect van ivacaftor op het aantal en de duur van pulmonale exacerbaties is niet eenduidig.

Aan de vergoeding van ivacaftor zijn voorwaarden verbonden, zie Regeling zorgverzekering, bijlage 2.

Indicaties

Monotherapie voor cystische fibrose bij:

  • volwassenen en kinderen ≥ 4 maanden die een R117H-mutatie of één van de volgende 'gating'-(klasse-III-)mutaties in het CFTR-gen hebben: G551D, G1244E, G1349D, G178R, G551S, S1251N, S1255P, S549N of S549R.

Combinatietherapie met tezacaftor/ivacaftor voor cystische fibrose bij volwassenen en kinderen ≥ 12 jaar die:

  • homozygoot zijn voor de F508del-mutatie;
  • heterozygoot zijn voor de F508del-mutatie én één van de volgende mutaties hebben in het CFTR-gen: P67L, R117C, L206W, R352Q, A455E, D579G, 711+3A→G, S945L, S977F, R1070W, D1152H, 2789+5G→A, 3272-26A→G of 3849+10kbC→T.

Gerelateerde informatie

Dosering

Alleen bij aangetoonde aanwezigheid van een geïndiceerde mutatie in het CFTR-gen of een R117H-mutatie (zie de rubriek Indicaties) in ten minste één allel van het CFTR-gen door een gevalideerde genotyperingsmethode.

Klap alles open Klap alles dicht

Cystische fibrose

Volwassenen (incl. ouderen) en kinderen ≥ 6 jaar met een lichaamsgewicht ≥ 25 kg

Monotherapie: Tablet: 150 mg 2×/dag.

Dosisaanpassing bij een matige leverfunctiestoornis (Child-Pughscore 7–9): 150 mg 1×/dag. Bij een ernstige leverfunctiestoornis (Child-Pughscore 10-15) (indien strikt noodzakelijk): 150 mg om de andere dag, vervolgens aanpassen op geleide van de klinische respons en tolerantie.

Dosisaanpassing bij gelijktijdig gebruik van een sterke CYP3A-remmer (zoals ketoconazol, itraconazol, posaconazol, voriconazol, claritromycine): 150 mg 2×/week. Bij een matig-sterke CYP3A-remmer (zoals fluconazol, erytromycine): 150 mg 1×/dag.

Kinderen ≥ 6 maanden met een lichaamsgewicht 5-25 kg

Monotherapie: Granulaat: Lichaamsgewicht 5-7 kg: 25 mg 2×/dag. Lichaamsgewicht 7-14 kg: 50 mg 2×/dag. Lichaamsgewicht ≥ 14 kg: 75 mg 2×/dag.

Kinderen 4–6 maanden met een lichaamsgewicht ≥ 5 kg

Monotherapie: Granulaat: 25 mg 2×/dag.

Leverfunctiestoornis: 4-6 maanden: gebruik van ivacaftor alleen indien strikt noodzakelijk, de aanbevolen dosering is 25 mg 1×/dag of minder vaak. Vanaf 6 maanden: Dosisaanpassing bij een matige leverfunctiestoornis (Child-Pughscore 7–9): Lichaamsgewicht 5-7 kg: 25 mg 1×/dag; lichaamsgewicht 7-14 kg: 50 mg 1×/dag; lichaamsgewicht ≥ 14 kg: 75 mg 1×/dag. Bij een ernstige leverfunctiestoornis (Child-Pughscore 10-15) (indien strikt noodzakelijk): aanvangsdosis zoals hierboven aanbevolen, maar om de andere dag toedienen; vervolgens aanpassen op geleide van de klinische respons en tolerantie.

Combinatie met een CYP3A-remmer: 4-6 maanden: gebruik van ivacaftor alleen indien strikt noodzakelijk, de aanbevolen dosering is 25 mg 2×/week of minder vaak. Vanaf 6 maanden: Dosisaanpassing bij gelijktijdig gebruik van een sterke CYP3A-remmer (zoals ketoconazol, itraconazol, posaconazol, voriconazol, claritromycine): Lichaamsgewicht 5-7 kg: 25 mg 2×/week. lichaamsgewicht 7-14 kg: 50 mg 2×/week; lichaamsgewicht ≥ 14 kg: 75 mg 2×/week. Bij een matig sterke CYP3A-remmer (zoals fluconazol, erytromycine): dosis zoals hierboven aanbevolen, maar 1×/dag toedienen.

Volwassenen (incl. ouderen) en kinderen ≥ 12 jaar

Combinatietherapie: Tablet: 150 mg ivacaftor 1×/dag 's avonds gecombineerd met 1 tablet 100 mg/150 mg tezacaftor/ivacaftor 1×/dag 's ochtends.

Voor dosisaanpassingen bij combinatietherapie bij gelijktijdig gebruik van (matig) sterke CYP3A-remmers of een verminderde leverfunctie, zie de productinformatie (SmPC) van de fabrikant (rubriek 4.2 tabel 2 (interacties) en 3 (verminderde leverfunctie)), zie hiervoor de link onder 'Zie ook'.

Nierfunctiestoornis: een dosisaanpassing is niet nodig bij een licht tot matig verminderde nierfunctie. Voorzichtig toepassen bij een ernstig verminderde nierfunctie (creatinineklaring ≤ 30 ml/min).

Gemiste dosis: Een vergeten dosis binnen 6 uur alsnog innemen; indien meer dan 6 uur is verstreken, de dosis overslaan. Bij gecombineerde therapie: niet meer dan één tablet per keer innemen.

Vermijd het nuttigen van grapefruit-/pompelmoessap of pomerans tijdens de behandeling.

Toediening

  • De tabletten heel innemen (niet kauwen of vermalen) met vetbevattend voedsel.
  • Granulaat mengen met 5 ml zacht voedsel of vloeistof en direct (of uiterlijk binnen één uur) innemen; neem korte tijd voor óf na inname, vetbevattend voedsel.
  • Er moet ongeveer 12 uur tussen de ochtend- en avonddosis zitten.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): infecties van de bovenste luchtwegen (incl. rinitis, nasofaryngitis), bacteriën in sputum. Neusverstopping, orofaryngeale pijn. Buikpijn, diarree. Huiduitslag. Hoofdpijn, duizeligheid. Verhoogde transaminasewaarden.

Vaak (1-10%): oorpijn, tinnitus, trommelvlieshyperemie, vestibulaire aandoening. Faryngeaal erytheem, sinuscongestie. Borstgezwel.

Soms (0,1-1%): verstopt oor. Borstontsteking, gynaecomastie, tepelaandoening, pijn in de tepel.

Verder is gemeld: vertroebeling van de ooglens bij kinderen.

Interacties

Ivacaftor is een substraat voor CYP3A4 en CYP3A5. Ivacaftor is een zwakke remmer van CYP3A4 en P-glycoproteïne, en remt mogelijk CYP2C9.

Bij gelijktijdig gebruik van sterke CYP3A-remmers (zoals ketoconazol, itraconazol, posaconazol, voriconazol, claritromycine) en matige CYP3A-remmers (zoals fluconazol, erytromycine) de dosering ivacaftor verlagen, zie de rubriek Doseringen. Vermijd het nuttigen van grapefruitsap of pomerans tijdens de behandeling. Gelijktijdig gebruik van sterke CYP3A-inductoren (zoals carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne, rifabutine, rifampicine, sint-janskruid) ontraden. Bij combinatie met een matige CYP3A4-inductor controleren op een verminderde werkzaamheid van ivacaftor.

Wees voorzichtig met en controleer op bijwerkingen bij het gelijktijdig gebruik van midazolam, alprazolam of diazepam.

Wees voorzichtig met en monitor het gelijktijdig gebruik van digoxine, ciclosporine of tacrolimus.

Controleer de INR extra bij gelijktijdig gebruik van vitamine K-antagonisten.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.

Advies: Gebruik ontraden.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, bij dieren. Een nadelig effect bij de zuigeling kan niet worden uitgesloten.

Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

Er zijn van dit middel geen (relevante) contra-indicaties bekend.

Waarschuwingen en voorzorgen

Bij patiënten met cystische fibrose met andere mutaties dan de geregistreerde is de werkzaamheid niet aangetoond; gebruik wordt ontraden.

Hepatische effecten: Voer voorafgaand aan de behandeling een leverfunctietest uit, daarna elke drie maanden gedurende het eerste jaar en vervolgens jaarlijks. Bij verhoogde transaminasewaarden in de voorgeschiedenis is er meer kans op stijging van deze waarden tijdens de behandeling, overweeg bij deze groep frequentere controle. Bij het optreden van onverklaarbare stijgingen van transaminasen, voortzetting van de behandeling heroverwegen. Onderbreek in elk geval de behandeling bij een transaminaseverhoging > 5× de ULN (bovengrens van de normaalwaarde) óf transaminaseverhoging > 3× de ULN met bilirubine > 2× ULN ; overweeg na normalisatie herstart van de behandeling. Er is geen ervaring met het gebruik bij een ernstige leverfunctiestoornis; alleen op strikte indicatie toepassen. Zie ook de rubriek dosering.

Oculaire effecten: Bij kinderen is niet-congenitale vertroebeling van de ooglens (cataract) zonder impact op het gezichtsvermogen gemeld, daarom wordt voor deze groep een oftalmologisch onderzoek geadviseerd voorafgaand aan de behandeling.

Verminderde nierfunctie: Wees voorzichtig bij een ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring ≤ 30 ml/min).

Onderzoeksgegevens: Gebruik bij getransplanteerde patiënten wordt ontraden, vanwege het ontbreken van onderzoeksgegevens. De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen < 4 maanden met een 'gating'-(klasse-III-)mutatie zijn niet vastgesteld. De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen < 12 jaar in een combinatieschema met tezacaftor/ivacaftor zijn niet vastgesteld. Er zijn beperkte gegevens beschikbaar van kinderen < 6 jaar met een R117H-mutatie.

Overdosering

Neem voor informatie over symptomen en behandeling contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Ivacaftor is een potentieerder van het cystische fibrose transmembraanconductieregulator (CFTR)-proteïne. Het verhoogt in vitro de CFTR-kanaal-'gating', waardoor het chloridetransport wordt versterkt bij gespecificeerde mutaties in het CFTR-gen (zie de rubriek Indicaties) met verminderde 'open probabiliteit' van het kanaal in vergelijking met normaal CFTR. Ivacaftor versterkt ook de ‘open probabiliteit’ van R117H-CFTR, een mutatie die zowel een lage ‘open probabiliteit’ (gating) als verminderde kanaalstroomamplitude (geleidingswaarde) heeft. De G970R-mutatie veroorzaakt een 'splicing' defect waardoor er weinig tot geen CFTR-eiwit op het celoppervlak aanwezig is. Het exacte mechanisme waarmee ivacaftor de 'gating'-activiteit van CFTR versterkt, is niet bekend.

Kinetische gegevens

Resorptie vetbevattend voedsel verhoogt de resorptie met een factor 2,5-4.
T max ca. 4 uur.
V d ca. 5 l/kg.
Eiwitbinding ca. 99%.
Metabolisering in de lever voornamelijk door CYP3A. De belangrijkste metabolieten zijn hydroxymethyl-ivacaftor (ca. een zesde van de activiteit van ivacaftor) en ivacaftor-carboxylaat (niet farmacologisch actief).
Eliminatie met de feces 88%, voornamelijk als metabolieten.
T 1/2el ca. 12 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

ivacaftor hoort bij de groep CFTR-regulatoren.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links