polatuzumab vedotine

Samenstelling

Raadpleeg voor hulpstoffen een apotheker.

Polivy XGVS Aanvullende monitoring Roche Nederland bv

Toedieningsvorm
Poeder voor concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
30 mg, 140 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

polatuzumab vedotine vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Zie voor de behandeling van diffuus grootcellig B-cellymfoom de geldende behandelrichtlijn op hovon.nl.

Indicaties

  • Recidiverend of refractair diffuus grootcellig B-cellymfoom (DLBCL) bij volwassenen die niet in aanmerking komen voor hematopoëtische stamceltransplantatie (HSCT), in combinatie met bendamustine en rituximab.

Dosering

Bij een hoge tumorlast vóór en tijdens de behandeling maatregelen nemen ter preventie van uraatnefropathie zoals een adequate hydratie, alkaliseren van de urine en zonodig toedienen van allopurinol of rasburicase. Dit vanwege het mogelijk optreden van het tumorlysissyndroom.

Ter profylaxe van infusiegerelateerde reacties voorafgaand aan de behandeling premedicatie met een antihistaminicum en een antipyreticum toedienen.

Klap alles open Klap alles dicht

Recidiverend of refractair diffuus grootcellig B-cellymfoom (DLBCL)

Volwassenen (incl. ouderen ≥ 65 jaar)

Aanbevolen dosis: 1,8 mg/kg lichaamsgewicht (max. 240 mg) als i.v. infusie op dag 1 van een cyclus van 21 dagen, gedurende 6 cycli. In combinatie met bendamustine (90 mg/m 2 lichaamsoppervlak op dag 1 en 2) en rituximab (375 mg/m 2 op dag 1).

Verminderde nierfunctie: Bij een licht of matig verminderde nierfunctie (creatinineklaring 30-89 ml/min) is geen dosisaanpassing nodig. Bij een ernstig verminderde nierfunctie (creatinineklaring < 30 ml/min) kan geen dosisaanbeveling worden gedaan vanwege onvoldoende gegevens.

Verminderde leverfunctie: Bij een licht verminderde leverfunctie (ASAT of ALAT >1,0-2,5× ULN, of totaal bilirubine >1,0-1,5× ULN) is geen dosisaanpassing nodig. Bij een matig tot ernstig verminderde leverfunctie (totaal bilirubine >1,5× ULN) gebruik vermijden vanwege onvoldoende gegevens.

Ernstige bijwerkingen: zie voor dosisaanpassingen en richtlijnen voor onderbreking of staken van de behandeling bij (ernstige) bijwerkingen (perifere neuropathie, beenmergdepressie, infusiegerelateerde reacties) de officiële productinformatie CBG/EMA (rubrieken 4.2 tabel 1 t/m 3 en rubriek 4.4).

Een uitgestelde of gemiste dosis: zo snel mogelijk alsnog toedienen en het toedieningsschema zo aanpassen dat een interval van 21 dagen tussen de doses behouden blijft.

Toediening: de startdosis als i.v. infusie toedienen in 90 min. Indien deze wordt verdragen kunnen de daaropvolgende infusies in 30 min worden toegediend. Niet toedienen als i.v. push- of bolusinjectie.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): sepsis, pneumonie, bovensteluchtweginfectie. Perifere neuropathie, duizeligheid. Misselijkheid, braken, buikpijn, obstipatie, diarree. Hoesten. Vermoeidheid, koorts, asthenie. Hypokaliëmie, verminderde eetlust. Gewichtsverlies. Infusiegerelateerde reactie. Febriele neutropenie, neutropenie, trombocytopenie, anemie, leukopenie, lymfopenie.

Vaak (1-10%): herpesvirusinfectie, cytomegalovirusinfectie. Loopstoornis, paresthesie, hypo-esthesie. Pijn in de bovenbuik. Wazig zien. Pneumonitis. Jeuk. Artralgie. Koude rillingen. Hypocalciëmie, hypofosfatemie, hypoalbuminemie. Pancytopenie. Stijging ALAT, ASAT, lipase in het bloed.

Verder is gemeld: progressieve multifocale leuko-encefalopathie. Steatosis hepatitis.

Interacties

De cytotoxische component MMAE is in vitro substraat voor CYP3A4/5 en Pgp.

Wees voorzichtig bij gelijktijdige toediening met een sterke CYP3A4- of Pgp-remmer, zoals ketoconazol, omdat de blootstelling van MMAE kan toenemen.

In combinatie met een sterke CYP3A-remmer, zoals claritromycine, cobicistat, indinavir, itraconazol, posaconazol, ritonavir, saquinavir, voriconazol, de patiënt nauwlettend controleren op tekenen van toxiciteit.

Sterke CYP3A4-inductoren, zoals carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne, rifampicine, sint-janskruid, kunnen de blootstelling aan MMAE verminderen.

Polatuzumab vedotine niet gelijktijdig toedienen met levende of levend verzwakte vaccins, vanwege een gebrek aan ervaring.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens geen gegevens, bij dieren schadelijk gebleken (embryoletaliteit en foetale misvormingen).

Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.

Vruchtbaarheid: Behandeling bij de man kan leiden tot testiculaire toxiciteit (atrofie en degeneratie van de testes) en verminderde vruchtbaarheid. Raad een vruchtbare man voorafgaand aan de behandeling aan om advies in te winnen over cryopreservatie van sperma.

Overig: Een vruchtbare vrouw of man dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen gedurende én tot ten minste 9 maanden (vrouw) of 6 maanden (man) na de therapie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Een risico voor de zuigeling kan niet worden uitgesloten.

Advies: Het geven van borstvoeding ontraden gedurende én tot ten minste 3 maanden na de therapie.

Contra-indicaties

  • actieve ernstige infectie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Beenmergdepressie: controleer voorafgaand aan elke dosis het volledige bloedbeeld. Overweeg bij neutropenie en/of trombocytopenie CTCAE graad 3 of 4 frequentere controle en/of uitstel of staken van de behandeling. Overweeg daarnaast profylactische toediening van granuocyte colony stimulating factor (G-CSF), vanwege de kans op ernstige neutropenie en febriele neutropenie reeds in de eerste behandelcyclus.

Infecties: levensbedreigende infecties zijn gemeld. Controleer de patiënt nauwlettend op tekenen van bacteriële, schimmel- of virusinfecties en behandel deze adequaat. Overweeg tevens infectieprofylaxe. Indien een ernstige infectie zich voordoet de behandeling met polatuzumab vedotine en de gelijktijdige chemotherapie staken.

Perifere neuropathie: controleer de patiënt op symptomen van perifere neuropathie, zoals hypo- of hyperesthesie, dys- of -paresthesie, neuropatische pijn, branderig gevoel, spierzwakte of loopstoornis. Bij nieuwe of verergerde perifere neuropathie kan uitstel, dosisverlaging of staken van de behandeling noodzakelijk zijn. De kans op perifere neuropathie bestaat reeds in de eerste behandelcyclus en neemt toe bij de daaropvolgende cycli. Bij bestaande perifere neuropathie kan verergering van de klachten optreden.

Progressieve multifocale leuko-encefalopathie (PML): controleer nauwlettend op nieuwe of verergerde neurologische, cognitieve of gedragsveranderingen. Bij een vermoeden van PML de behandeling met polatuzumab vedotine en gelijktijdige chemotherapie onderbreken. Bij bevestigde PML de behandeling definitief staken.

Tumorlysissyndroom (TLS): controleer de patiënt tijdens de behandeling nauwlettend op TLS. Bij een hoge tumorlast vóór en tijdens de behandeling maatregelen nemen ter preventie van uraatnefropathie zoals een adequate hydratie, alkaliseren van de urine en zonodig toedienen van allopurinol of rasburicase.

Infusiegerelateerde reacties (IRR): geef ter profylaxe van IRR's voorafgaand aan iedere behandeling een antihistaminicum en een antipyreticum en controleer de patiënt tijdens de infusie nauwlettend op symptomen van IRR's, zoals een piepende ademhaling, bronchospasme of urticaria. Vertraagde IRR's kunnen optreden tot 24 uur na toediening. Bij optreden van IRR's de behandeling onderbreken en gepaste maatregelen treffen.

Hepatotoxiciteit: waaronder ernstige gevallen die passen bij (reversibele) hepatocellulaire schade zijn gemeld. Controleer daarom de transaminasenwaarden en het bilirubinegehalte. De kans op hepatotoxiciteit neemt toe bij bestaande leverziekte, verhoogde leverenzymwaarden vóór aanvang van de behandeling en het gebruik van comedicatie.

Onderzoeksgegevens: er zijn onvoldoende gegevens over het gebruik bij een ernstig verminderde nierfunctie (creatinineklaring 15-29 ml/min) of bij een matig verminderde leverfunctie (totaal bilirubine >1,5-3× ULN). Polatuzumab vedotine is niet onderzocht bij:

  • kinderen < 18 jaar;
  • patiënten met hiv;
  • een ernstig verminderde leverfunctie (totaal bilirubine >3× ULN) of na levertransplantatie;
  • terminaal nierfalen en/of hemodialyse.

Overdosering

Neem voor informatie over een vergiftiging met polatuzumab vedotine contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Polatuzumab vedotine is een tegen CD79b gericht antilichaam-geneesmiddelconjugaat. Het bestaat uit het antimitotische middel monomethylauristatine E (MMAE) dat covalent is gebonden aan een gehumaniseerd monoklonaal immunoglobuline G1-antilichaam. Het monoklonale antilichaam bindt zich aan CD79b, een component op het oppervlak van de B-celreceptor. CD79b wordt bij > 95% van de diffuus grootcellige B-cellymfomen tot expressie gebracht. Na de binding wordt het conjugaat geïnternaliseerd in de cel en wordt de koppeling door lysosomale proteasen gesplitst, waardoor MMAE intracellulair wordt afgegeven. MMAE bindt zich aan microtubuli en doodt delende cellen, door de celdeling te remmen en apoptose te induceren.

Kinetische gegevens

T max ca. 2,5 dagen.
V d 0,045 l/kg
Metabolisering wordt naar verwachting via katabolisme afgebroken in kleine peptiden en ongeconjugeerd MMAE.
Eliminatie voor een groot deel via de feces, voor een kleiner deel in de urine.
T 1/2el voor ongeconjugeerd MMAE ca. 4 dagen, voor geconjugeerd MMAE ca. 12 dagen.
Overig mogelijk is de blootstelling aan ongeconjugeerd MMAE verhoogd (met ca. 27%) bij patiënten met een lichaamsgewicht > 100 kg.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

polatuzumab vedotine hoort bij de groep monoklonale antilichamen bij maligniteiten.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links