durvalumab

Samenstelling

Imfinzi XGVSAanvullende monitoring AstraZeneca bv

Toedieningsvorm
Concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
50 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 2,4 ml, 10 ml

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

durvalumab vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Zie voor het NVALT-advies voor immunotherapie bij niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) op NVMO.org. De plaats van durvalumab hierbij wordt niet besproken. Voor de behandeling van NSCLC staat op oncoline de geldende behandelrichtlijn.

Indicaties

  • Lokaal gevorderd, niet operatief te verwijderen niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) bij volwassenen als monotherapie, indien de tumoren PD-L1 tot expressie brengen op ≥ 1% van de tumorcellen én indien de ziekte geen progressie heeft vertoond na platinumbevattende therapie met radiotherapie.

Dosering

Vóór aanvang van de behandeling de tumorexpressie van PD-L1 bevestigen met een gevalideerde test.

Klap alles open Klap alles dicht

Lokaal gevorderd, niet operatief te verwijderen niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) met PD-L1-expressie:

Volwassenen (incl. ouderen ≥ 65 j.):

i.v. 10 mg/kg via een infuus gedurende 60 min, elke 2 weken. De behandeling voortzetten tot bevestiging van ziekteprogressie of onaanvaardbare toxiciteit, echter maximaal 12 maanden.

Verminderde nierfunctie: bij een licht tot matig verminderde nierfunctie (creatinineklaring ≥ 30 ml/min) is een dosisaanpassing niet nodig. Er kan geen doseeradvies worden gegeven bij een ernstig verminderde nierfunctie (creatinineklaring < 30 ml/min) vanwege onvoldoende gegevens.

Verminderde leverfunctie: er wordt geen dosisaanpassing aanbevolen vanwege de geringe betrokkenheid van de lever bij de klaring van durvalumab.

Zie voor de richtlijnen voor onderbreking of staken van de behandeling bij (ernstige) bijwerkingen (bv. pneumonitis, myocarditis, (poly)myositis, dermatitis/huiduitslag, colitis/diarree, nefritis, hepatitis, endocrinopathieën en infusiegerelateerde bijwerkingen) de officiële productinformatie CBG/EMA (immuungemedieerde bijwerkingen: rubriek 4.2, tabel 1; niet-immuungemedieerde bijwerkingen: rubriek 4.2, tekst na de tabel). Dosisescalatie of dosisvermindering van durvalumab wordt niet aanbevolen.

Toedieningsinformatie: voor toediening het concentraat verdunnen met NaCl-oplossing 0,9% of glucose-oplossing 5% tot een eindconcentratie van 1–15 mg/ml. De oplossing voorzichtig omkeren maar niet schudden. Toedienen via een i.v. infuus met behulp van een steriel laag-eiwitbindend inlinefilter over een periode van 60 min, bij graad 1 (of 2) infusiegerelateerde bijwerkingen over een langere periode. Dien geen andere geneesmiddelen toe over dezelfde infusielijn.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): pneumonie (bacterieel, viraal; incl. overlijden), bovenste luchtweginfecties (bij ca. 26%; bv. nasofaryngitis, faryngotonsillitis, sinusitis), hoest (bij ca. 40%), bestralingspneumonitis (bij ca. 34%, bij ≥ 2 cycli chemoradiatie binnen 1–42 dagen voorafgaand aan de behandeling). Diarree, buikpijn. Jeuk, huiduitslag (bij ca. 22%; bv. erythemateus, maculopapuleus, pustuleus, eczemateus). Koorts. Hypothyreoïdie (incl. auto-immuun variant).

Vaak (1-10%): infusiegerelateerde reacties. Influenza. Mondinfectie (bv. orale candidiasis, gingivitis, periodontitis, dentale pulpitis, tandabces), (entero)colitis, proctitis. Dysfonie. Dermatitis, nachtzweten. Perifeer oedeem. Myalgie. Dysurie. Hyperthyreoïdie waaronder (autoimmuun) thyreoïditis, ziekte van Basedow. Stijging ASAT, ALAT, serumcreatinine.

Soms (0,1-1%): pneumonitis. Hepatitis (incl. auto-immuun variant), hepatocellulaire schade. Nefritis (incl. glomerulonefritis, tubulo-interstitiële nefritis, auto-immuun nefritis). Bijnierinsufficiëntie, diabetes mellitus type 1. Myositis.

Zelden (0,01-0,1%): overige immuungemedieerde bijwerkingen: myocarditis, hypofysitis, polymyositis (incl. overlijden). Diabetes insipidus.

Verder is gemeld: pancreatitis. Bij andere PD-1-remmers zijn Stevens-Johnsonsyndroom en toxische epidermale necrolyse gemeld.

Interacties

Vóór het starten van durvalumab het gebruik van (hogere doses) systemische corticosteroïden en andere immunosuppressiva vermijden, in verband met mogelijke beïnvloeding van de farmacodynamiek en werkzaamheid; een fysiologische dosis systemische corticosteroïden (≤ 10 mg/dag prednison of equivalent) kan wel worden gebruikt. Ná het starten van durvalumab kunnen (hogere doses) systemische corticosteroïden en andere immunosuppressiva echter wél gebruikt worden om immuungerelateerde bijwerkingen te bestrijden.

Doorgaans hebben monoklonale antilichamen geen groot potentieel voor farmacokinetische geneesmiddelinteracties, omdat zij geen direct effect hebben op CYP-enzymen en geen substraten zijn van renale of hepatische transporters.

Zwangerschap

Humaan IgG1 passeert geleidelijk in toenemende mate tijdens het 2e en 3e trimester de placenta, bij dieren is passage van durvalumab over de placenta aangetoond.
Teratogenese: Bij de mens onbekend. Bij dieren resulteert remming van de Pd-L1/PD-1 signaalroute in immuungerelateerde afstoting van de zich ontwikkelende foetussen met foetaal overlijden tot gevolg. Op grond van het werkingsmechanisme wordt daarom een toename in aantal abortussen of doodgeborenen verwacht.
Advies: Gebruik ontraden.
Overig: Een vruchtbare vrouw dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen gedurende én tot ten minste 3 maanden na de laatste dosis van de therapie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Bij dieren is een lage concentratie van durvalumab in de moedermelk aangetroffen. De mogelijkheid van absorptie door en schade aan de zuigeling is onbekend. Gezien de aard van deze middelen is terughoudendheid geboden.
Advies: Gebruik ontraden.

Contra-indicaties

Er zijn van dit geneesmiddel geen contra-indicaties bekend.

Waarschuwingen en voorzorgen

Immuungerelateerde bijwerkingen: controleer voortdurend tijdens én ook regelmatig na de therapie op het optreden van immuungerelateerde bijwerkingen (met name pneumonitis, myocarditis, colitis, hepatitis, pancreatitis, nefritis, endocrinopathie (o.a. hyper-/hypothyreoïdie, bijnierinsufficiëntie, hypofysitis, diabetes mellitus type 1), (poly)myositis en immuungemedieerde huiduitslag). Met het oog hierop ook voorafgaand aan de behandeling de leverfunctiewaarden (ALAT, ASAT, bilirubine), nier- en schildklierfunctie controleren. De meeste immuungerelateerde bijwerkingen zijn reversibel na onderbreken van de behandeling en na starten van corticosteroïden en/of ondersteunende zorg. Na verbetering de behandeling met corticosteroïden langzaam afbouwen gedurende ten minste een maand. Overweeg andere immunosuppressiva indien geen verbetering optreedt. Durvalumab niet hervatten zolang immunosuppressieve doses corticosteroïden of andere immunosuppressiva worden gegeven. De behandeling definitief staken bij elke (terugkerende) immuungerelateerde bijwerking van CTCAE-graad 3 en bij elke immuungerelateerde bijwerking van graad 4, behalve voor endocrinopathieën die onder controle kunnen worden gehouden met bijvoorbeeld hormoonvervangende therapie.

Bij infusiereacties CTCAE-graad 1 of 2 de infusiesnelheid verlagen of de behandeling onderbreken; bij graad 3 of 4 de behandeling definitief staken. Bij graad 1 of 2 de toediening voortzetten/hervatten onder nauwlettende controle; overweeg premedicatie met antipyretica en antihistaminica.

Onderzoeksgegevens: Er zijn geen gegevens over het gebruik bij kinderen (< 18 j.). Patiënten met de volgende aandoeningen/kenmerken werden uitgesloten van de klinische onderzoeken:

  • actieve, of een voorgeschiedenis van, auto-immuunziekte of van immunodeficiëntie (< 2 j. voorafgaand aan de start van de therapie);
  • een voorgeschiedenis van ernstige immuungemedieerde bijwerkingen;
  • een voorgeschiedenis ziekten die hogere systemische corticosteroïden vereisten (> 10 mg/dag prednison of equivalent);
  • actieve tuberculose, HIV-, hepatitis B- of hepatitis C-infectie;
  • een ECOG-prestatiescore ≥ 2;
  • na toediening van een verzwakt levend vaccin binnen 30 dagen voorafgaand aan of na de start van durvalumab.

Er zijn weinig gegevens over het gebruik bij:

  • ouderen ≥ 75 jaar;
  • matig tot ernstige leverfunctiestoornis (bilirubine > 1,5 × ULN en elke ASAT);
  • een ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 30 ml/min).

Eigenschappen

Durvalumab is een gehumaniseerd IgG1κ-monoklonaal antilichaam, geproduceerd in ovariumcellen van de Chinese hamster door middel van recombinant-DNA-technologie. Bindt aan 'programmed death-ligand 1' (PD-L1), dat tot expressie kan komen op tumorcellen en/of tumorinfiltrerende cellen. Hierdoor wordt de binding van PD-L1 aan zowel PD-1- als CD80 (= B7.1) geblokkeerd. Durvalumab heft zo de PD-L1/PD-1-gemedieerde remming van de immuunrespons op waardoor de antitumor-immuunrespons op gang gebracht wordt zonder inductie van antilichaam-afhankelijke cellulaire cytotoxiciteit.

Kinetische gegevens

V dca. 0,08 l/kg.
OverigStabiele spiegels worden na ca. 16 weken bereikt.
Metaboliseringdoor biodegradatie in het reticulo-endotheliale systeem tot kleine peptiden of aminozuren.
T 1/2elca. 18 dagen.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

durvalumab hoort bij de groep monoklonale antilichamen bij maligniteiten.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links